< Terug

De gaven van ieder lid ontvangen

Inclusie in kerk en maatschappij

Wat kan de kerk bijdragen aan de gewenste inclusieve samenleving voor mensen met een beperking? En hoe zou het denken daarover gestimuleerd kunnen worden? Daarover ging het promotieonderzoek van Koos Tamminga.

Koos Tamminga
Receiving the Gifts of Every Member: A Practical Ecclesiological Case Study on Inclusion and the Church

Datum: 25 september 2020

Universiteit: Theologische Universiteit Kampen

Promotores:
Prof.dr. J.H.F. Schaeffer, Theologische Universiteit Kampen
Prof. dr. J. Swinton, University of Aberdeen

Beoordelingscommissie:
Prof.dr. A.L.Th. de Bruijne, Theologische Universiteit Kampen
Prof.dr. B.T. Conner, Western Theological Seminary (Holland, Michigan)
Prof.dr. H.P. de Roest, Protestantse Theologische Universiteit

Opponenten:
Prof.dr. T. Tromp
Prof.dr. H.P. de Roest
Prof.dr. A.L.Th. de Bruijne
Prof.dr. B.T. Conner
Prof.dr. S. Paas

Stelling: De kern van kerk-zijn bestaat in het je laten verrassen door de gaven die Christus door zijn Geest aan de gemeente geeft. Dat creëert ruimte voor een christelijke praktijk van inclusie.

Kritiek: Door de gekozen etnografische insteek worden enerzijds theologische concepten soms minder diepgravend behandeld dan gewenst, terwijl ook de transformatie van de bestudeerde praktijk beperkt blijft doordat er geen sprake is van actie-onderzoek.

Aanleiding en probleemstelling

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat iedereen medoet? Dat is heel eenvoudig gezegd, de centrale vraag achter dit onderzoek. Het antwoord kon niet zijn: door allerlei programma’s op te zetten voor mensen die nu niet voldoende mee kunnen doen. Dat is lang de antwoordrichting geweest waarin in kerk en maatschappij werd omgegaan met mensen met een verstandelijke beperking. Aangepast, speciaal, met mogelijkheden … We kennen de terminologie. Maar dan blijft het meedoen van deze groep toch een ander soort ‘meedoen’ dan dat van anderen. Het blijft beperkt tot een ‘ontvangend meedoen’, terwijl er weinig ruimte is voor echte bijdragen. In één woord kun je deze benadering omschrijven als een benadering van integratie: de mensen ‘zonder beperking’ maken ruimte voor ‘mensen met beperking’. De grenzen tussen deze groepen blijven echter grotendeels intact en worden niet bevraagd.

Een alternatieve benadering is die van het inclusieve denken. Het centrale verschil tussen integratie en inclusie zit hem in het feit dat bij inclusie aandacht wordt gevraagd voor de bijdrage die mensen met een beperking kunnen leveren. Dat impliceert een complete omkering van de blikrichting. Het is niet de ene groep die wat inschikt en zo net voldoende ruimte maakt voor de andere groep – nee, er is maar één groep. Tenminste, dat is het idee.

In mijn onderzoek kwam ik erachter dat dit idee, bijvoorbeeld in het onderwijs en op de banenmarkt, zelden praktijk wordt. Een mooi woord als inclusie op overheidsbeleid plakken, garandeert dus nog geen succes. Hierom, en ook omdat de omschrijving van en reflectie op het begrip inclusie niet zo ver ontwikkeld is als wel zou moeten, hebben velen aarzelingen bij de term inclusie.

Het maatschappelijk debat over inclusie en de theologie

In het proefschrift laat ik zien hoe het woord inclusie in kerk en maatschappij gebruikt wordt en hoe daar door theologen op gereageerd wordt. Inclusie is een woord dat je ontzettend veel hoort, in verschillende contexten. We willen een inclusieve samenleving zijn en dus bijvoorbeeld niet racistisch en seksistisch. Tot zover kan niemand het daar mee oneens zijn. Maar wat vraagt dat van ons als samenleving?

De Australische ethica Jayne Clapton laat zien dat op de technische en juridische aspecten van die vraag wel wordt ingegaan, maar nauwelijks op de ethische kant van de zaak. Met andere woorden: er is wel aandacht voor het hoe van inclusie, en ook nog wel voor het juridisch waarborgen daarvan in wetten en regelgeving, maar nauwelijks voor het waarom. Juist die waaromvraag is voor kerken belangrijk. Bovendien kunnen kerken mogelijk bijdragen aan de maatschappelijke bezinning op die waarom-vraag.

Theologen gaan op uiteenlopende wijze in op de term inclusie. Een groep omarmt het woord zonder de waarom-vraag te stellen. Het is toch evident dat de kerk tegen uitsluiting is? Deze groep gaat mee in het centraal stellen van de hoe-vraag. Een tweede groep staat hier lijnrecht tegenover. Zij zijn bijvoorbeeld bang voor het vervagen van duidelijke grenzen, die zij toch bijbels achten, of zien in het overnemen van het begrip inclusie het gevaar van een kritiekloze aansluiting bij een seculier-politieke overtuiging. Tussen deze twee groepen in zie je ook theologen die de waarom-vraag juist wel centraal stellen en vanuit hun eigen theologische subdiscipline op die vraag ingaan. Ik schaar mij onder hen, omdat die waarom-vraag bij uitstek een vraag is waaraan de kerk kan bijdragen.

Case study in Hart van Vathorst

In dit onderzoek bestudeerde ik de waarom-vraag niet primair vanuit literatuur en theorie, maar vanuit de praktijk. Ik sloot me hiermee aan bij het veld van de praktisch-theologische ecclesiologie. Ik bestudeerde het project Hart van Vathorst, waar een kerk en een aantal zorgaanbieders voor mensen met een beperking hun krachten bundelden. Zo ontstond een unieke plek waar een ‘doorsnee’ gemeente opeens werd verrijkt met een grote groep leden met een verstandelijke beperking.

De visie van Hart van Vathorst was er een van inclusief samenleven. Deze plek was een mooie proeftuin om vanuit de praktijk te kijken hoe dat eruit zou gaan zien, met bijzondere aandacht voor de waarom-vraag. Wat drijft mensen om wel of niet hun plek in te nemen in zo’n project? Wanneer is het eigenlijk geslaagd? Welke lastige vragen blijven er liggen?

Door een etnografische benadering te kiezen kon ik deze en andere vragen steeds verder invullen. Ik deed observaties, nam interviews af, had veel gesprekken met betrokkenen, bestudeerde documenten en codeerde al deze informatie in speciale software. Daaruit ontstond een rijk beeld van dit project dat verbonden kon worden met de bredere discussie over inclusie.

Hier vanuit trek ik drie algemene conclusies.

  • Ten eerste: er ligt voor kerken een uitdaging om met inclusie aan de gang te gaan. Deze studie maakt duidelijk hoeveel een betekenisvolle plek in een kerkgemeenschap voor mensen met een beperking betekent. Het feit dat lang niet alle kerken hier werk van maken, plaatst ons dus voor een uitdaging.
  • Ten tweede: de kerk heeft een enorm potentieel. Vanuit de eigen theologische waarden en vanuit de structuren en middelen die in kerkgemeenschappen al voorhanden zijn, kan een manier van gemeenschap-zijn worden opgebouwd waar veel behoefte aan is.
  • Ten derde: werken aan inclusie raakt het geheel van kerk-zijn. Het is dus noodzakelijk om hier fundamenteel ecclesiologisch op te reflecteren.

Geleerde lessen

Naast deze wat algemenere conclusies trek ik vijf lessen uit deze studie, waar ook verder gesprek over nodig is.

  1. Dit betreft de vraag naar wat inclusie nu precies is. Die vraag is door dit onderzoek verhelderd. In relatie tot kerk-zijn is de voornaamste uitdaging van inclusie om ruimte te maken voor actieve deelname van mensen met een beperking in het kerk-zijn. Zo zijn zij niet alleen aanwezig, maar worden de gaven die de Geest aan alle leden van het lichaam geeft ook daadwerkelijk ontvangen. Dit vereist een receptieve ecclesiologie: een manier van denken over kerk-zijn waarin ontvankelijkheid centraal staat.
  2. Daarnaast is duidelijk geworden dat het leidinggeven aan processen van inclusie van cruciaal belang is. Hierbij moeten leiders in de kerk hun inclusieve visie kunnen relateren aan de identiteit van de kerk zelf. Zodoende ontstaat ook draagvlak om die visie over de volle breedte van het kerk-zijn te implementeren.
  3. Voor het liturgische leven van de kerk betekent een inclusieve benadering dat er uiteindelijk geen sprake kan zijn van een een doelgroepenliturgie, maar dat alle liturgie principieel als expressie en formatie van het geloof van de gehele gemeente wordt gezien. Bezinning hierop bestaat in de pastorale liturgie.
  4. Het leven van de kerk vindt plaats in de wereld en een inclusievere vorm van kerk-zijn heeft daardoor ook gevolgen voor die wereld. De kerk kan hierin zowel bijdragen door vormen van gemeenschap te ontwikkelen die voor de bredere maatschappij uitnodigend en inspirerend zijn, als door vanuit haar eigen geleefde Verhaal kritisch te zijn op elementen in onze samenleving die zulke gemeenschappen juist bemoeilijken.
  5. Daarom is het ook blijvend belangrijk dat in deze ontwikkelingen de rol van theologische reflectie niet wordt onderschat: inclusie roept spanningen en fundamentele vragen op. Om hier goed mee te kunnen omgaan is het nodig dat theologen zich met die vragen bezighouden. De taak van de theologie is dan vervolgens niet om vanuit een ivoren toren antwoorden te geven, maar om met de voeten in de modder van het concrete gemeenschapsleven te helpen vragen op een juiste manier te stellen en verschillende antwoord-stemmen op een gebalanceerde manier tot klinken te brengen.

Ik hoop dat mijn onderzoek helpt om op iedere plek antwoord te kunnen geven op die simpele vraag: hoe zorgen we ervoor dat iedereen meedoet?

Koos (dr. K.S.) Tamminga is predikant in de Kruiskerk te Meppel.

Literatuur

Brock, B. (2011). Theologizing Inclusion. Journal of Religion, Disability & Health, 15(4), 351-376. 0/15228967.2011.620389 (link niet meer beschikbaar)

Cameron, H., Bhatti, D. & Duce, C. (2010). Talking About God in Practice. Birmingham/Norwich: Hymns Ancient & Modern Ltd.

Carter, E.W. (2007). Including People with Disabilities in Faith Communities: A Guide for Service Providers, Families, and Congregations (1e ed.). Baltimore, Maryland: Brookes Publishing.

Clapton, J. (2008). A Transformatory Ethic of Inclusion: Rupturing Concepts of Disability and Inclusion. Rotterdam/ Boston, MA: Sense Publishers.

Healy, N.M. (2000). Church, World, and the Christian Life: Practical-Prophetic Ecclesiology. Cambridge: Cambridge University Press.

Meininger, H.P. (red.). (2004). Van en voor allen. Wegwijzers naar een inclusieve geloofsgemeenschap met mensen die een verstandelijke handicap hebben. Zoetermeer: Meinema.

Spina, F.A. (2005). The Faith of the Outsider: Exclusion and Inclusion in the Biblical Story. Grand Rapids, MI: Eerdmans.

Loon, J. van & Steglich-Lentz, A. (red.). (2012). Geloven in inclusie: Over zingeving en participatie van mensen met een verstandelijke beperking. Antwerpen: Garant.

< Terug