< Terug

Pastoraat bij burn-out

Basisinformatie en tips

Wie langdurig onder grote spanning leeft en te weinig aandacht heeft besteed aan zijn/haar stressklachten, raakt vermoeid, en uiteindelijk geestelijk en lichamelijk uitgeput: opgebrand, burn-out.
Volgens de statistieken hebben bijna 1 miljoen Nederlanders burn-outklachten. Grote kans om in pastorale contacten iemand met een (dreigende) burn-out te ontmoeten. Of om die verschijnselen bij jezelf of een naaste te onderkennen.

Hoe ontstaat burn-out?

Spanning (stress) hoort bij het leven en zorgt voor alertheid en concentratie. Maar als iemand chronisch zwaar belast wordt, stress ervaart en zich niet meer kan of wil ontspannen, ontstaan klachten. Wat iemand aan kan, is niet in balans met van hem/haar gevraagd wordt. Anders gezegd: er is in iemands leven meer wat energie kost dan wat energie oplevert.

De bron van de overbelasting kan werk zijn (denk aan langdurige hoge werkdruk), maar ook de privé-situatie. Vaak is er sprake van een wisselwerking. Zo kan een ingrijpende levensgebeurtenis met zich mee brengen dat iemand op het werk minder aan kan.

Verder kunnen persoonlijke eigenschappen (perfectionisme, een groot verantwoordelijkheidsgevoel, grote betrokkenheid, moeilijk nee kunnen zeggen, moeilijk hulp vragen) iemand gevoeliger maken voor stress. Hoe iemand omgaat met een stressvolle situatie, is minstens zo belangrijk als de situatie zelf.

Hoe herken je burn-out?

(Uit  ‘Wat burnout met je doet ‘van Pieter Dingemanse)

Bij een burn-out heeft iemand lichamelijke en psychische klachten. Twee symptomen staan op de voorgrond en komen bijna altijd voor:

1. Een chronisch gevoel van lichamelijke of geestelijke vermoeidheid.
Sommige mensen geven aan dat ze ‘op’, ‘leeg’, of ‘uitgeknepen’ zijn. De stekker is eruit. Normaal ben je actief, maar nu lig je uitgeput op de bank. Na een kleine inspanning heb je een gevoel van totale uitputting. Het lezen van een boek of de krant of een eenvoudige maaltijd maken, is dan al te veel.
Het gevoel van vermoeidheid kan er zo langzaam insluipen dat sommigen niet eens meer in de gaten hebben dat er iets mis is. Het begint met af en toe een slechte dag, vervolgens vaker een gevoel van vermoeidheid en spanning na het werk, waarna het ten slotte een opgave wordt om de werkdag te beginnen. Een of meer dagen vrij nemen biedt geen oplossing. Na die vrije dagen komt de vermoeidheid terug. Zelfs een vakantie die normaal gesproken voldoende was om volledig uit te rusten en er weer tegenaan te kunnen, blijkt niet genoeg te zijn.

2. Een verminderde betrokkenheid bij je werkzaamheden.
Werk waar je vroeger plezier uit haalde is nu een belasting aan het worden. Uiteindelijk kan die belasting uitmonden in een gevoel van desinteresse of apathie. Het lukt niet meer om jezelf voor het werk te interesseren. Je krijgt een afstandelijke houding ten opzichte van de collega’s of de klanten. Die afstandelijkheid kan ook in de privé-situatie merkbaar zijn. Je hebt steeds minder interesse voor je gezin.

Verder kunnen veel andere symptomen optreden zoals hoofdpijn, spierpijnen, duizeligheid, maagpijn, darmklachten, concentratieproblemen, geheugenproblemen, snel emotioneel raken, grote stemmingswisselingen, lusteloosheid en snel geïrriteerd raken. De symptomen waar je last van krijgt, kunnen per persoon sterk verschillen.

Burn-out of overspannen?

Kenmerkend voor burn-out is de langdurige opbouw van de klachten. Om van een burn-out te mogen spreken zijn de klachten langzamerhand ontstaan en hebben ze een langdurige voorgeschiedenis (in ieder geval langer dan een jaar). Vaak is er een jarenlange periode geweest van overbelasting waarbij al meer dan één of twee jaar waarschuwingssignalen (zoals energieverlies of lichamelijke klachten) te vinden zijn die wijzen op een dreigende burn-out.

Hier ligt ook het verschil met overspannenheid: dan zijn de klachten in een relatief korte tijd ontstaan (tot ongeveer twaalf weken volgens de bedrijfsartsenrichtlijnen) en is er meestal een duidelijke aanleiding (bijvoorbeeld verandering van baan of een verhuizing).

Een huisarts of bedrijfsarts stelt vast of er sprake is van een burn-out.

Burn-out of depressie?

De klachten van burn-out en depressie lijken oppervlakkig gezien veel op elkaar. Zowel bij burn-out als bij depressie is er sprake van vermoeidheid, somberheid, concentratieproblemen en slaapproblemen. Wie verder kijkt ontdekt een aantal belangrijke verschillen tussen deze twee. Wie burn-out is, voelt zich te moe om iets te doen. Wanneer je minder moe bent, ga je ook weer dingen ondernemen. Wie depressief is, heeft misschien de energie wel, maar kan het niet opbrengen vanwege de leegte en de somberheid. Een gevoel van somberheid komt bij burn-out meestal met buien, bij depressie is dat gevoel constant aanwezig. Een ander verschil is dat iemand die depressief is, (vrijwel) nergens plezier in heeft. Bij een burn-out vind je het nog wel leuk om iets te doen. Je komt er niet aan toe, omdat je te moe bent. Klachten die alleen bij depressie voorkomen zijn gewichtsverlies en geen zin meer hebben in het leven.

Welke rol spelen geloof en levensbeschouwing?

Een burn-out levert iemand een uiterst moeilijke periode op, waarvan mensen soms achteraf zeggen dat die ze ook veel heeft opgeleverd.
Wil je voorkomen dat je opnieuw burn-out raakt, dan zal er iets moeten veranderen op het niveau van de dagelijkse tijdsindeling (balans tussen inspanning en ontspanning, prioriteiten en grenzen stellen, ruimte voor ontspannende activiteiten), inzicht in je sterke en zwakke kanten en wat je als zinvol ervaart. Niet zelden leidt een burn-out ertoe dat mensen het roer in hun leven omgooien. Hierbij is natuurlijk ook iemands geloof in het geding.
In hoeverre zijn bepaalde eigenschappen, bezigheden en keuzes in het leven gelovig gemotiveerd? Ook die die gevoelig maken voor stress? Denk aan grote betrokkenheid, een groot verantwoordelijkheidsgevoel, hoge eisen stellen aan jezelf, moeilijk nee zeggen.

Nauwelijks meer iets kunnen doen, kan schuldgevoel opleveren, ook tegenover God. De afstandelijkheid die een van de symptomen van een burn-out is, kan iemand ook ten opzichte van geloof en kerk ervaren. En geloofsleven en kerk kunnen bij de stapel taken horen die toch al te hoog was, ‘… dit moet ook nog’.

Geloof kan ook stress verlagen, steun en vertrouwen bieden. Bijvoorbeeld in de sfeer van: ik hoef het niet allemaal zelf te doen, het hangt niet allemaal van mij af. Guurtje Leguijt beschrijft hoe zij tijdens een burn-out de psalmen ging waarderen – als korte, herkenbare teksten, die vaak over ellende gaan maar dan wel een happy end hebben. Ze noemt bijvoorbeeld uitdrukkelijk Psalm 37 vers 24 ‘Als hij valt, zo wordt hij niet weggeworpen, want de HEERE ondersteunt zijn hand.’ En schrijft daarover: ‘Hoe diep ik ook val, hoe hard ik ook neerkom, hoe verkreukeld ik ben, Hij gooit me niet weg. Hij pakt me bij de hand en geeft me steun.’

Do’s en don’ts

Tips van Guurtje Leguijt

Do’s:

1 Luisteren (en dat zou ook op 2 en 3 kunnen staan…)

2 Als je wilt bidden of een bijbeltekst mee wil geven, doe dat dan zorgvuldig. Bid zelf om wijsheid hierin. Van tevoren een tekst op een kaart schrijven en die aan het eind van het gesprek geven, kan ook heel goed zijn.

3 Daag de ander uit om te zeggen waarmee hij/zij geholpen zou zijn. (Dit is heel belangrijk want mensen met een burn-out zijn vaak mensen die moeilijk om hulp vragen. En juist in de burn-out, als ze wellicht het gevoel hebben dat ze falen, kan dit uit schaamte nog moeilijker zijn.) Probeer deze hulpvraag concreet te maken en spijkers met koppen te slaan.

4 Misschien vindt hij/zij het prettig om samen een rondje te lopen, zonder te praten. Dat helpt ook!

5 Bedank hem/haar omdat hij/zij kwetsbaar durfde te zijn.

Don’ts:

1 Met je eigen verhaal komen. Vertellen dat je uit ervaring weet waar de ander het over heeft kan drempelverlagend werken, maar overdrijf niet!

2 Vertellen wat de ander MOET doen.

3 Te hard praten, te snel bewegen. (Ik kon daar toen ik een burn-out had in het begin heel slecht tegen. Iemand die enthousiast opsprong, in de handen klapte en zei: ‘Nou, ik ga maar weer eens op huis aan…’ Alsof er vuurwerk naar mijn hoofd werd gegooid!)

4 Het bezoek te lang maken. En ‘te lang’ wordt bepaald door hoe die ander zich voelt. De kans is groot dat hij/zij niet zegt dat het te lang duurt, let daarom zelf goed op.

5 Denken dat je iets niet goed hebt gedaan omdat die ander niet veel opgeknapt lijkt na jouw gesprek. Zo snel gaat het nu eenmaal niet.

Meer lezen

Boeken over burn-out met aandacht voor geloof en spiritualiteit:

  • Stress en burn-out voorkomen, Anselm Grün.
  • Eclips, Adrian Verbree. Persoonlijk verslag van een dominee die een burn-out kreeg.
  • Alleen dit gezicht – ontdekkingstocht door een burn-out, Evelyn Noltus. Een indringend verslag van de spirituele zoektocht van een geestelijk verzorger die burn-out raakte.
  • Wat burnout met je doet, Pieter Dingemanse.
  • De opkomst van burn-out. Special van opinieblad Volzin over burn-out als volksziekte, met onder andere commentaar van godsdienstpsycholoog en predikant Sytze Ypma.

< Terug