< Terug

Dochters van Israël, treur om Saul!

In de christelijke traditie wordt koning Saul vaak in de rol van slechterik geplaatst. Saul is degene die de gezalfde des Heren vervolgde, die zich tegen het plan van JHWH keerde! Maar wat gebeurt er als we Saul bekijken als slachtoffer van zijn lot, als tragische held? En wat doet het met ons Godsbeeld als Saul plotseling niet meer de boosdoener in het verhaal is?

Voor de achtergrond van het woord ‘tragisch’ moeten we terug naar de dichters van het Griekenland van de 5e/4e eeuw v.C. Het doel van de tragediedichter, die door het volk werd gezien als wijs man of zelfs als prediker, lag in het overbrengen van de les dat de mens geen kans maakt tegenover de wil van de goden – en dat het daarom ook zinloos is om je tegen het lot te verzetten. Wie zich daar niet bij neerlegt, maakt zich schuldig aan hybris (hoogmoed) tegenover de goden.

Het publiek was bereid om zich de les te laten lezen door de dichter, en hoopte dan ook op een proces van catharsis (loutering), dat werd opgewekt door het meeleven en ook meelijden met de hoofdpersoon.

Volgens veel uitleggers is er in het Oude Testament geen ruimte voor dit haast pessimistische wereldbeeld. Het verhaal van Saul wordt dan ook vaak uitgelegd vanuit het model van samenhang van zonde en lijden en zo raakt het tragische aspect van Sauls lijden buiten beeld. Zo schrijft oudtestamenticus Th.C. Vriezen in zijn Hoofdlijnen der Theologie van het Oude Testament dat schuld en lijden zo sterk verbonden zijn, dat God daarin niets te verwijten valt. Deze gedachte wil ik eens kritisch bekijken aan de hand van het verhaal van de verkiezing en verwerping van koning Saul.

David versus Saul

Wat maakt dat JHWH David boven Saul verkiest? Laten we de twee koningen kort met elkaar vergelijken. Ik noem steeds twee teksten, waarvan steeds de eerste over Saul en de tweede over David gaat.

1 Samuël 9:2 en 16:18

Over Saul lezen we dat hij een Benjaminiet is. Hij komt daarmee uit de ‘kleinste’ stam, en binnen die stam uit de ‘kleinste’ familie (9:21). Maar wat zijn uiterlijk betreft is hij ‘groot’: hij is een mooie en lange man. Over David wordt veel meer gezegd: ook al wordt er in de beschrijving van zijn uiterlijk in 1 Samuël 16:12 gezwegen over zijn lengte, in vers 18 blijkt dat David verschillende kwaliteiten heeft op muzikaal en militair gebied.

Maar de belangrijkste opmerking vinden we misschien nog wel in de laatste woorden: ‘JHWH is met hem.’ Over Saul lezen we in 10:10 en 11:6 dat de geest van God hem grijpt, maar dit lijkt een incidenteel gebeuren, terwijl David (16:13) ‘vanaf die dag’ (dus: permanent) wordt gegrepen door Gods geest.

1 Samuël 13:4 en 17:47

Een belangrijk verschil tussen Saul en David is hun manier van omgaan met succes. De nederigheid van Saul in 9:21 wordt in 13:4 vervangen door een misplaatste trots (hybris?), wanneer Saul de overwinning op de Filistijnen aan zichzelf toeschrijft. David, die van zichzelf meer potentie heeft op het slagveld (16:18), is veel bescheidener: nog voordat hij Goliat heeft verslagen, schrijft hij de overwinning toe aan JHWH.

1 Samuël 15:9 en 30:18

Saul laat alleen het waardevolle deel van de buit in leven (hoewel zijn opdracht was om heel Amalek met de ban te slaan), terwijl David de gehele buit spaart en die genereus uitdeelt.

1 Samuël 15:24 en 2 Samuël 12:13

Het lukt Saul niet om zonder praatjes zijn fouten toe te geven, terwijl David oprecht verslagen is door het zien van zijn eigen schuld.

1 Samuël 18:11 en 24:5

Saul heeft de intentie om David te doden, maar het lukt hem niet; David kán Saul doden, maar hij doet het niet. Deze vergelijking is relevant op twee gebieden: de slechte bedoeling van Saul tegenover de goede bedoeling van David, en de onbekwaamheid van Saul tegenover de bekwaamheid van David.

1 Samuël 8:22 en 16:1

Bij het aanwijzen van een koning lezen we een belangrijk verschil in de woorden van JHWH: Saul is een koning voor het volk, David is een koning voor JHWH. JHWH stelt Saul dus niet aan als koning omdat hij dat zelf wil, maar omdat het volk erom vraagt. David is zijn eigen keuze.

Het verhaal van Oidipous

Als vergelijkingsmateriaal geef ik hier kort de hoofdlijnen van een Griekse tragedie van Sofokles weer. We zullen zien dat er veel overeenkomsten zijn met het verhaal van Saul. Oidipous is gevlucht uit Korinthe, weg van zijn ouders Polybos en Merope, omdat het orakel hem vertelde dat hij zijn vader zou vermoorden en zou slapen met zijn moeder. In zijn vlucht raakt Oidipous op een driesprong in conflict met een man die hem van de weg wil drijven en hij doodt hem. Uiteindelijk komt Oidipous terecht in Thebe, waar hij trouwt met Jokaste, de weduwe van koning Laios. Thebe wordt geplaagd door de pest en onvruchtbaarheid. De goden hebben Oidipous bekend gemaakt dat deze plagen alleen zullen stoppen na de terechtstelling van de moordenaar van Laios. Oidipous gaat op zoek naar deze moordenaar en krijgt tot zijn grote verontwaardiging van ziener Teiresias te horen dat hij zélf de moordenaar is. Zijn vrouw Jokaste stelt hem gerust: ook zieners zijn maar mensen en kunnen zich soms vergissen. Zo werd ooit aan Laios en Jokaste voorspeld dat hun eigen zoon zijn vader zou vermoorden en met zijn moeder zou slapen. Om dit te voorkomen hebben zij hun zoon toen laten ombrengen door een bode en zo zijn zij de goden te slim af geweest. Maar als Oidipous bericht krijgt dat Polybos uit Korinthe is gestorven en de bode toegeeft dat hij het kind nooit vermoord heeft maar heeft weggegeven, vallen de puzzelstukjes één voor één op hun plaats: Oidipous is de zoon van Laios en Jokaste. Door zijn lot te willen ontvluchten heeft hij het doen uitkomen.

Saul en Oidipous

Er zijn verschillende overeenkomsten te ontdekken tussen Saul en Oidipous. Denk bijvoorbeeld aan de moeizame relatie met de ziener die God(en) vertegenwoordigt en het motief van hybris (hoogmoed) van beide koningen als het gaat om hun houding tegenover God(en) en hun profeten. Maar het belangrijkste is wat mij betreft het wanhopige gevecht tegen het lot. Er is een moment in de tekst van 1 Samuël dat Saul een ‘point of no return’ heeft gepasseerd, waarna Saul kan doen wat hij wil, maar geen gehoor meer krijgt bij de profeet en bij JHWH, en dat moment moeten we plaatsen in 1 Samuël 15. Saul blijft zijn leven lang vechten tegen de beslissing van JHWH, en daarin doet hij denken aan Oidipous. Oidipous en Saul hebben gemeen dat ze zich niet neer kunnen leggen bij de beslissing van God/de goden. Von Rad schrijft in die context het volgende over God, die zelf functioneert als noodlot (geciteerd naar D.M. Gunn, The Fate of King Saul, An Interpretation of a Biblical Story, pag. 29):

However convinced the storytellers are of Saul’s guilt, still there is at the same time something supra-personal in the way in which he became guilty – it is the fate which overtakes the one from whom God had turned away… Of course, Saul was not in the power of a dark destiny, nor had he overreached himself in hybris. He was called to be a special tool in the will of Jahweh in history, for it was through him that Jahweh wanted to give effect to his plan so save Israel (1 Sam. 9:16).

Het is opvallend hoe makkelijk Von Rad de vraag naar hybris in het leven van Saul opzij legt, maar er is zeker iets te zeggen voor de opvatting dat Saul als het ware als instrument in de handen van JHWH functioneert. Het volk vraagt om een koning en krijgt zijn zin, nadat het in 1 Samuël 8 is gewaarschuwd voor het misbruik dat een koning kan maken van zijn volk. Saul mag dan aan geen van de schrikbeelden in 8:1118 voldoen, maar hij blijkt wel een mislukking te zijn als koning. Wil JHWH het volk in de persoon van Saul laten zien dat koningschap niet bedoeld is voor mensen, maar voor God?

Valse start?

We hebben hierboven gezien dat Saul niet zonder fouten is en dat David het op veel punten beter doet, maar het is maar de vraag of Saul wel zo’n eerlijke start heeft gehad. JHWH en zijn profeet lijken niet blij met de keuze van het volk om een koning aan te stellen (1 Sam. 8:7, JHWH wil zelf de koning van Israel zijn!). Uit de vergelijking tussen Saul en David kunnen we afleiden dat Saul het allemaal minder goed begrijpt dan David. Hij claimt meerdere overwinningen en schuift alle mislukkingen van zich af; hij zweert tot twee keer toe een eed waar hij zich niet aan houdt; wanneer hij Amalek moet uitroeien spaart hij Agag en de waardevolle bezittingen, en het weerloze en zwakke vernietigt hij; het lukt hem niet om berouw te tonen over zijn fouten; hij kan zich niet neerleggen bij zijn verwerping en wil David uit de weg ruimen. De fout van Saul is dat hij de bescheidenheid van 1 Samuel 9:21 niet kan volhouden. Hij is ‘slechts’ een Benjaminiet, maar hij wil zich bewijzen als koning en durft zich daarbij niet over te geven aan de leiding van JHWH. Het is de vraag of Saul wel genoeg in huis heeft om de eerste koning van Israel te zijn. Maar het is ook de vraag hoe graag Samuel en JHWH willen dat hij daarin slaagt…

Al in 1 Samuel 13:14 (dus nog vóór de geschiedenis met Amalek) zegt Samuel dat Saul vanwege zijn ongehoorzaamheid geen koning zal blijven en dat JHWH een man naar zijn hart zal zoeken om Saul op te volgen. We hebben het verschil in de woorden van JHWH al gezien: Saul wordt aangesteld als koning voor het volk (8:22), David voor JHWH zelf (16:1). Een echt eerlijke kans lijkt Saul niet te hebben gekregen.

Saul als tragische held

Wat mij betreft is het verhaal van Saul op sommige vlakken zeker tragisch te noemen. De tekst laat ruimte open voor medelijden en ik heb hierboven laten zien dat Saul weinig kans krijgt om te slagen als koning van Israel. Een tweede vraag is wat dit betekent voor de gerechtigheid van JHWH en de heilsverwachting van Israel. Ik denk niet dat de verwerping van koning Saul zinloos en willekeurig is; Israel moet leren dat JHWH koning is. Het tragische lot van Saul staat in zekere zin ten dienste van het heil van het volk. Daarnaast functioneert Saul als een tegenbeeld van David, wiens goedheid en bekwaamheid door de vergelijking met Saul benadrukt worden. Dit neemt de reden om te treuren om het lot van Saul en het gelijk van Saul om in opstand te komen niet weg, maar maakt wel dat het Godsvertrouwen blijft bestaan.

Conclusie

De teksten van 1 Samuel en Oidipous zijn narratief van aard. We moeten ons bewust blijven van het feit dat we met een bijzonder genre te maken hebben, waarin ruimte is voor verschillende geluiden.

De klassieke interpretatie is wat mij betreft te schematisch en doet beide genres geen recht. Er is daarom behoefte aan een tegengeluid. Het verhaal van Saul zou ook eens vanuit een ander model dan dat van de samenhang van zonde en lijden moeten worden bekeken.

Wanneer we de verhalen van Saul en Oidipous met elkaar vergelijken, zien we dat er veel overeenkomsten zijn: het motief van bedreigd koningschap speelt in beide verhalen een grote rol; voor Saul en Oidipous geldt dat zij zich verzetten tegen een onontkoombaar lot (voor Saul geldt dat met name vanaf 1 Sam. 16); er klinken verdedigende stemmen die medelijden opwekken, maar ook aanvallende stemmen die de hoofdpersoon aanklagen; de hoofdpersonen zijn niet vlekkeloos (hierboven heb ik vooral de rol van hybris aangewezen), maar dat maakt ze menselijk en geeft ruimte voor het publiek om zich met hen te identificeren.

Er blijft wat mij betreft wel een verschil tussen de goden van Oidipous, die voor mijn gevoel wat willekeurig te werk gaan, en JHWH, die het koningschap van Saul niet kan of wil redden (wat ik een tragisch gegeven zou willen noemen), maar daarmee wel een doel voor ogen heeft.

< Terug