< Terug

Aan de slag met ‘troost’

In het themanummer van oktober, over ‘Troost’, is het thema van meerdere kanten belicht. Maar het zou, in de dagelijkse praktijk van ons kerkenwerk, vooral goed zijn het te oefenen, het te doen beklijven in ons handelen. Daartoe hier een handreiking.

Het vorige themanummer van Ouderlingenblad had als thema ‘Troost’. In het nummer verkenden we de betekenis van ‘troost’ in het gemeentezijn van vandaag de dag. In dit artikel vindt u handvatten om in een groep dieper in gesprek te gaan over dit thema.

Als het om ‘troost’ gaat zijn we allemaal ervaringsdeskundigen. We weten hoe het is om troost te ontvangen en troost te ontberen. Vanuit deze eigen ervaringen gaan we onderling in gesprek over dit thema. En die eigen ervaringen verbinden we aan ons geloof en aan ons ambt of onze taak binnen de kerk.

… ervaringen uitwisselen en reflecteren op de praktijk in de lokale gemeente

Wat is troost, hoe verhoudt zich dat tot ons geloof en wat zijn ervaringen en uitdagingen in het pastoraat als het gaat om troosten?

Drie bezinningsmomenten

Hieronder vindt u een opzet om op drie momenten stil te staan bij het thema. U kunt zo drie bijeenkomsten beginnen met een bezinning van ongeveer drie kwartier, voor u aan de reguliere agendapunten begint. Dat kan een vergadering van kerkenraad, consistorie, een bijeenkomst voor bezoekmedewerkers of een andere groep zijn. Doel van de bezinning is om ervaringen uit te wisselen en te reflecteren op de praktijk in de lokale kerkelijke gemeente. Zo kunt u ook met elkaar ontdekken waar nog wat te leren of te veranderen valt. Ter voorbereiding kunt u de deelnemers het bijbehorende artikel uit het themanummer laten lezen.

De drie deelthema’s zijn ook achter elkaar te gebruiken om zo tot een uitgebreider programma te komen voor bijvoorbeeld een (pastorale) bezinningsavond. Afhankelijk van de grootte van de groep en de beschikbare tijd, kunt u uit onderstaande punten een keuze maken om te bespreken. Vaak is zeker drie kwartier nodig om echt recht te doen aan een deelthema. Hebt u minder tijd, dan kunt u natuurlijk ook meerdere bijeenkomsten besteden aan een deelthema. Voor de opening of sluiting kunt u gebruik maken van een lied, gedicht of gebed uit het themanummer. De slotvraag – nadat u alle deelthema’s hebt besproken – luidt: zijn wij als gemeente van Christus een plek waar mensen troost ervaren, van Godswege of onderling? Waar zijn nog verbeterpunten en wat willen we leren?

1. Persoonlijke ervaringen met ‘troost’

Ouderlingenblad: ‘Inleiding’ en ‘Bronnen van troost’ ( vier portretten).

Dit eerste moment / deze eerste avond heeft een verkennend karakter. Het is goed om van elkaar de eigen ervaringen op het gebied van troost te horen.

  • Een eerste verkenning: wat is troost? Laat de aanwezigen in tweetallen of groepjes tot een omschrijving komen en deel de uitkomsten met elkaar.
  • Vraag de aanwezigen welk verhaal van ‘bronnen van troost’ ze aansprak en waarom? Is er ook een verhaal waar u zich helemaal niet in herkent? Kunt u vertellen waarom?
  • In de ‘Inleiding’ wordt gesproken over het ontberen van troost. Kan iemand daar een ervaring over delen?
  • Wat betekent ‘geestelijke troost’ voor u?

2. ‘Geestelijke troost

Ouderlingenblad: ‘Troost in de Bijbel’ van Matthijs de Jong

Het tweede moment heeft een verdiepend karakter. Wat is de bijbels-theologische betekenis van troost? Herkennen wij de troost, waarover de Bijbel spreekt, in ons eigen leven? Kunnen we troost ervaren in de eredienst, bij God, in gebed en in het pastoraat?

  • Laat de deelnemers kort in gesprek gaan over de volgende vragen: – Welk lied of welke bijbeltekst komt in u op als u denkt aan ‘troost’. Deel dit met elkaar. – Heeft u wel eens troost ervaren in een eredienst? Kunt u hier iets over vertellen? – Ervaart u uw geloof als ‘troostrijk’? Waarom wel of niet?
  • Ga onderling in tweetallen of groepjes in gesprek over het artikel ‘Troost in de Bijbel’. Wat vond u inspirerend en waarom? Waar liggen vragen?
  • Inventariseer de antwoorden en bespreek waar u verder in de groep op wilt ingaan.
  • In het artikel worden ‘twee lijnen van troost’ besproken die door de Bijbel lopen. Ga hier eens over in gesprek. Welke lijn komt u het meest tegen in het pastoraat, in de prediking en in uw eigen leven? En waarom komt die andere lijn minder op de voorgrond?
  • De slotzin van het artikel luidt: ‘Wie zich op die manier laat troosten door God, kan ook zelf een bron van troost worden voor anderen.’ Hoe leest u die zin in relatie tot uw pastorale werk?

3. Troost: een werkwoord

Ouderlingenblad: ‘Troost in het pastoraat’ van Jan Piet Vlasblom

Tijdens deze laatste bijeenkomst kijken we naar onze eigen praktijk als ambtsdrager of bezoekmedewerker, of andere vrijwilliger in de kerk.

Hoe kunt u tot troost zijn in het pastoraat? Wat kunt u wel en wat kunt u beter niet zeggen of doen?

  • Start met het inventariseren van ‘do’s’ en ‘don’ts’ als het gaat om troost in het pastoraat. Wat doet goed en wat moet u proberen te vermijden?
  • Deel persoonlijke ervaringen. – Waar heeft u van geleerd? – Zijn er momenten geweest dat u in een contact heeft ervaren, dat er geen troost voor handen was? Wat deed u toen?
  • Wat raakte u in het artikel van Jan Piet Vlasblom en waarom?

• Als de groep zich ervoor leent is het goed om eens een gesprekje te oefenen. Vraag vrijwilligers hiervoor en laat hen eens een casus naspelen. Ze kunnen putten uit eigen ervaring of een voorbeeldcasus gebruiken.

Voorbeeldcasus:

A Mevr. A is lid van het pastoraal team en gaat op bezoek bij dhr. G. Dhr. G. geeft aan dat hij al lange tijd zoekt naar God, juist nu hij zich zo eenzaam voelt. Hij wil zich getroost weten door Gods aanwezigheid, maar juist in deze tijd ervaart hij God helemaal niet in zijn leven. Wat moet hij doen? Hoe zou u reageren?

B Dhr. K. heeft een groot conflict met zijn broer. Juist nu zijn moeder is overleden raakt dit hem diep. Zijn broer is de enige met wie hij écht over zijn moeder zou kunnen praten. Het voelt voor hem als dubbele rouw, dat hij nu zijn moeder mist én het contact met zijn broer. Waar kan hij nu troost vinden? U bent als ouderling op bezoek. Hoe zou u reageren?

C Een zoon van een echtpaar uit de gemeente is betrokken geraakt bij een auto-ongeval en overleden. U bent wijkcontactpersoon en gaat bij hen langs. Ze vragen om een tekst uit de Bijbel die hen kan troosten. Wat reikt u aan?

N.B. Bij het reageren op het uitspelen van de casussen is van belang, dat dat respectvol en opbouwend gebeurt. Het vraagt om onderling vertrouwen en kwetsbaarheid. Soms is het ook behulpzaam om een casus drie keer uit te spelen en te zien hoe verschillende reacties anders uitwerken.

Tot slot:

U hebt uitgebreid met elkaar gesproken over ‘troost’. Stel elkaar – open en eerlijk – de volgende vraag: ‘Zijn wij als gemeente van Christus, hier in onze lokale gemeente, een plek waar mensen troost ervaren, van Godswege of onderling?’

Laat de aanwezigen hierover nadenken. En als het antwoord ‘nog niet altijd’ luidt, ga dan verder over dit thema in gesprek en kijk met elkaar hoe u er samen aan kunt werken dat de gemeente een plek van troost is. Wat zijn verbeterpunten en wat wilt u nog leren?

Erica Hoebe-de Waard is als gemeentepredikant verbonden aan de Protestantse Gemeente Wageningen. Zij is lid van de redactie van Ouderlingenblad.

< Terug