< Terug

De gelukkige prins

The Happy Prince van Oscar Wilde vertelde mijn moeder me toen ik nog klein was. De gelukkige prins is een met edelstenen versierd, gouden standbeeld. Hoog op een sokkel staart de prins voor zich uit. Iedereen vindt hem mooi. Al snel duikt een flierefluiter van een zwaluw op, die veel te lang in de stad is blijven hangen maar nu de winter komt echt weg moet. Deze schuilt voor zijn vertrek nog even bij het beeld en ontdekt dat de prins huilt. De prins ziet alle ellende en armoede maar staat machteloos. Hij haalt de zwaluw met moeite over een nacht te blijven om een van zijn juwelen bij een arme vrouw te bezorgen. De volgende dag echter ziet de prins een ander in nood.

Na enkele nachten vraagt de prins bezorgd of de zwaluw niet naar het warme zuiden moet, maar de vogel weet inmiddels van geen wijken. De prins geeft alles weg. Haveloos is hij nu. Het beeld wordt met algemene instemming afgevoerd naar de sloop omdat de prins op een bedelaar lijkt. Geen gezicht, vindt men. Elke keer als ik The Happy Prince hoorde, sprongen de tranen me in de ogen. Nu ik het zelf kan lezen, is dat niet anders.

Vreemd genoeg had men de gouden prins voorzien van een hart van lood. Toen de prins niets meer had om te geven en de zwaluw dood aan zijn voeten lag, brak dat hart in tweeën. Het was ook gemeen koud, merkt de verteller op, maar wij weten beter. En God ook! Lees het zelf maar: The Happy Prince sterft niet.

< Terug