< Terug

Bergen achter je laten

Vanuit de verte gezien, kan iemand eng en gevaarlijk lijken. Maar wie je in de ogen leert kijken, kan zomaar opeens je vriend worden.
Folly Hemrica is straatpastor in Leiden (www.straatpastoraatleiden.nl).

Een Engels kinderverhaal vertelt van een reus die steeds groter wordt als je verder bij hem vandaan gaat. Een soort omgekeerd perspectief dus. Normaal gesproken wordt iemand steeds kleiner als je wegwandelt, tot hij uiteindelijk een stipje aan de horizon wordt. Bij deze reus is het precies andersom. Hij wordt steeds groter naarmate de afstand groter wordt. Een eenzame reus is het, iedereen blijft bij hem uit de buurt. Als mensen hem zien, rennen ze weg en valt zijn enorme gestalte als een schaduw over hen heen. Eén meisje vindt dat jammer voor de reus; in plaats van weg te rennen loopt ze naar hem toe, en zo ontdekt ze dat hij dan steeds kleiner wordt! Tot ze bijna oog in oog staan en elkaar aan kunnen kijken. Aan dat kinderverhaal moet ik vaak denken in mijn werk als straatpastor. Want ook daar is het zaak je niet te laten afschrikken door de reuzen die ik op straat tegenkom. Wie je op afstand houdt, lijkt eng en gevaarlijk. Maar wie je in de ogen leert kijken, kan zomaar opeens je vriend worden.

EEN ONGEWASSEN REUS

Neem nou de Ethiopische Niclas. Hij werd uit de daklozenopvang gezet omdat iemand zich door hem bedreigd voelde. Dat is niet moeilijk te begrijpen, want Niclas is twee meter en heeft het postuur van een Amerikaanse basketballer. Zijn stem klinkt als een klok en dat spreekt niet altijd in zijn voordeel. Na vijf hulpverleners en veertien maanden wachten op een huis, belde hij me in tranen op. Ik trof een ongewassen reus die al drie nachten buiten had geslapen, een heel moe mensenkind. Nog steeds belt hij me af en toe op en noemt me dan ‘moeder’. Dat is een goede Afrikaanse gewoonte en bovendien: geen moederlijker vak dan dat van dominee.

MISSCHIEN VALT HIJ MEE

Een paar weken geleden heeft hij eindelijk een huis gekregen. Als ik hem bezoek tref ik op de trap zijn buren, die me maar meteen vertellen dat ze een beetje bang voor hem zijn. ‘Hij is zo groot en hij heeft zo’n harde stem’, biecht de buurvrouw op. Ik vertel haar het Engelse kinderverhaal en ze kan er hartelijk om lachen. ‘Morgen vraag ik hem op de koffie’, zegt ze, ‘misschien valt hij mee!’ Niclas treft het met zo’n buurvrouw. Ze is in staat de berg van wantrouwen en angst achter zich te laten en de reus in de ogen te kijken. Daar kan nog iets goeds ontstaan!

< Terug