Vespers
Op weg naar Pasen worden in veel gemeenten vespers gehouden. Een vesper, of avondgebed, is vooral een moment van stilte en inkeer, met een eenvoudige orde. En als het gezamenlijk kan, is dat ook nog een plek van verbinding.
Op weg naar Pasen worden in veel gemeenten vespers gehouden. Een vesper, of avondgebed, is vooral een moment van stilte en inkeer, met een eenvoudige orde. En als het gezamenlijk kan, is dat ook nog een plek van verbinding.
Persoonlijke bijbelstudie is niet alleen leren, het is leven uit het Woord. Je gaat zitten met de Schrift om God zelf te ontmoeten. Niet hoofdzakelijk om meer informatie te verkrijgen, […]
De lezingen zijn duidelijk ingegeven door het thema Biddag. ‘Er is een tijd om te planten en een tijd om te rooien,’ zegt Prediker. Wij bidden dat het nu de juiste tijd is om te planten en te zaaien. We bidden dat God deze tijd mag zegenen, zodat het zaad in vruchtbare aarde valt, en ons werk vruchtbaar mag zijn.
Het Onze Vader is in de eerste plaats een gebed tot God. Maar in de tweede plaats worden wijzelf heel direct aangesproken, zeker waar het schuld en vergeving betreft. Het Onze Vader doet een beroep op ons als groep. Het gebed heet dan ook niet voor niets het Onze Vader.
Onbeschaamd aandringen. Soms heeft zelfs God, die al onze gedachten en gebeden reeds kent, blijkbaar aansporing nodig om ook van onze motivatie overtuigd te raken.
In een wereld die alsmaar sneller draait, klinkt het Jezusgebed als een stille tegenstem. Contemplatief gebed helpt om te vertragen, te ademen, en opnieuw af te stemmen op het heilige. In dit essay laat Kitty Bouwman zien hoe de oefeningen van Franz Jalics – geworteld in stilte, aandacht en overgave – ons openen voor Gods nabije aanwezigheid. Een zachte kracht in een jachtige tijd.
De Biddag voor het gewas komt voort uit
een van de twaalf quatertemperdagen van de katholieke kerken: die uit de vastentijd.
In de bundel Dan nog staan verzamelde gebeden van Huub Oosterhuis, samengesteld door Kees Kok. De gebeden zijn geordend in zes thema’s: naam, ouder, helper, geest, licht en morgen. De bundel opent met een essay van Oosterhuis over bidden. Bidden, zo schrijft hij, is afdalen in jezelf, woorden proeven, je krachten verzamelen en je hart en verstand reorganiseren.
Als ambtsdrager word je op vaste en soms onverwachte momenten gevraagd om voor te gaan in gebed. Wat maakt deze gebeden, ingebed in liturgie, pastoraat of andere context, tot een ‘ambtelijk gebed’? En waarin verschilt dit gebed van niet-ambtelijke gebeden?