< Terug

De apostel Tomas

Geschiedenis en legende

Tomas is zo ongeveer overal. Iedereen kent wel een T(h)omas, of het nu een bekende Nederlander, familielid of kennis betreft of een van de beroemde Thomassen uit de geschiedenis, waaronder een aantal die net als de apostel zelf heilig zijn verklaard (zoals Thomas Aquinas, Thomas More en Thomas Becket). Veel mensen hebben op een Sint Thomasschool gezeten of hebben een kerk met die naam bezocht. Anderen zijn misschien in een naar Tomas genoemde plek op vakantie geweest, of dat nu Sankt Thomas, Saint-Thomas, Santo Tomás of het Amerikaanse eiland Saint Thomas betrof. Of ze luisteren naar muziek die zijn naam draagt, zoals een van de bekendste jazznummers aller tijden: Saint Thomas van Sonny Rollins.

De bekendheid en wijde verspreiding van de naam Tomas is opvallend omdat deze apostel in de oudste christelijke bronnen geen enkele rol van betekenis speelt. De brieven van Paulus noemen een aantal vroege volgelingen bij naam als belangrijke figuren in de vroege kerk: Petrus, Johannes, Jakobus, maar niet Tomas. Hij is natuurlijk inbegrepen in ‘de twaalf’ waarnaar Paulus verwijst (1 Korintiërs 15,5), maar wordt niet apart genoemd. Ook in Matteüs, Marcus en Lucas, de drie oudste verhalen over het leven van Jezus, komt Tomas alleen voor als één van de twaalf. Zijn naam wordt genoemd in lijstjes van de twaalf apostelen en staat eigenlijk altijd onopvallend ergens in het midden (Matteüs 10,3, Marcus 3,18, Lucas 6,15, zie ook Handelingen 1,13). We hebben ook geen brief afkomstig van of toegedicht aan Tomas, zoals we die wel hebben van Paulus, Johannes, Petrus, Jakobus en Judas. Kortom, als we kijken naar de literatuur die bewaard is gebleven uit de eerste decennia van de Jezusbeweging, dan lijkt Tomas een zeer marginaal figuur geweest te zijn.

Een andere reden waarom het opmerkelijk is dat Tomas zo’n bekende naam geworden is, is dat Tomas eigenlijk helemaal geen naam is. Het Griekse Thomas komt van het Aramese te’oma (in het Hebreews: te’om), dat ‘tweeling’ betekent. Het Griekse woord voor tweeling is didymos. In het Johannesevangelie wordt dat woord drie keer gebruikt met betrekking tot Tomas. Hij wordt telkens geïntroduceerd als ‘Tomas die Didymus genoemd wordt’, hetgeen ook kan worden opgevat als ‘Tomas, dat wil zeggen: de tweeling’ (1,16, 20,24, 21,2). Wiens tweeling hij was blijft onduidelijk, maar we zullen zien dat latere bronnen daar duidelijke ideeën over hadden. In het Johannesevangelie, het laatste van de canonieke evangeliën, speelt Tomas dus opeens wel een rol van betekenis. Eindelijk krijgt Tomas wat tekst. En niet zomaar tekst: hij mag de climactische geloofsbelijdenis uitspreken wanneer hij Jezus (h)erkent als ‘mijn Heer en mijn God’ (20,28). In het volgende artikel gaat Gerard van Broekhuizen hier nader op in.

Tomas lijkt een zeer marginaal figuur geweest te zijn.

Tomas’ ster was rijzende en ook in andere literatuur van iets later datum (dat wil zeggen: omstreeks de tweede eeuw), heeft Tomas een belangrijke rol. De beroemdste van deze teksten is het Evangelie van Tomas. Dit document werd in zijn geheel pas in 1945 ontdekt en is een van de belangrijkste archeologische vondsten van de twintigste eeuw. Het is een vrij korte tekst die bestaat uit 114 uitspraken van Jezus. Tomas komt eigenlijk slechts een paar keer voor, maar heeft wel een sleutelrol, want volgens de openingszin zijn de ‘geheime’ of ‘verborgen’ uitspraken van Jezus die we in dit evangelie vinden door Tomas opgeschreven. In deze openingszin wordt de volledige naam van Tomas gegeven als Didymus Judas Tomas (oftewel ‘tweeling-Judas-tweeling’). Dit suggereert dat ‘Judas’ gezien werd als zijn eigennaam, maar hij wordt verder in de tekst gewoon als Tomas aangeduid.

Tomas is in dit evangelie de discipel die Jezus en zijn ‘geheime’ uitspraken nog het beste begrijpt. Wanneer in de eerste drie canonieke evangeliën Jezus de vraag stelt ‘Wie zeggen jullie dat ik ben?’, dan geeft Petrus het juiste antwoord: ‘de messias’ (Marcus 8,29, vgl. Matteüs 16,16, Lucas 9,20). Maar in het Evangelie van Tomas zit Petrus ernaast met zijn antwoord (‘een rechtvaardige engel’) en is het Tomas die op het juiste spoor zit (Evangelie van Tomas 13). De waarheid over Jezus’ identiteit is echter dusdanig dat Tomas dit niet in woorden uit kan drukken. Dit blijft dus voor de lezer verborgen. Dat is geen toeval, want het evangelie opent met de belofte van Jezus dat wie de uitspraken in dit evangelie begrijpt, de dood niet zal smaken. Hun betekenis is slechts weggelegd voor hen die actief op zoek gaan en wordt niet rechtstreeks gecommuniceerd. Riemer Roukema gaat in zijn bijdrage elders in dit nummer nader op het karakter van deze tekst in.

Apostelen aan het zuidportaal van de kathedraal in Chartres (beeld onbekend)
Een aantal apostelen aan het zuidportaal van de kathedraal in Chartres. Tomas (tweede van links) is eigenlijk niet meer dan een van de twaalf. (beeld onbekend)

Het enige wat op dit punt nog vermeld moet worden is dat, alhoewel het woordje ‘evangelie’ in de titel zit van het Evangelie van Tomas, het qua genre duidelijk iets anders dan de evangeliën die we kennen uit het Nieuwe Testament. We vinden immers alleen uitspraken en nauwelijks verhalende elementen. Andere teksten op naam van Tomas sluiten wel aan bij uit het Nieuwe Testament bekende genres. Zo is er de Handelingen van Tomas, dat net als het boek Handelingen in het Nieuwe Testament verhaalt over het reilen en zeilen van de discipelen, in dit geval van Tomas. Er zijn uit de oudheid diverse vergelijkbare niet-canonieke Handelingen bekend, zoals de Handelingen van Petrus, Handelingen van Andreas, etc. Deze teksten kunnen tenminste deels als aanvullingen op het Nieuwe Testament worden verstaan, want ondanks dat het Nieuwtestamentische boek voluit ‘Handelingen der Apostelen’ genoemd wordt, bevat het vooral verhalen over Petrus en Paulus. Wat gebeurde er met al die andere vroege volgelingen van Jezus? Waar gingen zij heen en welke avonturen beleefden zij? Later geschreven Handelingen geven antwoord op zulke vragen.

Uit de Handelingen van Tomas leren we dat hij naar India vertrok en dat hij daar, en op de weg ernaartoe, diverse avonturen beleefde. Voor een nadere beschrijving van deze smeuïge tekst verwijs ik u graag naar het artikel van Karin Neutel in dit nummer. Waar ik hier slechts even kort de aandacht op wil vestigen is dat in de Handelingen van Tomas het duidelijk wordt wiens tweeling hij is: Tomas, die ook hier soms weer ‘Judas’ genoemd wordt, is de tweelingbroer van niemand minder dan Jezus. Sommige wetenschappers zien de notie dat Tomas Jezus’ tweeling was ook weerspiegeld in het Evangelie van Tomas. Maar voor zover daar al sprake van is, gaat het vooral om een spiritueel ‘tweelingschap’: Tomas gaat steeds meer op Jezus lijken en de lezer wordt ertoe opgeroepen dat ook te doen. In de Handelingen van Tomas is de protagonist ook in uiterlijke zin de tweeling van Jezus. De twee zijn niet van elkaar te onderscheiden. Overigens werd Tomas niet altijd gezien als de tweelingbroer van Jezus. Zo lezen we in een tekst uit de achtste of negende eeuw getiteld De apostolorum parentibus (‘Over de ouders van de apostelen’) dat Tomas een tweelingzus had, genaamd Lysia.

De waarheid over Jezus’ identiteit is echter dusdanig dat Tomas dit niet in woorden uit kan drukken.

Ook het zogenaamde Kindheidsevangelie van Tomas (ook bekend als het Evangelie van Tomas de Israëliet) sluit in zekere zin aan bij het Nieuwe Testament, want hier vinden we – anders dan in het Evangelie van Tomas wel een verhaal. Dit verhaal poogt bovendien net als de buitenbijbelse Handelingen antwoord te geven op bepaalde vragen die in het Nieuwe Testament onbeantwoord blijven. In dit geval gaat het om de vraag hoe de jeugd van Jezus eruitzag. In het Nieuwe Testament lezen we, naast de geboorteverhalen, alleen over Jezus’ optreden in de tempel op 12-jarige leeftijd. Niet toevalligerwijs is dat precies ook de laatste scène in het Kindheidsevangelie van Tomas. Verder bevat de tekst verhalen over wat er voor die tijd in het leven van Jezus plaatsvond. Deze verhalen zijn vaak behoorlijk vermakelijk, want ze beelden Jezus af als een jongen die goddelijke krachten bezit, maar nog niet oud en wijs genoeg is ze op de geëigende manier in te zetten. Zo gebruikt hij ze om de vogeltjes die hij uit klei heeft vervaardigd weg te laten vliegen, maar ook om een jongetje met wie hij ruzie heeft met een wisse dood te bestraffen. Gaandeweg het verhaal begint Jezus zich beter te gedragen en brengt hij eerdere slachtoffers ook weer tot leven. Een fascinerende tekst, maar met Tomas heeft het verder weinig te maken. Hij wordt alleen genoemd in de openingszin als degene van wie deze verhalen afkomstig zouden zijn.

Alhoewel het voor de hand ligt dat Tomas deze dingen weet omdat hij de (tweeling) broer van Jezus is wordt dit door de tekst niet genoemd, laat staan uitgewerkt.

Tomas heeft ook een bescheiden rol in de Openbaring van Tomas (omstreeks de vierde eeuw na Christus), een tekst die vergelijkbaar is met het boek Openbaring van Johannes uit het Nieuwe Testament. In beide gevallen gaat het eigenlijk om een openbaring niet van, maar aan deze personen, die afkomstig is van God of Jezus. Net als in het Nieuwtestamentische boek vinden we in de Openbaring van Tomas een beschrijving van wat er komen gaat met daarbij een hoofdrol voor allerlei plagen en oorlogen. Ook vinden we een beschrijving van een opeenvolging van koningen, die uitloopt op het verschijnen van de Antichrist en uiteindelijk gevolgd zal worden door de met vele tekenen en wonderen omlijstte terugkeer van Christus. De miraculeuze gebeurtenissen die hier genoemd worden met betrekking tot de dagen vlak voor het einde van de wereld zouden in de Middeleeuwen grote bekendheid genieten in de vorm van een lijst met de ‘vijftien tekenen voor het oordeel’ (Quindecim Signa ante Judicium).

De laatste met de naam van Tomas verbonden tekst die we hier kort zullen bespreken is het geschrift dat bekend staat als het Boek van Tomas de Strijder en net als het Evangelie van Tomas in de twintigste eeuw teruggevonden is te Nag Hammadi in Egypte. Naast de vindplaats heeft het Boek van Tomas met het evangelie gemeen dat deze tekst wat genre betreft heel anders dan de teksten die we vinden in het Nieuwe Testament. Tomas de Strijder is een openbaringsdialoog, waarin Jezus zijn naaste vertrouwelingen tot dan toe verborgen waarheden en inzichten openbaart. Dit gesprek vindt plaats in de periode tussen zijn opstanding en hemelvaart. Het gaat hierbij dus niet om een dialoog in de stijl van Plato, waarbij de gesprekspartner zelf een inzicht ontwikkelt, maar om een gesprek waarin de goddelijke partij antwoorden verstrekt op de vragen van de gesprekspartner. We vinden dit model ook in andere teksten, waaronder ook enkele niet-christelijke documenten.

Postzegel uit India ter herinnering aan Tomas' missie aldaar. (beeld onbekend)
Postzegel uit India ter herinnering aan Tomas’ missie aldaar. (beeld onbekend)

In dit geval is Tomas de gesprekspartner van Jezus. Tomas heeft af en toe een beetje tekst en komt dus meer aan het woord dan in het evangelie, het Kindheidsevangelie en de Openbaring van Tomas, maar hij is geenszins de hoofdpersoon, zoals in de Handelingen van Tomas. Aan het begin van de tekst herinnert Jezus Tomas eraan dat hij zijn tweelingbroer is. Jezus/de waarheid kennen en zichzelf kennen zijn daarom voor Tomas nauw met elkaar verbonden. Op basis van deze (zelf) kennis kan hij als Jezus’ representant en boodschapper gaan functioneren. De boodschap die hij dient te verkondigen wordt gekenmerkt door ascetisme: men moet net als Tomas ‘de Strijder’ strijden tegen de lusten van het vlees. Indien men het vuur van de lust niet weet te bedwingen dan volgt het vuur van de hel. Deze ascetische nadruk is ook te vinden in de Handelingen en het Evangelie van Tomas. Al het lichamelijke en het aardse wordt in deze teksten afgewezen en gezien als het domein van lagere (engel)machten, waaraan de gelovigen zich moeten ontworstelen.

Naar aanleiding van gedeeldekenmerken als deze en een gemeenschappelijke focus op de figuur van Tomas hebben sommige geleerden gesuggereerd dat we kunnen spreken over een specifieke beweging binnen het christendom in de oudheid: het Tomaschristendom (in het Engels ook wel: Thomasine Christianity). In dit verband is ook geopperd dat het Johannesevangelie Tomas op een negatieve manier portretteert als deel van een polemiek tegen Tomaschristenen door aanhangers van Johannes. Zo eenduidig is de rol van Tomas in het Johannesevangelie echter niet en het is ook maar de vraag in hoeverre er echt sprake was van een aparte groepering rondom Tomas.

Met name uit de Handelingen van Tomas blijkt dat Tomas gezien werd als een apostel die veel en ver gereisd heeft. Volgens de kerkelijke traditie kregen alle apostelen een eigen regio toebedeeld. Waar Tomas precies naartoe ging is onderwerp van discussie, maar in ieder geval lag zijn werkgebied in het oosten. Er zijn relatief vroege tradities die hem met Edessa (Urfa in het huidige Turkije) en met Parthië (in het huidige Iran) verbinden. Daarnaast is zijn naam met name verbonden met India. Vandaag de dag zijn er nog altijd Tomaschristenen in India, met name in de provincie Kerala in het uiterste zuiden van India, waar er naar schatting zo’n zes miljoen leven.

Tomas gaat steeds meer op Jezus lijken en de lezer wordt ertoe opgeroepen dat ook te doen.

Dit zijn geen aanhangers van het ascetische Tomaschristendom dat volgens sommige wetenschappers in de oudheid bestond, maar deze gelovigen herleiden wel hun geschiedenis tot de apostel Tomas. Volgens deze Tomaschristenen kwam hij in het jaar 52 aan in Kerala en stierf hij de martelaarsdood in 72. Op de plaats waar zijn tombe zou zijn geweest, staat vandaag de San Thome kerk (in Chennai, een stad met vandaag de dag zo’n zeven miljoen inwoners). Na zijn dood zou het lichamelijk overschot van de apostel naar Edessa zijn verplaatst. Relieken van Tomas, authentiek of niet, zijn vandaag de dag over de hele wereld verspreid (zie hierover ook het artikel van Marian Geurtsen in dit nummer).

De traditie dat Tomas na zijn dood naar Edessa in Syrië is overgebracht geeft al aan dat er sprake is van een bijzondere connectie tussen de Tomaschristenen en het Syrische christendom. Het Indiase christendom werd in de late oudheid formeel deel van de ‘Nestoriaanse’ Kerk van het Oosten en bleef dat zonder noemenswaardige problemen tot de inmenging van de Portugezen in de 16e eeuw. Daarna volgde een periode van onrust en conflict met als gevolg dat er diverse denominaties en afsplitsingen bestaan onder de christelijke populatie van vandaag de dag. Desalniettemin blijft de Syrische invloed evident en uiteraard is ook de Indiase context van deze geloofsgemeenschap duidelijk zichtbaar. Er wordt wel gezegd dat Tomaschristenen christen zijn qua geloof, Syrisch qua liturgie en Indiaas qua cultuur.

Ten slotte mag niet onvermeld blijven dat we in latere tradities lezen dat Tomas weliswaar in India het hoofddeel van zijn bediening had, maar dat hij tussentijds ook het evangelie tot in China(!) verkondigde. Alhoewel we ons hiermee historisch gezien op wankele basis bevinden, is duidelijk dat Tomas enkele eeuwen na zijn dood in een enorm gebied roem en aanzien genoot, en dat is een hele prestatie gezien zijn zo marginale positie in de oudste christelijke teksten.

Matthijs den Dulk is universitair docent Bronteksten jodendom en christendom aan de Radboud Universiteit Nijmegen.


< Terug