< Terug

De komst van God op aarde

Eerste zondag van Advent (Zacharia 14:4-9 en Lucas 21:25-31)

De bijbelteksten die het leesrooster aanreikt op de eerste zondag van Advent, vervullen mij elk jaar weer met enig ongemak. De herfst, met zijn eschatologische teksten, is nu voorbij. Het is moeilijk om deze eschatologische teksten aan je gemeente uit te leggen. Ze werken vervreemdend en afstotend, in mijn gemeente althans.

Ik doe in de herfsttijd een enkele dappere poging om toch te proberen mijn gemeente iets te laten proeven van de bedoeling en de lading van de eschatologie. Maar ik ben dan opgelucht als de laatste zondag van het kerkelijk jaar erop zit en we ons kunnen gaan richten op het Kerstfeest. Helaas gaat het leesrooster niet mee in deze gedachte, want hoe groot in mijn hoofd de scheiding ook is tussen herfst en Advent, aan de lezingen is dat niet te zien.

Er resten verscheidene wegen. Ofwel je negeert het leesrooster en zoekt naar een alternatief, ofwel je zoekt in de aangeboden lezingen alleen die zinnen uit, die gevoelsmatig meer bij Advent passen. Voor dit laatste leent de gelijkenis van de vijgenboom uit Lucas 21:29vv. zich dankbaar. Ofwel je zet je tanden erin en je vertelt over de liturgische en theologische samenhang tussen herfst en Advent. Voor deze laatste weg geef ik hier enkele overwegingen.

God is groter dan menselijk handelen

Ik denk dat eschatologische beelden vervreemdend werken, omdat het om iets gaat wat geheel buiten mensen om lijkt te gaan. Er wordt een beeld geschetst van een almachtige God die actief ingrijpt in onze werkelijkheid – en vele gelovigen hebben dit beeld van God al lange tijd achter zich gelaten. Dat God door mensenhanden werkt, is veel beter te bevatten en strookt ook meer met onze ervaringen. Toch is het goed om ook te blijven benadrukken dat God niet te reduceren is tot menselijk handelen. Gelukkig is God groter dan wat wij voor elkaar kunnen krijgen. Wat dat betreft kunnen de eschatologische beelden een troostend effect hebben.

Actief verwachten

Verwachtingen over ‘het einde’ kleuren het leven van nu. Toeleven naar het einde geeft een gevoel van urgentie en brandende verwachting, waardoor het niet anders kan dan dat je je handelen daarop richt. Het gaat hierbij niet om passief afwachten, maar juist om actief verwachten. Je wordt uitgedaagd om te speuren naar tekenen van hoop, die je helpen om deze actieve houding vast te houden.

In de eschatologie gaat het er in essentie om dat wij ons niet hoeven neer te leggen bij de wereld zoals hij nu is. Er is iets beters denkbaar en het is de moeite waard om je daarvoor in te zetten. Er is de hoop dat er uiteindelijk iets zal gebeuren dat al het menselijke handelen overstijgt. Iets wat nu al zichtbaar is, wat af en toe oplicht. Is dat niet precies hetzelfde als waarmee we ons bezighouden in de adventstijd? Het verwachten van ‘de komst des Heren’ (Liedboek -zingen en bidden in huis en kerk, 2013, 439)? Zo kunnen deze lezingen ons helpen om in de adventstijd te focussen op de komst van de Messias en wat Hij in mensen teweegbrengt.

Een nieuwe exodus

Met deze overwegingen in het achterhoofd nog enige gedachten over de lezingen zelf. De profetie in Zacharia (14:4-9) schetst een schitterend beeld van de uiteindelijke bevrijding van Israël. De profeet grijpt terug op de exodus: zoals JHWH toen de zee spleet om het volk te bevrijden, zo zal JHWH de bergen splijten om zijn volk een doortocht te bieden. Het Hebreeuws is erg onzeker, vooral de verzen 6 en 7 kennen veel variaties in de verschillende handschriften en vertalingen. De NBV vertaalt in vers 6b: ‘de hemellichamen verliezen hun glans’, waarbij gedacht wordt aan een teruggaan naar de eerste scheppingsdag. De Naardense Bijbel zit aan de andere kant van het spectrum met de vertaling: ‘koudeperioden rijgen zich aaneen’, waarbij gedacht wordt aan het Noachitisch verbond in Genesis 8:22 (dat er altijd afwisselende seizoenen zullen zijn), dat nu wordt opgeheven. Hoe dan ook: het beeld is duidelijk. Er is een visioen van een nieuwe schepping waar het goed is, zonder vijandige machten, met waterbronnen die niet droogvallen, en waar JHWH regeert. Deze beelden geven hoop aan mensen die machteloos moeten leven onder voortdurende dreiging en oorlog. Met dit visioen voor ogen kunnen ze het uithouden.

Doorgang naar iets nieuws

De perikoop uit het Evangelie volgens Lucas (21:25-31) laat ook zien dat de tijden van angst, onzekerheid en verdrukking waarover vanaf 21:6 gesproken wordt, slechts een overgang zijn naar iets nieuws. De beelden zijn angstaanjagend, maar Jezus prent zijn volgelingen in: jullie weten dat dit alles voorafgaat aan de komst van de Mensenzoon (21:26-27). De hoop op dat moment staat voorop, door die hoop kun je zware tijden duiden en doorstaan. Uiteindelijk zal alles ten goede gekeerd worden.

Beide perikopen spreken over de komst van God op aarde, waardoor de wereld vernieuwd wordt. Een wereld waar vrede en gerechtigheid heersen. Is er eigenlijk een beter begin van Advent denkbaar?

Deze exegese is opgesteld door Marise Boon.

< Terug