< Terug

De onderhandelingen van een rechtvaardige

Zesde zondag van de zomer (Genesis 18:20-33 en Lucas 11:1-13)

In het verhaal over Sodom balanceert een hele gemeenschap op het scherp van de snede. De Sodomieten hebben met elkaar een levensstijl opgebouwd die andersdenkenden en -handelenden uitsluit, controleert en beknot. Er is al geen totalitaire overheid meer die de bevolking onderdrukt, maar de bevolking zelf bestaat uit daders en slachtoffers; onrecht is tot recht verheven.

Het schreeuwen is zo overvloedig en hun zonde zo zwaar, bovenmate (Genesis 18:20). God zelf daalt af om te zien, voordat Hij een uiteindelijk oordeel spreekt (18:21). Ralbag (Rabbi Levi Ben Gershon, 13e/14e eeuw, Frankrijk) zegt dat God de Sodomieten nog een laatste kans wilde geven om om te keren.

Rechtvaardigen en slachtoffers

Abraham doet een stap naar voren en spreekt God aan. Niet onderdanig, hij schreeuwt bijna. Hij spreekt tegen God op gelijkwaardige voet: ‘Wil Je werkelijk?’ (18:23)‚ ‘Verre zij het van Jou’ (18:25 – twee keer). Abrahams toon is strijdbaar. Pas in 18:27 wordt zijn toon bescheiden, als hij heeft bereikt dat het proces voorlopig stopgezet is. Nu kan de discussie beginnen: God treedt als strenge rechter op en dreigt met vernietiging (18:21). Maar Abraham komt met een punt dat God blijkbaar niet bedacht heeft: wat als er rechtvaardigen in de stad leven en Hij hen met de rest vernietigt? Wil God alleen het strenge recht toepassen, zal Hij altijd de wereld moeten vernietigen, zoals in de tijd van Noach? Ineens staat Gods rechtvaardig handelen op het spel (18:25). Zijn eigenschap van chèsèd, de ruimhartige perceptie van alternatieve mogelijkheden, zoals Avivah Gottlieb Zornberg het definieert [1], oftewel barmhartigheid, ontbreekt hier volledig. Abraham komt met de alternatieve mogelijkheid. Hij treedt fel op voor het leven van iedereen, goed of slecht, en onderhandelt over de overlevingskans van zo’n stad. Hij noemt alleen de rechtvaardigen en niet de slachtoffers die vernietigd zullen worden. Blijkbaar maken de rechtvaardigen het verschil. Het aantal rechtvaardigen in een gemeenschap die niet in het verborgene, maar betokh ha‘ir, in het midden van de stad, in het openbaar kunnen leven (18:24), heeft te maken met invloed op en dus veranderingen binnen een gemeenschap. Slachtoffers hebben meestal niet de fysieke en psychische kracht om invloed uit te oefenen.

Er is een grens

De onderhandeling is een beetje eenzijdig. Abraham argumenteert en God gaat in korte zinnen iedere keer akkoord. Toch zijn er nuances. God geeft door het gebruik van verschillende werkwoorden aan dat het ene getal het andere niet is. Bij vijftig: ‘Ik zal de plaats dragen.’ Bij vijfenveertig, twintig en tien: ‘Ik zal niet vernietigen.’ Bij dertig en veertig: ‘Ik zal niet handelen.’ Bij vijftig wordt de stad gered, bij vijfenveertig, twintig en tien wordt de stad ‘niet vernietigd’, maar misschien wel gestraft. Bij dertig en veertig zal God bij wijze van spreken de voeten stilhouden. Simon Raphaël Hirsch legt uit: ‘Een groep van dertig of veertig mensen is groot genoeg om getolereerd te worden en invloed uit te kunnen oefenen en klein genoeg om door een meerderheidsmaatschappij niet als bedreiging gezien te worden’ (Torah in Motion, okt. 2018). Als Abraham tien rechtvaardigen afgedongen heeft, stopt God met praten en gaat weg. En Abraham doet weer een stap terug (18:33). Tien is blijkbaar een absolute ondergrens. Tien mensen zijn het minimum dat een gemeenschap, volksverzameling (Hebr.: ‘edah, van ‘ed = getuige) vormt. Het vervolg van het verhaal leert dat een aantal minder dan tien zo’n gemeenschap als de Sodomitische moet ontvluchten. Zij kunnen niets doen om de meerderheid tot omkeer te bewegen en dreigen zelf erin onder te gaan. Volgens dit verhaal wordt een gemeenschap zonder rechtvaardigen radicaal ‘omgedraaid’ (Hebr.: hafakh – Genesis 19:29), of wat minder bijbels gesproken: zij draait zichzelf radicaal om. Noch God kan haar, noch zij kan zichzelf genezen.

Een beproeving van Abraham

Abraham kon de stad niet redden. Dat wist God. Wat was dan zijn bedoeling? Het is voor iedereen in iedere generatie een les in waakzaamheid en opstaan voor een rechtvaardige maatschappij. In de joodse traditie wordt onze tekstplaats ook gezien als een van de tien beproevingen van Abraham. Abraham is gezegd dat hij een vader van vele volkeren wordt (o.a. in Genesis 18:19). In deze rol moet hij groeien. God wil ook dat hij in de rol van zijn partner groeit. Daarom heeft Hij Abraham het ‘probleem Sodom’ voorgelegd. Hij wilde toetsen of Abraham zich als zijn partner of zijn kind gedraagt, of hij met Hem praat, Hem tegenspreekt, argumenteert, voor anderen instaat of stil aanvaardt wat Hij van plan was te doen, zoals Noach deed, aan wie God ook zijn plannen bekendmaakte.

De kracht om Sodom te voorkomen

In Lucas 11 worden verschillende vragenden en antwoordenden beschreven.

  1. Een vriend die op onmogelijke tijdstippen komt aanzetten en zich niet laat afwijzen, en de gevraagde die geen zin heeft om zich te laten storen, maar uiteindelijk toch antwoordt (11:5-8). Bij vrienden kun je zelfs brutaal aandringen zonder teruggewezen te worden.
  2. Een mens die zelf actief wordt en niet wacht tot iemand merkt wat hij of zij wil. Je moet de eerste stap zetten, zoals God, die zijn probleem voorlegt, en Abraham, die een stap naar voren doet, naar God toe (11:9-10).
  3. Een zoon die op zijn vader kan vertrouwen, hoe kwaadaardig die verder ook is. Als al een kwaadaardige vader goed is voor zijn kind, hoeveel te meer zal God goed zijn voor de mensen en hun kracht geven (11:11-13). In het Onze Vader bidt de mens om deze kracht die hem dag in dag uit door de heiliging van Gods naam en het omkeer doen door schuld de wereld uit te helpen, een situatie zoals in Sodom doet voorkomen.

Deze exegese is opgesteld door Kristin Ritsert.


Noot

[1] A. Gottlieb Zornberg, The Beginning of Desire, New York 1995, 110

< Terug