< Terug

De lieve vrede in de kerk

Onruststokers willen we niet. En zeker niet in de kerk, daar hebben we al genoeg aan ons hoofd. Zorgvuldig met elkaar omgaan kan eraan bijdragen dat meningsverschillen niet uit de hand lopen.

Dick Vos is freelance journalist en fotograaf. Bert Bakker (1955) is trainer, pastor, coach en begeleider bij verandervraagstukken, zie www.ekklesia.nl.

Mensen, gezinnen, maar ook grotere gemeenschappen zoals kerken, zijn gericht op evenwicht, legt Bert Bakker uit in een gesprek over taboes in de kerk. Hij begeleidt regelmatig kerken die veranderingen willen doorvoeren. Als iemand een nieuw standpunt of een nieuw idee naar voren brengt, dan gaan we instinctief proberen om het oude vertrouwde te herstellen. ‘We willen voorkomen dat het een janboel wordt, maar zo’n neiging kan onhandig zijn als er echt iets moet gebeuren.’ We weten allemaal dat even stevig doorpraten de lucht heerlijk kan zuiveren. Maar bijna iedereen heeft ook herinneringen aan conflicten die helemaal uit de hand liepen. Dat maakt ons behoedzaam. Bakker hield eens een enquête onder predikanten die geprobeerd hadden dingen te veranderen in hun kerk. Als er geen onrust ontstaan was, keken ze er allemaal goed op terug. Of de veranderingen nu gelukt waren of niet. ‘Als er geen onrust ontstaat gaat het goed in de kerk, denken we.’

VERLAMMENDE EENHEID

Bij vernieuwing en verandering heb je altijd te maken met de zaak zelf, maar ook met de uitwerking ervan op de onderlinge verhoudingen. In de kerk zijn naar verhouding veel mensen die onderlinge harmonie belangrijk vinden, weet Bakker.

Het komt ook voor dat kerkelijke gemeenten minder goed voor ogen hebben waartoe ze op aarde zijn, omdat ze vooral bezig zijn met overleven en met het behoud van leden. De onderlinge harmonie wordt dan niet afgezet tegen andere doelen, harmonie is zelf het doel. ‘Een mogelijk meningsverschil is dan veel bedreigender dan wanneer je bijvoorbeeld als doel hebt om een betekenisvolle rol te spelen in het dorp of de wijk.’

Een kerk die vooral op eenheid gericht is, zal mensen trekken die dat prettig vinden. Voor mensen die graag een verschil willen maken zal die kerk niet aantrekkelijk zijn, want daar schiet het zelden lekker op.

TROTS EN KWETSBAAR

Bakker is huiverig voor het spreken in termen van mechanismen en taboes. ‘Dan ligt de oorzaak van problemen al snel buiten jezelf en kun je er weinig aan doen. Of je gaat al je energie richten op het afbreken van die mechanismen, waardoor je aan de problemen zelf niet toekomt.’ Op een goede manier met elkaar in gesprek leren gaan en zorgvuldig vergaderen is veel belangrijker. En dat is iets wat je kunt leren. In de kerk wordt jammer genoeg weinig tijd gestoken in vorming en toerusting op dit vlak, weet Bakker.

Echte interesse in de ander is nodig en elkaar respectvol bejegenen. ‘Dat gaat veel verder dan het tolereren van de ander: in de kerk willen we geen voordeurdelers zijn.’ Ook een zekere trots is nodig: je eigen standpunt fier durven inbrengen. Dat vinden we in Nederland nog weleens moeilijk. Iets naar voren brengen waarvan je denkt dat het gevoelig zou kunnen liggen, heeft ook te maken met je kwetsbaar durven opstellen. Een mogelijke confrontatie aan durven gaan. Geloven dat je niet wordt weggeblazen door de reacties van anderen en accepteren dat er verschil van mening mag zijn.

Een passend moment weten te kiezen is ook belangrijk. Midden in een vergadering losbarsten dat je nog iets heel anders van het hart moet, is weinig kansrijk bijvoorbeeld. Dat zet alles op scherp. Wanneer je tijdens de rondvraag rustig vraagt of het dagelijks bestuur dit en dat eens wil agenderen voor een volgende vergadering, zal je punt niet direct als een bedreiging voor de lieve vrede overkomen.

Frisse blik

Benedictus drukt de abt van een klooster op het hart om bij grote beslissingen vooral goed te luisteren naar de jonge monniken, de nieuwelingen. Die zitten nog niet zo vast in de structuur van de orde en zien dus beter wat er speelt, hebben een frisse kijk op de zaak.

< Terug