< Terug

Care, community & commerce

Drievoudig snoer of monsterverbond?

Commercieel denken (en handelen) past – op het eerste gehoor…! – niet goed bij ons vertrouwde beeld van gemeente-zijn. Toch hier maar eens verder luisteren naar wat wérkelijk de bedoeling is?

Inleiding en probleemstelling

Wie lid is van een kerk, maakt deel uit van een zorggemeenschap. Dat maakt de kerk uniek en dat unieke wordt in dit themanummer van Ouderlingenblad dan ook terecht in alle toonaarden bezongen. In dit slotartikel verken ik de verhouding tussen zorg, gemeenschap en een derde begrip, namelijk commercie.

Dat begrip lijkt in combinatie met zorg en gemeenschap op het eerste gezicht een koekoeksjong. Evident is het verband tussen de eerste twee woorden: zorg en gemeenschap. Zorg ‘om niet’ gedijt nu eenmaal het beste in een gemeenschap van mensen die elkaar daarin stimuleren, elkaar erop aanspreken en samen een bedding onderhouden waarin deze zorg het beste kan stromen.

Commercie lijkt een woord dat zich lichtjaren van een woord als ‘zorg’ vandaan bevindt en derhalve met argusogen bekeken dient te worden. Bij commercie gaat het immers om verdienmodellen, targets, uren schrijven en rekeningen indienen: stuk voor stuk zaken die zich moeilijk lijken te verdragen met een onbaatzuchtige zorggemeenschap, of daar zelfs op gespannen voet mee staan. Of ligt dat toch genuanceerder en moeten we de drieslag care, commmunity & commerce (in het Engels klinkt het zo lekker met die drie C’s…) niet als monsterverbond beschouwen, maar als potentieel drievoudig snoer?

Commercie: waar en waarom?

Eerst nog even deze vraag trouwens: waarom zouden we het in een nummer over de gemeente als zorggemeenschap überhaupt over commercie moeten hebben? Ik zie er twee aanleidingen toe.

In de eerste plaats dient zich in onze tijd in toenemende mate de ‘religieuze ondernemer’ aan. Zaken die vanouds een plek hadden binnen de gemeente als zorggemeenschap – denk aan het pastorale gesprek, of het begeleiden van rituelen op kruispunten in het leven – biedt hij of zij op commerciële basis aan. Het komt meer en meer voor dat geseculariseerde kinderen van kerkelijk betrokken ouders voor een uitvaart toch geen beroep meer doen op een predikant, maar zich tot een – betaalde, niet kerkelijk gebonden – ritueelbegeleider wenden.

Soms zijn het ook predikanten zelf die zich naast hun klassieke pastorale praktijk in gemeentecontext op het gebied van het religieuze ondernemen wagen. Zij bieden zich bijvoorbeeld aan als coach, als inspirator en bezieler op de werkvloer, of ze vermarkten specifieke kennis en kunde op creatieve wijze als hun eigen specialité de la maison. Dat gebeurt om diverse redenen. Het kan bijvoorbeeld een missionair Anliegen zijn dat hen drijft, gepaard aan de ervaring dat je als dominee met je eigen bedrijfje binnen komt op plekken waar je anders niet binnen zou komen.

Soms is de achtergrond wat meer prozaïsch: er moet in het levensonderhoud worden voorzien en dat lukt niet langer (volledig) via de klassieke wegen.

Het woord ‘commercie’ lijkt lichtjaren verwijderd van het woord ‘zorg’

Daarmee raak ik aan de tweede aanleiding om het over commercie in relatie tot care en community te hebben. De bedding waarin de christelijke gemeente vanouds als zorggemeenschap kon functioneren, is in toenemende mate aan verandering en erosie onderhevig. Regionaal zijn de verschillen groot. Uit ervaring weet ik dat in de (kerkelijke) Alblasserwaard de vrijwilligersbestanden waar ziekenhuizen en verzorgingshuizen op leunen veel groter zijn dan in geseculariseerd Utrecht.

Over de hele linie dient zich echter op steeds meer plekken de vraag aan hoe lang een krimpende gemeente als vrijwillige zorggemeenschap nog op de oude voet kan blijven functioneren. Wat gebeurt er met de gaten die een wegvallende zorggemeenschap achterlaat? Blijven dat gaten of gaat iemand ze opvullen? En zo ja, wie dan? En hoe?

In het boek De reli-ondernemer van Greco Idema en Elze Riemer, 2018, verzucht Peter-Ben Smit: ‘De enige reli-ondernemer die er voor mij echt toe doet, is God en Gods product is genade – Gods vertegenwoordiger heette Jezus en die eindigde aan een kruis. Daar moest ik maar eens een businessplan op maken.’ Smit is overduidelijk kritisch op het koekoeksjong commercie dat naar zijn overtuiging niet past bij het intrinsiek gratuite van het Evangelie.

Enerzijds begrijp ik die kritiek. Het evangelie is zeer tegendraads, cultuurkritisch en naar zijn aard geen product. Als Jezus de wetten van de markt gevolgd zou hebben, zou hij nooit het ene verloren schaap zijn gaan zoeken, maar calculerend voor de negenennegentig anderen hebben gekozen. Anderzijds moeten we hier genuanceerd spreken en zeker ook de zelfkritiek toelaten.

Hoe lang kan een krimpende gemeente nog als vrijwillige zorggemeenschap blijven functioneren?

Ten aanzien van de opmars van de niet-kerkelijk gebonden religieuze ondernemer, zou ik de vraag willen stellen: hoe komt het dat hij/zij (soms) geprefereerd wordt boven de klassieke, aan de gemeente als zorggemeenschap verbonden gestalten van ouderling, pastoraal werker of predikant? De opmars van de wél kerkelijk gebonden religieuze ondernemer stelt de gemeente als zorggemeenschap voor een andere vraag.

Als nu blijkt dat de erosie van de gemeente als zorggemeenschap ertoe leidt dat haar betaalde krachten zich meer en meer gedwongen voelen het commerciële pad op te gaan, is het dan niet hoog tijd dat de gemeente als zorggemeenschap opnieuw gaat nadenken over haar huishoudboekje? Anders gezegd: vraagt juist het unieke van de gemeente als zorggemeenschap er niet om dat we alles in het werk stellen om dit unieke volhoudbaar te maken?

St. Martin in the Fields

Een plek waar dat op een wat mij betreft interessante en overtuigende wijze is gebeurd, is St. Martin in the Fields, een kerk aan het Londense Trafalgar Square. In de jaren tachtig zat St. Martins financieel helemaal aan de grond. In de termen van dit artikel: de gemeente als zorggemeenschap was uiterst kwetsbaar geworden. Toch leidde dit uiteindelijk niet tot sluiting van de kerk. In plaats daarvan voegde men aan care en community het woord commerce toe. Op kleine en later steeds grotere schaal werden commerciële activiteiten ontplooid: een concertserie, een winkel, een café.

Niet om rijk van te worden, wel om te kunnen blijven doen wat men als het hart van de roeping zag: kerk zijn voor de gemeente, de vele toeristen die Londen bezoeken en last but not least voor de allerkwetsbaarsten (lees: daklozen en uitgeprocedeerde vluchtelingen) in hartje Londen.

Is het niet hoog tijd dat de gemeente gaat nadenken over haar huishoudboekje?

Het – uiterst belangrijke! – verschil met de hierboven genoemde commercialiseringstrends, is dat hier niet een individu maar een gemeenschap commercie omarmt. Niet langer wordt commercie als een koekoeksjong beschouwd, maar als een noodzakelijk ingrediënt om de core business van de kerk op de langere termijn mogelijk te blijven maken. Belangrijk om daarbij op te merken is, dat men in St. Martins niet slechts noodgedwongen aan commercie is gaan doen, maar dat ook heeft geprobeerd te integreren in haar hele missie.

Dat laatste is voor een belangrijk deel te danken aan de huidige vicar van de kerk, dr. Sam Wells. Hij is degene geweest die sinds zijn aantreden in 2017 de missie van de kerk in zijn samenhang opnieuw is gaan doordenken. In 2019 heeft hij het netwerk HeartEdge in het leven geroepen, een netwerk dat bedoeld is om andere kerken te inspireren om met de principes van St. Martins te gaan werken.

In zijn boek De toekomst die groter is dan het verleden, uit 2020, vat Wells die principes graag samen in vier C’s: congregation, culture, compassion en commerce. De vier C’s zijn op zich niet heel erg vernieuwend en dat is ook niet Wells’ bedoeling. Het nieuwe zit hem wel in de invulling van de begrippen én in de manier waarop men ze onderling laat samenhangen. Wells wil kerken uitdagen om de vier C’s nooit meer als losse eilandjes te beschouwen, maar altijd in verbinding met elkaar.

… de vier C’s – congregation, culture, compassion en commerce – nooit meer als losse eilandjes beschouwen

Dat betekent dus dat ‘missionair kerk-zijn’ niet los staat van het ‘gewone’ gemeenteleven. Dat een ‘zorggemeenschap’ voluit missionair is. Dat de zorg om en voor de inkomsten geen elephant in the room is, maar voluit missionair en gemeenteopbouwend. Wells daagt uit tot wat hij noemt een ‘financieel gewetensonderzoek’ in onze kerken. Het is zijn stelling dat ‘…betrokkenheid in commerciële, compassievolle en culturele initiatieven de kerk niet berooft van haar energie, identiteit of focus – integendeel, het kan ervoor zorgen dat gemeenten de bronnen voor hun eigen vernieuwing terugkrijgen.’

Zie voor meer info www.heartedge.org. Ook de facebookpagina van HeartEdge is zeer de moeite waard.

Slot

De omvang van dit artikel laat het niet toe om dieper op Wells’ ideeën over de rol van commercie in het kerkelijke leven in te gaan. Wie daar wel in geïnteresseerd is, raad ik zijn boek Een toekomst die groter is dan het verleden van harte aan.

In de kerk, aldus Wells, zou het moeten gaan “… over het voordoen en mogelijk maken van sociale relaties die nergens anders te vinden zijn. Het zou niet moeten gaan over het bezighouden en vermaken van tieners, totdat zij op een gegeven (onvermijdbaar) moment geen interesse meer hebben; de kerk zou moeten gaan over het raken van hun verbeelding met een vorm van sociale activiteit die zo authentiek en zo inspirerend is dat het geen schaamte oproept maar juist aantrekkingskracht uitoefent, omdat deze gemeenschap in de vorm van haar relaties dapper vóór de maatschappij uitgaat in plaats van dat zij er misnoegend achteraan sloft.

Het christendom sloeg aan in de tweede en derde eeuw, omdat het instituten introduceerde die mensen tot dan toe ongekende mogelijkheden en kansen boden. Dat was wat het christendom oorspronkelijk was: een revolutionair idee dat institutionele vormen aannam. En dat moet het opnieuw worden.”

Het moge duidelijk zijn: mits zorgvuldig aangepakt en goed doordacht, denk ik dat care, community en commerce in potentie een drievoudig snoer kunnen zijn. Omwille van alles wat in de kerk als zorggemeenschap écht onbetaalbaar is.

Wim (drs. W.P.) Vermeulen is als predikant verbonden aan de Protestantse Wijkgemeente Jacobikerk in Utrecht en betrokken bij het missionaire inspiratienetwerk HeartEdge.

< Terug