< Terug

‘Een beter besef van migratie is noodzakelijk’

Leo Lucassen is directeur Onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam en hoogleraar Global Labour and Migration History aan de Universiteit Leiden. Samen met Henk van Houtum publiceerde hij het boek Voorbij Fort Europa. Een nieuwe visie op migratie (2016). Samen met Paul Scheffer en Ernst Hirsch Ballin is hij uitgever van de essaybundel Regie over migratie. Naar een strategische agenda van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2018). Onlangs verscheen in geheel herziene en geactualiseerde editie Vijf eeuwen migratie, waarin Leo en Jan Lucassen meningen over de lange en rijke Nederlandse migratiegeschiedenis toetsen aan de historische feiten.

Het culturele en religieuze landschap in Nederland heeft zijn huidige vorm voor een belangrijk deel aan migratie te danken. Wat zijn belangrijke migratiepatronen voor ons religieuze landschap in de afgelopen vijf eeuwen?

‘Laten we bij het begin beginnen. In mijn meest recente boek worden vijf eeuwen migratie beschreven, beginnend in het einde van de zestiende eeuw. In die periode zijn een aantal belangrijke impacts op het religieuze landschap te zien.

Je ziet dat de Republiek der Nederlanden met name “gelijkgelovigen” aantrekt, protestanten zogezegd. Natuurlijk wel van verschillende snit. In de zuidelijke Nederlanden waren dit de meer orthodoxe calvinisten. Zij hebben ook een rol gespeeld in de Synode van Dordrecht en op allerlei punten een belangrijke bijdrage geleverd, vooral aan de orthodoxie van het protestantisme. Voor een deel komt deze orthodoxie dus uit het buitenland.

Daarnaast heb je een behoorlijke immigratie die meer luthers van aard was, vanuit vooral Scandinavië en de Duitse staten. Dat heeft een behoorlijke boost aan de Lutherse Kerk gegeven. Grote kerken in Amsterdam getuigen hier nog altijd van.

Als je doorgaat naar de negentiende eeuw, is het interessant om naar de immigratie van katholieken te kijken. Met de Kulturkampf vestigen zich veel Duitse katholieke ordes in het grensgebied, met name in Limburg, hoewel het geen grote aantallen zijn. Ook religieuze ordes uit Frankrijk vestigen zich in het zuiden en verdienen geld vooral door zich bezig te houden met het onderwijs. Dat beïnvloedt het al bestaande katholicisme in Nederland.

Vanaf 1933 komt de bekende joodse migratie op gang. Die is aanzienlijk, met name naar Amsterdam. En daarvan weten we helaas dat deze een treurig einde heeft gekend.

In de naoorlogse periode zien we koloniale migratie, zowel protestants als katholiek, uit India en Suriname. De Surinaamse immigratie neemt ook hindoe-invloeden mee vanaf 1975. Hetzelfde geldt voor, hoewel op veel bescheidener schaal, de Chinese immigratie wat betreft boeddhistische invloeden.

En ten slotte de islam via Marokko, Turkije en deels via vluchtelingen vanuit islamitische landen; de meest recente toevoeging aan het religieuze landschap waarover we niet op kunnen houden te praten. Zeker sinds de laatste bekering: van Johan van Klaveren, die op 4 februari bekend werd. Vanaf de jaren 1990, toen de islam zich meer institutionaliseerde in de vorm van met name de bouw van moskeeën, werd dit steeds zichtbaarder. Voor die tijd waren het veelal “pop-up moskeeën”, bij wijze van spreken.

De bouw van die moskeeën in het stedelijk landschap heeft een interessante parallel met de bouw van neogotische katholieke kerken in de negentiende eeuw, waar de protestanten toen tegenop liepen. In de zeventiende en achttiende eeuw was kleding daarnaast ook een heel zichtbaar element, een beetje vergelijkbaar met moslims nu. En ook zeker de negatieve bejegening is vergelijkbaar.’

Er zijn dus overeenkomsten tussen verleden en heden. De huidige discussie wordt verhit gevoerd en sterk aan het geloof van de islam opgehangen. Is dat iets eigens voor het Nederland van nu?

‘Interessant is dat de gepolariseerde discussie die nu speelt over islam en moslims niet los te zien is van deconfessionalisering. Deze had in Nederland een heel revolutionaire vorm in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, waardoor onze houding ten aanzien van kerk en geloof drastisch is veranderd. Niemand heeft aan zien komen hoe snel dat in elkaar zou storten.

Er is een duidelijke link tussen kritiek op de islam en zelfs ook islamofobie – die we niet op één hoop moeten gooien zoals maar te vaak gebeurt – vanuit een ontstane anti-religieuze houding en die hangt sterk samen met dat deconfessionaliseringsproces. En met name ook vanuit links. Dus als je gaat kijken naar de meeste anti-islam uitingen ten tijde van de Rushdie-affaire, dan komen die in eerste instantie van zo’n Jan Blokker, Gerrit Komrij en Rinus Ferdinandusse; kortom, de pausen van links die vanuit hun anti-religieuze overtuiging de komst van de moslims zagen als het binnenhalen van het paard van Troje nadat religie in hun eigen land net was opgeruimd. Dat sentiment kenmerkt heel sterk de Nederlandse discussie. De volkomen marginalisering van godsdienst is ook weer een motor voor het héél kritisch zijn op nieuwe godsdiensten, zij het heel selectief. Over orthodoxe joden hoor je namelijk bijna nooit iemand, terwijl ook een groep als deze achterhaalde ideeën over homoseksuelen koestert.’

Nu hebben wij een sterk beeld over de migranten die naar ons land komen en met hun komst ons culturele en religieuze landschap betreden en beïnvloeden. Hoe zou u zeggen dat wij op onze beurt deze migranten beïnvloeden?

‘Dat is een heel goede vraag. Er komen mensen naar ons land toe, maar er gaan ook weer veel mensen weg. Het idee dat iedereen hier blijft zitten, klopt niet. Een derde van het aantal vluchtelingen dat in de jaren 1990 hiernaartoe kwam, bijvoorbeeld, zit hier niet meer en is doorgetrokken of teruggegaan. Migratie is een veel dynamischer proces dan mensen vaak denken.

Integratie is natuurlijk een tweezijdig proces. In het ene geval is het meer tweezijdig dan in het andere geval. Daarbij is migratie niet alleen een tweezijdig, maar ook een intergenerationeel proces: het houdt niet op bij de migrant zelf. De veranderingen die optreden in de maatschappelijke positie van mensen en hoe ze over dingen denken, zie je vooral als je naar de tweede en derde generatie kijkt. Of deze migranten en hun nakomelingen het nou willen of niet, ze worden blootgesteld aan de samenleving waarin ze leven.

Een deel daarvan vindt dat fantastisch en neemt allerlei dingen over, zij assimileren in die zin. Een ander deel moet daar niets van hebben, zij proberen zich zoveel mogelijk te isoleren, wat uiteindelijk nooit echt lukt. Deze laatste groep is een heel kleine minderheid. De grote groep migranten bevindt zich hiertussen: aan de ene kant houden ze vast aan de taal, de cultuur, het eten, het geloof waaraan ze gehecht zijn en waarbij ik me afvraag: wat is hier nou het probleem? Aan de andere kant socialiseren ze in de samenleving waarin ze terecht zijn gekomen.’

Hoe kunnen wij dit socialiseringsproces ongehinderd zijn weg laten gaan?

‘Dat socialiseringsproces, wat je ook weer integratie kunt noemen, is bijna onontkoombaar en de belangrijkste instituties daarvoor zijn het schoolsysteem en de arbeidsmarkt. Op school leren kinderen de Nederlandse taal; er zijn nog maar heel weinig kinderen van migranten die geen Nederlands spreken. Op school ontstaat er ook een socialisering op het gebied van hoe je over dingen denkt en dat kan per individu nogal verschillend zijn. Want hoe je bijvoorbeeld over homoseksualiteit denkt, hangt nogal af van op welke school je zit, in welke werksector je terechtkomt, met welke Nederlanders je in contact komt – want er zijn natuurlijk ook ongelooflijk veel Nederlanders die bijvoorbeeld allerlei vooroordelen over homo’s hebben.

Dit zijn heel gesegmenteerde en langdurige processen en als wetenschapper vind ik het interessant te kijken waarom bepaalde zaken in het ene geval zo lopen en in het andere geval op een compleet andere manier. Waarbij we kunnen zeggen dat we maar weinig voorbeelden kennen van een groep die zich echt over generaties tot minderheid vormt.’

Kunt u een voorbeeld geven van zo’n minderheidsgroep?

‘Een van de weinige voorbeelden is de joodse gemeenschap in de achttiende eeuw. Daarvan weten we ook hoe dat komt: door de ontvangende samenleving werden ze stelselmatig en juridisch apart gezet. De joden waren tot de emancipatie van 1796 simpelweg tweederangsburgers, ze konden ook geen eersterangsburgers worden. Zo weet je in ieder geval zeker dat je een minderheid krijgt.

Wat dat betreft zijn we al een stukje verder met moslims. Als je Geert Wilders premier maakt, dan zal hij eerder inzetten op – als ik hem moet geloven – wat we in de Republikeinse tijd met de joden hebben gedaan. Als je moslim bent, heb je gewoon minder rechten – als je al mag blijven van de “grote ziener”.’

Denkt u dat het mogelijk is dat in onze samenleving van vandaag de dag een dergelijke minderheidsgroep kan bestaan?

‘Ondanks de gepolariseerde discussie zijn we gelukkig een stapje verder. Er bestaat angst voor islamisering van de Nederlandse samenleving, waar ik eerlijk gezegd geen enkel teken van zie. Er is daarnaast ook angst voor islamisering van de groep zelf, daar zijn wel voorbeelden van: kinderen die meer islamitisch geworden zijn dan hun ouders. Maar zij kunnen dat tegelijkertijd combineren met allerlei moderne opvattingen. Dus dat hoeft elkaar helemaal niet per se te bijten. Dat dit kan samengaan, is een interessant fenomeen: waar komt dat vandaan? Waarom is dat? Heeft dat te maken met de enorm gepolariseerde discussie waarin je voortdurend aangesproken wordt op je moslim-zijn?

Tegelijkertijd laat allerlei onderzoek zien, bijvoorbeeld van Frank van Tubergen van de Universiteit van Utrecht, dat er vooral sprake is van aanpassing en integratie en helemaal niet dat moslims meer moslim worden. Ja, er is een groep die dat doet en met name de meer salafistische richting voelt zich hier meer toe aangetrokken als reactie op uitsluiting dan wel als positieve keuze. Maar we zitten nu eigenlijk nog in een fase waarin het heel moeilijk is te voorspellen wat de uitkomst van deze ontwikkelingen is. Als we hier hadden gezeten in 1670 en je had mij gevraagd hoe het verder zou zijn gegaan met die lutheranen en joden, dan had je ook allerlei ontwikkelingen kunnen waarnemen, maar wat precies het eindresultaat zou zijn was geenszins duidelijk. Dus zolang wij geen tweederangsburgerschap voor moslims krijgen en we de discussie een beetje in de klauwen kunnen houden, zullen de ontwikkelingen gaan zoals bij de meeste migranten.’

Hoe denkt u dat kennis over de migratie van de afgelopen eeuwen in Nederland bij zou kunnen dragen aan het nuanceren van dit gepolariseerde beeld?

‘Voor mij als historicus geldt natuurlijk hoe meer kennis hoe beter, maar je ziet wel dat het uitermate moeilijk is om mensen te bereiken die toch al “weten” dat immigratie vreselijk is. Deze mensen zullen niet zo snel overtuigd worden. Wanneer je hen met onze migratiegeschiedenis confronteert, zal hun eerste reactie zijn: “Ja, dat kan allemaal wel zo zijn, maar toen hadden we geen last van de migranten. Dat waren goede migranten die de handen wel uit de mouwen wilden steken. Ze waren niet crimineel en ze deelden onze waarden.”

“Toen goede, nu slechte migranten” – dat is tegenwoordig de ietwat simplistische Pavlov-reactie die mensen hebben. Ook al zou je deze mensen kunnen bereiken en ze meer kennis meegeven van de parallellen tussen heden en verleden, het zou tevergeefs zijn. Ook in het verleden kwamen mensen binnen aan de onderkant van de arbeidsmarkt en waren er criminele groepjes van bijvoorbeeld joden. Maar dan nog kunnen mensen hier geen oor naar hebben en roepen ze om het sluiten van de grenzen. En ik kan mensen niet verbieden een hekel te hebben aan migranten, dat mag best. Maar doe het dan wel met de goede argumenten, zou ik bijna willen zeggen.

Maar een beter besef van wat migratie is, is noodzakelijk. Wanneer we ons alleen maar focussen op de “slechte” migranten en vervolgens de “goede” migranten wegzetten als expats of ze buiten alle discussie houden, dan krijg je natuurlijk een self fullfilling prophecy. Dan houd je alleen die migranten over aan wie mensen terecht of onterecht een hekel aan hebben. Dus ja, ik hoop natuurlijk dat met name de wat bredere middengroep die wel ontvankelijk is voor andere perspectieven en meer kennis, wel iets zal hebben aan mijn bijdragen. De hardliners zul je hiermee niet over de streep trekken, voor hen kun je blijven praten als Brugman.’

Tom Lormans MA is historicus en geestelijk verzorger en is werkzaam als promovendus bij het Expertisecentrum Palliatieve Zorg Utrecht.

tips bij het thema

Artikelen

Voor een voorbeeld van een interculturele gemeente:

• ‘Bij ICF is de kerk je familie’, in: woord & weg, november 2018, over de International Christian Fellowship in Veenendaal, was te vinden als: WW2018-11 in spreads.pdf op www.handelingen.com

• Zie ook www.icfveenendaal.nl

Meer over de plaatselijke gemeente en samenwerking met migranten:

• ‘Samen kerk zijn met migranten’, in: Diakonia 2018 nr. 4 (juli-augustus), te vinden als pdf: Samen-kerk-zijn-met-migranten_Diakonia-jrg31-nr4-jul-aug2018 op www.handelingen.com

< Terug