< Terug

De einder is het einde niet

De illusie van autonomie

Of het taalkundig gezien klopt betwijfel ik, maar zoals ‘mooier’ meer is dan ‘mooi’, zou je ‘einder’ als almaar vergrotende trap van ‘einde’ kunnen opvatten. De einder is de lijn tussen de aarde en de hemel die op een definitieve eindstreep lijkt, maar het niet is. Naarmate je dichterbij komt schuift hij op. Er is altijd meer ‘einde’ dan het lijkt.

In het gedicht ‘East Coker’ zegt T.S. Eliot: ‘In the end is my beginning’ – in elk einde is mijn begin. Een nieuw opschuiven van de kim. Pas is mijn schoonvader aan de einder verdwenen. Ik hielp om zijn appartement te ontruimen. Vuilniszakken met kleding en schoenen, boeken voor de kringloopwinkel, foto’s, herinneringen. Is dat alles wat er van een mens overblijft? God is eeuwig en als hij zichzelf in de mens heeft gelegd zodat we als ‘beeld van God’ door het leven gaan, geldt dit ook voor ons. Volgens de kerkelijke traditie is de sterfdag van een heilige zijn of haar geboortedag in de eeuwigheid.

Daarom kan ik mij niet zo druk maken over de actuele discussies rondom euthanasie en ‘voltooid leven’. Natuurlijk is altijd zorgvuldigheid geboden en een afscheid is vaak verdrietig. Maar de meningen over levensbeëindiging lijken vooral ingegeven door angst en het natuurlijke overlevingsinstinct. Is de dood echter niet het definitieve einde, dan gaan voor je het weet de knokige voeten van Magere Hein dansen. Zoals bij Bach: ‘Ich freue mich auf meinen Tod’.

Trekkende eeuwigheid

De einder maakt elk einde voorlopig. Voor sommige mensen is de idee van een tijdloze eeuwigheid, een ‘hemel’, een verschrikking als een zondagmiddag waar nooit een eind aan komt. Maar het einde blijft eindeloos opschuiven. God is onuitputtelijk zodat onze omvorming naar zijn beeld nooit klaar is. Niet in dit bestaan, dat is iedereen wel duidelijk, maar ook niet daarna. We blijven groeien en onze grenzen verleggen. Als we na de dood onze knorrige buurvrouw weer zullen zien, vallen we neer vanwege haar luister, zegt de auteur C.S. Lewis. Misschien klinkt dit allemaal wat abstract. Tijd om de hemel dichterbij te halen. Op aarde leven we in de spanning tussen het ‘reeds’ van de eeuwigheid en het ‘nog niet’ van het vergankelijke bestaan, schrijft de apostel Paulus. De ervaringen van dat eeuwige ‘reeds’ zijn het zout in de levenspap. Zonder zouden we niet eens op de idee van een zalige eeuwigheid of hemel zijn gekomen. Ze zijn het diepe geheim van betekenis en zin, een bron van hoop en ze vormen ons veel meer dan we beseffen. In de ‘tijdloze momenten’ die Dag Hammarskjöld op zijn trektochten door Lapland ervoer, gaat het om transcendente ervaringen waarin hij zichzelf vergat en oversteeg. Paulus duidt ze als een in Christus ‘sterven’ aan onszelf en ‘verrijzen’ in een eeuwigheidsmoment. Voor hem vormen deze ervaringen de structuur van het christelijke leven, gesymboliseerd door de doop. Wie in overgave zijn of haar leven verliest, zal het winnen.

‘Dat was het einde,’ zeggen we achteraf

De klassieke zonde

Dit betekent dat ons ware zijn ex-statisch is. Dat ligt buiten onszelf in God die ons tot zich trekt. Zelf kunnen we transcendente of eeuwigheidservaringen niet organiseren. Iets of iemand anders moet ons uit onszelf halen. Kerkdiensten, sportevenementen, popfestivals, bioscopen, concertzalen en musea spinnen hier garen bij. Een religieuze viering of concert voert ons mee, een dance-event doet ons uit ons dak gaan, we gaan op in de juichende massa van een stadion, een natuurervaring doet ons alles vergeten, en in seks kunnen we in een orgasme ‘de kleine dood’ (la petite mort) beleven. ‘Dat was het einde,’ zeggen we achteraf. We ‘stierven’ aan onszelf en raakten even de goddelijke einder, de eeuwigheid.

En daarna? Dan zakken we weer terug in ons aardse, tijdelijke bestaan tot we ons laten meenemen door een volgende transcendente ervaring. Het houdt nooit op, er is steeds weer een nieuw begin, dat is nu eenmaal kenmerkend voor de einder. Wel kunnen we weigeren om ons daaraan over te geven. Je blijft als een kritische toeschouwer aan de kant staan, alles bekijkend en beoordelend. Het ware leven gaat dan aan je voorbij, wat een lusteloos en onvervuld gevoel geeft – de klassieke zonde van de acedia. Wie zijn leven wil behouden zal het verliezen.

De einder lokt en verleidt, maakt nieuwgierig en haalt ons uit onszelf waardoor we ons ontwikkelen, opgaan in een studie of onderzoek, vreemde landen willen verkennen. Nauwkeuriger beschouwd, zijn eeuwigheidservaringen uitdrukkingen van een liefde die ons uit onszelf trekt. Naast de intense momenten beleefd in een concert of natuurervaring, zijn we alledaagse extatici. We vergeten onszelf in het zorgen voor een oude vader, als we de hond uitlaten, aandacht geven aan onze studie of werk, letten op onze partner en kinderen. Doen we dat in overgave, dan worden we geïnspireerd, zo niet, dan wordt het een schrale plicht die vooral energie kost. De meeste mensen die hun vader, hond of partner verliezen voelen zich afgesneden, ‘geamputeerd’. Dat bevestigt hoezeer ze één met hen waren, een bezielende eenheid die zin geeft aan het bestaan en ten diepste eenwording met God is, zegt kenner van de mystiek Evelyn Underhill.

Dementie

Als transcendente ervaringen het kloppend hart van het menselijke bestaan zijn, wat is dan de rol van religie? Die is, als het goed is, een leraar en gids die helpt om zulke momenten vruchtbaar te maken. Dan gaan ze niet verloren in de drukte van alledag, maar verdiepen en verruimen onze persoonlijkheid. We groeien in aandacht, liefde en openheid voor de wereld. Zonder de wijsheid van religie kunnen transcendente ervaringen echter al snel gereduceerd worden tot een functionele uitlaatklep. Dit risico is groter in onze seculiere cultuur waarin mensen zich identificeren met een autonoom zelfbeeld. We willen de controle houden zodat het ontembare bestaan wordt teruggebracht tot een beheersbare ‘bubbel’. Af en toe ‘uit je dak gaan’ helpt dan juist om deze situatie in stand te houden, in plaats van haar te doorbreken.

Ik denk dat dit een belangrijke reden is waarom we met demente ouderen niet goed raad weten. Als je je autonomie kwijt bent, wie ben je dan nog? Ook ik had nachtmerrieachtige beelden van de gesloten afdeling van een verpleeghuis, totdat ik er als geestelijk verzorger ging werken. Zeven jaar lang trok ik op met mensen die radicaal hun ik hadden verloren en daar geen moeite mee hadden, integendeel.

De meerderheid was gelukkig – toen ik dit voor het eerst in het dagblad Trouw schreef kreeg ik veel kritiek, maar het is nu bevestigd door zowel casusals klinisch onderzoek. Hoewel demente ouderen medisch gezien ernstig ziek zijn, leven zij vanuit spiritueel oogpunt als rondtollende derwisjen, duizelig geworden van de einder. Ik heb vele leuke uren met hen beleefd. Wel is er een minderheid die lijdt en bijvoorbeeld de hele dag op de deur blijft bonken. Dit geeft aan de bezoeker van buiten een vertekend beeld: het roepen van de eenling is zo dominant dat je niet meer opmerkt dat de meerderheid van de bewoners tevreden is.

Afgezien van de eerste fase waarin de patiënt zich nog van zijn ziekte bewust is, is dementie vooral voor de familie een probleem. Maar lijden we niet allereerst aan de illusie van autonomie? Die is de maatstaf waaraan we een ‘waardig’ leven afmeten – terwijl we nota bene zelf niets liever doen dan ons ik verliezen in intense ‘events’ of seks! Daaraan merk je dat we niet autonoom zijn maar theonoom, een term van de theoloog Paul Tillich. Niet wij met onze illusies, maar God is onze maat en die is mateloos zoals iedereen weet die wel eens in verrukking ‘stierf’ aan zichzelf. In een transcendente ervaring voel je je grenzeloos verbonden met alles en iedereen.

De ultieme extase

Terug naar het einde dat we de dood noemen. Magere Hein is de grote spirituele leermeester die, evenals liefde, overgave eist. Zelfs geestelijk verzorgers willen er niet altijd aan, maar toch: zien we onze eigen dood niet onder ogen dan zullen we onbewust gestuurd worden door angst die het leven tot een veilige ‘bubbel’ reduceert – waarbij je je soms af kunt vragen hoeveel leven er eigenlijk nog overblijft. Stichting De Einder geeft steun ‘bij een humane dood in eigen regie’. Inderdaad vrezen we vooral controleverlies.

De dood heeft iets soevereins, zoals overigens alle transcendente ervaringen waarin we even ‘sterven’. Je kunt je nog zo goed voorbereiden op een boswandeling, een kerkdienst of een vrijpartij – het verlangde geluk hebben we niet in de hand, dat is genade. Het is altijd mogelijk dat de wandeling of kerkdienst gaat vervelen, om het maar niet te hebben over erotisch vuurwerk dat niet van de grond komt. En over Alzheimer gesproken, is dat niet een ziekte die soeverein zijn eigen gang gaat zonder zich ook maar iets van onze wil aan te trekken? Hooguit kunnen we met assistentie van medische zorg ons sterven uitstellen of bij euthanasie of een ‘voltooid leven’-situatie wat aan de datum morrelen. Maar zelfs de opgewekte Lazarus is vandaag niet meer in het bevolkingsregister van Bethanië te vinden. De dood zorgt ervoor dat ook de meest ‘autonome’ mens tot overgave komt – uiteindelijk aan God: ‘In uw handen beveel ik mijn geest’. Of zoals mijn schoonvader zei, lurkend aan zijn laatste pijp: ‘Het is gedaan met deze jongen’. De dood is de laatste transcendente ervaring op aarde, de ultieme extase. Sommige mensen kunnen niet wachten.

Toekomstverrukt

Je hoort er nooit over, het is in de ogen van onze cultuur bizar, maar ik vraag me af of het verlangen naar overgave niet soms achter de drang tot zelfdoding zit. Het Trimbos Instituut noemt als oorzaken onmacht, verdriet en schuld, negatieve factoren die zeker vaak een rol spelen. Tegelijk kan de einder, in vrees en beven, sterk trekken. Veel kunstenaars, van de dichter Hans Andreus tot de ‘conceptual artist’ Bas Jan Ader, wilden verdwijnen of werden daardoor gefascineerd. Dit resoneert met het veelstemmige getuigenis van de christelijke traditie. Het diepe geheim van ons bestaan ligt immers niet in onszelf maar in God. Paulus verlangt ernaar te sterven en bij Christus te zijn. Voor hem is sterven ‘winst’ (Filippenzen 1,21). Heiligen, martelaren, mystiek aangelegde mensen als Bach en een lange stoet van ‘gewone’ gelovigen zeiden hem dit na. Niet omdat ze niet meer wilden leven, maar omdat ze verlangden naar een ander leven, getrokken tot zo’n overgave aan God dat ze letterlijk wilden sterven. Ze zijn niet zozeer levensmoe, maar toekomstverrukt.

Een recent voorbeeld is de bekende schrijver en tv-persoonlijkheid Joost Zwagerman. Lang probeerde hij de verlokking van zelfdoding te weerstaan, in eerste instantie door zich daartegen af te zetten. Niemand wist dat hij zijn gedachten hierover in religieuze taal verwoordde – de enige taal, naast die van de kunst, waarmee transcendente ervaringen een beetje geduid kunnen worden. Zo schrijft hij in zijn postume bundel Wakend over God in het gedicht ‘Lief’:

Duizelig van de einder

Mijn lief, vertrouw ook

nu op mij. Ik ben niet weg,

God ademt mij. Mijn lief,

wees alsjeblieft heel lief

voor mij. Misschien heeft God

Zich in mijn dood vergist.

Was Joost Zwagerman al zozeer één met God dat hij geen duidelijk verschil meer kon zien? Waar Paulus schreef: ‘Niet ik, maar Christus leeft in mij’, zegt Zwagerman: ‘God ademt mij’. En zijn eigen twijfel over het besluit tot zelfdoding heet: ‘Misschien heeft God zich in mijn dood vergist’.

Paradox

De paradox van het bestaan is dat we het meest onszelf zijn als we onszelf uit handen geven. In alle dingen trekt de einder onophoudelijk aan ons, in een groeiende eenwording met God waarbij onze grenzen worden verlegd. Daarin ‘sterven’ we aan ons door autonomie begoochelde ik, om te ‘verrijzen’ tot nieuwe verbondenheid, bezieling en zin. Daarbij kan God middelen gebruiken die niet altijd politiek of religieus correct zijn: een dance-event of dementie, een coffeeshop of kerkdienst, een bioscoop of behoeftige medemens.

Misschien is de einder wel God zelf.

< Terug