Gods zegen gebeurt in de ontmoeting

Een meditatie over de woorden van een zegen uit de Bijbel, die heel vaak klinken aan het einde van een kerkdienst of viering: de zegen van Aäron.

De Heer zei tegen Mozes: ‘Zeg tegen Aäron en zijn zonen dat zij de Israëlieten met deze woorden moeten zegenen:
‘Moge de Heer u zegenen en u beschermen, moge de Heer het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn, moge de Heer u zijn gelaat toewenden en u vrede geven.’ (Numeri 6:22-26)

Deze zegenwoorden worden voor het eerst uitgesproken in een situatie van hoop op een betere toekomst, van uitkijken naar een leven in vrijheid en geluk voor het volk.
God spreekt tot zijn volk via Mozes, via Aäron en via diens zonen. Daardoor is deze zegen géén persoonlijke zegen van Aäron voor de Israëlieten, maar brengt hij Gods eigen woorden en bedoelingen over. De tekst kan dus ook niet zomaar veranderd worden. In de opbouw en getallensymboliek wordt herhaaldelijk verwezen naar de godsnaam JHWH. God zelf spreekt dus met en in deze woorden.

Zegenen is: het goede zeggen. Van God naar mens en van mens tot mens.
Zegenen is uitspreken, maar ook doen: handen opleggen, handen over de mensen uitstrekken; het volk dat het hoofd buigt en niet naar de priester kijkt. Die priester is immers niet belangrijk. Nee, alleen Gods woorden en daden tellen. De God-van-het-licht moge zijn mensen genadig zijn, hen voor de duisternis sparen, zijn aangezicht naar hen toewenden en hun vrede geven.

 

Wanneer Aärons zegen wordt gesproken

Wanneer de zegen over ons wordt uitgesproken,
voelen we ons staan in een lang en groot verhaal,
Van toen en nu, van God-met-ons
van een gezegende heilsgeschiedenis.

Wanneer de zegen over ons wordt uitgesproken,
bedenken wij hoe die tot stand kwam, als in een estafette:
God spreekt tot Mozes, Mozes spreekt tot Aäron en zijn zonen,
en zij spreken weer tot het volk van Israël, via hen tot ons.

Wanneer de zegen over ons wordt uitgesproken,
knielen we neer, eerbiedig, respectvol en nederig.
We buigen het hoofd om niet naar de priester te kijken
en te beseffen dat ze vanuit God komen, deze woorden.

Wanneer de zegen over ons wordt uitgesproken,
zetten we elkaar in Gods ruimte en zeggen het goede,
gebruiken zijn woorden, onveranderlijk en mooi.
Hij wist wat Hij wilde betekenen, voor nu en altijd.

Wanneer de zegen over ons wordt uitgesproken,
schijnt zijn licht in onze duisternis,
zoals de zon ons verlicht en weldadig verwarmt,
en wij vragen hem om ons genadig te zijn.

Wanneer de zegen over ons wordt uitgesproken,
hopen wij dat Hij ons aanziet en ons kent,
bidden wij om intiem contact met hem die ons gaande houdt;
dat Hij ons mag horen én mag zien;
dat wij gehoord en gezien mogen worden door hem.

Wanneer de zegen over ons wordt uitgesproken,
koesteren wij zijn allesomvattende vrede, sjaloom:
geluk, welvaart, verbondenheid, solidariteit en vriendschap.
Dat het in alle aspecten van ons leven goed mag gaan.

In verbondenheid wordt de zegen uitgesproken.
In liefde en barmhartigheid wordt de zegen uitgesproken.
In sjaloom wordt de zegen uitgesproken,
met het oog op gerechtigheid wordt de zegen uitgesproken.

Zo gebeurt God
in de ontmoeting met zijn mensen,
die dankzeggen als antwoord op zijn zegen.

Walther Burgering is pastor-diaken in de parochiefederatie ‘Sint Franciscus tussen duin en tuin’ en redactielid van Open Deur

Tags:

Meer Bijbel en exegese