< Terug

Dienend leiderschap

Derde zondag van de herfst (Lucas 17:1-10)

Lucas 17:1-10 is een reeks van vier korte uitspraken, deels kleine gelijkenissen van Jezus rondom verschillende thema’s van de navolging en het leven in gemeenschap. Ze bewegen zich van buiten naar binnen. Eerst komt een uitspraak over ten val brengen (1-2), dan een korte instructie over vergeving (3-4), vervolgens een leergesprek over geloof (5-6) en ten slotte een iets langere gelijkenis over de dienst van de slaaf, dan wel de discipel (7-10).

Hier gaat de meeste aandacht uit naar het slotdeel van de perikoop, over de ‘slavendienst’ van de discipel. De overige aspecten van de perikoop zijn deels ethische instructie (vergeving), deels bemoediging (geloof), en deels een waarschuwing aan het adres van wie één van de ‘kleinen’ ten val brengt.

Heer en slaaf

Voor wie gewend is over Jezus te denken als ‘een goede vriend’, of over God de Vader als ‘liefdevolle vader’, is de gelijkenis in Lucas 17:5-10 een koude douche. De verhouding die hier domineert is die tussen de ‘H/heer’ en zijn dienaren, of beter: slaven. Jezus wordt in heel Lucas 17:1-10 uitsluitend als ‘H/heer’ beschreven. Dat is ook gewoon een maatschappelijke titel die een positie van belang aangeeft. Een beetje kurios in de antieke wereld was een vermogende, machtige man die dus ook slaven had. Om de kracht van de verhoudingen die hier geschetst worden te voelen, is een vertaling van doulos dan wel douloi als ‘slaaf’ of ‘slaven’ hier verstandig. De machtsverhouding die in het spel is, blijkt duidelijk uit Jezus’ woorden. Iemand die een slaaf heeft, laat hem eerst de hele dag een veld ploegen of het vee hoeden en dan, als hij daarmee klaar is, koken en zich door hem aan tafel bedienen, voordat hij zelf wat mag eten. De gedachte dat zijn heer tegen hem zal zeggen: ‘Kom meteen aan tafel’ (17:7) wijst Jezus gelijk van de hand. Dat geldt ook voor de gedachte dat een heer een slaaf zou bedanken: ‘Hij bedankt de slaaf toch niet omdat hij heeft gedaan wat hem werd opgedragen?’ (17:9). Nee, een slaaf is een slaaf en een heer een heer. De uitsmijter van deze gelijkenis is dan ook: ‘Zo moeten ook jullie zeggen, als je alles hebt gedaan wat je werd opgedragen: “Wij zijn maar slaven; we hebben gedaan wat we moesten doen”’ (17:10). Wie een aai over z’n bol verwacht wanneer hij een broeder of zuster zevenmaal vergeven heeft op een dag (17:4), zit ernaast. Dat is niets om dankbaarheid voor te verwachten, het hoort er gewoon bij. De hier geciteerde Willibrordvertaling laat zelfs nog een woordje weg: achreioi zijn de slaven in vers 10, nutteloos.

Jezus dient als H/heer

Is dat nu het soort discipelschap waartoe Jezus echt oproept? Ja, dat is het. Maar hoe zit het dan met teksten als: ‘Gelukkig zijn de knechten die de heer wakend aantreft bij zijn komst. Ik verzeker jullie dat hij zich omgordt, hen aan tafel nodigt en rondgaat om hen te bedienen’ (12:37), of: ‘De grootste van jullie moet de minste worden, en de leider de dienaar. Want wie is het belangrijkst? Die aan tafel ligt, of die bedient? Die aan tafel ligt toch zeker! Maar Ik ben in jullie midden de dienaar’ (22:26-27)? Jezus’ gelijkenis in Lucas 17:7-10 laat iets heel helder zien wat in deze andere teksten uit het oog kan verdwijnen: het is als de Héér dat Jezus dient in 12:37 en het is de léíder en de gróótste die zich klein maakt in 22:26, net zoals het Jezus is die zelf bepaalt, weer als heer, dat Hij dienend in het midden van de leerlingen is. Het gaat in deze gevallen van ‘dienend leiderschap’ om een bewuste inzet van Jezus’ positie als heer en een heldere oproep aan de leiders en groten in de gemeenschap om Hem na te doen. Hij kan alleen doen wat Hij doet omdat hij heer is; en hetzelfde geldt voor ‘groten’ in de gemeente. Macht en machtsverhoudingen blijven helder, juist terwijl ze letterlijk ‘dienstbaar’ gemaakt worden.

Duidelijkheid voorkomt machtsmisbruik

Dit is iets heel anders dan doen alsof Jezus gewoon iedereens beste maatje is, of alsof voorgangers dit zijn. Wie als pastor – dominee, priester, classispredikant of bisschop – zegt dat een kerk eigenlijk een groep vrienden is en dat je als vriend onder vrienden wilt zijn, zet de deur wagenwijd open voor vage verhoudingen. Dat is een recept voor machtsmisbruik: je ziet je eigen macht niet meer en gaat daardoor makkelijk over de schreef. Lucas 17:1-10 is daarom een wake-up call. Soft doen over verhoudingen van macht is niet van deze tijd, bepaald door #MeToo – zelfs al niet van Jezus’ tijd. Lucas 17:1-10 biedt iedereen ruimte om zich van zijn plek en macht bewust te worden. De Heer is heer en staat ver boven zijn volgelingen. Dat de Heer er vervolgens voor kiest te dienen, doet Hij juist vanuit die grote macht – ja, die de macht van liefde is, maar dan nog!

Voor wie in deze navolging leidinggeeft – juist voor wie de preekstoel opgaat met de macht van het woord – is er ten slotte bevrijding in dit evangelie: je kunt gewoon eerlijk zijn over je rol, je positie en je macht – en vanuit die eerlijkheid dan de gemeenschap dienen. Zulke eerlijkheid voorkomt een hoop ellende en geeft iedereen de ruimte de Heer voluit na te volgen. Want zonder dat een voorganger je voor de voeten loopt is het al lastig genoeg om je voluit toe te vertrouwen aan deze Heer, te geloven in zijn toekomst, je broeder of zuster zevenmaal per dag te vergeven en daar toch niet prat op te gaan. Het is een levenstaak die je op je tenen laat lopen – en die alle ruimte verdient. Juist van voorgangers.

Deze exegese is opgesteld door Peter-Ben Smit.

< Terug