Wat zou Jezus eten?

De wonderbare wereld van Bijbelse kookboeken

Bijbelse kookboeken zijn er in allerlei smaken. Wat deze bijzondere categorie kookboeken bindt, is dat ze zijn geïnspireerd door of verbonden met Bijbelse teksten en verhalen. Soms gebruiken ze recepten en gerechten als middel om de Bijbel over te brengen. Bij andere kookboeken vormt de wereld van de Bijbel vooral het thematische en culturele kader waarbinnen gekookt wordt. In dit artikel kijken we rond in de wonderbare wereld van Bijbelse kookboeken en zien we hoe ze omgaan met eten en met de Bijbel.

Bijbelse kookboeken zijn een bijzonder en divers fenomeen. Een bijbelkookboek kan het karakter hebben van een bijbelatlas met recepten, zoals het geval is met het boek Voedsel in de tijd van de Bijbel (2006, oorspronkelijk verschenen als Food at the Time of the Bible, 2004) van Miriam Feinberg Vamosh. Hierin gaat een beperkt aantal actuele recepten vergezeld van een schat aan informatie over geografie, ecologie, archeologie en keuken, natuurlijk met veel verwijzingen naar bijbelteksten die te maken hebben met voedsel en maaltijden.

Maar het kan ook georganiseerd zijn als een klassiek kookboek, waarin de recepten centraal staan ​en bijbelteksten alleen het kader vormen voor de themakeuken van het boek, hier dan de Mediterrane keuken. Zo gaat het bijvoorbeeld in A Biblical Feast (1998, 2009) van Kitty Morse, dat in feite een typisch modern kookboek is met beknopte en gemakkelijk toegankelijke recepten, vergezeld van mooie en sensuele close-ups van de gerechten uit het boek, maar waar elk recept dan begint met een bijbelcitaat. Het verband tussen bijbelcitaat en recept is soms vrij los, zoals in het recept voor dille-komkommer met olijven en geitenkaas, waarbij het bijbelcitaat uit Jesaja 1 komt. Het verwoeste en verzwakte Jeruzalem wordt daar beschreven als een verlaten schuur in een komkommerveld (Jesaja 1,8).

Op andere momenten komt het verband een beetje beter uit de verf, zoals in het recept voor gegrilde kwartel, dat gelinkt wordt aan de wonderbaarlijke kwartels uit Exodus en Numeri, of het recept voor een soep van runderbouillon met linzen, parelgort en mosterdblaadjes, dat begint met een citaat uit Genesis 25, waarin Esau zijn geboorterecht aan zijn broertje Jakob verkoopt voor een portie linzen.

De recepten zijn meestal aangepast aan de moderne smaak.

Zoals uit deze voorbeelden al blijkt zijn Bijbelse kookboeken vooral een oorspronkelijk Engelstalig verschijnsel. Hoewel er in het Nederlands een stroom aan kookboeken is die het woord ‘bijbel’ in de titel hebben — zoals De Rijst & Risotto bijbel, Worstbijbel, De Sap & Smoothie Bijbel, De bijbel van de Japanse keuken of De Kookbijbel na je maagverkleining — gaat het hier om het gebruik van ‘bijbel’ als wervende aanduiding die een allesomvattend standaardwerk belooft. Slechts een enkel echt Bijbels kookboek is oorspronkelijk in het Nederlands geschreven, zoals Bijbels culinair, van Hans Wilmink (Kampen 2008) en Lekker Bijbels: De Bijbel als inspiratiebron voor 45 heerlijke recepten van Renée Vonk (Kampen 2011).

Aardappelgerechten en pastasalade

Kookboeken met historische recepten uit het oude Rome, uit de middeleeuwen, de renaissance, etc. zijn een bekend fenomeen in boekhandels en museumwinkels, maar Bijbelse kookboeken horen niet per se thuis in dit genre. Bijbelse verhalen, onderwerpen en ingrediënten vormen weliswaar het thema, maar de recepten zijn meestal aangepast aan de moderne smaak, aan hoe we tegenwoordig koken en wat er in de winkels te krijgen is. De nadruk wordt gelegd op het goede verhaal en de Bijbelse sfeer, en in veel mindere mate op historische ingrediënten en manieren van bereiden. Wees daarom niet verbaasd als je een recept voor krokante aardappelnestjes tegenkomt, zoals in Rena Rossners Eating the Bible (2013), of tonijnpastasalade, zoals in Tami Lehman-Wilzigs Tasty Bible Stories (2003). Pasta en aardappelen waren in de Oudheid rond de Middellandse Zee geen bekende ingrediënten, maar voor de aardappelnestjes is Rossner geïnspireerd door Deuteronomium 22, dat de juiste manier behandelt om een ​vogelnest te plunderen, en de tonijn in de pastasalade wordt door Lehman-Wilzigs teruggevonden in het boek Jona, waar de boze profeet wordt ingeslikt door een ‘grote vis’ (Jona 2,1). En grote vissen in de Middellandse Zee zouden best wel eens tonijn kunnen zijn.

Bijbelse hervertellingen en kookboeken van beroemdheden

Twee vertellingen komen vooral heel vaak terug in Bijbelse kookboeken: het verhaal van de ontvangst van drie goddelijke gasten door Abraham en Sara in Genesis 18 en Jakobs linzen in Genesis 25. Andere populaire verhalen zijn de Paschamaaltijd in Exodus 12, het slimme optreden van Abigaïl die eten brengt aan koning David in 1 Samuël 25, de herhaalde feestmaaltijden van koningin Ester in het boek Ester, het wonderbaarlijke eten van brood en vis in het Nieuwe Testament en natuurlijk de beschrijvingen van het Laatste Avondmaal.

Maar hoewel bijbelkookboeken inspiratie putten uit deze en andere verhalen voor de keuze van gerechten en ingrediënten, doen ze daarnaast zoals we al zagen ook veel aan vrije associatie op basis van bijbelteksten. Ze voelen zich zelden beperkt door de beknoptheid van de tekst als het gaat om eten en kookmethodes, of door de ambitie om historisch correct te zijn. Je zou kunnen zeggen dat Bijbelse kookboeken in feite een combinatie zijn van twee genres: het ene is het celebrity kookboek, dat je ook als een soort fan-fictie binnen de kookboekliteratuur zou kunnen zien, het andere is het type literatuur dat Bijbelse hervertelling wordt genoemd.

Bijbelse hervertellingen vormen een uiteenlopend type teksten die voortbouwen op het literaire universum van de Bijbel en de galerij van bekende Bijbelse figuren. In de laatste eeuwen voor en de eerste eeuwen na Christus er was een veelvuldige productie van teksten gebaseerd op al bekende bijbelverhalen, die deze verhalen in één of andere vorm herschrijven. De herschrijving kan een poging zijn om hiaten in te vullen of de dubbelzinnigheden in de verhalen te verhelpen, maar kan ook een meer directe poging zijn om de bestaande tekst te herschrijven. Het is een terugkerend kenmerk van Bijbelse herschrijvingen dat ze het verhaal verder vertellen waar de oorspronkelijke tekst gaten laat vallen of zwijgt. Dit is bijvoorbeeld te zien in hervertellingen als Jozef en Asnat en het Testament van Abraham, die betrekking hebben op belangrijke gebeurtenissen in het leven van Bijbelse hoofdrolspelers, hier het huwelijk van Jozef met de Egyptische Asnat en de dood van de patriarch Abraham. Deze neiging om verder te willen vertellen en zo het verhalende universum uit te breiden, doet denken aan het moderne fenomeen van fan-fictie, met lezers die schrijven over populaire boeken en films, zoals Lord of the Rings, Harry Potter en Twilight.

Fan-fictie vormt ook een brug naar het tweede genre waar het bijbelkookboek op lijkt, kookboeken van beroemdheden. Dit type kookboek is geschreven door één of meer bekende personen. In tegenstelling tot kookboeken die door chef-koks zijn geschreven, wordt het celebrity kookboek meestal geschreven door — of toegeschreven aan — iemand die bekend staat om iets anders dan koken. Een klassiek voorbeeld is het kookboek van Elvis Presley, Are You Hungry Tonight, waarmee de fans van de King het eten van hun idool konden recreëren. Dit soort kookboek is een uitdrukking van verering. Je komt dichter bij de sterren als je weet wat ze eten, of als je hetzelfde eet als zij. Een verdere ontwikkeling in dit genre zijn kookboeken die zijn gebaseerd op populaire boeken, films of tv-series. Je zou kunnen denken dat dit een relatief nieuw fenomeen is, maar al in 1939 kon je een kookboek kopen geïnspireerd op het grote Hollywood-drama Away with the Blast, dat dat jaar in première ging. Deze kookboeken, ook de Bijbelse, schrijven een geliefde verhalenwereld verder in receptvorm en hebben dus het karakter van zowel hervertelling als fan-fictie.

Wat zou Jezus eten? Adviserende bijbelkookboeken

Dan is er ook een soort bijbelkookboek dat de Bijbel gebruikt om instructies te geven over hoe en wat te eten, en dus ook impliciet te verbieden wat je niet mag eten. In tegenstelling tot de meeste Bijbelse kookboeken, die in de eerste plaats via eten over de Bijbel willen vertellen en de lezer willen vermaken, heeft dit type een adviserende of vermanende bedoeling. Het instructieve Bijbelse kookboek heeft tot doel de lezer een bepaalde manier van eten te laten overnemen: een dieet dat in overeenstemming is met de Bijbel, dat in deze context wordt begrepen als Gods woord en uitdrukking van Gods wil.

Bijbelse kookboeken zijn ook bijzonder, omdat ze de Bijbel en eten bij elkaar brengen.

Een goed voorbeeld van een adviserend bijbelkookboek is The What Would Jesus Eat Cook Book, geschreven door arts en auteur Don Colbert (2002). Het boek is eigenlijk een verzameling van gemakkelijke moderne recepten uit de mediterrane keuken, en Colbert neemt slechts een paar teksten uit de Bijbel op. De filosofie achter The What Would Jesus Eat Cook Book is dat net zoals Jezus eten, betekent leven volgens de wil van God.

Maar dit project wordt natuurlijk bemoeilijkt door het feit dat de Bijbel niet zoveel specifieke informatie bevat over wat en hoe Jezus en de discipelen aten. Dit geeft de schrijver ook juist veel bewegingsvrijheid. Hij vat een Jezusachtig dieet samen als eten met een hoog gehalte aan voedingsmiddelen die niet industrieel geproduceerd zijn, dat bestaat uit verse ingrediënten, en dat ook rustig en in gezelschap van vrienden en familie moet worden gegeten. Hij concludeert ook, overigens op onbekende basis, dat Jezus maar heel weinig vlees at en veel groenten.

En wat zou Noachs vader eten?

Een ander voorbeeld van een prescriptief bijbelkookboek is Gary F. Zeolla’s Creationist Diet (2000). Het bijbelkookboek van Zeolla is een christelijk-creationistische tegenhanger van het paleodieet dat sinds de jaren negentig terrein heeft gewonnen. Creationisme bekritiseert Darwins evolutietheorie en meent dat de schepping van de wereld heeft plaatsgevonden zoals beschreven in de Bijbel, volgens een specifieke interpretatie en berekening dan.

Het idee achter het paleodieet is dat het voor mensen het gezondst is om ‘natuurlijk’ te eten, dus zoals onze voorouders deden in het stenen tijdperk, het paleolithicum, dat duurde vanaf circa 2,4 miljoen jaar geleden tot het einde van de laatste ijstijd (ongeveer 9.300 voor Christus). De filosofie achter het paleodieet is dat alleen voedsel wordt gegeten dat in het stenen tijdperk beschikbaar was, omdat dat gezond en natuurlijk is. Je vermijdt zuivelproducten, alle soorten granen, peulvruchten en suiker, en vrijwel alle bewerkte voedingsmiddelen. Hierdoor eet je naast vis, zeevruchten, eieren, fruit, bessen en noten een dieet dat voornamelijk uit vlees en groenten bestaat.

Dit alles kan heel goed waar zijn, schrijft Zeolla, maar dan moet je wel geloven in de evolutietheorie en dat doet hij niet. Vandaar dat hij komt met een tegenbod in de vorm van een creationistisch dieet, gebaseerd op berekeningen over schepping en geschiedenis in het Oude Testament. Zeolla interpreteert de Bijbel op basis van het principe dat hoe dichter we bij de schepping komen, hoe origineler en dus juister een gegeven instructie of gebod. Op basis van dit principe maakt Zeolla onderscheid tussen voedsel dat door God is gegeven en voedsel dat niet door God is gegeven, en komt zo uit op een aantal aanbevelingen voor een creationistisch dieet dat in overeenstemming is met Gods wil. Zeolla’s lijst van door God gegeven voedsel omvat fruit, groenten, noten, zaden, granen, peulvruchten, ‘puur’ dierlijk vlees en vis, plantaardige olie, honing en melk-producten. Niet door God gegeven voedsel daarentegen is industrieel geproduceerd, of bijvoorbeeld sterk bewerkte meelproducten en suiker, ‘onzuiver’ dierlijk vlees, kant-en-klare vleesproducten, eieren, margarine en gefrituurd voedsel.

Op basis van een lezing van Genesis 1–11 en met een paar verwijzingen naar de rest van het Oude Testament, schetst Zeolla vier Bijbelse diëten: een Eden-dieet bestaande uit groene groenten, noten en zaden, wat overeenkomt met de hedendaagse ‘raw food’ trend, waarin voedsel rauw en onbewerkt wordt gegeten; een na-de-zondeval-dieet, bestaande uit groene groenten, noten, zaden, granen en peulvruchten; een Noach-dieet bestaande uit groene groenten, noten, zaden, granen, peulvruchten en vlees; en een Kanaän-dieet bestaande uit groene groenten, noten, zaden, granen, peulvruchten, vlees, melk en honing, dat de situatie weerspiegelt waarin het volk van Israël permanent bewoner is geworden in het land Kanaän, dat Jhwh hun had beloofd. Zeolla beveelt niet duidelijk het ene creationistische dieetplan aan boven het andere, maar het lijkt erop dat hij neigt naar een na-de-zondeval-dieet, omdat het gezond is en omdat Noachs voorouders in Genesis 5 allemaal heel erg oud werden.

Bijbelkookboeken zijn een goed voorbeeld van het feit dat het verhaal van de Bijbel nog niet voorbij is en ook geen vaststaande vorm heeft. De Bijbel beweegt met ons mee en loopt als een onderstroom door de Westerse cultuur. We zien de Bijbel terug in taal, in films, in literatuur en beeldende kunst, en nu dus ook in kookboeken. Zo bezien is het Bijbelse kookboek gewoon een voorbeeld van een nieuwe manier om bijbelverhalen te vertellen, vergelijkbaar met Bijbelse strips, films, en bijbelcomputergames. Maar Bijbelse kookboeken zijn ook iets bijzonders, omdat ze de Bijbel en eten bij elkaar brengen. Eten is niet alleen voeding, eten doet iets met ons. Het is een teken van wie we zijn, bij wie we horen en wie we zouden willen zijn. Eten hangt samen met ons lichaam, onze zintuigen en onze herinneringen. Het geeft ons leven en plezier en identiteit. Eten en de Bijbel samen geven dus volop mogelijkheden om na te denken over allerlei aspecten van de Bijbelse wereld en die van ons zelf.

(bewerking en vertaling uit het Deens: Karin Neutel)

Anne Katrine de Hemmer Gudme is hoogleraar Oude Testament/Hebreeuwse Bijbel aan de Theologische Faculteit van de Universiteit van Oslo.

Literatuur

  • Anne Katrine de Hemmer Gudme, Himmelsk føde og forbuden frugt (Kopenhagen: Bibelselskabets Forlag, 2018).

Tags:

Meer Bijbel en exegese & Ethiek