< Terug

Christus is ook Heer van cyberspace

E-liturgie in coronatijden

Kerkgemeenschappen en hun vieringen zijn massaal online gegaan. En dat op heel verschillende manieren, zoals te lezen is in dit nummer van Laetare. In die reportages uit het veld vielen mij drie woorden op: creativiteit, woestijntijd en pijn. Nu kerkgebouwen gesloten moeten blijven of de deur slechts op een kier mogen zetten, blijft de kerk — immers, met het Apostolicum, ‘de gemeenschap der heiligen’ — bestaan. Maar zij kan niet fysiek bijeenkomen, en het vraagt veel creativiteit om de gemeenschap van het ene op het andere moment met voornamelijk digitale middelen vorm te geven. Dat is zoeken en proberen. Hier en daar worden er verrassende vormen voor gevonden. Toch blijkt telkens dat we ook iets missen.

Ik concentreer mij in dit artikel op het gebruik van digitale middelen. Dan ga ik dus voorbij aan heel creatieve vormen van kerkzijn zoals bijvoorbeeld de Toer de Hoop in Aldeboarn — die optocht had ik graag gezien!

Ik probeer een paar lijnen te trekken op grond van eerder onderzoek naar digitale vormen van kerkzijn en vooral van liturgie. Dat onderzoek staat nog in de kinderschoenen, al is er al wel een en ander over gepubliceerd. Een eerste reflectie op digitaal kerkzijn in coronatijd onder redactie van Heidi A. Campbell, die zich al langer met religie en cyberspace bezig houdt, verscheen een paar weken geleden en is vrij te downloaden als pdf-bestand. Ik put rijkelijk uit een aantal artikelen in dat boek; ze hielpen mij om lijnen in de in dit nummer beschreven praktijken te trekken.

Religie online en online religie

Een al wat ouder onderscheid dat ook in de casus in dit nummer begint op te lichten, is dat tussen religie online en online religie. Veel kerkdiensten die we nu online zien, zijn in feite (verkorte of anderszins aangepaste) kerkdiensten die, al dan niet live, online worden gedeeld. Anders gezegd, aan wat we zien op ons digischerm ligt een analoge versie van het liturgisch ritueel ten grondslag. De kijkers zijn ‘participants viewing online a religious experience happening offline’ (Philips, p. 72). De meeste casus die hier beschreven worden, kunnen we tot deze categorie rekenen.

Online religie zoekt daarentegen juist de religieuze ervaring en ontmoeting online; achter wat je op je beeldscherm ziet ligt geen analoge versie. ‘God is found … in the very experience of searching for God online. God inhabits the digital’ (Philips, p. 72). Zoekende stappen in die richting zie ik ook, bijvoorbeeld in de casus van de zoomviering die John Hacking beschrijft in de Studentenkerk in Nijmegen en de vieringen die Anne-Meta Kobes uit Heerenveen rapporteert; heel professioneel gebeurt dat in het artistieke project van door hun eigen huis dansende ballerina’s dat Stefan Belderbos beschrijft.

Virtueel is ook reëel

Langzamerhand is iedereen er wel van doordrongen dat het virtuele en het fysieke domein geen gescheiden werelden zijn. Zonder dansers, sprekers, musici en zangers bestaat geen van de beschreven casus in dit nummer. Verder veronderstelt participatie aan een liturgisch ritueel online een participant die met een fysiek scherm en zijn of haar fysieke handen, ogen en oren zichzelf tot participant maakt. De virtual reality die we momenteel in online vieringen zien is nauw aan de offline wereld verbonden. Hier zijn nog volgende stappen mogelijk: kerken en vieringen die alleen virtueel bestaan, ‘not physically existing as such but made by software to appear to do so’ (Post & Van der Beek, p. 85). Die virtual realities verwijzen ook en altijd naar de offline wereld.

Niet-fysiek is niet hetzelfde als niet-werkelijk.

De bekendste concrete voorbeelden van uitsluitend virtueel bestaande realiteiten zijn in de gamewereld te vinden. Frank Bosman geeft het voorbeeld van de game Bioshock (2007), waarin de onderwaterstad Rapture een duidelijke verwijzing is naar het in sommige evangelisch-christelijke kringen populaire begrip van de ‘opneming’ (voordat de apocalyptische verschrikkingen over de aarde komen zal God de uitverkorenen opnemen in de hemel) (Bosman, p. 93v.). De verwijzing naar de offline wereld geldt eens te sterker voor virtuele gedenkplekken waar de levens van mensen worden herdacht van wie dikwijls geen fysieke gedenkplaats als een graf of nis in een colombarium te vinden is, bijvoorbeeld omdat iemand is gecremeerd en de as daarna is verstrooid (www.virtual-memorials.com).

Met dat alles is gezegd dat het virtuele ook reëel is. Anders gezegd, niet-fysiek is niet hetzelfde als niet-werkelijk (vgl. Zsupan-Jerome, p. 91). Als Christus ook Heer van de cyberspace is, dan is hij ook daar werkelijk present. En wij kunnen elkaar ook werkelijk present zijn in cyberspace. Dat leidt me naar een volgende overweging.

Belichaamde presentie

Veel discussie cirkelde de laatste maanden om de sacramenten, vooral doop en eucharistie/avondmaal online. Het probleem daar is het fysieke waarin het heil wordt bemiddeld. Hoezeer het virtuele ook reëel is en verbonden met ons fysieke bestaan, het is zelf niet fysiek. Enigszins kort door de bocht: van een beeldscherm kun je niet eten, en verbonden zijn via de social media helpt je niet als je concrete hulp nodig hebt bij het aantrekken van je steunkousen. (Ik laat — misschien ten onrechte — de robotica buiten beschouwing.)

Digitaal kan niemand je brood en beker aanreiken of je begieten met water. Noch ook kunnen we elkaar de vrede wensen met een handdruk, omhelzing of kus. Evenmin kunnen we ons zingende, dat wil zeggen luisterend met onze fysieke oren naar elkaar en naar de ruimte, tot één fysiek lichaam van Christus transformeren. In zoverre houden liturgie online en online liturgie een tekort ten opzichte van de samenkomst van de gemeenteleden (hun fysieke lichamen) in de fysieke ruimte van het kerkgebouw.

Ik heb hierboven al gesuggereerd dat Christus ook in cyberspace aanwezig is en wij elkaar ook daar aanwezig kunnen zijn. Zoals Matthew Tan zegt: de presentie van Christus in de belichaamde communie is niet het enige criterium voor het geloof en voor Gods aanwezigheid in onze wereld (Tan, p. 81). God is ook present in zijn woord. Misschien dat daarom de calvinistische kerkdienst en evangelical worship, waar de sacramenten toch al vaak achterwege blijven en het woord dominant is, wel de meest geschikte zijn om online te realiseren. Voor de andere komt het aan op geduld, het uit zien te houden, op eucharistisch vasten. Anders gezegd, het gemak waarmee kerken vieringen al dan niet online vormgeven is ook gebonden aan de denominatie waartoe zij behoren.

Marcel Barnard is hoogleraar Praktische Theologie/Liturgiewetenschap aan de Protestantse Theologische Universiteit, Amsterdam, en de Universiteit van Stellenbosch, Zuid Afrika.

Literatuur

­ Frank Bosman, ‘“God is ons vergeten”. De (post)apocalytische thematiek van shooter/ rpg­videogames’ in Marcel Barnard & Frank Bosman, Apocalyps in kunst. Ondergang als loutering, Zoetermeer: Meinema 2014, pp. 91­ 101.

­ Heidi A. Campbell (Ed.), The distanced Church. Reflections on doing Church online, https://oaktrust.library.tamu.edu/handle/1969.1/187891 (free download).

­ Peter Philips, ‘Enabling, Extending, and Disrupting Religion in the Early COVID­19 Crisis’, in Campbell, The distanced Church, pp. 71­-73.

­ Paul Post & Suzanne van der Beek, Doing ritual criticism in a network society. Online and offline explorations into pilgrimage and sacred place (= Liturgia Condenda 29), Leuven etc.: Peeters 2016.

­ Matthew John Paul Tan, ‘Communion in the digital body of Christ’, in Campbell, The distanced Church, pp. 81­-83.

­ Daniella Zsupan­Jerome, ‘Is it real? Mystagogizing the livestreamed service’, in Campbell, The distanced Church, pp. 91-­93.

< Terug