< Terug

De koren treden op

In december las ik een artikel in de regionale krant dat in een Brabantse stad in 2019 alle rooms-katholieke kerken dicht gaan, op één na. Het eens zo katholieke Brabant is hard aan het ontkerkelijken, misschien nog wel harder dan de rest van Nederland. Voor een stad met pakweg tachtigduizend inwoners is één katholieke kerk voldoende. De plaatselijke priester gaf met scherp oog voor de realiteit aan welke afwegingen er waren gemaakt. Een duidelijk en begrijpelijk verhaal. Hij noemde ook de voordelen op van één kerk voor de hele stad. Onder andere dat daardoor goede afspraken met alle koren gemaakt konden worden en dat voor de bezoekers helder was welk koor wanneer ‘op zou treden’.

Dat laatste is een veel gehoorde kreet in katholieke kringen: kerkkoren treden op. En ik kan er maar niet aan wennen. Het moet iedere liturg pijn aan de oren doen. Tegelijk is het vaak wel de praktijk: een koor, losgezongen van de liturgie. Of andersom natuurlijk: een liturgie die niet meer aansluit bij wat gezongen wordt, dat kan ook. Terwijl je toch hoopt dat de zogenoemde ‘liturgische driehoek’ van volk-voorgangerkoor in een voortdurende dialoog met elkaar zijn rond hetzelfde thema, dat muziek en tekst op elkaar reageren en dat het koor niet optreedt, maar de gemeente ondersteunt bij het uitzingen van haar geloof en twijfel, haar visioenen en haar onmacht. Dit is toch samen vieren?!

Optredende koren zingen uiteindelijk de kerken leeg, nog leger dan ze al zijn, omdat ze wel hun eigen ‘aanhang’ meebrengen, maar vervolgens wegblijven als een ander koor ‘optreedt’. Daarmee zingen ze zichzelf los van de gemeenschap waarvan ze deel uitmaken. Een verlies voor koor en gemeenschap. Optredende koren horen in een concert thuis en niet in de liturgie.

< Terug