< Terug

Begeleiding als je een broer of zus verloren hebt

Ook in de kerken worden rouwenden die een broer of zus verloren hebben, vaak over het hoofd gezien.
Over vormen van begeleiding voor wie rouwt om het verlies van een broer of zus.

Met wie kun je praten?

Veel mensen die een broer of zus verloren hebben vinden het fijn om met lotgenoten in contact te komen. Dat is mogelijk via Facebook in de groep Siblinggrief, een groep voor lotgenotencontact voor mensen met een verlieservaring van een broer of zus. Of misschien is er iemand in je omgeving die ook een broer of zus heeft verloren en kun je met haar of hem erover praten. Als je geen lotgenoot kunt vinden of liever met een professional praat, kun je naar een hulpverlener gaan. Idealiter is dat iemand die ook ‘ervaringsdeskundige’ is en de verschillende aspecten van dit specifieke rouwproces herkent.

Omdat er nauwelijks onderzoek naar gedaan is en er weinig publicaties zijn verschenen over rouw van volwassen broers en zussen, blijft het voor hulpverleners moeilijk om het rouwproces te onderkennen. In hun opleiding of vakliteratuur zijn ze het niet tegengekomen. De vraag is zelfs of ze zich realiseren dat ook op de dood van een broer of zus een rouwproces volgt. Dat zal ze zeker duidelijk worden als ze horen hoe belangrijk je broer of zus voor jouw leven is geweest.

Een hulpverlener die oog heeft voor dit rouwproces kan je helpen om het verlies te erkennen en te herkennen. Daardoor leer je jezelf en je eigen functioneren beter begrijpen en krijg je duidelijk in beeld wat er is veranderd in je leven door de dood van je broer of zus. Hoe je zelf bent veranderd en hoe je omgeving is veranderd.

Als je bij een kerk hoort, verwacht je misschien dat er vanuit de gemeente aandacht zal zijn voor het verlies van je broer of zus. De kerk is toch ‘een gemeenschap van broeders en zusters’? Dan zal er in de kerk toch zeker erkenning zijn van het feit dat het leven van je broer of je zus waardevol geweest is en ertoe doet?

Ze weten het hier in de kerk wel, maar niemand is langs geweest. De predikanten hebben ook niets van zich laten horen. Broer-zus relaties zeggen hen niet zo veel.

(Corien, 68)

Ook in de kerken worden rouwenden die een broer of zus hebben verloren vaak over het hoofd gezien:

Als iemand een partner verloren heeft dan gaan mensen daar op bezoek, er wordt aandacht aan besteed, ook vanuit de kerk, maar misschien zou het ook mooi zijn als er aandacht voor was als een broer of zus overleden is. Het komt niet vaak voor dat mensen vragen hoe je de dood van een broer of zus verwerkt.

(Willy, 83)

Soms lijkt het er zelfs op alsof in christelijke kringen niet veel waarde aan broers en zussen wordt gehecht. Dan wordt gewezen op een tekst in Marcus waar Jezus nadat hij te horen heeft gekregen dat zijn moeder en zijn broers gearriveerd zijn en hem zoeken, antwoordde: ‘Wie zijn mijn moeder en mijn broers?’ Hij keek de mensen aan die in een kring om hem heen zaten en zei: ‘Jullie zijn mijn moeder en mijn broers. Want iedereen die de wil van God doet, die is mijn broer en zuster en moeder.’ Dit antwoord wordt soms gebruikt als een aanmoediging om onze biologische broers en zussen te negeren en vooral buiten onze familie actief te zijn. Dat lijkt me de omgekeerde wereld, hoewel je zeker voor veel meer mensen een liefdevolle broer of zus kunt zijn dan alleen voor je eigen broers en zussen.

Zowel voor mensen die met broers en zusters opgegroeid zijn, als voor mensen die enig kind zijn, is het een hele kunst om ‘als een broer of zus’ voor anderen te zijn. De Bijbel nodigt ons uit en spoort ons aan om een broer of zus voor onze medemensen te zijn, maar het is ook de Bijbel die meer dan duidelijk maakt dat broederschap en zusterschap geen eenvoudige opgave is …

Als een zus

Je mag van een begeleider verwachten dat zij ‘als een zus’ of dat hij ‘als een broer’ voor je zal zijn. De menselijke kwaliteit, de zusterlijke of broederlijke kwaliteit, staat op de voorgrond.

Kan ze zich werkelijk inleven in je verhaal? Kan hij zijn hart voor je openstellen? Anneke (33) vertelt hoe goed ze is opgevangen door een predikantenechtpaar dat haar, 20 jaar na de dood van haar kleine broertje, hulp aanbood:

Tijdens een catechisatie ging het over dingen uit je verleden, en het ging erom dat je ze een plek geeft en dan doorgaat, niet steeds achterom blijft kijken. Je moet vooruit kunnen gaan. Toen heb ik zoiets gezegd als: ‘Dat is wel makkelijk gezegd’ en toen begreep hij mij en zei hij: ‘Als je wilt praten bel me dan maar, dan maken we een afspraak’. Ik ben toen een paar keer bij hem geweest. Hij en zijn vrouw hebben mij eigenlijk heel goed geholpen. Ze hebben me toch dingen laten zien die ik zelf niet zag, bijvoorbeeld dat ik 4 jaar was toen het gebeurde maar dat ik alle jaren daarna mijzelf eigenlijk meer verantwoordelijkheid had gegeven dan je kunt verwachten van een kind van 4. Hij vroeg op een gegeven moment aan mij: ‘Kijk eens om je heen naar kinderen van 4, denk eens aan een kind van 4’. En toen kon ik er niet eens een bedenken, dat was echt heel gek.

Als een hulpverlener je verdriet serieus neemt, helpt zij (of hij) jou ook om je eigen verdriet serieus te nemen. Zij kan door haar manier van aanwezig zijn laten voelen dat je broer of zus aandacht waard is en was en dat jij als overgebleven broer of zus dezelfde aandacht waard bent. Ze zal waarschijnlijk regelmatig de naam van je broer of zus noemen, dat zal je mogelijk ontroeren maar het zal je ook als muziek in de oren klinken.

Een begeleider is iemand die je helpt om te zien dat het leven verder gaat en de moeite waard blijft. Dat er weer andere mensen op je pad zullen komen die zich als een broer of als een zus tot jou willen verhouden en die je de gelegenheid zullen bieden om je weer een broer of zus te voelen:

Ik heb veel steun van de dominee. Hij heeft me erg geholpen om het verdriet een plek te geven en een stuk zingeving in dit alles te zien. Toen mijn moeder er nog was, en zij zelf nog niet ziek was, heb ik veel aan mijn moeder gehad. Bij haar vond ik een plek waar ik nog met iemand kon praten die mijn verdriet begreep. Dat was heel belangrijk voor me en dat is het eigenlijk nog: een plek vinden waar ik kan praten over mijn verdriet met mensen die me begrijpen. Veel familie, vrienden en kennissen zijn er al gauw niet meer mee bezig. Ik merk dat ze dan weinig kunnen met mijn verdriet. (Yvonne, 38)

Gespreksgroepen, rouwgroepen en workshops

Misschien trekt het je niet aan om individuele gesprekken te gaan voeren over het verlies van je broer of zus en zou je er liever in een groep over willen praten. Meestal is er in de omgeving wel een rouwgroep te vinden, hoewel daar over het algemeen weinig broers en zussen aan deelnemen. Je kunt natuurlijk vragen of er een speciale groep voor broers en zussen gestart kan worden.

In de gespreksgroepen vinden mensen steun in de verhalen van andere broers en zussen:

Ik ben naar de gespreksgroep van vier avonden gegaan. Ik vond daar vooral steun in de verhalen van lotgenoten. Het hielp mij ook om het verlies als een echt verlies te erkennen. Want daar ben ik van overtuigd. Ook al was mijn band met mijn broer niet hecht, ik heb wel een broer verloren die nog maar 44 jaar was, en dat is een groot verlies. Ik zal hem echt nooit meer zien. Als ik dat tot me door laat dringen, kan ik het nog steeds moeilijk bevatten.

(Netty, 39)

Juist doordat ze er over het algemeen weinig of niet over gesproken hadden, waren de deelnemers vaak heel erg geroerd als ze hun verhaal wel vertelden of de verhalen van anderen hoorden. Zoveel verdriet, soms nog zo lang na de dood van een broer of zus, dat had ik niet verwacht toen ik begon met de gespreksgroepen. Ik had eigenlijk aangenomen dat andere mensen er wel ‘beter’ mee omgegaan zouden zijn dan ik. In mijn naïviteit dacht ik een gespreksgroep over een ‘thema’ aangeboden te hebben. Maar het was geen thema voor de deelnemers, het ging om hun leven.

Had ik het beter een rouwgroep kunnen noemen? Misschien is de drempel van een ‘gespreksgroep’ lager dan die van een ‘rouwgroep’. Eigenlijk denk ik dat iedere gespreksgroep over een verlies ook een rouwgroep is. In een gespreksgroep maak je als het ware een begin met het onder ogen zien van het verlies en dat kan voldoende zijn op dit moment in je leven. Ook voor mensen die menen dat het verlies van een broer of zus hen niets doet, kan een gespreksgroep net wel een passend aanbod zijn. Een gespreksgroep kan ook dienen als een voorbereiding op een rouwgroep, waarin je er met elkaar dieper op in kunt gaan en er meer ruimte en tijd is voor emoties. In een rouwgroep stappen mensen die zich al heel goed realiseren dat ze verdriet hebben:

Door het verlies van mijn zus (47), heb ik het verlies van mijn vader dat nooit goed verwerkt was en diep weggestopt zat, opnieuw beleefd. Want in de gespreksgroep heb ik toch gemerkt dat hoe moeilijk soms ook, hardop erover praten met lotgenoten een goede manier van verwerking is. Beter dan maar niet willen of durven ‘voelen’. Je moet door zo’n proces heen, door alle lagen ervan. Er is daardoor veel onrust in mij opgelost, en dat voelt veel beter. Ik kan het allemaal beter een plek geven en de goede herinneringen weer ophalen en erover praten zonder dan weer al te emotioneel te worden. (Ingrid, 46)

Als je met elkaar gaat praten over de overleden broers en zussen, komen er veel emoties omhoog, waardoor je de pijn van je eigen verlies scherper gaat voelen. Soms vindt een deelnemer dat zo moeilijk dat ze het gevoel heeft dat je er beter niet over kunt praten omdat ‘anders alles weer omhoog komt’. Maar is het niet juist de bedoeling dat je gevoel een plaats krijgt? Dat het verdriet er mag zijn, zodat je tot rust kunt komen?

Ik vond de gespreksgroep niet altijd even gemakkelijk om naar toe te gaan. Het was vaak heftig, vol emoties, gevoelens die je liever wegstopt toch te moeten benoemen. Maar het blijkt toch zinvol te zijn, want ik ben er echt beter uit tevoorschijn gekomen.

(Kees, 30)

Juist als er veel onverwerkt verdriet in je huist, komt alles weer omhoog als je erover praat met mensen die echt geïnteresseerd zijn in je verhaal. Als je jezelf dat toestaat, komt er op den duur ook een moment dat je over je broer of zus vertelt zonder dat je gevoelens je overspoelen. Dat het verhaal je niet meer in zijn greep heeft.

Ik ben blij dat ik naar de gespreksgroep ben gegaan. Ik kijk er nog steeds met een goed gevoel op terug. Het waren bijzondere mensen en ik merk dat veel dingen nu een plek gekregen hebben. Ook mijn broer mag er weer zijn. En het vreemde is dat ik vorige week de aanwezigheid van mijn broer heel sterk heb ervaren. Ik kwam thuis in mijn woonkamer en ineens rook die kamer heel sterk naar het huis van mijn broer (aftershave en sigaretten, geen onprettige lucht, maar heel sterk zijn lucht). Het was even heel sterk en toen zakte het weer af. Het gaf mij het gevoel dat hij nu naar mij toekwam en een teken gaf dat het goed was.

(Yvonne, 38)

In de gespreksgroepen vindt een gelijkwaardige uitwisseling plaats. Als de begeleider ervoor zorgt dat iedereen evenveel tijd krijgt om iets te vertellen, ontstaat er een klimaat waarin ieder verhaal ook werkelijk op zichzelf staat. Het ene verhaal is niet belangrijker dan het andere. Iedere broer of zus is even belangrijk. Het ene verdriet is niet groter dan het andere, ieder verdriet is anders en persoonlijk. Ieder draagt zijn of haar eigen verlies.

Ook het volgen van een workshop voor mensen die een broer of zus verloren hebben kan een mooie manier zijn om rustig aandacht en tijd te besteden aan het gemis van je broer of zus. Een workshop is een bijeenkomst van een of meerdere dagen, waarbij er ieder dagdeel oefeningen en opdrachten gegeven worden om je eigen verhaal in beeld te krijgen. Het zijn inspirerende dagen, die zeker niet alleen verdrietig zijn maar ook je creativiteit en levenslust aanspreken en versterken.

Je broer of zus een plaats geven

De begeleiding is erop gericht dat je je broer of je zus de plaats in je leven geeft die hem of haar nu toekomt. Dat gebeurt niet alleen in gesprekken met andere broers en zussen, maar ook door actief iets te gaan doen en concrete vormen te vinden om de verbondenheid met je broer gestalte te geven. Misschien wil je een foto van je broer laten vergroten of een fotocollage maken. Of een herinneringsboek aanleggen waarin veel verschillende aspecten van je zus aan bod komen. Daarin kun je ook verslagen opnemen van gesprekken die je met vrienden en collega’s van je zus gevoerd hebt.

Liesbeth Drijber heeft het verlies van haar zusje en de periode daarna weergegeven met teksten en schilderingen in een fijnzinnig boekje getiteld Alles anders. In de inleiding schrijft ze:

Dagboekfragmenten, gedichten en schilderijen kwamen uit mijn hart en hielpen mij alles op een rij te krijgen in deze verwarrende tijd … Het voelde alsof ik als een blinde tastend mijn weg zocht, struikelend op mijn eigen manier. Deze indringende gebeurtenis hoe moeilijk ook, heeft voor mij ook positieve dingen gebracht en nu wil en kan ik weer verder met het LEVEN.’

Ook het schrijven van een brief aan je broer of zus kan helpen om je diepste gevoelens en gedachten over zijn of haar dood onder ogen te zien. Het hoeft geen afscheidsbrief te zijn. Het gaat om de brief die je vandaag schrijft. Je zou ook een bepaalde periode iedere dag een brief aan hem of haar kunnen schrijven, zodat je voor jezelf ziet hoe je gedachten erover veranderen:

Lieve Anny,

We kunnen elkaar niet meer ‘lijfelijk’ zien. Maar vergeten doe ik je nooit. Als er al een hemel is, en daar wil ik graag in geloven, dan zullen ons ‘denken ‘ of onze ‘ziel’ of hoe je het ook mag benoemen, elkaar zeker weer ontmoeten! Want onze lichamen blijven op aarde als we gestorven zijn, maar onze ‘ziel’, onze ‘gedachten’ zullen altijd voortbestaan.

Lieve Anny, tot dan! Liefs van je zusje. (Hanneke, 46)

Als je spontaan schrijft, zal het je verbazen wat je hem of haar te melden hebt, je betrapt er als het ware je eigen gevoelens en gedachten mee. Maar het schrijven van een brief is ook een uiting van verbondenheid en een manier om je verbonden te blijven voelen:

Lieve Rianne,

Wat is dit moeilijk om je te schrijven, terwijl je al zoveel gemist hebt van mijn leven. Voor mijn gevoel is jouw leven zomaar gestopt, ’t was nog niet af, te vroeg om te moeten sterven. Ik denk vaak aan onze kinderjaren, jij een echt klein zusje. Toch al zo zelf iemand, met een eigen wil, ja eigenwijs vond ik je!

Later iets van geheim, of niet te doorgronden, had je. Dat is het gevoel, wat nu nog vaak bovenkomt. We hadden eerlijker en opener moeten zijn naar elkaar toe. Maar ik weet, dat we dat geprobeerd hebben, er zat niet meer in, denk ik. Maar je aanwezigheid in mijn leven zal ik altijd blijven voelen.

(Yvonne, 57)

Verlies en afscheid nemen horen bij het leven. Ben je bereid om met die beweging mee te gaan? Het oude leven van je broer of zus los te laten en hem of haar een nieuw leven te gunnen? Dan wordt je broer of zus steeds minder een monument van verdriet voor je en steeds meer een inspiratie of zelfs een opdracht voor je eigen toekomst.

Het valt me op dat ik steeds meer praat over mijn zus. Dat ik haar steeds vaker betrek in een gesprek. In contact met goede vrienden met name. Het is prettig om rustig over haar te praten, over haar goede kanten, over haar tekortkomingen. Alsof ze er nog is. Niet meer hier, maar ze is er nog wel. Ik denk dat ik op deze manier ook met haar kan groeien, ouder kan worden.

(Vincent, 36)

Dit is een gedeelte van hoofdstuk 9 uit Als je een broer of zus verliest van Minke Weggemans (KokBoekencentrum, Utrecht, 2020, tweede verbeterde en aangepaste editie)

Kijk voor meer informatie ook op: www.alsjeeenbroerofzusverliest.nl

Minke Weggemans is studeerde Sociaal Cultureel en Maatschappelijk Werk, Pastoraal Werk en TheologieZe is Master Practitioner NLP (Neuro Linguistisch Programmeren). Sinds 1990 heeft ze een praktijk voor Zingevingsvragen rondom verlies- ervaringen en haar werk is nu geheel gefocust op het verlies van een broer of zus en de mogelijkheden om rondom dit verlies innerlijke vrede te ervaren en geïnspireerd verder te kunnen leven.

< Terug