< Terug

Als je maar gelooft…

Zullen we ook ontvangen waar we om bidden? En zo niet, bidden we dan niet goed? Of geloven we niet krachtig genoeg? Hoe staat Jezus daar zelf in?
GERRY KRAMER-HASSELAAR
Mw. drs. G. Kramer-Hasselaar is bezoekmedewerkster in de kerk en psychologe. Zij is lid van de redactie van Ouderlingenblad.

‘Jezus zei tegen de leerlingen: ‘Heb vertrouwen in God. Ik verzeker jullie: als iemand van jullie tegen die berg zegt: “Kom van je plaats en stort je in zee”, en niet twijfelt in zijn hart, maar gelooft dat gebeuren zal wat hij zegt, dan zal het ook gebeuren. Daarom zeg ik jullie: alles waarom jullie bidden en vragen, geloof dat je het al ontvangen hebt en je zult het krijgen.’’ (Mar. 11:22,23,24)

Moeilijk, deze woorden van Jezus. Als je bidt en gelooft dat het gebeurt, dan zal het gebeuren. Zelfs het onmogelijke kan dan plaatsvinden. Maar hoe zit het met al die onverhoorde gebeden? Wat als je ziek bent, om genezing bidt en toch niet beter wordt? Of als je vurig verlangt naar een kind, God erom smeekt en toch niet zwanger wordt? Heb je dan niet genoeg geloof gehad? Dat wil er bij mij niet in. Ik kan me niet voorstellen dat Jezus dat hier bedoelt. Maar wat dan wel? Misschien helpt het om de context van deze woorden te bekijken.

Wat speelt zich hier af?

Marcus 11 begint met de intocht van Jezus in Jeruzalem. Jezus heeft zijn leerlingen al drie keer verteld over het lijden dat Hem te wachten staat. Voordat dit gaat gebeuren, wordt Jezus eerst als een koning de stad binnengehaald. Een dag later, als Jezus en zijn leerlingen opnieuw naar Jeruzalem gaan, hoopt Jezus wat vruchten te kunnen plukken van een vijgenboom onderweg. Hij heeft honger. Maar de vijgenboom blijkt geen vruchten te dragen. Het is niet het juiste seizoen. Dan vervloekt Jezus de vijgenboom.

In de stad bezoeken Jezus en zijn leerlingen de tempel. Daar ziet Jezus alle kooplieden en wisselaars. De tempel is een drukke handelsplaats geworden. Jezus maakt daar korte metten mee en gooit alles overhoop. Op de terugweg uit de stad wijzen de discipelen Jezus op de vijgenboom, die inmiddels verdord is. Jezus antwoordt met de betreffende woorden over de berg, geloven en bidden. Vervolgens zegt Hij nog iets anders, namelijk: ‘Wanneer je staat te bidden en je hebt een ander iets te verwijten, vergeef hem dan, opdat ook jullie Vader in de hemel jullie je misstappen vergeeft.’ (vers 25)

Hoe zit het met al die onverhoorde gebeden?

Op zoek naar begrip

In dit gedeelte van Marcus 11 staan meerdere ongemakkelijke gebeurtenissen en woorden. Waarom vervloekt Jezus de vijgenboom? Waarom gaat Hij zo tekeer in de tempel? Deze verhalen lijken niet overeen te komen met het beeld van een zachtmoedige en liefdevolle Jezus. En dan die moeilijke woorden over bidden en geloven? Uit het verhaal krijg ik de indruk dat Jezus moe is. Het zijn intensieve dagen. Ik kan me voorstellen dat Jezus teleurgesteld is in de mensen. Ze begrijpen zijn boodschap niet. Ze ontheiligen de tempel. Jezus lijkt boos. Menselijk toch?

De woorden over het verplaatsen van de berg spreekt Jezus als Hij en zijn leerlingen de gevolgen van de vloek over de vijgenboom zien. Zou het kunnen zijn dat Jezus schrikt van de macht van zijn woorden?

Als je bidt om kracht en probeert te vertrouwen, dan kan een berg verdwijnen…

En dat Hij zijn leerlingen wil waarschuwen voor de kracht van het gebed? Pas op waar je voor bidt, want als je gelooft, kan het echt gebeuren. Met de woorden die erop volgen raadt Jezus de leerlingen aan om anderen te vergeven. Anders ontvang je zelf ook geen vergeving. Staat de vijgenboom symbool voor de mensen? Geeft Jezus’ vloek uiting aan zijn boosheid over hun onbegrip? Kan het zijn dat Jezus in vers 25 tot inkeer komt? Later aan het kruis bidt Hij: ‘Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.’ (Luc. 23:34)

Nog een interpretatie

Misschien zijn Jezus’ woorden over de berg vooral symbolisch bedoeld. Allemaal kennen we in het leven moeilijke situaties. We lijken voor een onoverkomelijke berg te staan. Jezus voorziet zijn lijden. Wat komen gaat, drukt als een last op Hem. Verderop in het verhaal zien we Hem biddend worstelen in de hof van Getsemane (Mar. 14:32 ev). Jezus kan in Marcus 11 letterlijk op de Olijfberg wijzen. Daar gaat zijn lijden zich afspelen. Misschien praat Jezus zichzelf en zijn leerlingen moed in met de woorden over de berg. Als je bidt om kracht en probeert te vertrouwen, dan kan een berg verdwijnen. Ook al zijn het moeilijke woorden in Marcus 11, ik lees ze als aansporing om te blijven vertrouwen. God helpt ons over en door de bergen heen. Ook als iets onmogelijk lijkt, kan het toch gebeuren. En zelfs het einde is het einde niet.

Voor bezing en gesprek

1. Welke rol speelt bidden in uw leven?
2. Hoe ervaart u de tekst uit Marcus 11?
3. Heeft u wel eens ervaren dat God u door moeilijkheden heen hielp?

< Terug