< Terug

Dichterbij

In de supermarkt ontmoette ik de vrouw van Martín de slotenmaker. Martín ligt al een poos in het ziekenhuis met slechte prognoses – kanker, waarschijnlijk uitgezaaid, een arm was al geamputeerd. In de afgelopen maand had ik een paar keer gesproken met hun zoon Mariano, die tegenwoordig in de zaak staat.

Toen ik de vrouw van Martín zag, haastte ik me om haar te groeten. ‘Hoe is het met Martín?’, vroeg ik. Ze keek me even onderzoekend aan, of ik het nog niet wist.

‘Hij is woensdag overleden,’ antwoordde ze enigszins verlegen. En ze vertelde het verhaal van de laatste dagen aan zijn bed. Hij was gelukkig rustig ingeslapen, pas enkele dagen tevoren hadden ze van de artsen gehoord dat de situatie kritiek was.

Ik heb Martín goed gekend. Hij had zijn winkel tegenover ons vorige huis en in die tijd spraken we elkaar dagelijks. Later werd dat minder: wij verhuisden, een zoon van hem overleed, hij ging kwakkelen met zijn gezondheid en bleef steeds langere perioden thuis. Ik heb hem nog weleens opgezocht. De laatste keer trof ik hem op een stoel voor het huis, kijkend naar de voorbijgangers. Hij was een oude man geworden.

‘Hoe oud is hij geworden?’, vroeg ik aan z’n vrouw. Zeventig, eigenlijk niet zo oud. Zij is nog wat jonger. Ze zou volgende week weer aan het werk gaan, schoonmaken in verschillende huizen. Het zou haar afleiding geven en bovendien de nodige extra inkomsten, want het pensioen is minimaal.

Doorkijkje

Een gesprekje met een buurvrouw tussen de schappen van de supermarkt. Even opent zich een wereld, ze zijn een leven lang samen geweest: ‘Ik was zeventien toen we trouwden.’ Van die wereld ken ik iets, maar het overgrote deel natuurlijk niet. Ik verwonder me over het kleine doorkijkje dat ik krijg en ben ook blij dat de enkele herinneringen die ik ophaal bij haar herkenning oproepen. Ik wens haar alle sterkte en we lopen beiden verder met ons mandje. Bij de kassa komen we elkaar weer tegen, maar er hoeft niets meer gezegd te worden.

Dagelijkse gebeurtenissen en ontmoetingen als deze raken me vaak. Wat is dat toch? vraag ik me dan af. Het moet te maken hebben met de openingen die ontstaan, die ik althans zie. Net buiten de deur op mijn boodschappenrondje besef ik dat het leven van mijn buurvrouw van een onpeilbare diepte is, net als mijn eigen leven. Alles wat van belang is, ligt erin besloten. Alles wat erin verborgen ligt, kan aan het licht komen.

Oneindig

Mijn buurvrouw, de buurtsupermarkt – en ikzelf waarschijnlijk ook – hebben een oneindige binnenkant, hebben zoveel ruimte dat God erin wil wonen. Hij zoekt zijn woning nergens anders en wil niets liever dan de deur voor ons opendoen. Opdat wij doorkijkjes hebben. De eeuwigheid is dichterbij dan we denken.

< Terug