< Terug

De kerk: kringloopwinkel en kapperszaak

Een gebroken tegeltje, een kringloopwinkel en een kapperszaak… hoe helder en duidelijk, niet mis te verstaan, wordt hier een beeld geschetst van onze tijd, van kerk en geloof, van ons adventsverlangen…

Drs. A.J. Mouw is predikant in de Hervormde Gemeente van Aalburg.

Ze stonden bij de kassa. Bijna hadden ze het prachtige witte wandtegeltje afgerekend. ‘Genade’, stond erop. Altijd fijn, zo’n pareltje scoren bij de kringloopwinkel! Maar ineens zag ze: er liep een barst over de volle breedte van het tegeltje. ‘Ik leg ’m even terug, moet je kijken!’, zei ze…

Kenmerkend voor onze tijd. Gebrokenheid moet uitgebannen. We struinen internet af naar de goedkoopste beste optie. Artikelen die niet voldoen sturen we terug. Het moet perfect! Het hier en nu moet volmaakt – tegen zo’n laag mogelijke prijs. Maak de juiste keuzes en pak je kansen!

Andere optie

Herman Paul vat het mooi samen met zijn ingebrachte beeld: shoppen in advent. Liever vervulling in het hier en nu dan verlangen naar wat komt. Ook wij leven als consumenten. Zoals Paul al jaren laat horen: secularisatie is geen ding maar een beweging. Niet ‘ontkerkelijking’, maar iets dat binnen in ons gebeurt. Tegelijk is hij hoopvol: geen trend maar een optie. Maar als het een optie is, hoe kies je dan een ándere manier van leven? Hoe kunnen we elkaar leren leven met nog onvervuld verlangen?

Liturgie

Met die vragen houdt James K.A. Smith zich bezig. In een driedelige academische serie over het Koninkrijk (Desiring, Imagining & Awaiting the Kingdom) vraagt hij zich af: hoe vormen we elkaar in het leven van Gods Koninkrijk? Een toegankelijk vertaalde samenvatting is ‘Je bent wat je lief is’.

In de kringloopwinkel wordt oud en gebroken niet verstopt maar gewaardeerd

Smith beschrijft in het spoor van Augustinus dat we leven vanuit verlangen. Verlangen, meer dan je kennis, bepaalt hoe je kijkt en handelt. Wat je het meest lief is, dat kleurt je hart, hoofd en handen. De kern van het christelijke leven is daarmee dus niet weten, kennisoverdracht, maar de vorming van verlangen. De wereld doet dat ook. Smith gebruikt het winkelcentrum als centraal beeld. Alles is erop ingericht om mensen hun verlangens nú te laten vervullen. Een liturgie van kopen en gekocht worden, van je eigen leven hier en nu bij elkaar scoren.

De christelijke gemeente leeft bij een groter verhaal. Is er liturgie die dat adventsverlangen vormgeeft? Ik werk wat gedachten uit met twee beelden uit de winkelstraat: de kringloopwinkel en de kapperszaak.

Kringloopwinkel

De kringloopwinkel wint de afgelopen jaren fors aan populariteit. Stoffige, oubollige pandjes maken plaats voor ruime, strakke winkels. Er wordt veel meer aangeleverd en de bezoekers nemen toe. Woonkamers worden mengelmoesjes. Verschillende stijlen stoelen aan de gebutste eettafel, op een platgelopen Perzisch tapijt. In plaats van nieuwe, strakke massaproductie kiezen mensen steeds vaker voor het verweerde. De kringloopwinkel is een plek waar oud en gebroken niet wordt verstopt maar gewaardeerd.

Liturgie: eeuwenoud

Onze tijd en cultuur is van nieuw. Nieuw is goed. Alles van vroeger is achterhaald. We vinden wielen opnieuw uit en vergeten de geschiedenis. En als we de geschiedenis bekijken doen we dat vol oordeel. We denken haarscherp te zien hoe fout het vroeger allemaal was. Standbeelden om, teksten verwijderd. In zo’n tijd heeft de kerk de taak om het oude niet te verstoppen, maar te herwaarderen. We lezen teksten en zingen liederen die de tijd hebben doorstaan. Met Smith: ‘de verhaallijn van de christelijke aanbidding, die eeuwenlang is doorgegeven’. Woorden en vormen die patronen ontmaskeren die deze wereld al eeuwen kent. De Bijbel zelf. Een traditie die dat Woord op zich heeft laten inwerken. We hoeven ons daar niet voor te schamen – in de kerk en thuis. Oud heeft een diepte die nieuw vaak (nog) niet heeft.

Liturgie: gebrokenheid

In een cultuur van volmaakt, strak en nieuw is er groeiende behoefte aan ruimte voor gebrokenheid. Meer en meer merken we dat het perfecte verhaal tekortschiet. Nieuw en strak is vaak ook nep en oneerlijk. Woorden over schuld, schaamte en sterven raken kwijt. Maar zo verliezen we essentiële begrippen. Want het leven is vaak niet zo volmaakt.

Juist in het onvolmaakte wordt mijn verlangen naar Gods nieuwe wereld gevoed

Juist in de kerk is er alle ruimte voor die erkenning. In het hart van het christelijk geloof kom je genade tegen. Kracht, juist in jouw zwakheid. Liefde en vergeving die je ontvangt in plaats van verdient. Woorden om ziekte en pijn te kunnen verdragen. Mensen die níet kloppen worden door Jezus dichterbij gehaald. En Paulus wijst op de hoop die er door Christus’ sterven en opstaan is gekomen. De kerk heeft alles om een kringloopwinkel te kunnen zijn. Bij leven is gebrokenheid hier welkom, met haar eigen en unieke verhaal. En bij sterven staat de kerk klaar om te begraven met hoop.

Liturgie: onvolmaakt

Nu kan liturgie ons pas echt vormen als de woorden die je hoort, leest en zingt ook werkelijkheid zijn. Waarderen we oud en gebroken ook écht? Let wel, dat is een weerbarstige weg! Week aan week samenkomen met mensen die je niet uitkiest. Een kerkdienst die lang niet zo perfect is als de diensten op tv. Doordeweekse verantwoordelijkheden die je tijd en energie kosten. Leven in een kerk met teruglopende cijfers. Dat is moeilijk. We zijn er verlegen mee. Liever associëren we ons met een succesformule. Groeiende kerken. Enthousiasmerende muziek. Bruisend leven. Maar wat als Gods weg door gebrokenheid heengaat? Kunnen wij het in de kerk uithouden met het onvolmaakte? Dat zelfs leren waarderen? We passen aan, we bezinnen op de liturgie. Nieuwe vertalingen, nieuwe berijmingen. Op zoek naar dé vorm, hét woord dat het best bij ons past. Maar mag het nog onvolmaakt zijn? En durf ik daar trouw aan te blijven? Juist in dat onvolmaakte wordt mijn verlangen naar Gods nieuwe wereld gevoed.

Kapperszaak

Ruimte geven aan het gebrokene, het onvolmaakte is dus geen zwaktebod. Het is een principiële keuze die ongekend krachtig en aantrekkelijk kan zijn. Je ziet het in dat tweede beeld: de kapperszaak. Laatst zag ik iets voorbijkomen van ‘Schorem’, een kapperszaak in Rotterdam. ‘Haarsnijder en barbier’, kopt de website. Het is er exclusief en rauw. Mannen met tatoeages kappen hoofden en baarden. Heel bewust geeft deze zaak ruimte aan gebutst personeel. Vastgelopen jongeren krijgen een nieuwe kans. Voor bezoekers is de prijs niet mals: 42 euro voor een knipbeurt (dat is voor mannen veel) en scheren voor 35 euro. Dat kan bij andere kappers veel goedkoper. Toch is deze zaak een succes. Hun klanten zijn op zoek naar authenticiteit. Aandacht. Méér dan een product alleen. Herman Paul citeert James Smith: ‘de aantrekkingskracht van nieuwe zelven ligt niet in argumenten, maar in levensstijlen die appelleren aan verlangen’. Dat is precies wat Schorem doet. Hier waan je je even in een andere wereld, die iets in je wakker roept. En dat is de hoge prijs waard.

Liturgie: echtheid

In het pastoraat merk je het keer op keer: mensen zoeken altijd meer dan ze hebben. Het hier en nu is simpelweg niet bij machte die diepe honger te vervullen. Mensen zoeken naar een ervaring van voldoening, naar ‘zo is het goed’. Maar hoe we ook leven, het schuift altijd maar weer voor ons uit. Die nieuwe partner, dat andere huis, een uitdagendere baan, betere vooruitzichten. Telkens blijken ze niet te kunnen geven wat we wél zoeken.

De klanten zoeken authenticiteit, aandacht, méér dan een product alleen…

In de kerk wordt het Koninkrijk van God verkondigd. Je wordt binnengezogen in een andere wereld. Die wereld roept iets in je wakker. Iets echts, iets dat de eeuwen heeft doorstaan. Je proeft er: hier spelen grotere dingen dan mijn eigen agenda. Laten we niet onderschatten hoe dat raakt aan iets dat ieder mens van binnen met zich meedraagt. Durven we te ontmaskeren hoe goedkoop en makkelijk aanbod om ons heen telkens weer teleurstelt?

Liturgie: toewijding

Maar dat Koninkrijk heeft een hoge prijs. Je leven staat op het spel. Je wordt er opgeroepen kruis te dragen. Niet voor jezelf te leven, maar voor God en de ander. Je wordt er uitgedaagd om je te onderwerpen aan Gods goede geboden. Je mag komen zoals je bent, maar kunt zo niet blijven. God werkt in je, langs de weg van Jezus, in de kracht van de Geest. Je leven in dienst van Gods grote verhaal. En die prijs is hoog voor mensen van nu. Smith: ‘deze inkadering van de christelijke eredienst is al tegencultuur door de prioriteit van het ik en mijn verlangen om de wereld onder mijn voorwaarden voor mij beschikbaar te hebben, opzij te schuiven’. Mensen zoeken vrijheid als ‘kunnen doen wat je wilt’. De gelovige vrijheid is de hele Bijbel door ‘bevrijd om te dienen’. Dat staat helemaal niet aan. Het kost teveel, de offers lijken te hoog. Het is zo verleidelijk om daarom als christelijke gemeente de kosten te verlagen. We stellen minder hoge eisen aan het ambt. We nemen genoegen met een halve betrokkenheid. We kiezen vooral geen schurende woorden. Want we zijn als de dood dat mensen niet meer betrokken willen zijn. Laat ‘Schorem’ ons inspireren: niet de prijs afwaarderen maar het product opwaarderen. Ja, inderdaad, het Koninkrijk van God kost je je leven. Volledige toewijding. Voor minder kan het niet. Maar het is het waard!

Gebroken tegeltje

Shoppen is een levensstijl geworden. De liturgie van het winkelcentrum vormt ons hart tot consumenten. Gericht op directe vervulling in het hier en nu. In die wereld is de kerk geroepen kringloopwinkel én kapperszaak te zijn. Met vormen die gebrokenheid de ruimte geven. Met een hoge prijs die moet worden betaald. En met een echtheid die dat alles waard is.

Niet de prijs afwaarderen, maar het product opwaarderen

Nog even terug naar de kassa van het begin. Terug naar die vrouw met het gebarsten tegeltje met ‘genade’ erop. ‘Ik leg ’m even terug, moet je kijken!’, had ze gezegd. Haar man knikte. Maar toen kreeg hij een nadenkende blik in zijn ogen. ‘Reken toch maar af’, zei hij. ‘Ja maar, zie je die breuk dan niet?’ ‘Jawel. Maar is dat niet precies wat genade wil zijn? Gebroken en tóch gewaardeerd…?’ Dat onze kerken plekken en gemeenschappen zijn vol van dát soort tegeltjes!

< Terug