< Terug

De stad als huiskamer

Voor wie hoog te paard zit, ziet de omgeving er heel anders uit dan voor wie op een ezel rijdt. Wie een comfortabel huis heeft, weet vaak niet hoe het is als je op straat leeft en de stad je huiskamer is.

Ik loop met iemand over een brug met mooie plantenbakken en uitnodigende bankjes. Mijn wandelgenoot maakt een opmerking over deze goed verzorgde inrichting. Ik vertel dat deze loopbrug een aantal jaren geleden populair was bij daklozen. ‘Ach ja’, reageert hij, ‘dat kan ik me voorstellen – met die mooie bloemen en die bankjes met een weidse blik over het spoor. Dat roept gedachten op aan nieuwe wegen en op het juiste spoor komen.’

Voorzichtig merk ik op dat ik daklozen nooit heb gehoord over de prachtige bloemen. En dat uitkijken over het spoor eerder gedachten oproept om erop te springen dan dichterlijk de symboliek van het spoor te prijzen. ‘Waarom was deze brug dan populair bij daklozen?’ vraagt hij. ‘Omdat dit destijds een van de plekken was waar je, met een beetje moeite, stroom kon gebruiken om je telefoon op te laden’, antwoord ik.

Portiek, brug of bankje?

Praktisch en gericht op overleven – met die blik bekijken mensen die op straat verblijven de stad. Wie dakloos wordt, moet leren wat waar te vinden is om te overleven. Plekken waar voor weinig geld of gratis een kop koffie te krijgen is, of een maaltijd bijvoorbeeld. En dat hoef je niet alleen te doen. Vaak helpen daklozen elkaar op weg. Loop eens door uw eigen dorp of stad en kijk om u heen. Waar zou u vannacht willen slapen als dat ergens op straat zou zijn? Een portiek? Onder een brug? In een park? Een afdakje is relaxt want dat beschermt tegen de regen. Maar niet te veel in het zicht -u wilt niet beroofd of weggestuurd worden. Op een bankje trekt de kou niet vanuit de grond in uw rug, maar die plek mist meestal andere beschutting. Dan toch maar in het struikgewas? En waar gaat u tandenpoetsen en uzelf opfrissen?

Waar moet ik dan naartoe?

Als je dak-en thuisloos bent, is de stad je huiskamer. Veel daklozen ervaren echter dat ze overal worden weggestuurd. Op openbare plaatsen zoals de bibliotheek worden ze ook niet altijd met open armen ontvangen. ‘Waar moet ik dan naartoe?’ vragen ze mij.

Hoe zou u zich voelen als u niet bij u thuis op de bank mocht zitten? Als u nauwelijks een plaats heeft met wat rust en privacy? De lockdowns in de coronatijd waren juist voor daklozen hele zware periodes. Ze hebben niet het geld om te winkelen of voor een terrasje, in die zin veranderde er voor hen niet zo veel. Maar dat anderen genieten is wel belangrijk. Het bepaalt de sfeer. Een aantal van de daklozen leed er psychisch onder dat de stad zo leeg en kil was.

Goede sfeer

Armen en mensen zonder luxe paarden zullen er altijd zijn. Jezus trok de stad in op een ezel. Hij werd binnengehaald in feestvreugde en met palmtakken. Laten we zo onze daklozen binnenhalen. Laten wij zorgen dat we steden en dorpen zijn met een goede sfeer. Laten we een huiskamer bouwen waarin iedereen kan zijn. Het liefst een huiskamer met openbare toiletten, stopcontacten, douches of opfrismogelijkheden en fijne hangplekken.

Lianne van Oosterhout is straatpastor in Den Bosch.

< Terug