< Terug

Aandacht voor de ziel

‘Een huis voor de ziel’ wordt de kerk wel eens genoemd. Maar de afgelopen tijd zaten veel gemeenteleden ineens meer in hun ‘gewone’ huis, ook tijdens de vieringen. De coronacrisis heeft veel invloed op het kerkelijke leven gehad en we weten niet hoe het de komende tijd zal zijn. Hoe houden we de aandacht voor de ziel vast? En hoe helpen we elkaar voor de ziel te zorgen?

Mw. drs. M.C.L. Oldhoff werkt als promovenda aan de Protestantse Theologische Universiteit. Zij schrijft een proefschrift over de ziel.

Kwetsbare ziel

Onverwachts werden we allemaal weer herinnerd aan onze kwetsbaarheid. Mensen werden altijd al ziek, heel plotseling ook. Maar nu hoorde je meer mensen uitspreken: ‘het kan ook mij overkomen, ik ben eigenlijk best bang’. De corona-pandemie maakt mensen, oud én jong, ervan bewust dat ze heel letterlijk schade kunnen lijden aan hun lichaam.

Hoe zit het met de kwetsbaarheid van de ziel? In de Evangeliën vind je de prikkelende woorden van Jezus: ‘Want wat zou het een mens baten, als hij de gehele wereld won maar schade leed aan zijn ziel?’ (Matt.16:26, NBG’51) Het Griekse woord psyche kan hier vertaald worden met ziel. Nu kunnen we ons bij schade lijden aan het lichaam wel het een en ander voorstellen. Maar schade aan je ‘ziel’, wat is dat? Hoe kunnen we aandacht geven aan de ziel?

Ziel: het ik voor God

Het is handig eerst te bepalen waar we het dan over hebben. Hoe kunnen we ‘ziel’ in onze hedendaagse taal begrijpen? We kunnen beginnen met een basaal begrip: datgene waar je naar verwijst wanneer je ‘ik’ zegt. Het ik dat dankzij God, met God en voor God kan leven. Ik bedoel dan niet een speciaal deeltje, waar je goed naar moet zoeken. Het gaat om mijn persoon met haar persoonlijkheid en eigen geschiedenis. Dat omvat in zekere zin ook je lichaam. Je bent immers belichaamd. Maar ben ‘ik’ misschien toch te onderscheiden van mijn lichaam inclusief mijn hersenen? Net zoals de ziel, verandert het lichaam. In tegenstelling tot het aardse lichaam, is het mogelijk dat de ziel het sterven van het lichaam overleeft. Dit zien we bijvoorbeeld in de woorden van Jezus in Matteüs 10:28 ‘Wees niet bang voor hen die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden. Wees liever bang voor hem die in staat is én ziel én lichaam om te laten komen in de Gehenna’.

Wat geeft schade aan de ziel? En hoe geven we aandacht aan de ziel?

Zo uit z’n context is dit een straffe tekst. Voor de discipelen van Jezus die dit hoorden was het een bemoediging. Het was waarschijnlijk dat ze net als hun Meester zouden lijden en sterven als ze hem daadwerkelijk zouden volgen. Maar zelfs dan zou God hen vasthouden, door de dood heen. De ziel is het ‘ik’ van de mens. God heeft mensen geschapen die ieder een eigen beleving en een eigen perspectief op de wereld hebben. Hij wil met die schepselen een relatie. In Christus worden gelovigen door de Geest verzekerd dat die relatie zelfs de dood kan trotseren. Door de dood heen kan de Levende Heer onze ziel vasthouden. Zo blijven wij uitzien naar de dag dat wij net als de Opgestane bekleed zullen worden met een onvergankelijk lichaam.

Maar laten we het hebben over de ziel in het hier en nu, in dit lichaam, over de mens die nu al voor Gods aangezicht leeft te midden van alles wat hem gegeven is.

Het eigene van ziel

Als het bij de ziel gaat om het ik voor God, dan is dat best breed. We kunnen het toespitsen door een streep onder het voor God te zetten. Dat lijkt ook het eigene van het woord ziel te zijn in onze taal, te midden van al die andere woorden als ‘zelf’ en ‘persoon’. Juist ‘ziel’ doet mensen denken aan meer dan het leven dat wij kunnen zien, aan religie, aan geloofszaken. In het christelijk geloof gaat het dan om de Drie-Ene God. Als we het over de ziel van een mens hebben, vragen we dus al direct naar meer dan het zelf op zich. Het gaat om hoe u en ik in relatie tot God leven. Hoe ik be-sta voor God. Dat is voor ieder mens een vraag, hoe de lichamelijke of geestelijke gezondheid ook is.

Bij de ziel gaat het om ‘het ik voor God’…

Wie dat vergeet, dat hij of zij voor God staat, de Eeuwige, die schept, zorgt, redt, verandert en voltooit, die kan schade lijden aan zijn ziel. Schade lijden aan je ziel is dan niet zoiets als verdrietig zijn. Schade lijden aan je ziel is vergeten dat je leeft dankzij de Schepper die je mag naderen in Jezus Christus. Het is zo opgaan in al je dagelijkse bezigheden, je zorgen, je familie en vrienden, je tv-programma’s, werk of huishoudelijke taken, dat je voorbij leeft aan het feit dat jij voor God staat.

De ziel voor God in pastoraal contact

Om tot het besef te komen voor God te staan, hoef je niet diep in jezelf af te dalen. Pastoraal bezoekers zullen indirect wel eens vragen naar de ziel: wat gaat er om in uw innerlijk? Ervaart u Gods aanwezigheid? Of misschien zelfs wel door de directe vraag: hoe gaat het met uw ziel? De vraag naar hoe we ons persoonlijk tot God verhouden is zo basaal dat hij er makkelijk bij in kan schieten. Soms kan het lijken alsof mensen vooral van zich af praten over hun dagelijkse beslommeringen. Dan is het de kunst de verteller uit te nodigen de ogen te openen voor Gods werkelijkheid of die te verdiepen. Hem of haar uit te nodigen te zien hoe men in dat alles voor God staat. Soms komt het pas bij de deur, als men ineens voelt ‘ik moet nog iets zeggen’. Als je zo tot de kern komt, kun je dankbaar en vol verwondering over wat er gebeurd is, weer weg fietsen.

Toch kun je als ouderling, predikant, of bezoekmedewerker extra schroom voelen om hiernaar te vragen als er van alles gaande is in moeilijke tijden. Wie ben ik, dat ik daarnaar vraag? Het kan helpen te bedenken dat ook de gesprekspartner zich beschroomd kan afvragen: zit de dominee, ouderling of bezoekmedewerker hier wel op te wachten? Voor beiden is het goed zich te realiseren in welk kader het gesprek staat. Je komt ‘van de kerk’, de gemeenschap van Christus. Je ontmoet elkaar als broeder of zuster in Christus of hoopt dat te zijn. Als je de ander kan bemoedigen door te herinneren aan en te vragen naar de relatie met God, dan is dat een weldaad. Bovendien is er ook een goede aanleiding, juist nu: er staat van alles op z’n kop. Veel mensen kunnen of durven niet naar de kerk op zondag. Anderen zijn extra druk door de nieuwe taken die ze hebben gekregen. Er is sprake van een crisis. Het is wat dat betreft heel logisch om juist nu naar de ziel te vragen.

[…]

Zorgen voor elkaars ziel is ook erkennen dat we elkaar en elkaars kwaliteiten nodig hebben. Juist als er vanuit God licht valt op een mensenleven, kunnen er dingen opvallen die aandacht vragen. Zaken waaraan gewerkt moet worden. Dan kan er gebeden worden om de heilige Geest en Haar bekerende en heiligende werk. En er mag vertrouwen gevraagd worden voor Gods werk door mensen.

Intimiteit van de ziel

Misschien is het een aardige uitdaging voor de komende tijd: de vraag naar de ziel, voor onszelf en in contact met anderen. Je kunt anderen helpen met je vragen naar iemands ziel voor Gods aangezicht. Om daartoe vrijmoedigheid te vinden, zijn er nog twee zaken die kunnen helpen. Ten eerste kun je de vraag aan jezelf stellen of laten (!) stellen, bijvoorbeeld door iemand die dicht bij je staat. Ten tweede is het goed om te beseffen dat de ander zelf voor God staat. Naar iemands ziel vragen is niet daar tussenin gaan staan. God ziet deze persoon volledig (denk aan psalm 139). Juist door dit basale besef dat de ander zelf voor God staat, kun je de intimiteit van de ziel van een ander respecteren. Het helpt om te beseffen dat vragen naar iemands ziel niet betekent, dat de ander zijn ziel moet blootleggen voor jou.

De vraag naar de ziel is de vraag naar: Hoe be-sta ik voor God?

God heeft een eigen verhouding tot ieder mens. De Allerhoogste kan werkelijk wat betekenen in het leven van die ander. Door je woorden, door je vragen en door het samen oefenen kun je daarin helpen. Door samen God te naderen en samen ontvankelijk te zijn. De verbondenheid in Christus geeft ruimte voor de eigenheid van de ander. Samen zingen, samen lezen, samen bidden. Dat zijn oefeningen in het laten bestaan van de ziel voor God en het je daar bewust van zijn. Veel gelovigen verlangen naar zulke oefeningen en leven ervan op. Bijvoorbeeld het samen bidden van een psalm. Dat kan door de biddende ziel(en) direct voor God te plaatsen met alle verlangens, zorgen en vragen die er leven.

Verbondenheid in Christus door de Geest

Het is goed nieuws dat die ontmoetingen weer meer kunnen. Het is natuurlijk het mooist als de ziel zo kan opademen in een echte ontmoeting, maar ook over de telefoon, en zelfs per brief is er veel mogelijk. De verbondenheid in Christus door de heilige Geest gaat dwars door de (kerk)telefoon of een schermpje heen. Zij bemoedigt ons om onszelf, onze ziel, in onze eigen situatie door God te laten vinden.

Op uitnodiging van de PKN hield Martine Oldhoff in november 2019 voor de Generale Synode een lezing over de ziel en schreef daarna het gespreks- en bezinningsboek Kijk op de ziel (Kok-Boekencentrum, € 6,99)

< Terug