De NBV vernieuwd

In oktober verschijnt een vernieuwde versie van de Nieuwe Bijbelvertaling. Waarom nu al weer? Was de vertaling uit 2004 niet goed? Of nu al verouderd? Nee, dat niet, schrijft Matthijs de Jong, maar er lagen zoveel reacties dat we daar iets mee moesten – zoals beloofd…

NBV21

In oktober verschijnt de NBV21, een vernieuwde versie van de Nieuwe Bijbelvertaling uit 2004. Wie daarin Matteüs 13:3 opslaat, leest: ‘Een zaaier ging eropuit om te zaaien.’ Dat klinkt net anders dan wat er nu staat in de NBV: ‘Iemand ging eens naar zijn land om te zaaien.’ De nieuwe versie is consistenter, want even verderop wordt dit ‘de gelijkenis van de zaaier’ genoemd (Matteüs 13:18).

Leg je de nieuwe NBV21 naast de vertrouwde NBV, dan tref je in zo’n 12.000 bijbelteksten verschillen aan. Soms iets kleins, soms iets ingrijpends. In vier jaar tijd zijn we met een kundig team door de hele tekst gegaan en hebben we waar mogelijk de vertaling verbeterd. Het doel was de vertaling nauwkeuriger te maken, zonder in te leveren op de mooie, natuurlijke taal van de NBV.

Dit artikel vertelt waarom we dit gedaan hebben, en hoe we precies te werk zijn gegaan.

Sprekende vertaling

Met de NBV kregen we er een sprekende vertaling in eigentijdse taal bij. Uniek aan de NBV is dat de stijl en het eigen karakter van ieder bijbelboek meeklinken in de vertaling. Ieder boek heeft zijn eigen kleur, zijn eigen geluid. Zo krijg je als lezer meer gevoel bij de verschillende boeken. Deze nieuwe vorm van aandacht voor het woord betekende grote winst.

Het gebruik van zulke hoofdletters is er in het Nederlands nog steeds

Daarbij laat de NBV zien dat modern Nederlands niet hetzelfde is als alledaagse taal. De vertaling gebruikt poëtische taal, in bijvoorbeeld de psalmen, retorische taal in de brieven, en geloofstaal. Het taalgebruik onderstreept dat de Bijbel een boek is dat boven het alledaagse uitstijgt. Een boek dat groter is dan wijzelf.

Al deze bijzondere aspecten van de NBV hebben we gekoesterd bij ons werk aan de NBV21. In dit opzicht was de vertaling al zeer geslaagd. Wat konden wij nog toevoegen?

Reacties op de NBV

Toen in 2004 de NBV verscheen, liet het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) weten open te staan voor reacties. Er werd aangekondigd dat er na verloop van tijd een herziening zou plaatsvinden, waarbij alle reacties zouden worden meegenomen. Dat hebben we geweten! De oproep leidde tot duizenden brieven, mails, artikelen en boeken over de NBV. Zo ontvingen en verzamelden we input van alle kanten, uit alle kerken en van ver daarbuiten.

Dit leverde allerlei bruikbare verbeterpunten op, duizenden ogen zien veel. Daarnaast was het ook heel leerzaam om te zien hoe de gebruikers over de vertaling denken, wat ze als sterke kanten ervaren en wat als zwakke, waar ze blij mee zijn en waar ze moeite mee hebben. Het is voor het eerst dat een Nederlandse bijbelvertaling verbeterd is mede dankzij een massale toestroom van reacties van lezers. Dat is iets bijzonders.

Knelpunt

Het grootste knelpunt in de NBV is het ontbreken van hoofdletters in woorden die verwijzen naar God en naar Jezus: Ik, U, Hij. Hier gaan zeer veel brieven over. Andere kerkbijbels (NBG-1951, Willibrord) hebben die hoofdletters wél en veel lezers ervaren een gemis in de NBV.

De reactie van het NBG had kunnen zijn: ‘wen er maar aan’, en: ‘in de brontekst staan die hoofdletters ook niet’. Maar er is meer aan de hand. Het gebruik van zulke hoofdletters is nog altijd een bekend gebruik in het Nederlands. Taalhandboeken schrijven het voor en in verreweg de meeste kerken is het standaard in de liturgie – denk alleen al aan alle liederen met zulke hoofdletters. Het belangrijkste argument dat destijds werd aangevoerd, namelijk dat het gebruik van zulke hoofdletters op z’n retour zou zijn in het Nederlands, blijkt daarmee geen stand te houden.

‘Laten boeten’ wordt ruimer met ‘ter verantwoording roepen’

Bovendien wilde het NBG niet alleen een goede vertaling maken, maar ook dat die vertaling bruikbaar is als Bijbel voor zoveel mogelijk mensen op zoveel mogelijk plaatsen. Daarom koos het NBG ervoor, aan de start van de herziening in 2017, om in de NBV21 die hoofdletters wél te gebruiken in alle persoonlijke voornaamwoorden die verwijzen naar God, Jezus en de heilige Geest.

Bijsturing

Er is nog iets anders dat eruit springt in de reacties op de NBV. Bij alle waardering voor het Nederlands en de leesbaarheid, vraagt men zich af of de vertaling soms niet net iets nauwkeuriger kan. Over het geheel genomen zit hier zeker iets in. De vertaling kan winnen aan nauwkeurigheid zonder in te leveren op het Nederlands. En zonder haar unieke geluid – waarover ik hierboven schreef – los te laten.

Dit vormde de kern van ons werk gedurende de afgelopen jaren. We hebben de vertaling vers voor vers getoetst. In sommige bijbelboeken bleef het bij kleinigheden, in andere boeken veranderde er meer. Alle grote discussiepunten die er over de NBV zijn ontstaan hebben we uitgeplozen en zo goed mogelijk opgelost.

Grote kwesties

Laat ik als voorbeeld twee kwesties noemen. De zegen van Abraham in Genesis 12:3 luidt in de NBV: ‘alle volken op aarde zullen wensen gezegend te worden als jij.’ Dit wordt in het Nieuwe Testament geciteerd, maar daar klinkt het anders: ‘In jou zullen alle volken gezegend worden’ (Galaten 3:8). Die vertaling noemt de NBV ook wel bij Genesis 12:3, maar alleen in een voetnoot. Veel lezers vroegen zich af waarom de NBV in Genesis 12:3 niet kiest voor de gebruikelijke vertaling, die als optie in de voetnoot genoemd staat.

Dit is een lastige puzzel, die we goed hebben uitgezocht. Vanuit het Hebreeuws is de keuze van de NBV te verdedigen. Maar ook het alternatief in de voetnoot is een goede optie. En juist deze mogelijkheid heeft tegenwoordig onder uitleggers de beste papieren. Daarom kiest de NBV21 daarvoor. In Genesis 12:3 zal staan: ‘In jou zullen alle volken op aarde gezegend worden.’

Sleutelwoorden wijzen de weg in de tekst en krijgen een gelijke vertaling

Een andere tekst waar veel over te doen is, is Exodus 20:5: ‘Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten’. Doordat dit zo’n bekende tekst is, uit de tien geboden, viel het extra op. Schokkend, meenden veel lezers. Dit kan er toch niet staan?

Hier spelen twee kwesties. De ene is hoe wij over God denken en spreken. Dat is voor de kerk van groot belang, maar hoeft niet altijd precies hetzelfde te zijn als in de tijd van de Bijbel. Bijbelvertalers moeten zich laten leiden door de brontekst, door wat er staat, en niet door wat wij vandaag graag willen horen. Ze mogen nooit de vertaling aanpassen aan de wensen van nu.

Maar dat is hier niet het enige. Hier speelt óók een vertaalkwestie. De geleerden zijn verdeeld over de betekenis van het werkwoord in deze zin. Duidelijk is dat de wandaden van de ouders consequenties hebben voor de volgende generaties, maar je kunt het op meerdere manieren vertalen. Met ‘laten boeten’ kiest de NBV de meest vergaande optie. De NBV21 formuleert het ruimer, met ‘ter verantwoording roepen’. Dat legt een andere toon in de tekst.

Het belang van details

Daarnaast waren er vele kleinere kwesties. Een voorbeeld. In het kerstverhaal van Lucas 2 staat dat de pasgeboren Jezus ‘in een doek’ werd gewikkeld. Maar een vergelijkbare tekst, in Ezechiël 16:4, spreekt over een baby die ‘in doeken’ gewikkeld wordt. En in een derde parallel, in Wijsheid 7:3, staat ‘in windsels’. De brontekst geeft geen aanleiding om te variëren. De NBV21 kiest drie keer voor dezelfde woorden: ‘in doeken gewikkeld’.

Zulke onnodige verschillen zijn storend, ze leiden af van de inhoud. Lezers gaan zich afvragen: waarom hier zus en daar zo? En het doet af aan de nauwkeurigheid van de vertaling.

Dit soort kleine verbeteringen hebben we in grote aantallen aangebracht in de vertaling. De NBV21 vormt daardoor een hechter bouwwerk.

Sleutelwoorden

Iets anders is het zichtbaar maken van belangrijke sleutelwoorden in de vertaling. Ook dat bleek nog wat beter te kunnen.

In 1 Korintiërs 14, bijvoorbeeld, spreekt Paulus over regels voor de christelijke samenkomst. Alles wat in de samenkomst gebeurt, moet dienen tot opbouw van de gemeente. Het woord ‘opbouw’ is het sleutelwoord. Paulus gebruikt het zeven keer. Het is mooi als dat ook zichtbaar is in de vertaling. De NBV koos vijf keer voor ‘opbouw’ en twee keer voor ‘baat hebben bij’. Na wat gepuzzel op een goede formulering konden we ook in die twee laatste gevallen het woord ‘opbouw’ gebruiken. Dit soort woorden wijzen je de weg in de tekst. Daarom hebben we die waar mogelijk zichtbaar gemaakt in de NBV21.

Een ander mooi voorbeeld is in het boek Ruth, waar Ruth en Boaz in het Hebreeuws met hetzelfde woord worden gekarakteriseerd: chajil, sterk, moedig. In de NBV zag je dat niet – ‘een belangrijk man’, 2:1, en ‘een bijzondere vrouw’, 3:11. In de NBV21 staat beide keren ‘moedig’.

Waar we ook op hebben gelet is of de vertaling de tekst niet onnodig invult of inkleurt. Natuurlijk, vertalen vraagt altijd om interpretatie – de NBV wil een heldere tekst bieden. Soms wordt het er echter net te dik opgelegd in de vertaling. Neem Genesis 1:2, ‘De aarde was nog woest en doods’. Dat ‘nog’ is niet fout, maar het hoeft niet. Zo’n inkleuring blijkt lezers soms in de weg te zitten.

Nauwkeurig en bezield

Zo waren er, van de eerste tot de laatste bladzijde van de Bijbel, allerlei verbeteringen mogelijk. Niet omdat wat er stond fout was, maar omdat het nog iets beter kon. Net als destijds bij de NBV werkten we ook voor de NBV21 intensief samen als brontekstkenners en neerlandici. We veranderden alleen iets als we er brede steun voor vonden onder de uitleggers. Nooit gingen we af op één stem.

De NBV21 wil een nauwkeurige vertaling van de brontekst zijn en tegelijk een sprekende en bezielde tekst, die de lezer aanspreekt. We hopen dat ook deze vertaling voor veel lezers een weg tot Gods Woord mag zijn. Voor hen die al met NBV vertrouwd waren en voor vele nieuwe lezers.

Matthijs (dr.) de Jong is als hoofd vertalen werkzaam bij het Nederlands Bijbelgenootschap.

Meer Bijbel en exegese