< Terug

Coronablues: Opener dan ooit

We spreken over het oude en het nieuwe normaal. Tim Vreugdenhil verkent een aantal theologische notities bij dat laatste: een verrassend essay over open deuren.

Foto bij artikel Woord en Dienst 2022 02
Pixabay/Mystics Art Design

Onlangs liep ik door een kledingwinkel die in een oud bankgebouw gevestigd was. Beneden in de kelder bevond zich de dikste kluisdeur die ik ooit gezien had. Die deur stond wagenwijd open. Daarachter bevond zich een ruimte met honderden kleinere kluisjes en sleutelkasten. De kluis was evident gebouwd op ‘onveranderlijkheid’ en zou inbrekers, verzakkingen en zelfs vuur moeten kunnen trotseren. Ik schat dat deze schatkamer minder dan een eeuw daadwerkelijk gefunctioneerd heeft. De bank bestaat niet meer en het opbergen van kostbaarheden doen we in een digitaal tijdperk op andere manieren. Slechts een kluis tussen de kleding wijst naar iets als het ‘oude normaal’. In de gereformeerde context waarin ik ben opgegroeid, werd van God gedacht en geloofd dat Hij onveranderlijk is. Sommige dogma’s waren moeilijk, maar deze niet. Daar hoefde je geen theoloog voor te zijn. Als God niet onwrikbaar was, waar zouden we dan blijven? Natuurlijk waren er bijbelse passages waarin God van gedachten verandert. Die werden echter consequent als ‘mensvormig spreken’ uitgelegd. God wist allang dat Hij berouw zou krijgen. Wat vanuit menselijk perspectief verandering líjkt, is bij God stevig verankerd: in raadsbesluiten, eigenschappen of zelfs in het goddelijk wezen. Om het mensvormig te zeggen: de kluisdeur zat goed dicht.

Theologische normaliteit

In de colleges van Bram van de Beek in Leiden hoorde ik voor het eerst dat God wel degelijk is veranderd. Ik hoorde ervan op: goed nieuws! Van de Beek nam de ‘onveranderlijkheid’ van God minstens zo serieus als ik het had geleerd. God waait niet opeens met alle winden mee. Maar eenmaal is hij werkelijk veranderd. Het leven, de dood en de opstanding van zijn zoon hebben iets in Hemzelf verschoven. De realiteit na Christus is anders. Daaraan heeft God zich onmiddellijk en hartstochtelijk gecommitteerd. Theologisch vormen de drie dagen van goede vrijdag, stille zaterdag en paaszondag de overgang van ‘het oude naar het nieuwe normaal’. De kluisdeur is daar opengegaan. Je loopt het heilige der heiligen nu zomaar binnen. In de christelijke betekenis is dat de diepere, zelfs kosmische, betekenis van het gegeven dat we God ‘onze Vader’ mogen noemen. Het is in dat licht niet meer dan normaal dat de christelijke kerk een standaard heeft voor wat als normaal mag gelden. Theologische normaliteit zeg maar.

Je loopt het heilige der heiligen nu zomaar binnen.

Van de anglicaanse theoloog Oliver O’Donovan leerde ik dat alles in het verhaal van Christus van belang is, maar dat de opstanding op één staat. Ook dat is na te voelen: de weggerolde steen lijkt op die open kluisdeur. Een open deur zet een gevangenis in een ander perspectief. Christen zijn is volgens O’Donovan een hermeneutische oefening: kan ik de opstanding enerzijds als bevestiging van de geschapen orde beschouwen en anderzijds als de poort naar iets totaal nieuws? Als het nieuwe niet in lijn is met het oude, zouden wij er niets van begrijpen. Maar het nieuwe is vaak nog een belofte, een ideaal, iets waar je naar verlangen kunt maar dat er nog niet is. Het vóelt ‘abnormaal’ vaak, die nieuwe realiteit. Een leeg graf is niet normaal meer. En tegelijk worden we uitgedaagd: zou juist de oude wereld, zou de dood niet pas echt abnormaal zijn? Bepalen wij zelf wat normaal is of laten we dat aan Gods Geest over?

Stap in de veertigdagentijd

De bijbelse metaforen over het eschaton proberen iets uit te drukken van een werkelijkheid waarin ‘nieuw’ en ‘normaal’ volledig samenvallen. Dit zijn enkele systematisch-theologische overwegingen die het hart van het christelijk geloof raken. In hoeverre kunnen ze ons helpen om in de veertigdagentijd 2022 een stap te zetten? Ik doe een voorzet en daag de lezer uit om zelf verder te gaan.

(1) Christenen leven over het algemeen niet onder een steen maar al te vaak nog in een kluis. Dat laatste doen overigens alle mensen in onze samenleving. Maar christenen hebben een verhaal over een loodzware deur die voor eeuwig geopend is. Het valt ons, als we eerlijk zijn, vaak niet mee om te leven op basis van de diepe impact van dat ‘open’. Kerkdeuren die maandenlang dicht zijn, stemmen ons al snel somber. Dat ook ‘het kerkelijk leven’ aan ernstige beperkingen onderhevig was, werd ons in ernstige e-mails keer op keer voorgehouden. Leven in lockdown is vervelend en in sommige situaties dramatisch. Maar die realiteit stond dagelijks al in de krant. De grotere realiteit van het christelijk geloof is: de meest dikke deur van allemaal staat open. Waarom leek ook die deur in de afgelopen twee jaar zo vaak dicht? Omdat het nieuwe normaal vaak amper tot ons doordringt. We hebben behoefte aan een goed doordachte, aansprekend verkondigde en praktische toegepaste theologie van hoe de Heer is opgestaan en dat er dáárom een nieuw leven aanvangt.

Goede theologie van Coca-Cola.

(2) Open Like Never Before. Dat is de slogan waarmee Coca-Cola de boer op ging na de eerste lockdown. Niet alleen de fysieke deuren gaan weer open, zei een marketingdirecteur van de frisdrankgigant. Belangrijker nog zijn de deuren van ons hart. Eerst moesten we gedwongen op afstand blijven. Nu er weer meer kan, is er een wilsbesluit nodig: durf ik anderen, van welke soort of overtuiging ook, opener tegemoet te treden? Of ze het bij Coca-Cola weten of niet, dit is goede theologie. Opener dan ooit is een samenvatting van de spiritualiteit en ethiek van Paulus. Waar de Geest van de Heer is, is vrijheid. De ondertitel van iedere christen kan daarom zijn: ik wil leven door elke dag iets meer open te worden. Ik oefen ervoor.

(3) ‘Ik was omkneld door banden van de dood’, leerde ik vroeger. Wat ik toen niet begreep, zie ik nu elke dag om me heen. We hebben een gekluisterde samenleving gebouwd. Kluisjes in de vorm van schulden, moreel of financieel. Van verwachtingen of regelrechte fouten van ouders en opvoeders. Van verslavingen in allerlei vorm. Van angst in allerlei vormen voor de dood. Van ik in mijn klein kluisje en jij in dat van jou. Heidegger, Sartre en andere grootheden hebben de menselijke existentie als kluis voorgesteld. Zoals Christus in de oude kerk werd voorgesteld als ‘neergedaald in de hel’, kan de christelijke kerk hem in onze context prediken als ‘neergedaald in de kluis’. Om van wat normaal lijkt – maar het absoluut niet is – een nieuw normaal te maken. Ik had er al meteen zin in, in die oude bankkluis. ‘Hier juicht een toon, hier klinkt een stem …’; het zou op zo’n plek meer nog kunnen resoneren dan ooit in Jeruzalem.

Dit artikel is geschreven door Tim Vreugendenhil. Vreugdenhil is predikant-directeur van City Kerk Amsterdam. Daarnaast is hij als stadspredikant aan de Protestantse Kerk Amsterdam verbonden.


Woord & Dienst 2022, nr. 3: Coronablues

Corona is een Mexicaans biermerk, een virus maar ook de lichtkring om de maan bij een zonsverduistering – afgeleid van het Latijnse woord voor krans. De krans van het virus heeft onze omgeving in haar greep (gehad).

Dat beeld van de zonsverduistering is interessant. We weten dat de zon weer gaat schijnen. Maar het kan geen kwaad om te onderscheiden wat er in het donker gebeurd is. Het verdriet, maar ook de lichtpuntjes waar we van kunnen leren. Dat is een van de onderwerpen in dit nummer.

< Terug