< Terug

Bankieren tussen verspilling en nood

Voedselbanken in Nederland

‘Soms heb je niet genoeg geld om alle boodschappen te kopen die je eigenlijk nodig hebt voor jou en je gezin.’ Zo begint een filmpje op de site van Voedselbanken Nederland – een vereniging waarvan 169 voedselbanken lid zijn. Hun slogan haalt de twee kanten van het fenomeen al bij elkaar: ‘Oog voor voedsel, hart voor mensen.’

Want hoewel het meest zichtbare doel van voedselbanken is om mensen met een te krappe portemonnee een tijdje bij te staan, is een andere doelstelling een einde te maken aan voedselverspilling. Voedselbanken bemiddelen dus tussen overschot en tekort. Sinds de eerste voedselbank in 2002 in Rotterdam werd geopend is het een vertrouwde instelling in praktisch elke gemeente van Nederland geworden.

Initiatiefnemers en vrijwilligers

Voedselbanken zijn, zoals het jaarverslag van 2018 van Voedselbanken Nederland schrijft, ‘een initiatief ván de samenleving vóór de samenleving’. De overheid werkt wel samen met voedselbanken, maar is geen initiatiefnemer of financieel hoofdverantwoordelijke.

Een van de kernwaarden van voedselbanken is dat er uitsluitend vrijwilligers werken; landelijk een kleine 12.000. Hoewel een deel van de klanten van de voedselbank graag een meer wederkerige relatie zou willen hebben, zoals onderzoekers Mayke Kromhout en Lia van Doorn van de Hogeschool Utrecht aangeven, is het beleid van Voedselbanken Nederland dat ontvangers geen vrijwilligers kunnen zijn, omdat ervaring geleerd heeft dat dit problemen op kan leveren.

‘Een initiatief ván de samenleving vóór de samenleving’

Dat voedselbanken drijven op vrijwilligers, kan tot een zekere fragiliteit leiden waarin weinig personen veel werk verzetten en veel verantwoordelijkheid dragen. Inkadering in en ondersteuning via sociale instanties helpt de stabiliteit van de organisatie.

In het rapport Armoede in Nederland 2019 van kerken en kerkelijke organisaties werd duidelijk dat kerkelijke ondersteuning van voedselbanken groot is: het is het platform waar diaconieën landelijk het meest mee samenwerken, met name door collectes en voedseldonaties te organiseren. Daarnaast verlenen kerkelijke vrijwilligers immateriële steun en is de kerk een steunpunt voor voedselbanken.

Hoe komt het eten bij de voedselbanken en wat zit er in een pakket?

In de voedselpakketten zit eten dat ergens tussen producent en verkoop uit het proces is gehaald: dat kan zijn vanwege een overschot, om een verkeerd label op het product of omdat het product dicht of op de uiterste verkoopdatum is (en nog niet verkocht).

De aanvoer van goederen aan voedselbanken komt van verschillende kanten.

  • Ten eerste zijn er de banden met supermarkten, zowel regionale distributiecentra en plaatselijke vestigingen.
  • Ten tweede wordt er direct geleverd vanuit telers van groente en fruit.
  • Ten derde zijn er de voedselproducenten die direct hun producten – vaak houdbare zaken – leveren.
  • Tot slot zijn er de giften die de voedselbanken ontvangen van individuen en organisaties (zoals kerken), zowel in natura als in financieel.

Voor de voedselpakketten wordt geprobeerd zoveel mogelijk gezond voedsel te verstrekken, zegt Voedselbanken Nederland. Het introductiefilmpje vertelt de kijker: ‘Bij de voedselbank krijg je vooral eten zoals bijvoorbeeld brood, koffie of verse groenten en fruit. Soms zijn er ook andere dingen zoals schoonmaakspullen, deodorant of maandverband.’ In 2018 – de jaarcijfers voor 2019 zijn nog niet beschikbaar – werden er in totaal 44 miljoen producten uitgegeven door voedselbanken.

Dat de realiteit vaak minder rooskleurig is, blijkt uit het onderzoek van Wageningen Universiteit. Hilje van der Horst, Stefano Pascucci en Wilma Bol ontdekten in interviews met klanten van de voedselbank dat het voedsel in de pakketten die zij ontvangen bijna altijd óp of óver de uiterste houdbaarheidsdatum is en dat er zelfs regelmatig bedorven voedsel wordt uitgedeeld. Ook bevatten de pakketten vaak veel lang houdbare producten met veel vet en suiker.

Wie zijn de klanten?

In 2018 maakten 140.000 mensen (33.000 huishoudens) gebruik van de hulp die door voedselbanken wordt gegeven. Van de klanten van de voedselbank was 38% kinderen en jongeren onder de 18 jaar (52% van de huishoudens zijn gezinnen, de meerderheid daarvan zijn één-ouder-gezinnen). Voor 2019 lopen de prognoses op naar 150.000 personen.

Mensen komen bij een voedselbank terecht om verschillende redenen: werkelozen en mensen met (zeer) lage inkomens; kleine zelfstandigen die niet genoeg inkomsten genereren om van rond te komen of failliet zijn gegaan; en mensen die om persoonlijke redenen, zoals ziekte of echtscheiding niet (meer) voldoende geld hebben.

Instanties, ook die van de overheid, verwijzen mensen door naar de voedselbank wanneer in het proces van ondersteuning blijkt dat ze ervoor in aanmerking zouden kunnen komen.

In een eigen intake van de voedselbank wordt bekeken of iemand inderdaad in aanmerking komt voor een voedselpakket. Voedselbanken Nederland geeft aan dat na aftrek van alle vaste lasten er aan inkomsten niet meer mag overblijven dan € 230 voor een alleenstaande voor eten en kleding per maand. Per extra bewoner op een adres/kind mag daar € 95 bovenop geteld worden. Vaak gaat hulp ontvangen van de Voedselbank gepaard met andere vormen van hulp, zoals sociaal-juridisch advies omtrent regelgeving en sociale voorzieningen.

Schaamte …

Dat mensen niet zo maar aankloppen bij de voedselbank blijkt uit het introductiefilmpje. Op een van de slides staat de tekst: ‘Je hoeft je nooit te schamen als je hulp van de voedselbank nodig hebt. Het is juist fijn dat de voedselbank er is voor iedereen die niet genoeg geld voor boodschappen heeft! Er komen veel mensen bij de voedselbank. Je bent niet de enige!’

Is deze goedbedoelde geruststelling afdoende om bij mensen in armoede, en met name mensen die met een inkomensval te maken hebben gehad, het gevoel van schaamte weg te nemen?

Het gevoel van schaamte en het ervaren van armoede wordt versterkt

… en waardigheid

De kwestie van schaamte over het ontvangen van voedselpakketten van de voedselbank kwam ook naar voren in een presentatie tijden het seminar Nurture and Culture (VU, 5 november 2019 – zie ook blz. 52).

Dr. Hilje van der Horst stelde, naar aanleiding van onderzoek dat zij had gedaan, de vraag naar de waardigheid van de ontvanger in de uitwisseling die plaatsvindt bij een voedselbank. Want als een van de doelstellingen van voedselbanken verspilling tegengaan is, wat is dan het eten dat wordt aangeboden in de ervaring van de ontvanger? Wat doet het met hun gevoel van waardigheid als mensen eten ontvangen dat bijvoorbeeld over de uiterste verkoopdatum is? Is dit een gewenste vorm van liefdadigheid?

Van der Horst en haar collega’s concludeerden dat de inhoud van de voedselpakketten en de houding van dankbaarheid die vrijwilligers verwachten, het gevoel van schaamte en de ervaring van armoede kunnen versterken.

Daarnaast blijkt het in de praktijk ook vaak niet mogelijk rekening te houden met de geloofsof levensovertuigingen of specifieke diëten, waardoor pakketten minder bruikbaar zijn voor een deel van de klanten van de voedselbank. Zo is er intussen in Rotterdam een halal voedselbank die rekening houdt met de islamitische regels over eten.

Nieuwe sociale status

Hille Hoogland en Jonathan Berg schrijven naar aanleiding van hun onderzoek naar schaamte bij klanten van de voedselbank in Amsterdam: ‘(het) gebruik (gaan) maken van de voedselbank geeft een nieuwe sociale status, waar de mensen zelf een negatieve associatie bij hebben die is gerelateerd aan de verwachtingen van de sociale omgeving.’

Mensen schamen zich er tegenover familie, vrienden en buren voor om niet rond te kunnen komen en zelfstandig de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Klanten gaven aan niet in de buurt van de voedselbank of met het krat producten gezien te willen worden.

Daarnaast concludeerden de onderzoekers dat ook de werkwijze van de voedselbanken niet helpt: bijvoorbeeld in de intake moet men inzage geven in de volledige financiële situatie. Ook ervaren mensen schaamte omdat ze niet meer kunnen kopen wat ze zelf nodig achten of gewend waren te kopen door de terugval in inkomsten.

Gelijkwaardiger relatie

Hoe kan waardigheid centraal staan, in plaats van ‘voedselverspilling’ of ‘het armoedevraagstuk’? Hille Hoogland en Jonathan Berg adviseren naar aanleiding van hun onderzoek in Amsterdam om te werken aan een gelijkwaardigere relatie tussen vrijwilligers, hulpverleners en klanten. Daarnaast suggereren ze de oprichting van ‘sociale supermarkten’ waar zowel vermogenden en minder vermogenden boodschappen kunnen doen uit de overschotten van de levensmiddelenindustrie: op die manier wordt ook het stigma van armoede weggenomen en kunnen mensen producten kiezen die religieus, cultureel en voor diëten toepasselijk zijn.

Model van ‘sociale supermarkten’ kan stigma wegnemen

Ook Hilje van der Horst noemde in haar presentatie tijdens voornoemd seminar de optie van een supermarktmodel als alternatief voor de voedselbank, maar om een andere reden: het tegengaan van het gebrek van voedselbankklanten aan keuze in producten. Voedselbanken Nederland stelde het supermarktmodel overigens ook als één van de doelstellingen voor 2019.

Van der Horst raadt ook aan dat er gekeken wordt naar hoe de relaties in de driehoeksverhouding leveranciers-vrijwilligers-klanten verbeterd kunnen worden. Leveranciers zouden voedselbanken niet moeten zien als een plek waar ongewenst eten gemakkelijk gedeponeerd kan worden. Ontvangers zouden de mogelijkheid moeten krijgen om bij te dragen aan het werk in de voedselbank, zodat ze meer invloed hebben op de inhoud van de pakketten en zodat de relatie tussen de vrijwilligers en de klanten als ‘gever’ en ‘ontvanger’ veranderen.

Dagelijks brood heden voor allen?

Er is nog een vierde, grotendeels onzichtbare, partij in het verhaal van voedselbanken en de noodzaak die daarvoor bestaat: de overheid. Voedselbanken ontvangen nauwelijks subsidies en worden over het algemeen gezien als een smet op het blazoen van Nederland.

In de politiek wordt er vanuit links perspectief gewezen op het gebrek aan sociale ondersteuning voor de financieel minder draagkrachtigen, terwijl rechts wijst op de bestaande regelgeving (bijstand en bijzondere bijstand) en die als afdoende beschouwt. Natuurlijk is de voedselbank geen structurele oplossing voor armoede – en dat pretendeert ze ook niet te zijn. Er lijkt echter geen politieke wil te zijn om beleid te vormen dat de problemen van zowel armoede (die stijgende is) als verspilling structureel aanpakt: dit wordt overgelaten aan bedrijven en burgerinitiatieven.

Voedselbanken zijn een deel van de oplossing voor armoede en verspilling, maar in die oplossing zijn de klanten helaas vaak de sluitpost: zij ontvangen voedsel dat niet (meer) geschikt wordt geacht voor de verkoop (en bij implicatie voor consumptie). Hun waardigheid is steeds weer in het geding door de schaamte en stigmatisering die zij ervaren bij het moeten aankloppen bij de voedselbank, in de interacties met de vrijwilligers en door de inhoud van het pakket. En dat is niet het beleg dat op het dagelijks brood zou moeten zitten.

Schaamte is een ongewenste bijwerking van het fenomeen voedselbank. De bovengenoemde suggesties voor het respecteren van de waardigheid van voedselbankklanten zijn dan ook broodnodig.

Nienke Pruiksma is stafmedewerker van de Nederlandse Zendingsraad en hoofdredacteur van TussenRuimte.

Literatuur

Voedselbanken Nederland, Jaarverslag 2018, voedselbankennederland.nl/wat-we-doen/beleid-en-jaarverslagen/.

Mayke Kromhout en Lia van Doorn, Voedselbanken in Utrecht. Deelnemers in beeld, Kenniscentrum Sociale Innovatie, Hogeschool Utrecht, 2013.

Hille Hoogland en Jonathan Berg, ‘Ervaringen van schaamte en psychologisch lijden door voedselbankklanten’, Journal of Social Intervention: Theory and Practice 2016, vol. 1, issue 1, 71-89.

Hilje van der Horst, Stefano Pascucci en Wilma Bol, ‘The ‘dark side’of food banks? Exploring emotional responses of food bank receivers in the Netherlands’, British Food Journal 2014, vol. 116, no. 9, 1506-1520.

< Terug