< Terug

De tempel van Ezechiël in woord en beeld

In het boek Ezechiël worden de val, de herrijzenis en de glorieuze toekomst van Israël in zowel woorden als beelden weergegeven. Dit alles loopt uit op het visioen van een nieuwe tempel, het hoogtepunt en sluitstuk van het boek Ezechiël. In dit artikel zoeken we naar antwoorden op de vraag hoe woord en beeld zich tot elkaar verhouden in het tempelvisioen van Ezechiël.
In beelden van godswege zag Ezechiël een nieuwe tempel waarin hij door een ‘hemelse’ verschijning werd rondgeleid

Konstantin Stijkel is promovendus aan de PThU.

Het visioen van een nieuwe tempel

In zijn profetische teksten schreef Ezechiël op wat hij zag en hoorde. Via een ‘hemelse’ boodschapper kreeg hij de opdracht ‘om te zien met zijn ogen en te horen met zijn oren’ en dit alles te verkondigen aan het ‘huis Israëls’ (Ezechiël 40,4). In Ezechiël 43,10 wordt duidelijk waarom hij dit moest doen. Het tempelvisioen moest bij het huis Israëls schaamte opwekken over hun ongerechtigheden en over de ontwijding van de tempel, de redenen waarom de heerlijkheid van God de tempel had verlaten (zie Ezechiël 10,18). Op Gods eigen initiatief zal de verstoorde relatie tussen God en zijn volk echter weer worden hersteld. God zal terugkeren in een nieuwe tempel, te midden van een gereinigd volk.

Zonder beeldend materiaal is het moeilijk van Ezechiëls tempel een goede voorstelling te krijgen. Ezechiël kreeg niet voor niets de opdracht het volk te vertellen wat hem getoond werd. Zijn verslag zal in veel opzichten zeker hebben aangesloten bij het beeld van de tempel dat de ballingen nog in herinnering hadden. Zij zullen de boodschap van Ezechiël hebben begrepen, maar ook dat deze nieuwe tempel in een aantal opzichten heel anders is.

In de literatuur wordt Ezechiël 40-48 gewoonlijk aangeduid als het tempelvisioen. Het tempelvisioen wordt in de tekst van Ezechiël 40,2 getypeerd als mar’ot elohim, gezichten Gods, een typering die ook gebruikt wordt in 1,1 en 8,3. God maakte de hem aan l profeet zijn toekomstvisie over zijn s voor Israël bekend. Dat deze meekijken gezichten een bovennatuurlijk karakter hadden en Ezechiël met geestelijke ogen zag wat hem getoond werd, wil niet zeggen dat de beelden onwerkelijk zouden zijn. In beelden van godswege zag Ezechiël een nieuwe tempel waarin hij door een ‘hemelse’ verschijning werd rondgeleid. Al eerder had God op een bijzondere manier zijn ontwerp voor een heiligdom geopenbaard. Aan Mozes werd een uitgewerkt model voor de tabernakel getoond (Exodus 25,9), Salomo ontving een geschreven bestek (1 Kronieken 28,19), maar Ezechiël kreeg een visioen als de belofte van een toekomstige tempel. Hij kreeg niet de opdracht om die tempel op korte termijn ook daadwerkelijk te bouwen. Het tempelvisioen van Ezechiël vindt een treffende parallel in het latere visioen van het nieuwe Jeruzalem in Openbaring 21. Ook daar wordt iets als een belofte in het vooruitzicht gesteld en evenals Ezechiël werd ook Johannes van Patmos in de geest weggevoerd op een hoge berg en werd hem vervolgens de heilige stad getoond. Beide visioenen veronderstellen een werkelijk zien. Ezechiël ziet wat ‘de man die eruit zag als koper’ hem toont, Johannes wat ‘die op de troon gezeten was’ hem laat zien. Daarom is de beschrijving van de tempel met zijn gedetailleerde maatvoering ook zo beeldend.

Paradijselijk water

(Ezechiël 47,1-12 – Nieuwe Bijbelvertaling)

Het water uit de tempelbron stroomt onder de Oostpoort de tempel uit, de poort waardoor God de stad verlaat en weer binnengaat (43,1-5), en die daarna gesloten wordt (44,1-2), totdat, volgens een ander verhaal, de Messias haar weer zal openen.

Toen bracht de man mij terug naar de ingang van de tempel. Daar zag ik water onder de drempel van de tempel vandaan komen. Het stroomde naar het oosten, want de voorkant van de tempel lag op het oosten. Het water liep van onder de rechter buitenmuur van de tempel, ten zuiden van het altaar, naar beneden. Hij nam mij door de noordpoort mee naar buiten en we liepen buitenom naar de oostelijke buitenpoort. Daar zag ik het water aan de rechterkant eruit sijpelen. Met een meetlint in zijn hand ging de man naar het oosten, en hij mat 1000 el. Daar liet hij mij door het water waden: het water kwam tot mijn enkels. Hij mat nog eens 1000 el en liet me weer door het water waden: het water kwam tot mijn knieën. Hij mat nog eens 1000 el en liet me er weer door waden: het water kwam tot mijn heupen. Hij mat nog eens 1000 el en toen was het water een rivier waar ik niet doorheen kon waden. Het water was zo hoog dat je er alleen in zwemmen kon, het was een ondoorwaadbare rivier. De man zei tegen mij: ‘Zie je dat, mensenkind?’ en hij liet mij terugkomen op de oever van de rivier. Toen ik weer terug was, zag ik op de oevers van de rivier aan weerskanten heel veel bomen.

Hij zei tegen mij: ‘Dit water stroomt door de oostelijke landstreek, dan naar beneden de Jordaanvallei in, en mondt uit in de Dode Zee. Wanneer het de zee in stroomt wordt het water daar zoet. Het zal er wemelen van levende wezens, overal waar de rivier stroomt komt leven, er zal vis zijn in overvloed. Als dit water in de Dode Zee aankomt wordt het water daar zoet; overal waar de rivier stroomt komt leven. Van Engedi tot En-Eglaïm zullen er vissers staan, en er zullen droogplaatsen voor netten zijn. Er zullen net zoveel soorten vis zijn als in de Grote Zee. Alleen de moerassen en de poelen worden niet zoet, die blijven vol staan met zout water. Aan de oevers van de rivier zullen allerlei vruchtbomen opkomen, waarvan de bladeren niet zullen verwelken en de vruchten niet zullen opraken; elke maand zullen ze vrucht dragen. Het water stroomt immers uit het heiligdom. De vruchten zullen eetbaar zijn en de bladeren geneeskrachtig.’

We kunnen bij Ezechiëls rondleiding zo achter hem aan lopen en over zijn schouder meekijken naar wat hij zag

De literaire vorm van het visioen

In de vorm van een verhalend raamwerk is verslag gedaan van een visionaire rondleiding in een virtuele tempel. De tekst fungeert als beeldmateriaal dat herinneringen aan de oude tempel oproept, maar tegelijkertijd een nieuwe chouder werkelijkheid toont. Dit naar wat verhalende raamwerk wordt ag afgewisseld met bepalingen en voorschriften voor de dienst in de nieuwe tempel.

We kunnen bij Ezechiëls rondleiding zo achter hem aan lopen en over zijn schouder meekijken naar wat hij zag. Uit zijn betoog kun je opmaken dat hij een complete tempel zag, maar die – merkwaardig genoeg – hoofdzakelijk weergaf in de vorm van een plattegrond.

Bij een letterlijke lezing van de tekst krijgt het visioen het karakter van een blauwdruk voor een concreet bouwplan. Het ontbreken van de derde dimensie en de vage omschrijving van diverse elementen in het visioen maken deze aanname echter vrijwel onmogelijk. Het visioen is belofte.

De vorm van profetie die we in het tempelvisioen aantreffen, wordt ook wel aangeduid als eschatologische profetie of apocalyptiek. We vinden daar voorbeelden van in de pseudepigrafische geschriften als de boeken Henoch en 4 Ezra uit de periode na de ballingschap. In dit geval vormt de verwoesting van de tempel de voorbode van een eschatologisch gebeuren dat uitloopt op de terugkeer naar Jeruzalem, het herstel van volk en land en de bouw van een nieuwe tempel.

Beeldspraak

Als bode van God brengt Ezechiël boodschappen over in beeldende taal. Het boek Ezechiël wordt gekenmerkt door een overvloed aan metaforische stijlfiguren en zinnebeeldige handelingen. Zowel Gods oordelen als plannen tot herstel worden als het ware gevisualiseerd, in tekstvorm uitgebeeld. Woord en beeld completeren elkaar in het tempelvisioen. We mogen het visioen van de herrijzenis van Israël in Ezechiël 37 en het tempelvisioen in Ezechiël 40-42, die in de Griekse papyrus P967 zelfs direct op elkaar aansluiten, dan ook beschouwen als de ultieme verbeelding van Israëls hoop en nieuwe toekomst. Met het bekende beeld van Salomo’s tempel voor ogen wordt de nieuwe toekomst in het tempelvisioen als het ware zichtbaar gemaakt.

Men kan zo’n beeld beschrijven in proza of poëzie, verklanken in muziek, of beeldend voorstellen in een tekening of schilderij. Ezechiël deed het in de vorm van een beeldverslag, want de nieuwe tempel werd hem niet alleen aangekondigd, maar ook getoond. Hij beschreef in woorden wat hij in beelden zag. Daarom zou ik de tekst van het tempelvisioen willen kwalificeren als literaire architectuur.

De tekst laat de contouren van een toekomstige tempel zien, maar verschaft nog geen volledige duidelijkheid over de precieze vormgeving en inrichting daarvan. Ezechiëls visioen biedt een toekomstperspectief, geen concreet bouwplan. In dit toekomstperspectief is vooral de tegenstelling met de ontheiligde tempel van Salomo op pregnante wijze tot uitdrukking gebracht. Hoewel men Ezechiëls visionaire tempel in veel opzichten kan associëren met de tempel van Salomo, biedt de plattegrond van het nieuwe tempelcomplex echter een beeld dat daar in een aantal opzichten behoorlijk van afwijkt. Een prangende vraag is waarom de hoogtematen vrijwel geheel ontbreken in het tempelvisioen. Is deze tempel misschien voorlopig niet meer dan een aanduiding voor het definitieve herstel van de relatie tussen God en zijn volk? Dan doet Ezechiëls tempel dienst als metafoor, als beelddrager van een nieuwe toekomst. De metafoor fungeert hier als een stijlfiguur waarin het oude bekende beeld (de tempel van Salomo) wordt geprojecteerd op een nieuwe werkelijkheid (de tempel van Ezechiël). In de metafoor van Ezechiëls tempel komen dan zowel de overeenkomsten als de verschillen tot uitdrukking.

Een ontwerp vol raadsels

Velen hebben geworsteld met de gecompliceerde tekst van het tempelvisioen. Hiëronymus noemde het hele boek Ezechiël een labyrint van Gods geheimenissen.1 Tekst en beeldvorming geven aanleiding tot verschillende interpretaties. Daarom kwalificeert Milgrom het tempel-het ioen is te visioen als ‘een raadsel in eren als ruimtelijke vormgeving’.2 In tegenstelling tot de beschrijvingen van de tabernakel en de tempel van Salomo, die het karakter vertonen van een blauwdruk voor een concreet bouwplan, heeft de tempel van Ezechiël veel meer weg van een eerste schetsontwerp, dat nog verder uitgewerkt moet worden. Daarom is het ook niet zo gemakkelijk er een eenduidig helder beeld van te krijgen. De tekst biedt hoofdzakelijk, zoals gezegd, een incompleet tweedimensionaal beeld. De vorm en functie, maar ook de exacte positionering van een aantal gebouwen en faciliteiten zijn daarom voortdurend onderwerp van discussie geweest. De vele technische termen en soms cryptisch aandoende beschrijvingen hebben geleerden af en toe behoorlijk in verlegenheid gebracht.

De tekst van het tempelvisioen is te kwalificeren als literaire architectuur. Binnen de tempel is een indeling gemaakt van heilig en allerheiligst.

De locatie

Opvallend is dat de tempel in het visioen op een hoge berg ligt, dat de stad allerhe en de tempel van elkaar zijn gescheiden, dat priesters en levieten een eigen domein bij de tempel hebben, en dat aan elk van de stammen van Israël weer een eigen grondgebied is toegekend. De tempel van Ezechiël geeft door zijn bijzondere locatie, vormgeving en tempeldienst uitdrukking aan de hernieuwde tegenwoordigheid van God te midden van zijn volk. Toch moet men afstand bewaren, want deze tempel is de belichaming van Gods heiligheid en daarom strikt gescheiden van zijn omgeving. Alleen de priesters en levieten die zorgdragen voor de dienst in het heiligdom, mogen rondom de tempel wonen.

De plattegrond van de tempel

In de literatuur treffen we een grote verscheidenheid aan van plattegronden en zelfs maquettes die ons een beeld moeten verschaffen van Ezechiëls tempel. Sommige voorstellingen verraden sterk cultuur-historisch bepaalde uitdrukkingsvormen die onmogelijk aan de tekst van het tempelvisioen ontleend kunnen zijn. Deze voorstellingen getuigen derhalve meer van een rijke fantasie dan dat zij een betrouwbaar beeld geven op grond van de beschikbare tekst. Uit de tekst kan men opmaken dat de tempel in Jeruzalem de priester Ezechiël nog helder voor ogen stond. De plattegrond van zijn tempel vertoont daarom veel gelijkenis met de tempel van Salomo en de gangbare bouwstijl uit die tijd. Het eigenlijke tempelhuis is vrijwel identiek aan dat van de eerdere tempel en uit de beschrijving van de poortgebouwen blijkt een grote overeentem komst met poortgebouwen aakt als die van Megiddo, Hazor en Lachish. Daarentegen ilig en wijken de gebouwen en eiligst ruimtes rondom Ezechiëls tempel qua plattegrond en inrichting op belangrijke punten af van het tempelcomplex uit de tijd van Salomo. Die tempel maakte indertijd deel uit van het paleiselijke domein. De latere tempel van Herodes en de voorstelling van de tempel in de tempelrol van Qumran geven in retrospect blijk van bekendheid met de beeldvorming in de beschrijving van Ezechiël.

Het bijzondere karakter van Ezechiëls tempel wordt zichtbaar in zijn symmetrische vormgeving, consequente maatvoering en oplopende gradaties van heiligheid. Met behulp van ringmuren en toegangspoorten wordt een strikte scheiding gemaakt tussen het gebied buiten en binnen de tempel. Binnen de tempel is een indeling gemaakt van heilig en allerheiligst. De buitenste voorhof is heilig, maar de binnenste voorhof met de tempel is allerheiligst (Ezechiël 45,3) en alleen de priesters mogen haar betreden.

De heiligheid van God is het uitgangspunt dat doorwerkt in heel het ontwerp. De vormgeving en de indeling van de plattegrond leggen daarvan getuigenis af. De aanleiding daarvoor was dat God zich erover had beklaagd dat zijn heiligheid in de voorgaande tempel op schaamteloze wijze was geschonden (Ezechiël 8,5-16).

De symmetrie en maatvoering van het tempelcomplex, zoals die zijn weergegeven in de hierbij afgedrukte illustratie, getuigen van evenwicht, harmonie en perfectie. Daarmee weerspiegelen ook de vormgeving, inrichting en ornamentering van de tempel de heerlijkheid en heiligheid van God. Opvallend in de tempel van Ezechiël is dat niet het Allerheiligste, maar het grote brandofferaltaar centraal in het tempelcomplex ligt. Van alle elementen in de tempel van Salomo treffen we in Ezechiëls tempel alleen het reukofferaltaar in het tempelhuis en het brandofferaltaar in de binnenste voorhof aan. Dat zou erop kunnen wijzen dat met deze tempel de nadruk wordt gelegd op aanbidding en offerdienst. De plattegrond laat een wat ander beeld zien dan we in de meeste commentaren tegenkomen. Het eerste wat opvalt, zijn de zuilengangen (5) die de buitenste (4) en binnenste voorhof (8) flankeren, en de voorhallen (3) van de poortgebouwen (2). De tekst spreekt over kolommen of muurvlakken (‘elim) in de voorhallen van 60 el, meestal opgevat als een hoogtemaat. Volgens mij moet dit echter verstaan worden als een lengtemaat, aangezien de hoogtematen in de beschrijving ontbreken. De ‘terrasvormige’ priestergebouwen (13) situeert men veelal tegen het westelijke deel van de ringmuur (1). Deze liggen echter ter weerszijden van het tempelgebouw met daarachter de priesterlijke keukens (16). Daarmee vinden we ook een logische verklaring voor de plek van de 50 el lange muren (15) tussen de priesterlijke vertrekken en keukens, die het zicht op het heilige gebied afschermen. De vormgeving en de maatvoering van het eigenlijke tempelgebouw komen volledig overeen met de tempel van Salomo.

Merkwaardig is dat Ezechiël een complete tempel gezien moet hebben, maar daarvan alleen een plattegrond doorgeeft

De interpretatie van het tempelvisioen

Hoe moeten of mogen we de slothoofdstukken van het boek Ezechiël interpreteren?

Het discours over de interpretatie van deze tekst e tempel et hebben, beweegt zich tussen de uitersten van een letterlijke rvan alleen ttegrond en een symbolische zienswijze. In beide zienswij-rgeeft zen is de beeldvorming het leidende uitgangspunt. Maar welke ruimte bieden de tekst en de opgeroepen beelden aan de interpretatie van dit visioen? Moeten we ons beperken tot de keuze voor een strikt letterlijke of een symbolische uitleg of behoort een meer genuanceerde uitleg ook tot de mogelijkheden? Staan de letterlijke of de symbolische zienswijze tegenover elkaar of vullen ze elkaar aan, vraagt ook Van den Herik zich af in zijn recent verschenen dissertatie. Met een verwijzing naar een artikel van Greenberg, maakt hij duidelijk dat het ideële en het concrete elkaar aanvullen. Doordat het concrete in een ideëel kader staat, krijgt de beschrijving een symbolische meerwaarde. Goddelijke realiteit wordt verbonden met aardse werkelijkheid.3

De beschrijving en de beelden die de rondleiding door Ezechiëls tempel bij ons oproepen, dienen zich aan als virtual reality. Ezechiël zag een werkelijkheid die nog niet bestond, beschreven in beelden die bij zijn gehoor grotendeels bekend waren. Zijn visioen betreft een aards volk, een aards land en een aardse tempel. De uiteindelijke betekenis van dit visioen reikt echter veel verder. We krijgen in de slothoofdstukken een vergezicht op een nieuwe realiteit waarin de relatie tussen God en zijn volk volledig is hersteld.

Ik zou willen pleiten voor een onderscheid tussen de inhoud en de vorm waarin het visioen tot ons is gekomen. Mijns inziens vraagt het visioen inhoudelijk om een vrij letterlijke interpretatie, wil het boek Ezechiël niet vervluchtigen in een voorstelling die aan de belofte van een nieuwe toekomst alle werkelijkheid ontneemt. Anders ligt het met de vorm. De literaire vorm waarin de tekst is overgeleverd, is beeldend. Ezechiël schreef op wat hij zag. Men kan de overgeleverde tekst dus kwalificeren als beeldspraak, als een metaforische weergave van een nieuwe werkelijkheid. Door de metaforische kwaliteit van het visioen op waarde te schatten wordt het wat gemakkelijker de scherpe tegenstelling tussen de letterlijke en de symbolische interpretatie te doorbreken.

Merkwaardig is dat Ezechiël een complete tempel gezien moet hebben, maar daarvan alleen een plattegrond doorgeeft. Dat betekent dat de speelruimte voor onze beeldvorming in zekere zin begrensd wordt en de tekst niet alleen spreekt over de fysieke werkelijkheid van een nieuwe tempel, maar dat er ook andere, meer theologische concepten in doorklinken.

Bij het gebruik van de metafoor als stijlvorm in een tekst als deze wordt echter juist ons voorstellingsvermogen aangesproken. Daarom laat het visioen ruimte voor verschil in beleving en beeldvorming. Binnen de marges van de tekst zijn verschillen in perceptie mogelijk en wenselijk teneinde een scherper zicht te krijgen op Gods toekomst met Israël en de volken.

Noten

1 Commentatorium in Hiezechielem libri XIV (CCSL 75), Brepols: Turnhout 1964, 3-4.

2 ‘A riddle in spatial design’, in: Jacob Milgrom, Ezekiel’s Hope: A Commentary on Ezekiel 38-48, Cascade: Eugene OR 2012, 41.

3 Arie van den Herik, Een woonplaats voor de Heilige, Apeldoorn 2016, 425-428.

< Terug