< Terug

Crisis in de kerk

Hulp vragen als blijk van gezondheid

Nog even omkijken op wat in dit themanummer wordt aangeroerd. Maar dan ook even in de spiegel kijken. Zien we ook de crisis in de kerk zelf? En wat doen we ermee?

Dit nummer gaat over de beschikbaarheid van de kerk in tijden van crisis. Daarover valt gelukkig veel goeds te melden, zoals uit dit nummer blijkt. Maar het is ook goed aan het einde van dit nummer de blikrichting om te draaien. De kerk is immers zelf ook in een crisis beland. Daarbij gaat het uiteraard niet om een vuurwerkramp, een aanslag of corona. De kerkelijke crisis heeft te maken met haar identiteit, met haar relevantie en verstaanbaarheid voor mensen van nu. Durft ze om hulp te vragen?

Wel eens in aanraking geweest met de wereld van het diaconale handelen?

Hulp vragen

In mijn studietijd ben ik eens geholpen door een uitspraak van een van mijn docenten. Bijna terloops zei ze in een college dat hulp vragen een blijk van gezondheid is. Die terloopse opmerking kwam bij mij binnen als een voltreffer. Het is voor mij een levenswijsheid geworden die ik met me meedraag, juist omdat ik het vragen van hulp moeilijk vind. Het zinnetje hielp me om over mezelf en ook over de kerk na te denken.

Jarenlang gaf ik aan de Vrije Universiteit college over diaconaat. Daarbij begon ik vaak met de vraag of de studenten ooit in aanraking waren geweest met de wereld van het diaconale handelen. Met opzet vroeg ik het dan zo neutraal mogelijk. Bijna altijd lag er wel een lijntje, maar wat me dan opviel, was dat het vrijwel altijd aan de gevende kant was. Ze zetten zich in voor diaconale projecten en goede doelen. Eén keer was er een al wat oudere studente die van de plaatselijke diaconie een nieuwe computer had gekregen omdat ze structureel krap bij kas zat. Deze bekentenis—want dat was het—gaf in de groep bijna een reactie als ‘o ja, dat kan ook nog, dat je iets ontvangt van de diaconie.’

Voor deze groep van vaak bevoorrechte jonge mensen was dat een begrijpelijke reactie, maar het liet ook iets zien van een onbewust denkpatroon binnen de kerken. Veel diakenen zullen bijvoorbeeld zelf nog nooit ondersteuning hebben gehad vanuit de diaconie. Dat is iets om ons bewust van te zijn. Een diaconie kan geweldig geholpen zijn met diakenen die weten wat het is zelf aan de ontvangende kant te (moeten) staan!

‘Ons beroep is de gaarkeuken’

Het patroon zal herkenbaar zijn. De kerk helpt, zelf hoeft ze niet geholpen te worden. Zwart-wit gezegd: de christelijke gemeente is er voor anderen, anderen hoeven er niet voor haar te zijn. De gemeente bouwt ziekenhuizen waar ze zelf niet in komt te liggen en ze levert aan de voedselbank waar ze zelf geen klant van is. Heel scherp kwam die (vaak onbewuste) manier van denken naar voren in de typering die een kerkelijk werker gaf van de bezoekers van het inloophuis waar ze bij betrokken was: ‘gepensioneerden die het gezellig vinden om langs te komen en een praatje (over vroeger) te maken; alleenstaanden, die het sociale contact waarderen; werklozen op zoek naar een baan; (ex)psychiatrische patiënten die structuur in hun leven willen aanbrengen; een enkele dak- en thuisloze, die de warmte en het kopje koffie waardeert. Ook verschillende gemeenteleden komen regelmatig langs.’ De laatste zin is onthullend. Er wordt de indruk gewekt dat er onder gemeenteleden geen personen zijn die behoren tot een van de eerder genoemde groepen bezoekers. Dat had ze uiteraard niet zo bedoeld, maar het citaat staat toch ergens model voor een houding die—vaak onbewust—ons in de kerk niet vreemd is. Wij zijn er voor anderen, de anderen zijn er niet voor ons.

De christen identificeert zich met degene die hulp biedt…

De Duitse theoloog Ulrich Bach—zelf gebonden aan een rolstoel door polio in zijn kindertijd—typeert deze houding kort en krachtig: ‘ons beroep is niet de honger, maar de gaarkeuken’. Hij brengt deze houding, waarbij christenen en noodlijdenden tegenover elkaar geplaatst worden, in verband met een onjuist omgaan met het verhaal over het oordeel uit Mattheüs 25, over de schapen en de bokken. De christen identificeert zich met degene die hulp biedt aan de minste van Jezus’ broeders. Hij kleedt de naakte, voedt de hongerige etc. Hij is niet zelf deze minste.

Een gezonde kerk

Ik kom nog even terug op de kerk die te maken heeft met een crisis. Durft ze hulp te vragen? Durft ze te erkennen dat ze vaak niet weet hoe het verder moet? Durft ze heel diepgaand haar hulp te zoeken bij de Naam van wie ze elke zondag belijdt dat van Hem onze hulp komt? En durft ze ook hulp te zoeken bij andere kerken of zelfs bij groepen en bewegingen buiten de kerk? Dat zinnetje van die docent moet misschien maar als tegeltjeswijsheid in kerken worden opgehangen. Om zo op een gezonde manier beschikbaar te blijven als bij een crisis anderen om hulp vragen.

Sake (dr. S.) Stoppels is lector ‘Zingeving in nieuwe geloofsgemeenschappen’ aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE) en wetenschappelijk beleidsmedewerker van de Protestantse Kerk. Hij is tevens lid van de redactie van Ouderlingenblad.

< Terug