< Terug

Aarzelend ontgrendel ik de deuren

De kranten staan bol van de politieke aspecten van het migratievraagstuk. Daarnaast leert de Bijbel hoe gelovigen hebben om te gaan met vreemdelingen. Hoe verhouden zich die twee stemmen in mij? Wat doe ik in het dagelijks leven met de bijbelse normen?

Dr. P. Schelling is emeritus-predikant in de Protestantse Kerk in Nederland en tevens publicist. In het voorjaar van 2019 verschijnt zijn nieuwe boek Denkend aan de dood kom ik tot leven.

Er gaat haast geen dag voorbij of ze komen in beeld: mensen van verre die ooit of pas in ons land zijn aangekomen. En over de eigen landsgrens kijkend, zien we geregeld mensonwaardige taferelen van vluchtelingen op de tv. Mensen zoals wij, met behoefte aan geborgenheid, veiligheid, nabijheid. De ‘vreemdeling’ is niet meer weg te denken uit onze samenleving. ‘De migratie is een gegeven waarmee we moeten leren leven’, hoor je hier en daar. Maar anderen zeggen dat zij onbeheersbaar is geworden. Of dat de eigen bevolking straks onder de voet wordt gelopen.

In dit artikel ga ik niet in op de politieke aspecten van het migratievraagstuk. Ik tast het terrein af met ogen van iemand voor wie de Bijbel een levensbron is.

Wees eerlijk

Laat ik bij mezelf beginnen. Zou ik een vluchteling willen opnemen in mijn huis? Aanvaard ik dat in mijn straat mensen van buiten een woning krijgen toegewezen? Sta ik open voor een ruimhartiger beleid van de overheid en aanvaard ik de gevolgen daarvan voor mijn omgeving? Vind ik dat kinderen die hier al jaren wonen, recht hebben op een verblijfsvergunning? Ik bespeur uiteenlopende stemmen in mij. De eerste is de bewogenheid naar mensen van verre, zonder thuis. Die bewogenheid vindt haar basis in de Bijbel, waar nadrukkelijk de oproep staat om mensen van buiten te verwelkomen. Vanuit mijn geloof wil ik daar gehoor aan geven. Maar er is ook een andere stem, die zegt: pas op! Angst voor ontregeling en onrust. Bezorgdheid het eigene te verliezen. Ik voel spanning in me door die twee stemmen. Zo graag wil ik gastvrij zijn, maar ik stuit op grenzen. Hoe rijm ik die twee? Ziehier de tegenstelling tussen ideaal en werkelijkheid, tussen hart en verstand. Een nare spanning, die ik vooralsnog niet kan opheffen. In de context van mijn werk heb ik de neiging die tweede stem te onderdrukken. Immers, als christen behoor je toch te kiezen voor gastvrijheid!

Ik voel spanning door twee stemmen: ik wil gastvrij zijn, maar stuit op grenzen…

De eerste stap rondom dit pijnlijke vraagstuk is: wees eerlijk. Erken je dubbele houding, deel de spanning die dit bij je oproept. De kerk is een plek waar dat kan.

Haar verhaal roept zachte krachten in me wakker

Wat mensen in den vreemde ondervinden, is nauwelijks te begrijpen als je dat zelf niet hebt meegemaakt. In zijn boek Wanneer het water breekt beschrijft Chris Stoop de ervaringen van de Vietnamese bootvluchtelingen die in de tachtiger jaren hun land ontvluchtten. De tocht met angsten en beproevingen, geliefden die onderweg sterven. Uiteindelijk veilig ergens aankomen, de moeite van een nieuwe start, je nooit echt thuis voelen, altijd heimwee. Door dit boek ging ik anders kijken naar mensen die vandaag in boten naar ons continent drijven. Die andere kijk lost het probleem niet op, maar zorgt er wel voor dat ik meer deel word van het probleem.

Het ergst waren de blikken van mensen in dat vreemde land: jij hoort hier niet!

Op een dag bestudeerde ik 2 Koningen 5, waar een joods meisje is gedeporteerd naar Syrië. Terwijl ik opging in het verhaal hoorde ik het meisje ineens spreken. Haar verhaal greep me aan en leerde me anders naar vreemdelingen te kijken. Zij vertelde me:

‘Ik was negen jaar en leefde met mijn ouders in een kleine stad in Noord-Israël. We waren een gelukkig gezin. Tot die donkere dag, toen het leger van een naburig land binnenviel. De soldaten namen bruut tal van mensen mee naar hun land. Vooral jongeren, zoals ik, want die waren nuttige arbeidskrachten. Ik kreeg geen tijd om afscheid te nemen van mijn familie. De tocht naar het vreemde land was zwaar. Daar aangekomen, werden we naar het marktplein van de hoofdstad gebracht.

Daar zochten meneren en mevrouwen ons uit om voor hen te werken. Ik werd hulp in de huishouding bij de vrouw van een gevierde generaal. Achteraf heb ik begrepen dat hij verantwoordelijk was voor de plundertocht naar mijn land.

In het begin voelde ik me verschrikkelijk alleen. Ik had veel heimwee.

’s Nachts lag ik dikwijls te huilen, maar ik liet niets merken. Kun je je voorstellen wat het betekent om als vreemdeling in een ander land te verblijven? Ver weg van huis zonder familie. De taal die je niet verstaat, gewoonten die je niet kent, de humor die je niet begrijpt, andere manieren van geloven… Nee, je kunt je dat niet voorstellen, als je het zelf niet hebt meegemaakt! Het ergste vond ik nog de blikken van de mensen in dat vreemde land, blikken die me lieten voelen: jij hoort hier niet, jij neemt de plaats in van onze meisjes, jij bent minder dan wij.’

Haar verhaal heeft me nooit meer losgelaten. Sterker, ik zie haar steeds weer verschijnen tot op de dag van vandaag.

Verlegenheid

De discussie over migratie en vluchtelingen beklemt me. Er wordt van alles geroepen, in en buiten de politiek. Niemand kan precies aangeven hoe we met de op drift geraakte wereld dienen om te gaan. Het wereldwijde drama van ontheemding lijkt vooralsnog niet meer te stoppen. Als predikant voel ik me ermee verlegen. Het schuurt van binnen wanneer ik voor de zoveelste keer in het zondagse Kyriëgebed de verdwaalden van de aarde noem. Soms knaagt het aan me: wat doe jij? wat kun jij?

Veel hoofdpersonen in bijbelse verhalen hebben in het eigen bestaan de donkerte van ontheemding ondervonden

Liefde, gastvrijheid, aandacht – het zijn basisbegrippen van het christelijk geloof. Maar probeer ze eens concreet toe te passen rondom de migratie! Laten we eens kijken of de Bijbel kan helpen om richting te geven aan ons denken en voelen.

Gastvrij is een groot goed, zegt de Bijbel

De Bijbel is grotendeels ontstaan in perioden van ballingschap en vervolging. Bijna op elke bladzijde voel je de angstige adem van mensen die worden opgejaagd en leven in vervreemding. Mensen van overal en nergens thuis.

Nagenoeg alle hoofdpersonen in bijbelse verhalen en gedichten hebben in hun eigen bestaan de donkerte van ontheemding ondervonden. Abraham, weg uit het vertrouwde, op zoek naar een nieuw land. Hagar, verdreven uit haar huis en levend in de woestijn. Jakob op de vlucht voor zijn broer. Jozef, gedumpt als afval en meegenomen naar een vreemd land. Israël op zoek naar eten in het buitenland, en daar vernederd worden tot slaaf. Eeuwen later deporteren buitenlandse legers hetzelfde volk naar Babylonië. Psalmdichters bezingen de ellende van hun vreemdelingschap. Het kind Jezus slaat met zijn ouders op de vlucht. Talloze ontmoetingen heeft hij later met buitenstanders, mensen niet aanvaard en niet welkom. De volgelingen van Christus worden in de eerste eeuwen van onze jaartelling ongenadig vervolgd.

Kortom: het Woord waaruit wij christenen proberen te leven, is sterk gekleurd door de verhalen van mensen zonder thuis, op zoek naar veilige havens. Onze geloofsbron is niet los van die harde werkelijkheid te lezen. Ons daarvan bewust te zijn, is een voorwaarde om verder te komen.

De waarden achter de normen

Er is in de Bijbel een tendens om de buitenstaander naar binnen te halen. Overigens zijn er ook voorbeelden waar de vreemdeling wordt buitengesloten. Maar de teneur is: beschermende aandacht voor allen die van buiten komen. Aandacht verwoord in heilige spelregels. Zijn zulke teksten, zoveel eeuwen geleden ontstaan, vandaag toepasbaar?

Een voorbeeld. In Leviticus 23:22 staat: ‘Ga bij het binnenhalen van de oogst niet tot aan de rand van de akker en raap wat blijft liggen niet bijeen, maar laat het liggen voor de armen en de vreemdelingen. Ik ben de Heer, jullie God.’

Deze norm kunnen wij zo niet handhaven. Onze wereld ziet er zo anders uit. Heeft daarmee die tekst zijn betekenis verloren? Nee, de norm is verouderd.

Maar achter de norm schuilt een waarde. Deze waarde moeten we opdelven en daar hedendaagse normen bij bedenken. Wat is de waarde? Dat mensen van buiten recht hebben op levensbehoeften. Een waarde die ons een richting wijst.

Een ander voorbeeld. In de Tien Woorden lezen we dat vreemdelingen, net als de mensen van het eigen volk, op sabbat niet hoeven te werken. Deze norm kunnen we niet zonder meer toepassen in onze tijd. De waarde erachter is wel van betekenis voor vandaag: vreemdelingen hebben recht op rust en bescherming tegen mensonwaardige belasting.

Nu komt de vraag: welke nieuwe normen zijn te bedenken bij die oude waarden? Welke spelregels kunnen hen, die verdwaald en ontheemd zijn, behoeden en rechten geven?

De migranten zijn de kerken een zorg Geloofsgemeenschappen kunnen nadrukkelijker aan de gang gaan met die vragen. Zij hoeven geen politieke oplossingen te geven. Wel hebben zij de mogelijkheid om humane principes aan te reiken die rechtdoen aan mensen. De volgende stappen kunnen we zetten:

• wij kijken eerlijk naar onszelf en onderkennen onze positie tegenover het vraagstuk;

• wij durven woorden te geven aan onze verlegenheid;

• wij gaan op zoek naar een bruikbare vertaalslag van bijbelse richtlijnen naar het dagelijks leven;

• in de bijbelse teksten delven wij de waarden achter onbruikbare normen op en bedenken nieuwe normen bij die waarden;

• de uitkomst van die bezinning leggen we neer bij allen die zich politiek en maatschappelijk bezighouden met migratie.

Gel oofsgemeenschappen kunnen humane princi pes aanreiken die rechtdoen aan mensen

Kerken, landelijk en lokaal, gaat aan de slag! Deze vijf stappen kunnen het verschil maken in een wereld vol vervreemding door de aanwezigheid van buitenstaanders.

En laten we ook vertellen dat het kan gebeuren dat de vreemdeling van ons meer mens maakt, zoals ik zelf heb ervaren:

Aarzelend ontgrendel ik de deuren

en ontsluit de vensters van mijn huis.

Bang ben ik voor ongenode gasten,

bevreesd voor onbekenden bij mij thuis.

Maar als de vreemde vogel binnenvliegt

en ik zijn ogen op mij zie gericht,

stroomt door mij heen een gloed van diep geluk,

die vreemde heeft een menselijk gezicht.

< Terug