Elia

Leven in stilte en eenzaamheid

De profeet Elia wordt van oudsher gezien als een voorbeeld voor een leven in stilte en eenzaamheid, innig verbonden met God. Vooral de woestijnmonniken probeerden in navolging van Elia afstand te nemen van wereldse invloeden, om zich alleen te laten leiden door God. Deze distantiëring werd zo mogelijk bevorderd door daadwerkelijke terugtrekking uit de bewoonde wereld, de woestenij in. In de dertiende eeuw liet de Karmelorde zich inspireren door deze traditie van woestijnmonniken en de profeet Elia. Welke rol speelde die stilte en eenzaamheid in het leven van Elia? In dit artikel kijk ik vanuit deze vraag naar de Bijbelse Elia-cyclus (1 Koningen 17 – 2 Koningen 2) en naar de manier waarop de monastieke traditie Elia presenteert.

Leraar religieus leven

Woestijnmonniken kozen ervoor zich terug te trekken uit het sociale leven en zij zagen Elia daarbij als hun grote leraar. De distantiëring had als doel vrij te worden voor God maar was er ook het gevolg van. Gregorius van Nyssa wijst er bijvoorbeeld op dat de profeet Elia laat zien dat als we ons focussen op God, we vanzelf afstand krijgen tot de gewone wereldse zaken (De Virginitate 6). De Karmelorde begon als een groep kluizenaars op het Karmelgebergte. Omdat ze geen stichter kenden, kozen zij de profeet Elia als geestelijk vader en leidsman (en Maria als hun moeder en zuster). De karmeliet Felip Ribot schreef eind veertiende eeuw een geschiedenis van de Karmelorde, waarin hij Elia beschrijft als eerste monnik en leraar van het monastieke leven. Elia vermeed de steden, aldus Ribot, en maakte zich vrij van alle aardse en wereldse zaken. De profeet was de eerste die zich erop toelegde een religieus en profetisch kluizenaarsleven te leiden, dat hij, door de heilige Geest geïnspireerd en geleid, begon en ontwikkelde.

Waar de woestijnmonniken letterlijk de woestijn in trokken, gold voor de karmelieten van de veertiende eeuw dat ze zich over West-Europa verspreid hadden en in kloosters – ook binnen de steden – gevestigd waren. De kluizenaars waren kloosterlingen geworden. In een tijd dat de fysieke navolging van Elia door zich net als hem terug te trekken in de woestijn niet gepraktiseerd werd, leest Ribot het leven van de Bijbelse profeet op zo’n manier dat de mogelijkheid van de geestelijke navolging binnen de kloosters in beeld wordt gebracht.

Ga van hier

Een belangrijk element in de perceptie van de profeet Elia als ‘eerste monnik’ is de opdracht die hij krijgt:

Ga van hier, wend je naar het oosten en verberg je bij de beek Kerit, die uitmondt in de Jordaan. Drinken zul je uit de rivier, en ik heb de raven opgedragen je daar van voedsel te voorzien. (1 Koningen 17:3-4)

Deze opdracht wordt in de monastieke traditie gelezen als een spirituele opdracht. Zo vertaalt Ambrosius de beek Kerit als een beek van kennis: ‘Aan deze stroom dronk Elia overvloedig van de goddelijke kennis. Hij ontvluchtte de wereld om geen ander voedsel te zoeken dan wat de vogels hem brachten’ (PL 14. 585-586).

Felip Ribot vertaalt de beek Kerit als Carith (caritas). Verberg je bij de beek betekent dan ‘verberg je in de liefde’, opdat je ‘zuiver van hart’ wordt. De opdracht om te drinken uit de beek leest Ribot als de opdracht te drinken ‘uit de beek van de goddelijke geneugten’ om ‘de werking van de goddelijke tegenwoordigheid en de zoetheid van de hemelse glorie niet slechts na de dood maar reeds in dit sterfelijk leven enigszins in het hart te smaken en in de geest te ondervinden’.

In de marge wordt Elia’s tegenstem gevormd en krijgt hij de ruimte zijn profetische stem te laten horen

Het voedsel dat de raven brengen tekent de goddelijke hulp om hierin te kunnen volharden. Zo leest Ribot de opdracht die Elia krijgt als de basisprincipes van een Eliaans monastieke leven. ‘Ga van hier’ staat voor het afstand nemen van wereldse zaken; ‘wend je naar het Oosten’ is de opdracht om tegen de natuurlijke vleselijke begeerten in te gaan; ‘verberg je bij de beek Carith’ heeft als doel dat je niet met de menigte in de steden verkeert, plaatsen waar geweld en onrecht heerst, woeker en bedrog; ‘die tegenover de Jordaan ligt’ opdat je door de liefde namelijk van de zonden (‘de Jordaan’) gescheiden bent. Ribot ziet in de vierdelige opdracht vier trappen waarlangs de mens kan opstijgen naar de top van de volmaaktheid van de profeten. ‘Daar zul je drinken uit de beek’. Het afstand nemen op deze wijze opent de zintuigen voor Gods aanwezigheid.

Leven in de marge

Elia’s zintuigen stonden wijd open voor Gods aanwezigheid, de Levende, ‘voor wiens gelaat ik sta’ (1 Koningen 17:1; 18:15). In de Schrift duikt hij op als ‘de Tisbiet Elia uit Gilead’ en verschillende malen wordt hij aangeduid als ‘de Tisbiet Elia’, keer op keer in relatie tot zijn optreden tegen de koning van Israël. Klaarblijkelijk is in dit optreden zijn afkomst, ver van het politieke en culturele centrum van Israël, van betekenis. Elia blijkt een profeet te zijn die – als het van Godswege nodig is – uit het niets opduikt, zich meldt met zijn profetisch woord en zich vervolgens weer terugtrekt aan de randen van het land. Of het nu in het oosten is bij de beek Kerit, bij de noordgrens van het land bij een weduwe in Sarefat, op het Karmelgebergte aan de noordwestkust van het land of in het zuiden dwars door de woestijn naar de berg Horeb, hij bevindt zich in de marge. Ook zijn tenhemelopneming vindt oostelijk van de Jordaan plaats.

Elia houdt dus zijn verblijf aan de randen van de samenleving. Daar houdt hij zich schuil, daar wacht hij, daar ook leeft hij nauw verbonden met God. Hij bidt en wordt gevoed. Tegelijkertijd is hij verbonden met het machtscentrum van het land. Hij is op de hoogte van wat er gebeurt in het politieke centrum van het land en hij kan zijn kritiek op de koning persoonlijk overbrengen. Het leven in de marge, een marginale positie, kenmerkt zich als een positie met een dubbele loyaliteit. In dit spanningsveld levend, houdt Elia koers door steeds te horen naar de aanspraak van de Levende. Precies in de marge wordt zijn tegenstem gevormd en krijgt hij de ruimte zijn profetische stem te laten horen.

De tegenstem

De relatie tot de Levende is niet alleen de bron van zijn kritiek op de koning, het is er ook de kern van. Voorafgaand aan de komst van Elia lezen we dat Achab als koning van Israël ‘deed wat slecht is in de ogen van de Levende.’ Zijn slechte gedrag overtrof dat van zijn voorgangers’ en ook zijn zoon en opvolger Achazja volgde zijn voorbeeld (1 Koningen 16:30-33; 22:52-54). De aanklacht is dat de koning te rade gaat bij andere goden dan de Levende, de God van Israël. De religieuze traditie van Israël (‘God heerst’) is verbonden met de uittocht uit de slavernij, waarin God zijn naam onthult en zichtbaar wordt als bevrijdende, levengevende, aanwezige God (‘Wezer’, ‘Levende’), die zich het lot van mensen aantrekt en met zijn volk meetrekt. Koning Achab nu is getrouwd met Izebel, een vrouw van buiten Israël met een andere religieuze traditie. Achab geeft deze religieuze traditie met goden als Baäl (‘Baas’) aan zijn hof een plaats naast het jahwisme. Hiertegen richt zich de tegenstem van Elia. Hij ziet dat deze tradities niet naast elkaar kunnen bestaan. Alleen de Levende is de verbindende factor, die Israël tot leven brengt. Met dit inzicht treedt hij keer op keer op tegen de koning.

Wie is voor jou, voor jullie, de ware God, de Levende?

De eerste keer dat we in de Schrift koning Achab tot Elia horen spreken is wanneer Elia opduikt in het derde jaar van de droogte. De woorden van koning Achab zijn duidelijk: Elia heeft Israël in het ongeluk gestort (1 Koningen 18:17). Maar Elia pareert deze kritiek meteen: niet hij maar Achab is hiervoor verantwoordelijk. Achab heeft de relatie van Israël tot haar God getart en daarmee het land ontwricht.
Vervolgens laat Elia het hele volk bijeenkomen, en hij vraagt hun:

Hoe lang blijven jullie nog op twee gedachten hinken? Als de Levende God is volg hem dan; is Baäl het, volg dan hem. (1 Koningen 18:21)

Hiermee geeft hij enerzijds expliciet aan dat het naast elkaar laten bestaan van beide religieuze systemen geen vrucht kan dragen. Anderzijds verplaatst hij de aandacht naar het volk en legt hij de verantwoordelijkheid bij ieder alleen en allen tezamen. Wie is voor jou, voor jullie, de ware God, de Levende?

Elia alleen

Elia maakt er een groots spektakel van, waarbij alles erop gericht is de kracht van de Levende te laten zien. Om het volk te laten kiezen neemt hij het in een volksgericht in zijn eentje op tegen de bijna duizend profeten van Baäl en Asjera. Twee altaren worden opgericht, twee offers geplaatst. Het ene voor Baäl en het andere voor de Levende. De God die antwoordt leeft en is de ware God. De bijna duizend profeten krijgen geen antwoord van boven, wat ze ook doen, maar Elia krijgt wel antwoord. Zijn band met zijn God is zo sterk, dat de Levende zijn bidden beantwoordt. Het bijeen gestroomde volk is getuige en erkent: ‘de Levende is God’ (1 Koningen 18:39).

Als profeet van de Levende heeft Elia dit gericht op alle fronten gewonnen. De erkenning door het volk wordt door de Levende beantwoord. De droogte wordt beëindigd, de stortregen trekt over het land. En Elia rent als een heraut voor Achab uit (1 Koningen 18:45-46). Niet langer staan koning en profeet tegenover elkaar, ze gaan dezelfde weg. De relatie tussen Israël en de Levende is hersteld.
Maar dan, als Achab dit thuisgekomen vertelt, roert koningin Izebel zich en ze stuurt Elia een doodsbedreiging. Elia vlucht meteen weg om zijn leven te redden. Daar laat hij zijn knecht achter en hij trekt een dagreis ver de woestijn in. Hij legt zich neer onder een eenzame bremstruik. Was hij bij het volksgericht de enige profeet van de Levende, nu is hij echt alleen. En hij is uitgeput. Hier krijgen we een inkijkje in wat er in hem omgaat. Hij bidt tot de Levende om ‘zijn ziel te nemen’. ‘Het is genoeg,’ zegt hij, ‘veel is het’. Hij is op. De Levende antwoordt hem door een bode te zenden met brood en een kruik water en met de opdracht: ‘Sta op en eet wat, anders is de reis te zwaar voor je’. Net als bij de Kerit, waar raven hem voedsel brachten, en net als bij de weduwe van Sarefat, zorgt de Levende ook hier voor goddelijk voedsel opdat Elia kan volharden. Uit kracht van dit voedsel loopt hij veertig dagen en nachten door de eenzaamheid naar het zuiden, naar de Horeb.

Op de Horeb, ver weg van mensen en vermoeid door de tocht, werpt de stilte van de nacht hem nog verder op zichzelf terug.

‘Wat doe je hier’ vraagt de Levende. ‘Ik heb me met vurige ijver ingezet voor de Levende’, antwoordt Elia, ‘maar de Israëlieten hebben jouw verbond verlaten, jouw altaren verwoest, jouw profeten gedood. Ik ben over, ik alleen, en nu wordt ook mijn ziel bedreigd.’ In deze klacht zegt hij ‘ik alleen’ maar ook ‘alleen Jij’. In dit toevertrouwen aan God komt de Levende hem tegemoet op een ongekende, nieuwe wijze. Elia ontdekt hier de Levende niet aanwezig in zijn scheppende en reddende krachttekenen van wind, beving en vuur. Hier gaan zijn oren open en hoort hij. Tot stilte gebracht, zijn eigen klacht nog eens herhalend, hoort hij: ‘Keer terug…’.

Keer terug

Op de Horeb ontvangt Elia een nieuw perspectief. Er blijkt nog een hele taak voor hem te liggen en hij zal ook ontdekken dat hij niet de enige is. Zevenduizend zullen er zijn die trouw zijn gebleven aan de Levende (1 Koningen 19:15-18). Eerst moet Elia terugkeren naar de woestijn van Damascus. Hij moet koningen van Aram en Israël zalven. Ook hierin horen we Elia’s marginale positie weer: vanuit de woestijn zal hij de koning zalven. En hij zal Elisa uit Abel-Mehola zalven als zijn eigen opvolger. Deze Elisa wordt zijn leerling, ontvangt zijn profetenmantel en wordt in de traditie veelvuldig in één adem genoemd met zijn meester. Zoals Cassianus Elia en Elisa in één adem noemt als mannen wiens aandacht geheel gericht is op het geheim van de woestijn en de zuiverheid van hart, en die zeer innig verbonden waren met God in stilte en eenzaamheid (Gesprekken 14.4). Zijn verhouding tot Elisa wordt in de monastieke traditie teken van het leraarschap van Elia. De monniken kozen Elia als leraar en zagen zichzelf als zijn leerlingen.

De terugkeer van Elia betekent ook dat – als de koning geen acht slaat op het verbond met God – hij deze blijft confronteren met het woord van de Levende. ‘Mijn vijand heeft mij dus weer weten te vinden’, zegt Achab betekenisvol als Elia hem in de wijngaard van Nabot tegemoet treedt (1 Koningen 21:20). Maar hij luistert wel naar wat Elia hem zegt en komt tot inkeer. Dat is in het geval van zijn zoon anders. Na de dood van Achab is zijn zoon koning geworden, en ook deze Achazja richt zich tot Baäl. Als hij zwaargewond raakt is het eerste wat hij doet boden erop uit sturen om Baäl-Zebub (‘Baas van vliegen’) te raadplegen. Als zijn boden onderweg Elia tegenkomen zendt deze hen terug om aan Achazja te laten vragen:

Dit zegt de Levende: Jij laat de Baas van vliegen, de god van Ekron, raadplegen alsof Israël zelf niet een God heeft. Daarom zul je niet van je ziekbed opstaan, maar sterven. (2 Koningen 1:6)

De reactie van Achazja is dat hij een legereenheid van 50 man eropuit stuurt om Elia te halen. Maar Elia laat zich niet meenemen en laat vuur uit de hemel de legereenheid vernietigen. Maar Achazja komt niet tot inkeer, zo blijkt, en hij sterft in zijn ziekbed, zoals Elia voorzegd had.

Op dood en leven

De boeken 1 en 2 Koningen staan vol heftige verhalen, waarin profeten, boden en koningen gedood worden. Niet alleen het leven van Elia wordt bedreigd, hij laat zelf na het volksgericht op de Karmel alle Baälprofeten doden. Hij laat vuur uit de hemel komen die de legereenheden van Achazja vernietigen. En dan hebben we het nog niet over de grote hongersnood die het gevolg is van drie jaar droogte. De strijd om de ware God is een strijd die wordt uitgevochten op leven en dood. Hierin toont zich de kern van Elia’s strijd voor de Levende als de enige die werkelijk levengevend is voor zijn volk. Met als contrapunt dat het verwaarlozen van de Levende ten dode voert.

Dit aspect van Elia wordt door de traditie op het eerste gezicht (bijna) niet beschreven. De woestijnmonniken lijken zich er niet over uit te laten. Wel heeft Elia in de iconografie een vlammend zwaard als kenmerkend symbool. Het zwaard is hier teken van het goddelijk oordeel en van onderscheiding der geesten waarin Gods gerechtigheid aan het licht komt. De apostel Paulus duidt het zwaard dan ook aan als een onderdeel van de wapenrusting Gods: ‘[Draag] als zwaard de Geest, dat wil zeggen Gods woorden’ (Efeziërs 6:11-17). Deze wapenrusting Gods – met het zwaard van de Geest – wordt in de monastieke traditie juist wel overgenomen en herkend. Het gaat hierbij om de onderscheiding der geesten, waarin de strijd niet wordt gevoerd tegen mensen maar tegen de ‘machten’. En juist in die strijd tegen ‘machten’ die de mens niet bevrijden maar gevangen houden, wordt stilte en eenzaamheid voor het religieus leven gezien als een heilzame plaats.

Heilzame stilte en eenzaamheid

Steeds opnieuw keert Elia vanuit de actie terug naar de marge, naar de stille eenzaamheid aan de randen van de samenleving. In die stilte wordt hij gevoed. Daar gaan zijn oren wijd open en hoort hij de aanspraak van de Levende. Daar vindt een onderscheiding der geesten plaats die doordringt in merg en been. De contemplatieve houding is de grondslag van Elia’s actie, van de strijd die hij voert tegen de ‘machten’. Als het horen naar de Levende uit zou blijven zou het vlammend zwaard doven, maar in het stille horen wordt voor Elia duidelijk wat werkelijk heilzaam is. Daar wordt zijn vlammend zwaard gevormd, daar krijgt zijn tegenstem vorm: Gods heilzame woord, met alle onderscheidende werking die van dit woord uitgaat.

Anne-Marie Bos is karmeliet en als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Titus Brandsma Instituut in Nijmegen.

Literatuur

Kees Waaijman, De profeet Elia (Nijmegen: Gottmer, 1985).

Felip Ribot, The Ten Books on the Way of Life and Great Deeds of the Carmelites (including The Book of the First Monks), redactie en vertaling door Richard Copsey (Faversham: Saint Albert’s Press, 2005).

Anne-Marie Bos, “Elijah,” in Brill Encyclopedia of Early Christianity Online, red. David G. Hunter, Paul J.J. van Geest en Bert Jan Lietaert Peerbolte (Leiden: Brill, 2020).

Tags:

Meer Bijbel en exegese