De steeds weerkerende laatste maaltijd van Jezus

Een onmogelijke opdracht is het om in een kort artikel het laatste avondmaal van Jezus uit te leggen! De lezers zijn dus gewaarschuwd: ze zullen op hun honger blijven zitten. Wat volgt zijn niet meer dan enkele snapshots om de betekenis van een mysterie te ontrafelen. Het zijn wel noodzakelijke beelden die worden opgeroepen: het beeld van de maaltijdgeschiedenis in Israël, het beeld van Jezus’ laatste maaltijd zelf (volgens Marcus en Matteüs) en het beeld van wie vandaag die maaltijd overdoet.

Aperitief

Het was maart 1982 toen ik een kerkdienst voor kinderen (in aanwezigheid van volwassenen) tijdens de veertigdagentijd mocht ‘animeren’ (anima inblazen dus, begeesteren). Powerpoint bestond nog niet en ik deed het aan de hand van een hongerdoek, een catechetisch visueel hulpmiddel dat door de Duitse organisatie Misereor werd verdeeld. Het doek was van de hand van de Ethiopische kunstenaar Alemayehu Bizuneh. Ik vroeg de kinderen welke van de elf taferelen zij het mooiste vonden. Unaniem kozen ze voor afbeelding 10, links in het midden: het broodwonder. Ze hadden het herkend: de kleine jongen die brood geeft aan Jezus en de overvolle korven bij de grote menigte. Onbewust hadden ze voor een verhaal gekozen waarin een maaltijd centraal staat en kwamen zo bij een centraal thema in Jezus’ leven uit. Ik was blij met hun keuze. Jezus en maaltijden, ze zijn een onafscheidelijk duo. De Evangeliën staan bol van ontmoetingen aan tafel. Uitzonderlijk is dat niet want voedsel met elkaar delen is waarschijnlijk één van de verschijnselen die in alle culturen altijd en overal vol symboliek steekt. In de zin van: zeg me hoe en met wie je eet en ik zal je zeggen wie je bent en hoe je leeft.

Maaltijden, meer dan eten

In andere bijdragen in dit nummer lazen we hoe maaltijd houden ook in de Hebreeuwse Bijbel een krachtige manier is om diverse kenmerken van een gemeenschap vorm te geven. Het ligt voor de hand dat samen eten een sociaal gebeuren is. Wanneer Jakob offert roept hij ‘zijn verwanten’ bij elkaar om samen te eten (Genesis 31,54) en het is een wijze raad van Sirach: ‘Maak rechtvaardigen tot je tafelgenoot’ (9,16).

Jezus en maaltijden, ze zijn een onafscheidelijk duo

Maar eten is meer dan voedsel nuttigen. Het is ook de schepper erkennen van wie het voedsel komt. Hij die in den beginne met zijn woord heeft gesproken, heeft ook het voedsel gegeven. In de woestijn geeft Jhwh voedsel (Exodus 16) én zijn tien woorden (Exodus 19). En Ezechiël kauwt het woord als spijs (3,1-3). En hoezeer brood en voedsel noodzakelijk zijn om te overleven, ‘uw kinderen, Heer, moesten inzien dat het uw woord is dat ieder in leven houdt die op u vertrouwt’ (Wijsheid 16,26). Samen maaltijd houden betekent dus ook: je in een traditie plaatsen van generaties lang die het Woord tot zich nemen. Die relatie tussen God en zijn volk, uitgedrukt door de maaltijd, krijgt ook vorm door de vredeoffers in de tempel waarbij een deel van de offergaven wordt geschonken aan God, een deel aan de priesters en een deel aan de offeraars die het als maaltijd nuttigen (Leviticus 7,11-38; 10,14). Bij alle offers is het van belang dat het bloed en het vlees van elkaar gescheiden worden. Men kan niet over maaltijd in de Bijbel spreken zonder de liturgische maaltijd bij uitstek te vermelden. Steeds opnieuw moet men als herinnering van een oerervaring van Israël Pesach vieren:

Dit is een maaltijd ter ere van Jhwh, het Pesachmaal. (…) Die dag moet voortaan een gedenkdag zijn, die je moet vieren als een feest ter ere van Jhwh. (Exodus 12,11b.14)

In die maaltijd wordt het wezen van elke liturgie zichtbaar, namelijk dat men niet alleen feiten in herinnering brengt maar ook de betekenis ervan in het heden actualiseert. Pesachmaaltijd met elkaar vieren is een plek en een tijd creëren waar Jhwh en zijn volk elkaar opnieuw ontmoeten en de noodzaak en het diep verlangen naar bevrijding uitspreken. Al de overwegingen die hier werden gegeven, vormen de achtergrond van enkele betekenisvelden waartegen de maaltijden van Jezus, ook zijn laatste maaltijd, moeten worden begrepen.

Jezus’ laatste maaltijd in de joodse traditie

Jezus’ laatste maaltijd is niet uit de lucht komen vallen. Doordat we de woorden en gebaren van die maaltijd spontaan associëren met een avondmaals- of eucharistische context, lijkt het wel of Jezus de uitvinder is van wat er gezegd en gedaan wordt op dat ‘Laatste Avondmaal’. Maar niets is minder waar. Zijn laatste maal met zijn leerlingen staat in de eeuwenlange traditie van die memoriaalmaaltijd van Pesach die tot doel had de bevrijding uit Egypte te gedenken. Omdat de uiteindelijke redactie van Exodus 12,1-20 eeuwen na de ‘feiten’ is gebeurd, kan men van mening verschillen over hoe de beschrijving van die maaltijd precies historisch verbonden is met het vertrek van Israël uit Egypte. We kunnen in deze bijdrage over Jezus’ laatste maal evenmin dieper ingaan over de bestaande lentefeesten die bij de nomaden of in Kanaän al bestonden en die omgevormd werden tot het joodse Pesach (zie daarvoor de bijdrage van Bernice Brijan in dit nummer). Veel belangrijker dan wat er precies is gebeurd, is de diepe symbolische betekenis die aan de maaltijd is gegeven.

Zijn laatste maal met zijn leerlingen staat in de eeuwenlange traditie van die memoriaalmaaltijd van Pesach

Het Pesachmaal is het geheugen van Israël waarin de meest fundamentele Godservaring wordt verwoord in taal en teken: Jhwh is bevrijding uit slavernij, hoop en belofte, keuze voor zijn volk. Israël heeft Jhwh leren kennen in zijn geschiedenis. Die exodus uit Egypte was de bevrijding van een onderdrukt volk dat leefde in slavernij. En door die actie toe te schrijven aan Jhwh houdt Israël bij elke paasmaaltijd zichzelf steeds weer een spiegel voor: Pesach vieren is herinneren wat er is gebeurd, maar is ook oproepen om voortdurend te streven naar gerechtigheid voor wie onderdrukt is. Dat Jezus de paasmaaltijd in Jeruzalem houdt, is het gevolg van een beslissing aan het eind van de zevende eeuw voor onze tijdrekening. Ten tijde van Josia werd een boekrol gevonden bij de restauratie van de tempel.

En in het kader van de daaropvolgende centralisatie rondom de tempel werd beslist Pesach van nu af aan in Jeruzalem te vieren (zie 2 Koningen 23,21-23).

Historisch niet precies te achterhalen

Tot nu toe hadden we het over Pesach als context en kader om Jezus’ laatste maaltijd te begrijpen. De meerderheid van de historici is het er echter over eens dat die gebeurtenis waarschijnlijk geen paasmaal was. Dat heeft allemaal te maken met het verschil tussen de drie synoptische Evangeliën die de maaltijd wel op het tijdstip van het paasmaal situeren en het Evangelie volgens Johannes dat de maaltijd als een sabbatmaaltijd voorstelt. De meeste geschiedkundigen hebben dus een voorkeur voor de datering volgens Johannes die zoals de synoptici de maaltijd op een donderdagavond plaatst maar dat is de veertiende van de maand Nisan (de voorbereidingsdag van Pasen), terwijl de synoptici het avondmaal op de vijftiende Nisan plaatsen (Pasen zelf) en er dus een paasmaaltijd van maken. De vaststelling dat er twee versies over de chronologie van dit gebeuren bestaan, is een boeiend gegeven. Het is een duidelijke aanwijzing dat vanaf het begin van de overlevering van die maaltijd ook hier – zoals bij de Exodusmaaltijd – de betekenis van de herinnering veel belangrijker is dan de exacte historische weergave. In die zin verschilt het avondmaal van Jezus niet van de andere verhalen die in de Evangeliën worden verteld.

We zouden als lezers zo graag zekerheid hebben over wat er die laatste avond voor Jezus’ dood is gebeurd en gezegd. Maar helaas, verder dan ‘waarschijnlijk’ komen we niet. De uitleg in de NBV Studiebijbel is in dit verband zeer duidelijk:

In de loop van de geschiedenis hebben avondmaal en eucharistie aanleiding gegeven tot veel discussie en zelfs schisma’s. Gelet op de schaarse gegevens in het Nieuwe Testament is dat niet verwonderlijk. In dogma en belijdenis bestaat de behoefte om precies vast te stellen wat de betekenis ervan is. De Bijbelteksten laten dat echter niet toe. (NBV Studiebijbel, ‘Avondmaal’, p. 1897)

In de literatuurstudie spreekt men over opaciteit van een literaire tekst wanneer die niet honderd procent transparant is. Veel passages in de Bijbel zijn van zo’n dichtheid dat je er nooit dwars doorheen kunt kijken om te zien wat er precies is gebeurd. Ze werken op een andere manier in op de lezer. Omdat ze veel niet ingevulde leegtes hebben, bieden ze de kans verschillende interpretaties te geven. Bij het avondmaal van Jezus hebben we wat de chronologie betreft twee versies (synoptici/Johannes) die niet met elkaar in overeenstemming te brengen zijn. De lezers moeten dus noodzakelijkerwijze zelf aan de slag om uit te leggen. Het wordt nog interessanter als we bijvoorbeeld beseffen dat Johannes geen melding maakt van handelingen met brood en beker en dus niet van woorden die deze duiden. Of wanneer we zien dat de synoptici de maaltijd wel chronologisch als een paasmaaltijd duiden maar in de handelingen en de woorden helemaal niet de paasrite volgen. Wanneer we als lezers geconfronteerd worden met zoveel verschillen tussen de teksten dan bestaat het gevaar dat we ons gaan verdiepen in kleine details. We lopen dan snel het risico niet meer gegrepen te worden door de kracht van het verhaal in zijn geheel. Wat alle Evangeliën gemeenschappelijk hebben, is de geladenheid van het moment. We bevinden ons op de avond voor de dood van een charismatische profeet, een wijze leraar, een vriend, die beseft dat zijn leven voorbij is. En dat tijdens de hoogdagen van een religieuze kalender, terwijl de spanningen in de vriendengroep en daarbuiten voelbaar aan het oplopen zijn. Dat alles geeft aan die maaltijd een dramatische intensiteit die ongehoord is. We zijn er als lezers of toehoorders bij wanneer Jezus zijn laatste woorden zegt in besloten kring. Afscheid dus. Afscheidswoorden die ook de toehoorders aanbelangen: ‘Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken’ (Lucas 22,19).

Jezus’ woorden als duiding

Elke joodse maaltijd is altijd dankzegging en zegening. Groenten, fruit, water, …, ze krijgen allemaal een eigen kort zegengebed, voor en na het eten ervan. De specifieke regels en passende woorden zijn verwoord in de Mishna (Berakoth, zegeningen). Ook Jezus zegent en dankt bij het broodwonder (Marcus 6,41; 8,6). Het is niet anders tijdens het laatste maal. Jezus zegent het brood en dankt voor de beker, waarbij we reeds hebben opgemerkt dat de synoptische Evangeliën op geen enkele manier de bijzondere details van een Pesachmaaltijd met de twee broden en de vier bekers vermelden (om het nog niet te hebben over het ontbreken van het paaslam!). Alleen bij Lucas (22,17-18) hebben we een eerste beker die voorafgaat aan het brood en de beker (Marcus 14,22-24; Matteüs 26,27-28; Lucas 22,19-20). De weergave van de bijeenkomst in de Evangeliën is kort en de focus ligt op de duidingswoorden. Het zijn inderdaad Jezus’ woorden die het dramatisch karakter van het moment versterken.

Wie de synoptische tabel (zie blz. 46/47) vergelijkt, ziet dat de drie weergaves verschillend zijn. Er is wel een zeer grote overeenkomst tussen Marcus en Matteüs. En Lucas heeft dan weer een versie die aanleunt tegen de woorden die Paulus in de jaren 50 schrijft (1 Korintiërs 11,23b-25), woorden die hij heeft ontvangen en die teruggaan ‘op de Heer zelf’. Over het verloop van de maaltijd bestaan dus twee versies (Marcus en Matteüs; Lucas en Paulus) en die zijn allebei doordrenkt van de liturgische context waarin ze in de bijeenkomsten van de vroege kerk werden gebruikt. De woorden zeggen dus iets over hoe die gemeenschappen zichzelf toen hebben verstaan in relatie tot Jezus.

We beperken ons hier tot de versie van Marcus en Matteüs. Bij hen wordt het gebroken brood teken van verbondenheid (‘Neem hiervan’) van de leerlingen onderling, een verbondenheid die geworteld is in diegene die op een enigmatische manier zegt dat brood zelf te zijn (‘Dit is mijn lichaam’). Dit is niet zomaar solidair eten met elkaar. Het creëert ook bewustwording bij de deelnemers dat ze samen een lichaam vormen dat zich uitgedeeld heeft aan hen. De korte zin ‘Dit is mijn lichaam’ is een metafoor en is niet van de orde van het intellectueel begrijpen. Het is mystieke taal waarbij wie de woorden hoort elke keer opnieuw de betekenis ervan probeert te doorgronden en te zien hoe ze in het leven zelf zin krijgen. Het brood dat gegeven wordt, is het lichaam dat Jezus zelf zal schenken in zijn dood. Jezus’ duiding van het brood als zijn lichaam is een samenvatting van zijn hele leven en van zijn verkondiging, op een unieke ondoordringbare manier samengevat in de paradox:

Ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij en het evangelie, zal het behouden. (Marcus 8,35)

Dezelfde mystieke duiding vindt plaats bij de woorden over de wijn: ‘Dit is mijn bloed van het verbond’. Ook hier wordt het materiële van het voedsel symbool voor de onzichtbare existentiële band tussen de schenker (‘hij gaf de beker’) en wie de woorden hoort en deelneemt aan het gebeuren. Zoals God een verbond sloot door Mozes het volk te laten besprenkelen met bloed van het vredesoffer (Exodus 24,4-8), zo wordt door het drinken van wijn/bloed een verbond gesloten door en met Jezus en zijn leerlingen. Een nieuwe gemeenschap in de geest van Jezus wordt geboren. Een grote gemeenschap want het bloed wordt ‘voor velen vergoten’. Zoals het broodlichaam symbool staat voor Jezus die dienstbaar zijn hele leven geeft, zo ook het wijnbloed:

Ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en om zijn leven te geven als losprijs voor velen. (Marcus 10,45)

Wanneer die velen later in een maaltijd de herinnering aan Jezus’ laatste maaltijd vieren en zijn broodlichaam eten en zijn wijnbloed drinken, zullen zij ook worden opgeroepen in zijn geest van dienstbaarheid te leven en de diepte van dit mysterie te doorgronden. Hoe treffend is het dat het verhaal van het broodwonder dat de kinderen kozen de laatste scène is op het Ethiopische hongerdoek, vooraleer we in het middenpaneel bij Jezus’ passieverhaal aankomen.

Epiloog

In haar kleine, recent verschenen boekje Wat de lezer leert, legt Leen Verheyen uit hoe we kunnen leren van literatuur. Veel van wat ze schrijft over literatuur kan worden toegepast op Bijbelse verhalen. Een kort citaat ter illustratie:

Misschien stel ik wel vast dat mijn huidige referentiekader niet volstaat wanneer ik vat probeer te krijgen op de betekenis van een werk dat mij intrigeert. Misschien vind ik in het werk wel een nieuwe manier of metafoor om de werkelijkheid of een aspect daarvan op een andere manier te bekijken. (‘Wat de lezer leert’, p. 47)

Dat effect wordt door de vorm waarin die twee zinnen van Jezus zijn uitgesproken bewerkstelligd. Door te zeggen ‘Dit is mijn lichaam’ en ‘Dit is mijn bloed van het verbond’ gebeurt wat wordt gezegd (men noemt dit performatief taalgebruik). Maar het gebeurt pas echt wanneer er toehoorders zijn die ook deelnemers worden aan die taal. Dan wordt een onooglijk brokje brood en een slokje wijn het begin van een nieuw verbond.

Geert van Oyen is hoogleraar Nieuwe Testament aan de Université catholique de Louvain, Louvain-la-Neuve, België.

Literatuur

  • L’eucharistie dans la Bible (Cahiers Évangile 37; Parijs: CERF, 1991).
  • Leen Verheyen, Wat de lezer leert: Filosofen over het nut van literatuur (Borgerhout: EPO, 2019).

Tags:

Meer Bijbel en exegese & Rituelen