< Terug

De 8 van ‘nieuw begin’

Het getal acht komt van oudsher terug in rituelen rond de doop. Zo hebben oude stenen doopvonten vaak een achthoekige vorm. Waarom is dat zo? En waarom hebben molens die vorm ook?

Beroemd is de doopkapel die in Florence op het plein voor de grote kathedraal staat. Die heeft een achthoekige plattegrond en koepel. De achthoek staat voor het nieuwe begin: wie gedoopt wordt, begint een nieuw leven en breekt met alles van daarvoor. Ook met onze tijdrekening, waarin maar zeven verschillende dagen bestaan. Ook met de dood. De dopeling vindt door het water van de dood heen het nieuwe leven. De toekomst opent zich.

MOLENS ALS SYMBOOL

In Nederland zijn veel achthoekige doopvonten te vinden, maar achthoekige kerken zijn schaars. In Scherpenzeel staat een kerk die achthoekig geworden is, omdat er vroeger op die plaats een korenmolen stond. Molens hebben namelijk vaak een achthoek als grondvorm. Dat heeft met de constructie te maken: ronde bewegende delen, zoals de maalstenen, moeten in een stevige constructie van balken en latten gevat worden. Teken maar eens lijnen langs een cirkel, dan heb je zo een achthoek op papier. Toch is er misschien ook een diepere betekenis. De molen staat in verschillende religies symbool voor omvorming, voor diepgaande verandering. In de kerk van Vézelay is daarvan een christelijk voorbeeld te zien: Mozes schudt het graan (dat het Oude Testament voorstelt) in de molen; Paulus vangt het meel op in de zak van het Nieuwe Testament.

VAN GRAAN TOT BROOD

In andere voorstellingen wordt het lichaam van Jezus zelf gemalen. Hij is immers het brood dat we breken en delen. Een vergelijkbare gedachte vinden we in een preek van kerkvader Augustinus. Weergaloos verbindt hij daarin het proces van graan tot brood met het proces dat doopleerlingen doormaken. In die tijd (de vierde eeuw) waren dat volwassenen. Alle gelovigen samen vormen het lichaam van Christus: ‘Bedenkt dat brood niet gemaakt wordt van één graankorrel.’ De pas gedoopten waren als graankorrels. Voor de doop was er een ritueel waarbij het kwade uit hen werd uitgebannen. Toen zijn ze ‘als het ware tot meel gemalen’, zegt Augustinus en vervolgt: ‘Toen jullie gedoopt werden, is het meel met water besprenkeld. Toen jullie het vuur van de heilige Geest ontvingen, zijn jullie als het ware gebakken.’

DEEL VAN CHRISTUS

Met het oog op het delen van het brood bij de viering van Avondmaal of eucharistie zegt Augustinus puntig: ‘Ontvangt wat je bent.’ Dat zijn woorden om even op te kauwen. Maar het is waar: als gelovige ben je deel van het lichaam van Christus en tegelijk ontvang je het brood dat zijn lichaam is. Het is een omvormingsproces dat in het oneindige doorgaat.

AUGUSTINUS SCHRIJFT OVER HET PROCES ‘VAN GRAAN TOT BROOD’ IN PREEK 272.

Beate Rose is predikant/geestelijk verzorger in de verpleeghuiszorg en redactielid van Open Deur.

< Terug