< Terug

De impact van de context

Een van de workshops op het preekfestival van 19 september 2019 in Amersfoort ging over ‘contextueel preken’. Drie voorgangers waren gevraagd om vanuit hun eigen context een korte preek te houden over Lucas 5:27-32, de roeping van Levi. Bettelies Westerbeek presenteeerde een preek vanuit de context van een multiculturele achterstandswijk in Den Haag; Pieter-Kars van der Kamp vanuit een dorp in Groningen; en Rikko Voorberg vanuit de context van kunstenaars in Amsterdam, zijn PopUpKerk. Hebben deze verschillende contexten merkbaar impact op de inhoud van de preek en zo ja, hoe dan?

Wat is contextueel preken?

Contextueel preken is een vorm van theologiseren met het oog op de concrete taal, gebruiken, ervaringen en tradities van de doelgroep. Het vraagt van de prediker om rekening te houden met de condities van de hoorders, zodat zij een preek niet alleen kunnen begrijpen maar ook bereid zullen zijn om deze toe te laten in hun belevingswereld. Elke goede communicator is zich daarmee bewust van de situatie waarin hij of zij spreekt en past bewust of onbewust taal en inhoud daarop aan.

Ook in de Bijbel zien we hoezeer een prediker als Paulus zijn gehoor toespreekt in termen die passen bij het betreffende publiek. Op de Areopagus (Handelingen 17) gebruikt hij een ander taalveld dan wanneer hij de agrarische samenleving van Lystra in Handelingen 14:16 wil overtuigen van zijn boodschap.

Elke preek wordt dus uitgesproken in een bepaalde concrete situatie en wordt mede daardoor gekleurd. De tekst die aan de preek ten grondslag ligt, komt bovendien voort uit een specifieke context en de hoorders van nu verstaan de preek ook in hún persoonlijke situatie. Het begrip context heeft dus meer lagen.

De term contextuele prediking is vooral getoonzet door de missionaire beweging. Daar is het besef gegroeid dat geloof zich vormt in de cultuur en taal van degenen die haar vormgeven, en dat wie preekt, zoveel mogelijk de taal spreekt van deze cultuur en context om de boodschap werkelijk te laten indalen, ofwel ‘incarneren’ in de situatie.

Daar is meer voor nodig dan in de preek ingaan op de actualiteit. Een toespraak die niet méér doet dan de actuele situatie of concrete context benoemen, krijgt al snel iets vermoeiends. Mensen komen niet om in een spiegel te kijken en uitsluitend een verdubbeling te zien van hetgeen hun eigen werkelijkheid is, ze komen juist om in deze werkelijkheid een nieuw perspectief te ontwaren.

Dat nieuwe perspectief wordt opgeroepen doordat er een meer-dimensionale kijk ontstaat op de tekst én de context. Dat effect wordt bijvoorbeeld bij de preekvoorbereiding al opgeroepen door een bijbeltekst in verschillende situaties te lezen en het effect ervan te proeven.

Lees maar eens het verhaal van Levi de tollenaar in de huiskamer van een hospice, in de bestuurskamer van een onderneming en in de voetbalkleedkamer. Proef het verschil dat dit oproept. In elke context klinkt de tekst niet alleen anders, maar vormt zich ook een nieuwe betekenis. In elke situatie mag ook de vraag klinken: wat is hier een woord van Godswege?

Tekst en context vullen elkaar op die manier aan, versterken elkaar maar bevragen elkaar evenzeer. Contextueel preken is niet onkritisch preken, het is niet ‘naar de mond spreken’ van de hoorders, noch de tekst of betekenis ervan persen in de mal van context. Het gaat niet om louter ‘actualiseren’ of ‘relevant maken’ van de tekst voor de hoorders door in de tekst parallellen met situaties van nu aan te wijzen.

Het gaat erom onze eigen tijd en gewoonten te laten ‘lezen’ door de tekst en eventueel een ‘countertestimony’ te geven: een getuigenis dat aanzet tot tegendraads denken, tegen gangbare gewoonten, dominante cultuur en afgoden in.

Voorbeeld van ‘countertestimony’

Bettelies Westerbeek geeft een mooi voorbeeld van ‘countertestimony’ in haar ‘liefdevolle donderpreekje’ naar analogie van 1 Korinthe 13 voor de stadsbestuurders, ambtenaren en planologen die de Haagse Moerwijk bezoeken.

‘Maar had ik de liefde niet’

Welkom in Moerwijk, gebouwd op drassige grond en naoorlogse dromen. Welkom in het veen, of nee, welkom in het moeras.

Dit is de plek waar plannen gedoemd zijn om te mislukken, waar niemand daarom nog de moeite neemt om ze te maken; waar beloftes zo vaak zijn verbroken dat niemand nog ergens in gelooft.

Waar jij en je kind ziek worden van de schimmel in je huis. De medicijnen die de dokter je geeft tegen de benauwdheid tasten je gebit aan, maar de tandarts is te duur, dus het lachen vergaat je al snel.

Vergeet niet je vitamine D te slikken, want als je eenmaal tot aan je enkels in dit moeras staat is het moeilijk om de warmte van de zon nog te voelen. En het strand is te ver weg, de tram te duur. Trek tien jaar van je levensverwachting af en je bent ingeburgerd. (…)

Is een stad niet zo rijk als haar armste inwoners? Is het niet hier waar de stad van vrede en recht haar ware gezicht laat zien?

We richten onze spotlights graag op de mooie nieuwe plannen, op de toekomst, maar vergeten dat het hier nog donker is. Eerst moeten we het aandurven om in de spiegel te kijken, de waarheid onder ogen te zien en te erkennen dat we hebben gefaald. Jij en ik.

Onze stad faalt, onze samenleving faalt. We stoppen de mensen die vruchtbare grond nodig hebben, weg in moerassen en als ze zinken, dan is het hun eigen schuld.

Maar het is de schuld van ons allemaal. En we durven het niet te erkennen, omdat we bang zijn voor de consequenties, omdat we in een wereld leven die geen genade kent, alleen maar schuld.

We bouwden systemen zonder liefde, steden zonder hoop, en geloofden te lang in niets anders dan het recht van de sterkste.

Als we dan samen de moed hebben gevat en onze schuld hebben beleden, we weer eerlijk kunnen zijn naar elkaar, laten we dan in Godsnaam beginnen met geloven in de liefde en samen steden bouwen op het fundament van de hoop, liefdevol, zorgzaam en vol vreugde:

‘Al sprak ik alle talen van de inwoners, woningcorporaties en ambtenaren, maar had ik de liefde niet, dan zou ik niet meer zijn dan de zoveelste ongeopende brief, diep weggestopt in een la.

Al had ik de gave om de beste plannen te bedenken en doorgrondde ik alle geheimen van de nieuwe stad, al bezat ik alle kennis over hoe het slimmer, mooier en sneller kan, en had ik het geloof en optimisme van een net aangetreden stadsbestuur, maar had ik de liefde niet, dan zou er niets veranderen, (…) Plannen verdwijnen, geld raakt op, mensen verhuizen, gebouwen en coalities storten in, wethouders komen en gaan, maar ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.’

Bettelies Westerbeek, Geloven in Moerwijk – Den Haag

Identificaties

Contextueel preken betekent allereerst het oproepen van herkenning bij de hoorders. Hoe doet een prediker dat? Het gebeurt door aansluiting bij de hoorders op het niveau van taal en stijl, maar ook van existentiële identificatie. Hoorders zoeken naar herkenning in de schets van een sociaal-maatschappelijke context, in gedeelde waardenoriëntaties en in een gedeelde geloofsoriëntatie.

Een voorbeeld van zo’n gedeelde waardenoriëntatie vinden we in de hierna volgende preek van ds. Pieter-Kars van der Kamp. Hij is predikant van een kleine, jonge en gemoedelijke dorpsgemeente in de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt van het Groningse Grijpskerk-Niezijl.

Groningen is de provincie waar de kerkelijkheid het laagst is van heel Nederland, maar in de gemeente Westerkwartier ligt dat vanouds anders. Veel dorpsgenoten zijn gedoopt en lid van een kerkelijke gemeente, hoewel niet heel erg betrokken.

In de preken van Van de Kamp komen regelmatig Groningers voorbij: Ede Staal, de gasproblematiek, de ‘nuchtere Groninger’. In zijn preek over Lucas 5:27-32, het verhaal van Levi de tollenaar, spreekt hij de ambtsdragers die die zondag bevestigd worden en hun dorpsgenoten toe in de taal van het Groningerland en zoekt hij naar identificatie van de dorpsgenoten met de farizeeën én met de tollenaar die wil delen in de genade en verandering waartoe Jezus hem uitnodigt.

LUCAS 5:27-32 (NIEUWE BIJBELVERTALING)

Daarna ging hij naar buiten en zag hij bij het tolhuis een tollenaar zitten die Levi heette. Hij zei tegen hem: ‘Volg mij!’ Levi stond op, liet alles achter en volgde hem. Hij richtte in zijn huis een groot feestmaal voor hem aan, waarop een groot aantal tollenaars en anderen samen met Jezus aanwezig waren. De farizeeën en hun schriftgeleerden zeiden morrend tegen zijn leerlingen: ‘Waarom eet en drinkt u met tollenaars en zondaars?’ Maar Jezus antwoordde: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar wie ziek is wel; ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar om zondaars aan te sporen een nieuw leven te beginnen.’

‘Vier het feest van genade en verandering’

Op ‘n dorp is iederiene ‘n beroemdheid

Ze zeggen vaak ‘t leben is veul beter In de spotlight van ‘t sterrendom Mar hier op ‘t dorp sta’j ok zo wel in de aandacht

Daor huu’j niet veur op de tv te kommen

Gien dorpsgenoot huuft close up in de Story

Je kriegen hier belangstelling genog

Iederiene wet alles van ‘n ander

En zo niet dan wordt dat gauw eben onderzocht

Elke starveling hier, iederien hef z’n eigen verhaal

Elke tante, buurvrouw of winkelier

Wet waor iederien de mosterd haalt

Wa’j weer laat in huus, of te vrog met alles

Hoe de wind ok weijt

Op ‘n dorp is iederiene ‘n beroemdheid

Dit is een liedje van Daniël Lohues … Hij weet op een mooie en liefdevolle manier de charme en de keerzijde van het leven in een dorp te beschrijven. De charme dat iedereen alles van elkaar weet, elkaar kent, groet en met elkaar meeleeft in goede en slechte tijden. We proberen ons dorp leefbaar en gezellig te houden en zetten onze schouders eronder om de sociale voorzieningen van het dorp in stand te houden.

Maar tegelijk ook de keerzijde: iedereen weet ook van je fouten, je falen en je slechte gewoontes met alle gevolgen vandien: je ontdekt dat er niet meer met, maar vooral over jou wordt gepraat. Een fout kan je de rest van je leven nagedragen worden en in het ergste geval word je door iedereen met de nek aangekeken …

Iets soortgelijks zie je ook gebeuren in het Evangelie van Lucas … We zien hoe Jezus van dorp tot dorp rondtrekt over het platteland van Galilea. En wat opvalt is dat hij vooral die mensen opzoekt over wie lelijk gepraat wordt en die met de nek worden aangekeken. Sterker nog, we zullen in deze preek ontdekken dat hij juist die mensen roept, wil laten veranderen en in dienst nemen! (…)

Lucas houdt hen en ons subtiel dezelfde spiegel voor die Jezus de farizeeën voorhoudt: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar wie ziek is wel.’ Jezus maakt heel scherp duidelijk dat iedere gelovige altijd een nederige ontvanger blijft van genade. Zonder dat je het door hebt, kun je zomaar gaan denken dat je door je kerkgang, trouw, geloof en toewijding in een andere categorie zit.

Pas op, dat je dan niet dezelfde menselijke fout maakt die de farizeeën maken … Ze zijn zo jaloers op de oneerlijke genade van God, dat ze geen zin meer hebben om het feest van genade en verandering mee te vieren.

Zo bezien staan we in dit verhaal én heel dicht bij de tollenaars én heel dicht bij de farizeeën. De tollenaars hadden de hoop op de beloftes van God opgegeven en gingen wanhopig samenwerken met de Romeinen om nog iets van dit leven te kunnen maken. De schriftgeleerden kozen voor radicale toewijding en con trole om hun geloof niet te verliezen en worden jaloers als de genade vervolgens naar zondaars uitgaat. – Allemaal menselijke trekken die we herkennen van onszelf: verlies van vertrouwen en jaloezie op wie iets heeft wat jij niet hebt of waar jij veel meer je best voor doet.

Zo betrekt Lucas zijn lezers toen en nu in dit verhaal en dwingt hij je te kiezen. Ook voor ons klinkt de oproep Jezus te volgen en in hem een dokter te zien die je leven verandert. Daarom: volg Jezus en vier het feest van genade en verandering!

We leren dat we als volgelingen van Jezus naast gulle gevers van genade, altijd nederige ontvangers blijven. Daarnaast mogen we ons verblijden over het goede nieuws van dit verhaal dat Jezus juist nederige ontvangers, zondaars en buitenbeentjes in dienst neemt.

Jezus zoekt geen heiligen om eropuit te sturen en over hem te vertellen. Hij vindt jou en mij met onze onvolmaaktheden en gebreken geschikt om mee te werken aan de komst van zijn koninkrijk. Dat is toch een heerlijke geruststellende gedachte: Jezus roept geen heilige boontjes, maar mensen zoals jij en ik.

En dat mag in onze gemeente en hoe wij ons naar buiten toe laten zien ook leidend zijn: hier geldt niet het recht van de snelste, sterkste, best presterende of meest gelovige, hier waar we goed weten ‘dat iedereen een beroemdheid is’, leven we allemaal van levensveranderende genade en weten we: wie achteraan staat, gaat in het koninkrijk van God voor – ook in de kerk.

Pieter-Kars van der Kamp, Grijpskerk-Niezijl

Ontregelende confrontatie

Contextueel preken kan confronterend zijn, omdat het de hoorders doet inzien dat zij samenvallen met hun situatie. Dat er mogelijk alternatieven zijn en dat er keuzes gemaakt kunnen worden op grond van de Bijbel. Dit confronterende, soms profetische geluid van prediking wordt echter alleen aanvaard wanneer het gezag van de prediker geaccepteerd wordt. De prediker moet in zijn of haar ethos overtuigend zijn. Cruciaal daarbij is dat de prediker zich ten diepste solidariseert met de hoorders.

Een voorbeeld hiervan geeft Rikko Voorberg in zijn hierna afgedrukte preek over Lucas 5. Voorberg leidt de zogeheten PopUpKerk in Amsterdam, een beweging van kunstenaars, ongelovigen en gelovigen die streven naar ‘een andere wereld’.

Die rauwe plekken in jezelf’

Morren. Een te gek woord vind ik dat. Het is ongeveer het tegenovergestelde van gunnen. En ik ben graag gunnend. Kan ik ook wel aardig. Het geluk van een ander vieren. Een goede vriend die een nieuwe baankans krijgt. Een oom die met pensioen mag, eindelijk. Ik hoefde die baan toch niet en wil liever nog niet met pensioen, dus het kost geen enkele moeite om het geluk van die ander te vieren. Maar die theoloog die zijn boek gepubliceerd krijgt met een fantastische aanbeveling, die ander die met zijn boek al aan een derde druk begint, dat komt dichtbij hè. Ik heb ook een boek. Ja. Nou. En publiekelijk zal ik het driehonderd procent toejuichen en het gunnen en alles, want ik ben natuurlijk geen jaloers, vervelend, knieperig mannetje dat een ander zijn verdiende en zelfs eventueel ook onverdiende geluk niet gun. Echt niet.

Ik trek het echt niet van mezelf dat ik naast gedachten van bewondering en waardering en ontroering ook nog van die kleinmenselijke rotgedachtetjes door mijn hoofd voel rollen, maar ze zijn er. Al te menselijk, zou je zeggen. En dat is waar, maar het is een van de vele kanten van de mens, en zeker de religieuze mens, waar Jezus van Nazareth als rabbi de allergrootste moeite mee heeft. Hij vertelt verhaal na verhaal, kaffert uit, verleidt, dringt aan. En misschien dat er iemand overtuigt raakt, een enkeling, maar het is deze kant van de mens die hem de kop kostte. Omdat het zo verrekte moeilijk is om die ruimte in je hart te maken.

Jezus hangt rond met zondaars en tollenaars. En dat roept weerzin op. Toen niet veel anders dan nu. Zoals het uitmaakt met wie jij op je selfies staat, wiens posts je deelt. Ben je links en sta je vrolijk te poseren met hard rechts? Reken maar dat je afgemaakt wordt. We doen dat niet. En deze rabbi hangt rond met mensen met wie rabbi’s niet rondhangen.

Met tollenaars en zondaars. Of tollenaars en prostituees. De sukkels, zou je denken. De daklozen. Crackhoertjes. Zielige mensen. Maar dat is niet zo hè? Als ze alleen maar zielig waren, hadden die religieuzen nog de hand over hun hart kunnen halen. Maar nu niet.

Dit zijn andersoortige mensen. Het zijn mensen die de hoop hebben opgegeven. Die het cynisme van de klotige wereld waar ze in leven hebben omarmd en er maar het beste van maken en daar kun je rijk van zijn. Zonde is niet met wie je naar bed gaat maar of je de hoop hebt opgegeven.

Het is de tollenaar, belasting-inner voor de overheersende Romeinen. Er is geen God en als hij of zij er is dan is hij onmachtig. Dus eieren voor je geld. Verdienen aan de bezetter. Realpolitik. Belasting innen.

En de prostituee? Je hand ophouden bij een vent? Hopen dat de vromen zo vroom zijn dat ze je uit de goot halen? Dan liever een selfmade woman. Geld verdienen met je lijf. Zelf verdiend. En God? Die is er niet.

En nu zitten ze aan tafel. Bij een rabbi, die zachtheid én scherpte kent. Die de indruk geeft dat deze rottige wereld níet aan zijn lot is overgelaten. Die ruimte biedt in je ziel. En de religieuzen grommen. Het geld hangt nog om die cynische rijken heen en nu gaan ze via de binnenbocht ook nog religieus gesanctioneerd worden. Ze zien geen mensen die hoop krijgen. Ze zijn graaiers die nog meer binnengraaien. Christendom is geen tool van moraliseren. Een lat neerleggen. En heel vaak is het zo gebruikt. En daar heb je christendom niet per se bij nodig, want we zijn zelf al geneigd om latten te leggen en alles. Waar je het wel bij nodig hebt? Bij het adresseren van die rauwe plekken in jezelf. Je verdraaide jaloezie zoals bij die farizeeër. Dat je het wel wilt gunnen aan die ander, maar dat het zo verrekte moeilijk is. Dit gaat niet over of je geroepen bent. Of dat je zielig bent. Maar of je het geluk van de ander kunt vieren.

We genezen niet allereerst door genezen te worden, maar door het oefenen van het vieren van de genezing van de ander, van de roeping van de ander. Wie dat leert, samen met die anderen, met vallen en opstaan, wordt deel van een gemeenschap van genezende mensen die steeds weer opnieuw beseffen hoeveel er te genezen valt, hoeveel littekens, hoeveel verstopte kwalen er zijn, bij jou, bij de ander.

Rikko Voorberg, PopUpKerk, Amsterdam

Dagelijkse oefening in distantie

Bovenstaande voorbeelden tonen hoezeer contextuele prediking de tekst inbrengt als een kritische stem, die vanuit het oproepen van herkenning de werkelijkheid openbreekt.

In de workshops tijdens het preekfestival oefenden deelnemers met dezelfde tekst in hun eigen context. Dat bleek nog niet zo gemakkelijk te zijn. Al snel doken mensen de tekst in, zonder zich rekenschap te geven van de hoorders en de eigen context. Wat bleek? De context is het water waar je zelf in zwemt. Het vergt enige distantie om je context in beeld te krijgen. Dat is een dagelijkse oefening van waarnemen, luisteren en reflectie.

Het leren kennen van ándere contexten en het lezen van preken uit andere contexten kan dan helpen om je eigen context beter in het vizier te krijgen. Het zal de kracht van de prediking ten goede komen.

Bronnen

Leede, B. de & Stark, C. (2017). Ontvouwen. Protestantse prediking in de praktijk. Zoetermeer: Boekencentrum (met name hoofdstuk II).

www.geloveninmoerwijk.nl/maar-had-ik-de-liefde-niet-een-preek-voor-de-stad/

www.popupkerk.nl/info/dogma

Nynke (drs. N.) Dijkstra-Algra is predikant en beleidssecretaris bij de Protestantse Kerk in Nederland.Ciska (dr. F.) Stark is directeur Onderwijs van de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam/Groningen en docent Praktische theologie.

< Terug