< Terug

De handelingen van Paulus en Thecla: een correctie op de pastorale brieven?

Een belangrijke reden waarom de Pastorale brieven voor veel lezers tot de minder aansprekende gedeelten van het Nieuwe Testament behoren, is de nogal seksistische toon jegens vrouwen. Met name berucht is 1 Timoteüs 2,11-12: ‘Een vrouw dient zich gehoorzaam en bescheiden te laten onderwijzen; ik sta haar dus niet toe dat ze zelf onderwijst of gezag over mannen heeft; ze moet bescheiden zijn’ (NBV, zie over dit vers ook de artikelen van Annette Merz en Myriam Klinker-De Klerck in dit nummer). Deze passage biedt gelukkig bepaald niet de enige vroegchristelijke kijk op de positie van vrouwen.

De authentieke brieven van Paulus, suggereren dat vrouwen juist vaak een significante plaats innamen in de christelijke gemeenschappen.
Matthijs den Dulk is universitair docent Bronteksten jodendom en christendom aan de Radboud Universiteit NijmegenDe oudste christelijke teksten, de authentieke brieven van Paulus, suggereren dat vrouwen juist vaak een significante plaats innamen in de christelijke gemeenschappen (zie bijvoorbeeld Romeinen 16,1.3.7; 1 Korintiërs 1,11; Filippenzen 4,2-3).

In schijnbare tegenspraak hiermee schreef diezelfde Paulus echter ook: ‘Vrouwen moeten gedurende uw samenkomsten zwijgen. Ze mogen niet spreken, maar moeten ondergeschikt blijven, zoals ook in de wet staat’ (1 Korintiërs 14,34-35). Sprak Paulus zichzelf tegen? Wat was nu precies zijn eigenlijke positie? In sommige passages lijkt hij vrouwen een belangrijke rol te willen toekennen en in deze tekst uit 1 Korintiërs lijkt hij hun autoriteit juist weer ten zeerste te willen inperken. Paulus’ brieven zouden vanwege deze onduidelijkheid munitie verschaffen aan de voorvechters van twee tegenovergestelde idealen. Enerzijds kon Paulus worden aangehaald door hen die meenden dat vrouwen zich gedeisd en op de achtergrond dienden te houden (mensen zoals de auteur van 1 Timoteüs), maar anderzijds kon hij ook als autoriteit worden geciteerd door diegenen die meenden dat vrouwen juist een volstrekt egalitaire positie moesten bekleden in de christelijke gemeenschappen.

Deze tweede positie komt tot uitdrukking in de Handelingen van Paulus en Thecla, een fascinerend geschrift uit de tweede eeuw na Christus. Het verhaal van Thecla is fantastisch in beide betekenissen van het woord (‘heel mooi’ en ‘verzonnen’). Het vertelt ons weinig zinnigs over de historische Paulus, maar wel over een ideaalbeeld dat in deze periode bestond over deze apostel, over de ware christelijke leer en over de positie van vrouwen binnen de christelijke gemeenschappen. Deze boeiende en vermakelijke tekst volgt de lotgevallen van Thecla, een jonge vrouw die Paulus ontmoet en uiteindelijk een zelfstandig opererende apostel wordt die geheel op eigen houtje het evangelie verkondigt. En dat alles met de goedkeuring van Paulus. In de Handelingen van Paulus en Thecla geeft Paulus haar namelijk de opdracht: ‘Ga en onderwijs het woord van God’ (4,16). Precies wat vrouwen niet mochten doen van de Paulus van 1 Timoteüs 2,11-12 (‘ik sta haar dus niet toe dat ze zelf onderwijst’) wordt hier weergegeven als een directe opdracht van Paulus zelf. Déze Paulus wil dat Thecla gaat onderwijzen en dat doet ze dan ook, met gezag, zowel aan vrouwen als aan mannen. Het is duidelijk dat er twee beelden van Paulus bestonden in deze periode: enerzijds de Paulus van de Pastorale brieven met zijn beperkende visie op de rol van vrouwen en anderzijds de Paulus van de Handelingen van Paulus en Thecla die juist actief aanmoedigde dat vrouwen onafhankelijk het evangelie gingen verkondigen.

Het verhaal van Thecla is fantastisch in beide betekenissen van het woord.

Klaarblijkelijk woedde er een strijd in deze eerste eeuwen over wat Paulus nu eigenlijk écht bedoeld had in zijn brieven. Daarbij waren veel middelen geoorloofd, inclusief het verzinnen van verhalen over Paulus (Handelingen van Paulus en Thecla) en het schrijven van brieven in Paulus’ naam (1 Timoteüs).

De strijd over Paulus’ ware bedoelingen en daarmee de juiste interpretatie van de christelijke boodschap was niet beperkt tot deze ene kwestie over de onderwijsbevoegdheid van vrouwen. Op verscheidene andere punten staan de Pastorale brieven en de Handelingen van Paulus en Thecla ook lijnrecht tegenover elkaar. Zo horen we in de Pastorale brieven dat het huwelijk een goede zaak is en dat vrouwen vooral kinderen moeten baren. Alleen dwaalleraren willen ‘het huwelijk verbieden’ (1 Timoteüs 4,3) en de gezagdragers in de gemeente moeten dan ook getrouwde mannen met kinderen zijn (1 Timoteüs 3,2-4; Titus 1,5-6). Bovendien wordt er expliciet gezegd dat vrouwen gered zullen worden door het baren van kinderen: ‘Ze [de vrouw] zal worden gered doordat ze kinderen baart, als ze tenminste volhardt in het geloof, de liefde en een heilige, ingetogen levenswijze’ (1 Timoteüs 2,15). Dit is een opvallende passage voor een brief die claimt van Paulus afkomstig te zijn: het is hier in tegenstelling tot wat in de oorspronkelijke brieven van Paulus gezegd wordt niet primair het geloof, maar het baren van kinderen dat redding brengt! (vgl. Galaten 2,16; Romeinen 3,28). Het ideaalplaatje van de vrouw volgens de Pastorale brieven is duidelijk: een rustige huismoeder die zich op de achtergrond houdt. Dit staat lijnrecht tegenover het ideaalbeeld dat geschetst wordt in de Handelingen van Paulus en Thecla. Niet alleen is Thecla een apostel die zelf gaat onderwijzen, ze is ook nog eens niet getrouwd en heeft geen kinderen. Sterker nog, in het begin van het verhaal staat ze op het punt om te trouwen, maar besluit ze haar verloving te verbreken naar aanleiding van Paulus’ boodschap. Anders dan in de Pastorale brieven predikt de Paulus van de Handelingen van Paulus en Thecla namelijk niet dat vrouwen moeten trouwen, maar beveelt hij juist het celibataire leven aan. Overigens kon daarbij wederom worden teruggegrepen op elementen in de authentieke brieven van Paulus, zoals bijvoorbeeld 1 Korintiërs 7,29 (‘laat daarom ieder die een vrouw heeft leven alsof hij er geen heeft’ [vertaling MdD]), een uitspraak die expliciet herhaald wordt door Paulus in de Handelingen van Paulus en Thecla.

De totaal andere ideeën over de positie van vrouwen vinden ook hun weerslag op kleinere punten. Zo wil de auteur van de Pastorale brieven dat mannen bidden met uitgestrekte handen (1 Timoteüs 2,8), precies wat in de Handelingen van Paulus en Thecla door de vrouwelijke apostel Thecla gedaan wordt (APl 4,19). En daar waar de ene tekst benadrukt dat vrouwen zich netjes en ingetogen moeten kleden en zich een bescheiden haardracht moeten aanmeten (1 Timoteüs 2,9), daar kleedt de heldin van het andere verhaal (Thecla) zich als een man en scheert ze haar hoofd kaal (APl 3,25; 4,15) het tegenovergestelde van een nette en gepaste verschijning volgens de toentertijd geldende normen.

Er zijn daarnaast diverse andere verschillen van opvatting te noemen die niet direct iets met de verhouding tussen vrouwen en mannen te maken hebben. Zo hebben de Pastorale brieven nogal wat te zeggen over de verschillende ‘ambten’ in de kerk en de vereisten voor hen die deze ambten willen bekleden (1 Timoteüs 3,13; Titus 1,5-9), terwijl er in de Handelingen van Paulus en Thecla niet de minste indicatie is dat er officiële leiders nodig zijn in de kerk. Thecla opereert op eigen houtje en zonder toestemming van, of contact met kerkelijke autoriteiten. Ze schuwt daarbij de controverse met de buitenwereld niet. Sterker nog, ze wordt, net als Paulus, meermaals gearresteerd. Dit ideaal van een radicaal christendom dat tegenover de seculiere autoriteiten staat, schuurt nogal met de oproep van de Pastorale brieven om voor die wereldlijke autoriteiten te bidden zodat men een ‘rustig en ongestoord leven’ kan leiden (1 Timoteüs 2,1-2). Daarnaast staan ook op het gebied van de consumptie van alcohol en de mogelijkheden om zowel rijk als christen te zijn, de ideeën van de Handelingen van Paulus en Thecla en de Pastorale brieven op gespannen voet met elkaar.

Opvallend hierbij is dat al deze conflicten zich met name toespitsen op 1 Timoteüs. De andere Pastorale brieven lijken veel minder te botsen met de Handelingen van Paulus en Thecla. Dat geldt met name voor 2 Timoteüs (Titus is een vrij korte brief, dus daar vallen minder stellige uitspraken over te doen). Geen van de hierboven beschreven ideeën die zo scherp contrasteren met de Handelingen van Paulus en Thecla zijn terug te vinden in 2 Timoteüs: in deze brief vinden we geen restrictieve uitspraken over vrouwen, wordt het huwelijk niet benadrukt als de norm, zijn kerkstructuren geen belangrijk thema, hoeven vrouwen geen kinderen te baren om gered te worden, etc. Daarnaast vinden we heel wat overeenkomsten tussen 2 Timoteüs en de Handelingen van Paulus en Thecla.

Beide teksten benadrukken Paulus’ rol als evangelist (2 Timoteüs 4,5) en het onvermijdelijke conflict met de wereldlijke overheid (2 Timoteüs 1,8; 2,3; 3,12; 4,5). En net als in de Handelingen van Paulus en Thecla, bestaat er in 2 Timoteüs waardering voor de rol van vrouwen in de christelijke gemeenschap. Er wordt verwezen naar vrouwelijke zusters, waarschijnlijk medewerkers, in de afsluiting (Prisca en Claudia, 2 Timoteüs 4,19-22) en in de inleiding prijst de auteur de moeder en grootmoeder van Timoteüs voor hun rol bij het doorgeven van het geloof (2 Timoteüs 1,5).

De auteur van de Handelingen van Paulus en Thecla moet kennis hebben gehad van 2 Timoteüs en de andere Pastorale brieven.

Het lijkt er niet op dat deze overeenkomsten zomaar aan het toeval toe te schrijven zijn, want naast deze wat algemenere punten hebben 2 Timoteüs en de Handelingen van Paulus en Thecla ook allerlei details gemeen. Zo komen we vijf dezelfde plaatsnamen tegen (Rome, Efeze, Antiochië, Iconium en Korinte) en komt ook de beschrijving van wat er met Paulus gebeurde in die plaatsen overeen. Daarnaast zien we, heel opvallend, dat acht keer dezelfde persoonsnamen gebruikt worden. Dit zijn vaak ofwel namen die verder nergens in vroegchristelijke teksten voorkomen (Hermogenes en Onesiforus) ofwel namen van personen met betrekking tot wie we in beide teksten dezelfde informatie vernemen, informatie die verder nergens anders te vinden is (Demas, Titus en Lucas). Dit soort overeenkomsten op detailniveau laten zich moeilijk anders verklaren dan door aan te nemen dat de auteur van een van de teksten bekend was met de andere. Om diverse redenen lijkt het zeer waarschijnlijk dat de auteur van de Handelingen kennis heeft gehad van 2 Timoteüs en de andere Pastorale brieven (zie het onderaan vermelde artikel in Novum Testamentum voor een gedetailleerde bespreking). De Handelingen verhouden zich duidelijk in positieve zin tot 2 Timoteüs: de auteur heeft details uit 2 Timoteüs gebruikt (plaatsnamen en persoonsnamen) en spreekt de beweringen van Paulus in deze brief niet tegen. Bovendien past 2 Timoteüs qua perspectief op kerkelijke autoriteiten, wereldlijke overheden, belang van evangelisatie en waardering voor de rol van vrouwen goed bij de Handelingen van Paulus en Thecla.

De verhouding met 1 Timoteüs is echter zoals we al zagen gespannen: de ideeën die Paulus daar propageert worden tegengesproken in de Handelingen van Paulus en Thecla. Een bijzonder interessant moment met het oog op de verhouding tussen de Handelingen en 1 en 2 Timotheüs is de volgende passage. Hier wordt de ex-verloofde van Thecla geadviseerd door Demas en Hermogenes. Deze ex-verloofde, Thamyris, wil Paulus te grazen nemen, omdat hij door hem zijn toekomstige vrouw kwijt is geraakt:

‘Neemt u hem mee naar gouverneur Castellius’, zeiden Demas en Hermogenes. ‘Vanwege gerichte werving onder het volk voor de nieuwe leer van de christenen. Dan zult u hem vernietigen en zelf uw vrouw Thecla krijgen. En wij zullen u leren dat die opstanding waarover hij spreekt al heeft plaatsgevonden, namelijk in onze kinderen. En wij zijn opgestaan als wij de ware God hebben leren kennen’. (APl 3,14, vertaling: Vincent Hunink).De namen Demas en Hermogenes zijn afkomstig uit 2 Timoteüs (1,15 en 4,10) en net als daar zijn zij hier tegenstanders van Paulus. Dit is dus wederom een punt van overeenkomst tussen de Handelingen van Paulus en Thecla en 2 Timoteüs. Een andere overeenkomst is dat de leer dat de opstanding al heeft plaatsgevonden in beide teksten voorkomt en wordt toegeschreven aan de tegenstanders van Paulus. In 2 Timoteüs 2,18 horen we dat sommigen van hen ‘van de waarheid zijn afgedwaald’ door ‘te beweren dat de opstanding al heeft plaatsgevonden’. In de zojuist geciteerde passage uit de Handelingen van Paulus en Thecla wordt hier echter ook nog aan toegevoegd dat deze opstanding verkregen wordt ‘in onze kinderen’. Dit lijkt sterk op het eerder al besproken idee dat redding verkregen kan worden door het baren van kinderen, hetgeen gepropageerd wordt in 1 Timoteüs 2,15. Maar daar waar dit idee in 1 Timoteüs aan Paulus wordt toegeschreven, daar vinden we het in de Handelingen in de mond van de tegenstanders van Paulus. De ideeën van 1 Timoteüs lijken hier dus geassocieerd te worden niet met de ware Paulus, maar juist met zijn tegenstanders.

De auteur van de Handelingen lijkt al met al een zeer negatieve kijk te hebben op 1 Timoteüs, hetgeen niet alleen blijkt uit deze passage, maar ook uit alle andere spanningspunten die eerder al zijn besproken (de rol van vrouwen, hiërarchie binnen de kerk, etc.). Met 2 Timoteüs bestaat eerder een positieve verhouding: er zijn nauwelijks of geen punten van conflict te noemen en er bestaan diverse overeenkomsten, zowel met betrekking tot ideologische kwesties als in de details (plaatsnamen en persoonsnamen). De auteur van de Handelingen van Paulus en Thecla lijkt 2 Timoteüs acceptabel te hebben gevonden, maar 1 Timoteüs juist helemaal niet. Daar waar veel hedendaagse bijbelgeleerden 1 en 2 Timoteüs zien als geschriften afkomstig uit de koker van dezelfde auteur c.q. gemeenschap, lijkt dat voor de auteur (of wellicht auteurs) van de Handelingen van Paulus en Thecla zeker niet het geval te zijn geweest.

De Handelingen schetsen al met al duidelijk een heel ander beeld van Paulus en zijn leer dan 1 Timoteüs. Daarmee kan dit geschrift worden verstaan als een correctie op de Pastorale brieven, maar niet op álle Pastorale brieven. 2 Timoteüs blijft immers buiten schot. Ondanks de protesten van mensen zoals de auteur van de Handelingen van Paulus en Thecla zou in de strijd om de nalatenschap van Paulus uiteindelijk het beeld van 1 Timoteüs gaan overheersen, vooral dankzij de opname van dit geschrift in de canon van het Nieuwe Testament. De strijd was echter snel noch eenvoudig beslecht. Thecla zou nog een lange carrière tegemoet gaan en een heel voornaam figuur worden in diverse christelijke regio’s. In sommige contreien lijkt de cultus rondom haar persoon zelfs belangrijker en intenser geweest te zijn dan die rondom Maria. En met Thecla bleef ook de herinnering aan een andere Paulus dan die van 1 Timoteüs lange tijd bewaard.

Literatuur

• Stephen J. Davis, The Cult of St Thecla: A Tradition of Women’s Piety in Late Antiquity (Oxford: Oxford University Press, 2008).

• Matthijs den Dulk, “I Permit No Woman to Teach Except for Thecla: The Curious Case of the Pastoral Epistles and the Acts of Paul Reconsidered,” Novum Testamentum 54 (2012): 176–203.

• Vincent Hunink, Vrouwen naast Paulus: twee romans uit het vroege christendom (Budel: Damon, 2013).

• Dennis Ronald MacDonald, The Legend and the Apostle: The Battle for Paul in Story and Canon (Philadelphia: Westminster, 1983).

< Terug