< Terug

Afleren

Ik heb één groot Godmuseum in mijn hoofd. Grote, hoge zalen met krakend parket op de vloer, waar het ene beeld na het andere staat te wachten om bewonderd, bevoeld, afgetast, geproefd te worden. Gesneden uit hout, gegoten in brons, gehakt uit graniet. Sommige glad en zacht, andere ruw. Sommige lieflijk en schoon, andere doen mijn gevoel voor esthetiek pijn. Als ik uitgekeken ben op het ene, wend ik me tot het volgende. Als ik me het ene beeld goed ingeprent heb, kijk ik of het volgende beeld mij iets nieuws kan bieden. Zo dwaal ik rond in mijn verbeelding. Mijn hele harddisk propvol met gedachten en ideeën over wie, wat en hoe God is. Die beelden geven mij hoop, troost, houvast. Maar als ik er goed over nadenk, moet ik erkennen dat ze met God zelf maar bitter weinig te maken hebben. De beelden verhelderen niet – ze versluieren. En dat is nog zacht uitgedrukt. Ze ontnemen me het zicht op wie of wat of hoe ‘God-in-zich’ is. Daar komt mijn verbeeldingskracht nooit bij. Er zit niets anders op: God zal telkens weer moeten sterven opdat ik telkens opnieuw tot geloof kan komen.

Geloven is vooral afleren. Beeld voor beeld afbreken, om het enigszins gewelddadig te zeggen. Wat er overblijft? Misschien uiteindelijk niets dan mijn dagelijkse bestaan. De zorg voor en het ontvangen van zorg van man en kinderen, de mensen die in mijn buurt wonen, de mensen die op mijn pad worden gebracht. Het genieten van een rondje op de fiets door de polder en langs het meer. Het bereiden van een maaltijd met verse ingrediënten, het poetsen van de badkamer, het lezen van een boek. Weinig opwindend allemaal; niets hoogdravends, niets wereldverbeterends. Gewoon leven. Leven zonder beelden van hoe het zou moeten zijn, zonder beelden van hoe het zou kunnen worden. Maar misschien biedt dit ‘leven-zonder-waarom’ eindelijk ruimte voor God om zich te laten ervaren zoals hij is.

Marga Haas is theologe en redactielid van Open Deur (www.margahaas.nl)

< Terug