< Terug

Basisbeweging: Basale begrippen kort verklaard

Deze rubriek behandelt in vogelvlucht ‘grote onderwerpen’ uit de geschiedenis van kerk, kerkmuziek en liturgie. Het pretendeert geenszins volledigheid, maar is des te meer een uitnodiging tot verdere verdieping.

‘Basisbeweging’ is een parapluterm voor kritische onafhankelijke gemeenten uit de joodschristelijke traditie. ‘Basisbeweging Nederland’ is daarbij sinds 1978 tevens de formele naam voor het samenwerkingsverband waarin veel van deze gemeenten samenwerken. De Dominicusgemeente in Amsterdam is een van de bekendste voorbeelden van een Basisbeweging, de naam Huub Oosterhuis is er onlosmakelijk en ten diepste mee verbonden.

Ontstaan

Vrijwel alle basisgemeenten zijn ontstaan in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw. Er waren twee belangrijke redenen voor hun ontstaan: enerzijds het niet langer overweg kunnen met de dogmatische aspecten van de bestaande kerkgenootschappen, anderzijds een diepgeworteld verlangen naar maatschappelijk engagement, dat in de ogen van de oprichters van dergelijke gemeenten bij de bestaande kerkgenootschappen niet voldoende aanwezig was.

Invloed

De invloed van de Basisbeweging op de liturgie in diverse kerkgenootschappen is groot geweest. Het meest duidelijk geldt dat voor de grote hoeveelheid liederen die in de diverse liedbundels zijn terechtgekomen (in het Liedboek -Zingen en bidden in huis en kerk (2013) maar liefst 45 titels). Ook veel experimenten in de rooms-katholieke liturgie (bijvoorbeeld gezongen tafelgebeden met afwijkende teksten) zouden zonder de Basisbeweging niet hebben plaatsgevonden.

Tweede Vaticaans Concilie

Het ontstaan van de Basisbeweging(en) hangt samen met het Tweede Vaticaans Concilie, dat plaatsvond tussen 1962 en 1965. De bedoeling van deze kerkvergadering was om de rooms-katholieke kerk meer ‘bij de tijd’ te brengen (aggiornamento); onder andere werd het vieren van de liturgie in de volkstaal toegestaan. In Nederland werden de uitkomsten van het concilie op zeer verschillende wijze geïnterpreteerd, waardoor er in de jaren erna twee stromingen ontstonden: een behoudende stroming die vond dat de besluiten van het concilie veel te ver gingen, en een progressievere stroming die de uitkomsten niet vooruitstrevend genoeg vond. In de progressieve vleugel ontstond een sfeer van euforie (even zelfs leek het celibaat te worden afgeschaft) en vonden veel liturgische experimenten plaats, ook op plaatsen in de liturgie waar dat officieel niet was toegestaan. Dit leverde vaak gespannen verhoudingen op.

Kenmerken

Hoewel Basisgemeenten onderling sterk van elkaar kunnen verschillen, is er een aantal overeenkomsten. Allereerst zijn ze oecumenisch, niet in de zin van een officiële samenwerking tussen kerkgenootschappen, maar wel dat de beweging de scheidslijnen tussen die kerkgenootschappen overstijgt. Een ander belangrijk kenmerk is het maatschappelijke engagement: de Basisbeweging zet zich concreet in voor ‘gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping’. Zo werden in de Dominicuskerk in Amsterdam dakloze vluchtelingen opgevangen. In Basisgemeenten is (vrijwel) geen onderscheid tussen voorgangers en leken. In kerken waar die gelegenheid bestond, is de inrichting van de ruimte zodanig aangepast dat er feitelijk ook niet meer van een priesterkoor kan worden gesproken. Tekenend is de uitspraak van Huijbers: ‘de koorhekken zijn gesloopt, de hele kerk is koorruimte geworden’.

De liturgische taal van de Basisbeweging is doorgaans poëtisch en gelaagd. De teksten van Oosterhuis zijn nog steeds zeer populair, inmiddels niet alleen maar getoonzet door Huijbers, maar ook door Antoine Oomen, Tom Löwenthal en vele anderen. De liturgie zelf heeft doorgaans veel weg van de traditionele liturgie van de hoofddienst, met dien verstande dat men zich vaak weinig aantrekt van leesroosters of andere voorgeschreven elementen, en dat experimenten niet worden geschuwd.

Tweede Beeldenstorm

De aanvoerders van de Basisbeweging is wel verweten dat zij verantwoordelijk waren voor de zogenoemde Tweede Beeldenstorm, de periode waarin veel rooms-katholieke kerken van een groot deel van hun traditionele (veelal neogotische) inventaris werden ontdaan, waaronder communiebanken en vele heiligenbeelden. Hoewel het bestaan van die Tweede Beeldenstorm maar moeilijk kan worden ontkend, moet ter nuancering worden gezegd dat het neogotische interieur van de Amsterdamse Dominicuskerk, brandpunt van de Basisbeweging, vrijwel ongeschonden bewaard is gebleven.

Huub Oosterhuis -Bernard Huijbers

Aanvankelijk was Oosterhuis priester en jezuïet. In die hoedanigheid kwam hij naar Amsterdam, waar hij door pater Jan van Kilsdonk (eveneens jezuïet) werd gevraagd bijdragen te leveren aan de vernieuwing van de liturgie, in de door Van Kilsdonk opgerichte Studentenekklesia. In Amsterdam werkte hij veel samen met componist Bernard Huijbers (1922-2003), op dat moment verbonden aan de Dominicuskerk. Honderden teksten van Oosterhuis werden door Huijbers getoonzet, vele daarvan kwamen terecht in zowel rooms-katholieke als protestantse liedbundels, en ook in het buitenland. In Door podium en zaal tegelijk, een bundel essays over volkstaalliturgie en muzikale stijl, zet Huijbers zijn ideeën uiteen. Na een conflict over het celibaat werd Oosterhuis uit de jezuïetenorde gezet en geschorst als priester. Onder andere omdat Huijbers door de generaal-overste van de jezuïeten werd verboden nog langer mee te werken aan de initiatieven in de Dominicuskerk, trad ook Huijbers uit. Uiteindelijk scheidden ook de wegen van de Dominicuskerk en het toenmalige bisdom Haarlem: sinds 1990 is de Dominicus geen rooms-katholieke parochie meer, maar een zelfstandige gemeenschap, geheel onafhankelijk van welk kerkgenootschap dan ook.

< Terug