< Terug

De wraak van Quentin Tarantino

De film Pulp Fiction (1994) behoort ongetwijfeld tot de canon van onze westerse samenleving. Zelfs mensen die nog nooit een film van Tarantino hebben gezien, hebben wel van Pulp Fiction gehoord. De scène waarin Mia Wallace (Uma Thurman) even ‘haar neus gaat poederen’ om vervolgens een behoorlijke hoeveelheid heroïne op te snuiven, is iconisch. Wat mij betreft (en gelukkig sta ik hierin niet alleen) steelt een andere scène uit Pulp Fiction echter de show, de scène van Ezechiël 25,17. Die scène van wraak en vergeving staat hier centraal. Wat heeft Tarantino met wraak? En God? Overigens, lees jij de Bijbel?

Frank G. Bosman is onderzoeker aan de Tilburg School of Catholic Theology bij het departement Systematische Theologie en Filosofie.

Een bizarre dialoog

Het verhaal van de film laat zich een beetje moeilijk samenvatten, vooral omdat de scènes door elkaar heen worden vertoond. Voor ons verhaal is het volgende echter wel belangrijk. Jules Winnfield (Samuel L. Jackson) en Vincent Vega (John Travolta), twee professionele huurmoordenaars, worden door hun gangster boss Marselllus Wallace (Ving Rhames) naar een zekere Brett (Frank Whaley) gestuurd. Brett heeft Marsellus opgelicht, maar de details worden niet heel duidelijk. Voordat Vince en Jules hun pistolen op de arme Brett legen, ontspint zich een bizarre dialoog tussen huurmoordenaar en slachtoffer.

Jules: Lees jij de Bijbel, Brett?Brett: Ja.

Jules: Er is een passage die ik uit mijn hoofd heb geleerd, en die me heel geschikt lijkt voor deze situatie: Ezechiël 25,17. ‘Het pad van de rechtvaardige wordt belaagd van alle kanten door de onrechtvaardigheid van de zelfzuchtigen, en door de tirannie van slechte mensen. Zalig is hij die, in de naam van menslievendheid en goede wil, de zwakke weidt door de vallei van de duisternis, want hij is waarlijk zijn broeders hoeder, en de vinder van verloren kinderen. En ik zal op u neerslaan met machtige wraak en onbeheerste woede, hen die pogen mijn broeders te vergiftigen en te vernietigen. En jij zult weten dat mijn naam de Heer is, als ik mijn wraak over jou doe gelden.’

Vincent (John Travolta) en Jules (Samuel L. Jackson) in de film ‘Pulp fiction’ (1994), regie: Quentin Tarantino (Miramax Productions, USA).

Het valt de bijbelse fijnproever vast meteen op dat dit wel een heleboel tekst is voor één vers uit Ezechiël. En wie de moeite neemt het betreffende vers na te zoeken in het boek Ezechiël, treft bij 25,17 het volgende aan:

Ik zal mij meedogenloos op hen wreken, in mijn toorn zal ik hen straffen, en dan, als mijn wraak hen treft, zullen ze weten dat ik de Heer ben. (NBV)

Jules eindigt zijn dodelijke speech inderdaad met de tweede helft van vers 17, maar de rest is niet te vinden in het boek Ezechiël, noch in de rest van de Bijbel, noch in welke apocriefe literatuur dan ook. De tekst is het creatieve werk van Tarantino zelf, die door de toevoeging van de verwijzing naar het boek Ezechiël de gehele tekst een Bijbelse lading meegeeft. Tarantino heeft de speech overigens niet helemaal uit zijn duim gezogen. In de eerste plaats is Ezechiël 25,17 een verwijzing naar de obscure film Karate Kiba (ook wel Bodyguard Kiba genoemd) uit 1973. De film opent met hetzelfde ‘citaat’ als in Pulp Fiction wordt gebruikt, met uitzondering van de laatste regel, die luidt: ‘en ze zullen weten dat ik Kiba de lijfwacht ben, als ik mijn wraak over hen doe neerkomen!’

In de tweede plaats klinken verschillende onderdelen van de speech uit Karate Kiba/ Pulp Fiction een ingevoerde bijbellezer wel erg bekend in de oren. De ‘tirannie van slechte mensen’ is geïnspireerd op Ezechiel 34. De ‘vallei van de duisternis’ is een verwijzing naar de beroemde woorden van Psalm 23. De frase ‘broeders hoeder’ is een verwijzing naar de nukkige wedervraag van Kain tegen God nadat hij zijn broer Abel heeft vermoord (Genesis 4,9). En de verwijzing naar het ‘weiden’ (to shepherd) komen we natuurlijk talloze keren in Oude en Nieuwe Testament tegen, meestal in de context dat God zijn volk hoedt, zoals een herder zijn schapen. Denk aan bijvoorbeeld Psalm 23,1: ‘de Heer is mijn herder, ik zal niet ontbreken [aan zijn kudde]’ (eigen vertaling FB).

Niemand anders kan wraak voor mij nemen dan alleen ikzelf

Wraak is lekker

Het begrip ‘wraak’ lijkt te liggen aan de wortel van Tarantino’s Ezechiëlspeech en is waarschijnlijk een van de belangrijkste grondtonen van diens gehele filmoeuvre. Voor we daarop ingaan, is het belangrijk om het thema ‘wraak’ (en in deze context ook ‘vergelding’) nader te verkennen. ‘Vergelding’ (retribution in het Engels) betekent dat de dader gestraft wordt voor zijn wandaaet gaat Tarantino d, maar wel zo dat de straf proportioneel is aan de overtreding, en dat de gestrafte dader begrijpt dat hij deze straf krijgt vanwege zijn wandaad. ‘Wraak’ (vengeance of revenge in het Engels) deelt deze kwaliteiten van het ‘vergelding’, maar er is meer aan de hand.

Bij vergelding kan de straf door iedereen worden uitgevoerd, door een beul bijvoorbeeld. De beul die de door een rechter veroordeelde moordenaar ophangt, heeft geen persoonlijke vete met de misdadiger die hij executeert. Dat kan natuurlijk wel, maar het is geen voorwaarde om zijn werk te kunnen doen. Sterker nog, we zouden kunnen betogen dat het juist beter is, rechtvaardiger is, als de beul in kwestie inderdaad geen enkele persoonlijke band met de gehangene heeft. Bij wraak is dat precies omgekeerd. Alleen het slachtoffer kan wraak nemen op zijn of haar dader. Bij wraakneming hebben beul en veroordeelde juist wel iets persoonlijks met elkaar uit te staan. It is personal!

Wraak wordt gestimuleerd door de emoties van het slachtoffer ten opzichte van zijn dader. Het is niet alleen het verlangen om de dader gestraft te zien, maar tevens het verlangen die straf zelf uit te voeren. Niemand anders kan wraak voor mij nemen dan alleen ikzelf. Bovendien wordt het principe van proportionaliteit, behorende bij vergelding, bij wraak overboord gezet. Vergelding is altijd beperkt en zelfbeperkend, terwijl wraak eigenlizijn kudde]’ (eigen jk geen objectieve limiet kent. Wraak wordt uiteindelijk alleen gelimiteerd door de wraaknemer zelf: alleen hij of zij bepaalt wanneer de straf ‘voldoende’ is.

Het gaat Tarantino in zijn film onmiskenbaar om wraak. Bovendien wordt de wraak zo verpakt dat de kijker sympathie krijgt voor de wraaknemer, en – omgekeerd – een grote hekel aan de dader. Die identificatie met de wraaknemer kan zo groot worden dat de kijker chter, nergens in Tarantino’s met instemming getuige is van de disIn een van de proportionele wraakneming van de filmprotagonist. Laten we enkele voorbeelden uit Tarantino’s werk langslopen om dit te illustreren.

In een van de meer gruwelijke scenes uit Pulp Fiction wordt gangster boss Marcellus gevangen en anaal verkracht door een zekere ‘Zed’ (Peter Greene). Als Marcellus wordt bevrijd door Butch Coolidge (Bruce Willis), neemt hij wraak op Zed door diens genitalien kapot te schieten met een jachtgeweer. Voordat we de scène verlaten, belooft Marcellus to go medieval on his ass, terwijl hij nijptangen en soldeerbrander klaar zet. In Death Proof (2007), waarvoor Tarantino het script schreef, nemen drie jonge vrouwen wraak op stuntman ‘Mike’ (Kurt Russell), die hen eerder probeerde te vermoorden, nadat hij dat eerder in de film al met succes probeerde bij drie andere vrouwen.

De wraak wordt zo verpakt dat de kijker sympathie krijgt voor de wraaknemer, en een grote hekel aan de dader

Echter, nergens in Tarantino’s oeuvre wordt wraak zo ‘smakelijk’ in beeld gebracht als in Kill Bill I en II (resp. uit 2003 en 2004), Inglourious Basterds (2009) en Django Unchained (2012). In Kill Bill wordt de zwangere Beatrix Kiddo (Uma Thurman) tijdens haar marriage rehearsal dodelijk verwond door een hit squad onder leiding van haar voormalige lover en vader van haar ongeboren kind, ‘Bill’ (David Carradine). Vier jaar later wordt de bruid wakker uit haar coma, van haar inmiddels geboren kind geen spoor. De rest van de twee films is feitelijk één grote wraakactie op haar vijf daders in combinatie met de zoektocht naar haar gestolen dochter.

Inglourious Basterds is een what-if history rondom de vraag: wat zou er gebeurd zijn als Adolf Hitler in 1943 zou zijn vermoord. En Tarantino maakt deze afrekening persoonlijk doordat het zonder uitzondering joden zijn die deze succesvolle moordaanslag uitvoeren. Aan de ene kant zien we Shosanna (Mélanie Laurent), een jonge joodse vrouw die haar familie voor haar ogen door de Nazi’s zag vermoord worden. Aan de andere kant staan luitenant Aldo Raine (Brad Pitt) en zijn inglourious basterds, een speciale legereenheid die bijna in zijn geheel bestaat uit Amerikanen met een joodse achtergrond, en die in bezet Frankrijk worden gedropt om shock & awe onder de Duitse troepen te veroorzaken.

In Django Unchained is iets vergelijkbaars aan de hand. In het Amerika van de 19e eeuw neemt een ontsnapte slaaf Django (Jamie Foxx) met de hulp van de premiejager King Schultz (Christoph Waltz) wraak op blanke slaveneigenaren. Django’s wraak wordt persoonlijk als hij zijn verkochte en mishandelde vrouw Broomhilda von Shaft (Kerry Washington) wil bevrijden uit de klauwen van haar eigenaar Calvin Candie (Leonardo DiCaprio).

Joden die Hitler neerschieten. Zwarte slaven die hun bloeddorstige redneck meesters afslachten. Moreel of niet, wraak smaakt uiterst zoet in Tarantino’s werk. De wraak die Marcellus, Beatrix, Shosanna en Django uitvoeren op hun beul, moordenaar en martelaar, voelt gerechtvaardigd, is altijd persoonlijk, en is wellicht niet in alle gevallen even proportioneel te noemen.

Een wraakzuchtige God

We keren terug naar Ezechiël 25. In dit hoofdstuk worden verschillende profetieën gedaan ten opzichte van de volkeren die Israël omringen. De Ammonieten krijgen het verwijt dat ze zich vrolijk hebben gemaakt toen Israël werd verwoest en het volk in ballingschap werd weggevoerd (vers 3). Moab en Seïr worden op de vingers getikt omdat ze beweerd hebben dat ‘het volk van Juda niet anders is dan alle andere volkeren’ (vers 8). Edom heeft zich ‘gewroken’ op Juda en zal daarvoor de rekening gepresenteerd krijgen (vers 12). En ook de Filistijnen zijn ‘wraakzuchtig’ geweest, gedreven door een ‘eeuwigdurende haat’ (vers 15).

De profeet weet ook precies op welke wijze Hij zijn ‘wraak’ (het inmiddels beruchte vers 17) zal uitvoeren. De Ammonieten worden gestraft doordat God hun land aan anderen geeft (verzen 4-5). De steden van Moab en Seïr zullen vernietigd worden (vers 9). Niemand zal zich de Ammonieten of Moab nog kunnen herinneren als God met hen klaar is, zo dreigt de profeet (vers 10). Edom zal totaal worden verwoest, en mensen en dieren zullen worden gedood (vers 13). Ook de Filistijnen tot slot (en de Kretenzers, die ineens uit het niets opduiken) zullen ten gronde worden gericht (vers 16).

Het idee van een wrekende, misschien zelfs ‘wraakzuchtige’ God is niet onbekend in het oudtestamentische denken. Een beroemd (en exegetisch ingewikkeld) voorbeeld is Exodus 20.

Het idee van een wrekende, misschien zelfs ‘wraakzuchtige’ God is niet onbekend in het oudtestamentische denken

Kniel voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet, want ik, de Heer, uw God, duld geen andere goden naast mij. Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten; maar als ze mij liefhebben en doen wat ik gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht. (NBV, Exodus 20,5-6, vergelijk ook Deuteronomium 5,9)

Maar denk ook aan het dreigende begin van het boek Nahum:

De Heer is een wrekende God, hij duldt niemand naast zich. De Heer is een woedende wreker, de Heer wreekt zich op zijn tegenstanders, hij richt zijn toorn op zijn vijanden. De Heer is geduldig, maar zeer sterk, hij laat nooit iets ongestraft.(NBV, Nahum 1,2-3)

Beide teksten hebben overigens een zeer duidelijke context, namelijk die van afgoderij. In beide gevallen is de wraak Gods een reactie op het collectief ‘Israël’ dat achter vreemde afgoden aanloopt, en niet voor de eerste keer. ‘De Heer duldt niemand naast zich,’ zegt Nahum. ‘Ik duld geen andere goden naast mij,’ zegt Exodus. Als we ons herinneren dat wraak (anders dan vergelding) het persoonlijke element centraal stelt, dan is de wrekende God wellicht wat beter denkbaar (en verteerbaar). God beschouwt de afgoderij als een persoonlijk aan Hem gedaan kwaad en Hij dorst naar wraak.

Het onrecht is God aangedaan (door ontrouwe gelovigen) en er is geen andere beul denkbaar dan God zelf (in het geval van Exodus en Nahum). In Ezechiël laat God de vreemde volkeren optreden als uitvoerders van zijn wraak, wat in deze context een intrigerend detail is. God laat de zonde van Israël – dat is vreemde goden aanbidden – straffen door vreemde volken, die juist achter diezelfde afgoden aanlopen. Een kwestie van: wie met pek omgaat, wordt ermee besmet.

Gelukkig voor de gelovigen weet het Oude Testament altijd de wraakzuchtige, donkere kant van God te balanceren met de vredelievende en vergevende kant. Exodus meldt dat God wraakt neemt, wel tot het vierde geslacht, maar dat Hij liefheeft tot aan het duizendste geslacht. En Nahum meldt dat God geduldig is, waardoor bekering ook nog mogelijk is (en misschien blijft). En God laat zich diverse malen van zijn eigen wraakzuchtigheid afbrengen. Als God erachter komt dat het volk een gouden kalf aan het vereren is, wil Hij eigenlijk aan alles een eind maken. Maar Mozes springt op de bres en weet God te vermurwen. ‘Toen zag de heer ervan af zijn volk te treffen met het onheil waarmee hij gedreigd had’ (NBV, Exodus 32,14). En zo zijn er meer voorbeelden aan te geven.

God laat de zonde van Israël – vreemde goden aanbidden – straffen door vreemde volken, die juist achter diezelfde afgoden aanlopen

Lees jij de Bijbel?

Terug naar de film Pulp Fiction. Jules, de ‘Ezechiël’ citerende huurmoordenaar, maakt een bekering door meteen nadat hij Brett heeft doodgeschoten. Er blijkt nog een man aanwezig te zijn, verborgen achter de badkamerdeur. Hij springt naar buiten en leegt schreeuwend zijn pistool op de twee huurmoordenaars, point blank. Tot ieders verbazing zijn alle schoten mis. Jules en Vince schieten ook hem dood, maar voor Jules is er iets definitief veranderd. Hij zegt tegen Vince:

Jules: We zouden fuckin’ dood moeten zijn nu. (…) Die shit was geen gelukje. Die shit was iets anders. (…) Dat was goddelijk ingrijpen. (…) God kwam uit de hemel naar beneden en stopte de kogels. (…) Wat zo even gebeurde was een fuckin’ wonder. (…) We zouden nu fuckin’ dood moeten zijn, mijn vriend. We zijn getuigen geweest van een wonder en ik wil dat je dat fuckin’ erkent.Jules zegt vervolgens zijn gewelddadige leven als huurmoordenaar vaarwel om ‘over Gods aarde rond te lopen’, zo zegt hij tegen Vince bij het afscheid. Zo’n beetje de eerste halte op ‘Gods aarde’ die Jules tegenkomt, is een wegrestaurant, dat wordt overvallen door twee mafketels, ‘Pumpkin’ (Tim Roth) en ‘Honey Bunny’ (Amanda Plummer). De oude Jules zou niet geaarzeld hebben om het roversechtpaar direct neer te schieten, al dan niet onder het citeren van zijn favoriete Ezechiëltekst. Maar Jules is veranderd. Hij biedt zijn eigen – rijk gevulde – portemonnee aan ‘Pumpkin’ aan. Jules: ‘Ik geef je dit geld zodat ik je niet hoef te doden’. En dan ontspint zich een dialoog, die we reeds eerder hoorden, maar heel anders van toon.

Jules: Lees jij de Bijbel?Pumpkin: Niet geregeld.

Jules: Er is een passage die ik uit mijn hoofd heb geleerd. Ezechiël 25,17. ‘Het pad (…) als ik mijn wraak over jou doe gelden.’ Ik heb die shit jarenlang gezegd. En als je het hoorde, dan was je dood. Ik heb me nooit echt afgevraagd wat het betekende. Ik dacht dat het koelbloedig was om te zeggen tegen de motherfucker voordat ik zijn kop eraf schoot. Maar ik heb iets gezien vanochtend dat me dwingt er nog eens over na te denken.

Jules’ ervaring van diens miraculeuze redding die ochtend dwingt hem de Ezechiëltekst, waarvan de inhoud eigenlijk nu pas tot hem doordringt, te herinterpreteren. Hij doet dat als volgt:

Jules: Nu ik erover na denk, het zou kunnen betekenen dat jij die slechterik bent. En ik ben de rechtvaardige. En meneer 9 mm hier, hij is de herder die mijn rechtvaardige reet beschermt in de vallei van de duisternis. Of het kan zijn dat jij de rechtvaardige bent, en ik de herder, en dat het de wereld is die slecht en zelfzuchtig is. Dat zou ik fijn vinden. Maar die shit is niet waar. De waarheid is dat jij de zwakke bent. En ik ben de tirannie van de slechte mensen. Maar ik probeer ’t zo hard. Ik probeer zo hard om de herder te zijn.Na deze woorden loopt iedereen in vrede (en levend) weg. De wraakzuchtige God van de pseudo-Ezechiël van Pulp Fiction is verdwenen, om plaats te maken voor vergeving. En daarmee is Tarantino bijbelser dan veel van zijn criticasters hem zouden geven.

Literatuur

• Chad Hussey, ‘Ezekiel 25:17 and the truth of God’s word in the melee of a pulp fiction’, http://truthbygrace.org/ wp-content/uploads/2013/11/Pulp-Fiction.pdf [bezocht op 22 september 2016].

• David Johnson, ‘Revenge and mercy in Tarantino: The lessons of Ezekiel 25:17’, in: Richard Greene en Silem Mohammed (red.), Tarantino and Philosophy, Chicago: Open Court 2007.

• Michael McCullough, Robert Kurzban & Benjamin Tabak, ‘Cognitive systems for revenge and forgiveness’, in: Behavioral and brain sciences 36 (2013), 1-58.

• Wayne Pitard, ‘Vengeance’, in: The Anchor Bible Dictionary (1992) VI, 786-787.

• Adele Reinhartz, Scripture on the Silver Screen, WJK: Louisville 2003; met name hoofdstuk 7 over Pulp Fiction.

• Deze scène van Ezechiël 25,17 is op YouTube te vinden onder vermelding van ‘Tryin real hard to be the shepherd’, ‘Ezekiel 25:17 (the ending)’ of een andere variant.

< Terug