< Terug

De rijkdom van armoede

Een mystieke weg vraagt om het verlaten van gebaande wegen. Om het opgeven van status, macht en geld. Waarom is dat zo belangrijk?

Hein Stufkens is filosoof, auteur en meditatie-leraar; hij werkt en woont in het bezinningscentrum ‘La Cordelle’ te Cadzand (www.lacordelle.nl).

In zijn Bergrede prijst Jezus de ‘armen van geest’ gelukkig, degenen die ‘nederig van hart’ zijn. Dat zijn mensen zonder pretentie, die beseffen dat iemand door status, rijkdom, gezondheid of kennis niet méér wordt. De mystieke weg gaat om het beoefenen van die armoede.

LEVEN TUSSEN DE ARMEN

De middeleeuwse mysticus Franciscus van Assisi zei: ‘Zoveel als een mens is in de ogen van God, zoveel is hij, en meer niet.’ De broederschap die hij stichtte, met vrienden die net als hij al hun bezit aan de armen gaven, noemde hij ‘de minderbroeders’. Hij wilde bij de mensen zijn die vaak als ‘minder’ worden gezien, maar die dat in alle eenvoud dragen: zieken en gehandicapten, mensen zonder macht en geld, mensen die niet met een grote mond vooraan staan. Net zoals in onze tijd bijvoorbeeld moeder Teresa, die tussen de paria’s in Calcutta leefde, of Henri Nouwen, die zijn carrière als theoloog opgaf om voor gehandicapten te gaan zorgen.

Het advies om geen aardse rijkdom of roem na te streven vinden we niet alleen bij Jezus, maar in alle spirituele scholen. De verlichte moslim Roemi zei dat je door spirituele armoede wordt ‘gezegend met niet-bestaan’: je gaat op in de oergrond, de Bron, de Ene, in God. In de mystieke traditie betekent ‘nietbestaan’: niet meer geïdentificeerd zijn met je ego. Dan lijd je niet meer onder de afgescheidenheid die het ego kenmerkt. Johannes van het Kruis zei: ‘Wil je ertoe komen alles te zijn, wens dan in niets iets te zijn!’

AFHANKELIJK VAN GOD

De grootste rijkdom van de arme is dat hij geen houvast heeft, in materie noch eigendunk. Hij heeft beseft dat hij het op eigen kracht niet redde. Op dat diepste punt kon er niets anders volgen dan overgave aan iets dat het ego overstijgt – overgave aan het leven zelf of, in religieuze termen, aan God. In zijn toespraak over ‘De leliën des velds en de vogels in de lucht’ zegt de Deense filosoof Kierkegaard: ‘Afhankelijk zijn van schatten, dat is afhankelijkheid en diepe slavernij; afhankelijk zijn van God, helemaal afhankelijk, dat is onafhankelijkheid’. De arme in deze zin is een vrij mens. Hij heeft zijn eigen armoede en armzaligheid (h)erkend, en leeft nu in de vrijheid van niets te verliezen hebben. Hij heeft alle pretentie en alle hoop en angst van het ego achter

zich gelaten. Hij is de weg gegaan van selfishness (ikgerichtheid) naar selflessness (ik-loosheid). Hij is het koninkrijk van de eenheid met de Bron binnengegaan.

JE WARE AARD

Pas wanneer je alles waarmee je je hebt geïdentificeerd en heel je streven naar zelfrechtvaardiging hebt afgelegd, pas als je helemaal ‘ontledigd’ bent, kan je je ware aard leren kennen: dat je ‘kind van God’ bent, vanaf je geboorte gewild en geliefd zoals je bent. Dan zie je ook het goddelijke in jezelf. Niet met de hoogmoed van het ego dat zichzelf op de troon van God zet, maar met de eenvoud van de mens die beseft dat hij zoals alle schepselen is voortgekomen uit die éne Bron, die uitvloeit tot in de verste uithoeken van het heelal.

De grootste rijkdom van de arme is dat hij geen houvast heeft

< Terug