< Terug

10.000 redenen om God te eren

Elke kerkdienst is een samenkomen van mensen ‘tot Gods eer’. Wat betekent dat voor hoe het in een kerkdienst toegaat? Voor hoe in de liturgie God ter sprake komt? Uiteindelijk komen we bij de vraag waar de werkelijke ‘dienst aan God’ plaatsvindt – toch niet alleen in de kerk…?

Om te beginnen

In een christelijke viering beginnen we niet bij onszelf. Natuurlijk, er is alle aandacht voor een welkom en voor onderlinge begroeting: fijn dat je er bent!

We realiseren ons met welke vreugde en zorg we binnenkomen en staan stil bij het persoonlijk wel en wee en bij de nood in de wereld. Er is ruimte voor ieder om tot rust te komen, om stil te worden en je gevoel van dank en zorg toe te laten. Dat is tot inkeer te komen, tot jezelf en tot God.

En daar wordt het spannend. Want God en jijzelf vallen niet samen. In de Bijbel wordt gezegd dat we zijn geschapen naar Gods evenbeeld. Elk mens draagt een scheppende kracht in zichzelf. Dat maakt elk mensenleven van onschendbare waarde, wie een mens onteert, onteert God zelf. En toch is er niet alleen God ‘in’ ons, er is God buiten ons. Ook al zijn we ‘bijna goddelijk’ gemaakt, wij zijn God niet en wij vallen niet samen met God.

Die vertrouwde woorden verzonnen we niet zelf – anderen zijn ons vóór geweest

Niet bij onszelf

Daarom begint de christelijke viering niet bij onszelf. Altijd weer worden we begroet met vrede en genade van Godswege en belijden we dat ‘Onze hulp’ een Naam heeft: Schepper van hemel en aarde. Dat zijn woorden die ons bij God bepalen.

Met die taal zeggen we dat er een werkelijkheid is buiten ons, die ons draagt en omvat. Dat is niet vanzelfsprekend, maar een kwestie van geloof en toevertrouwen. Het komt ook niet uit jezelf, het moet je aangezegd worden. Daarom ook die klassieke, vertrouwde woorden. We hebben ze niet zelf verzonnen, en dat hoeft ook niet. Meestal zijn we niet zo gelovig, en mogen we dankbaar zijn dat er vóór ons mensen zijn geweest die we alleen maar na hoeven zeggen. Het geloof was er al lang. De kerk heeft woorden gegeven aan dat geloof.

God gaat aan ons vooraf

De werkelijkheid waarnaar we ons richten noemen we ‘God’. ‘God’ is eigenlijk een soortnaam van de soort ‘goden’ met een kleine letter, net als ‘mens’. Het heeft nog niks persoonlijks. In de liturgie gaat het echter om de omgang met God, om een relatie met een God die anders is dan de goden van onze cultuur, geld, geweld en genot. Wat wij doen is antwoorden, een reactie, respons geven op het Woord dat tot ons komt, op God die tot ons komt en boven ons uitgaat.

We spreken niet alleen over God, maar ook tot God, omdat we door God worden aangesproken

Daarom gaat toewijding in geloof ook samen met eerbied. Net als Mozes bij de brandende braamstruik zijn schoenen uit moest doen vanwege het heilige wat hij ontwaarde. Liturgie is eer brengen aan God en dat vraagt om eerbied, liefde en toewijding. In elke cultuur kan die eerbied anders vorm krijgen, bij ons meestal in ingetogenheid, maar ook uitbundigheid kan eerbied uiten.

In de liturgie spreken we niet alleen over God, maar vooral ook tot God, omdat we door God aangesproken worden. En daarvoor gebruiken we persoonlijke, relationele aanduidingen en aanspreekvormen. Dan zeggen we niet zomaar ‘god’ als soortnaam, maar we voegen er een kwalificatie aan toe: goede God, trouwe God, machtige God of lieve God bijvoorbeeld. Of we gebruiken andere, op de Bijbel gebaseerde aanspreekvormen: Eeuwige, HEER, Vader, of taal waarin God ook gekend wordt en die minder exclusief mannelijke betekenissen oproept: Moeder, Levende, Barmhartige. In de liturgie is dat belangrijk, om te voorkomen dat we God op de maat van vaststaande beelden snijden. De onuitsprekelijke Godsnaam is immers ‘Ik ben die Ik zijn zal’ en dat is per definitie bewegelijk, niet vast te leggen in onze taal. Daarom mag onze liturgische taal ook wel bewegelijk zijn. Oude woorden die alleen nog maar vreemdheid oproepen, vragen om vertaling en hertaling.

Taal van verbeelding

Geen mens heeft ooit God gezien. Daarom kúnnen we God ook niet afbeelden en lijkt het beeldverbod uit Exodus 20:4-6 eigenlijk wat overdreven. We weten toch niet hoe God er uit ziet en hoe God ‘bestaat’. Maar we kunnen God wel ervaren in onze geest, als kracht, als energie, als stille stem in ons hart.

Daarom is het ook dat we God in de liturgie vooral aanroepen om present te zijn in de Geest. Als het spannend wordt wat we doen, als we naderen tot God. Dus wanneer we hopen om iets te ontdekken in de Schriftlezing van vandaag. Of wanneer we met het delen van brood en wijn Jezus gedenken. Als er een zegen uitgesproken wordt. Op zulke momenten bidden we speciaal om de werking van Gods Heilige Geest als één van de drie gestalten waarin God zich aan ons bekend gemaakt heeft: in de God van Israël, in Jezus Christus en in de Heilige Geest.

Er zijn in onze tijd best veel mensen stukgelopen op een al te menselijk beeld van God als Vader of heerser. Het zou wel eens kunnen dat mensen zich vandaag de dag makkelijker iets kunnen voorstellen bij Gods Geest. De Geest die ons inspireert, confronteert en troost. Het is Pinksteren geweest, onze liturgie ofwel de dienst aan God mag veelkleurig zijn.

In onze tijd kunnen mensen zich wellicht makkelijker iets voorstellen bij Gods Geest

Het doel van liturgie

Wat is nu eigenlijk het doel van liturgie? Velen van ons zullen misschien zeggen: ik kom om even tot rust te komen, om nieuwe oriëntatie te zoeken, om mijn geloofsgenoten te ontmoeten of om een zegen te ontvangen. Dat is allemaal heel logisch en begrijpelijk. Het zijn geldige redenen en Goddank werkt het vaak ook zo.

Maar misschien ervaren we de diepste betekenis van liturgie nog wel op andere momenten. Namelijk als we bidden en zingen tot God en als we de sacramenten delen: doop en avondmaal. Precies die dingen, bidden en zingen, zijn namelijk op zichzelf genomen zinloos. Zoals een ‘buitenstaander’ bij een rouwdienst soms opmerkt: jullie praten tegen een onzichtbare God die je je verbeeldt. Dat roept vervreemding op, maar ook eerbied. En als de gemeente zingt, dan is dat anders dan in het stadion.

Daar zingt men ook, maar dan is er tenminste nog een club voor wie je zingt. God zie je niet en toch zing je, in loflied en klaagzang. En brood en wijn delen als symbolische maaltijd, kun je niet beter gewoon samen eten? Ja, ook dat gebeurt gelukkig.

God eer geven

En toch: precies deze drie momenten: zingen, bidden en de sacramenten vieren, vormen het hart van wat liturgie is. Eigenlijk zijn ze absurd. Voor wie niet gelooft is het volkomen zinloos en zonder betekenis. Het is niet nuttig, niet functioneel. We doen het namelijk niet voor onszelf, maar voor en vanwege God zelf. Het mooiste en het schoonste van liturgie is dat het dienst aan God is. We eren God vanwege God zelf en nergens anders om. Al het andere, troost, bemoediging en vermaning, is ‘bijvangst’. Want we vieren niet als consumenten, maar als producenten van Gods eer in deze wereld.

Het mooiste en schoonste van liturgie is dat het dienst aan God is; al het andere is ‘bijvangst’

Natuurlijk klinkt dit hoogverheven en spelen er in de praktijk allerlei motieven mee die liturgie mooi, aantrekkelijk en zinvol maken. Dat is ook prima. Maar in feite hoeven we ons maar op één ding te richten: ons te verwonderen over Gods presentie in onze wereld en God de eer geven. Of: als dat te hoog gestemd is: ons kyrië delen in een hartgrondige litanie.

Liturgie van het alledaagse

Liturgie is ook niet alleen iets van de kerkelijke of gezamenlijke vieringen. Liturgie omvat heel het leven. We worden geroepen om een aan God gewijd leven te leven. Dat noemen we persoonlijke devotie, toewijding of spiritualiteit. Het belangrijkste moment van de gezamenlijke viering is daarom niet de zegen, maar de wegzending: Ga dan heen… wij worden op pad gestuurd als gezegende mensen om een God-waardig leven te leiden. Het is een leven dat zelf als een lofzang, als een gebed tot God is.

Hoe ziet dat er uit? Het begint bij eerbied voor alles wat God geschapen heeft. Voor mens en dier, voor heel de schepping. Het is leven in het spoor van Jezus. Het is in het gelaat van de ander ook God herkennen. En delen, uit de gaven van de Geest die jijzelf ontvangen hebt: liefde, vriendelijkheid, geduld, goedheid en misschien nog veel meer talenten.

Een leven vanuit eerbied voor wat God als Schepper ons geeft, dat is een leven in dagelijkse verwondering. Het bijzondere in het gewone zien. In eten en drinken, in opstaan en gaan. Dankbaarheid ervaren. En hoe absurd het dan ook lijkt in een wereld van efficiëntie en berekening: laat gewoon een lied in je hart opwellen, een loflied, een klaaglied, een liefdeslied. Want dan zijn er wel 10.000 redenen tot ‘loof de Heer, o mijn ziel, prijs nu Zijn heilige Naam’.

Ciska Stark is universitair hoofddocent Praktische Theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit, vestiging Amsterdam.

< Terug