< Terug

Een boeiend en uitdagend boek

Over de meeste mensen deugen van Rutger Bregman

Velen hebben het indrukwekkende boek van Rutger Bregman gelezen, maar anderen ook nog niet. Daarom begint dit themanummer met een nauwkeurig boekverslag, dat op weg helpt naar de volgende artikelen.

Drs. P. Vliegenthart is sinds 2017 emeritus-predikant van de Protestantse Kerk in Nederland.

Tegen een negatief mensbeeld

Op 7 september 1940, geeft Hitler het bevel om Londen massaal te bombarderen. De bedoeling is de Britse wil tot verzet te breken. Het tegenovergestelde gebeurt echter. Men blijft mentaal overeind en helpt elkaar.

Hiermee opent Rutger Bregman zijn boek De meeste mensen deugen. Een nieuwe geschiedenis van de mens. Het is een lijvig boek dat leest als een trein. Bregman is verbonden aan het journalistiek platform de Correspondent. Hij wil in zijn boek afrekenen met het idee dat de mens in wezen slecht is. Dit idee werd en wordt van oudsher gevoed door de christelijke traditie. Leert b.v. de Heidelbergse Catechismus niet: ‘… dat wij geheel en al onbekwaam zijn tot iets goeds en geneigd tot alle kwaad’? Maar ook de moderne media doen hieraan mee. Veel liever bericht men over wat er in de samenleving door toedoen van mensen fout gaat dan over het vele dat goed gaat. Bregman spreekt in navolging van bioloog Frans de Waal van de vernistheorie. ‘De beschaving zou maar een dun laagje zijn, dat bij het minste of geringste zou barsten.’ Bregman probeert deze theorie op allerlei manieren te weerleggen. Met wetenschappelijke inzichten, vele verhalen en talloze voorbeelden. Dat kan de indruk wekken dat hij betoogt dat de mens in wezen goed is. Die indruk is echter niet juist. Zijn mensbeeld is juist heel dubbel. Hij haalt de parabel aan van de twee wolven (blz.31/32). ‘Een grootvader zei eens tegen zijn kleinzoon: “Er speelt zich een gevecht in mij af, een strijd tussen twee wolven. De ene is slecht, hebzuchtig, jaloers, arrogant en laf. De andere is goed hij is rustig, liefdevol, bescheiden, gul, eerlijk en betrouwbaar (…).” De jongen dacht even na en zei toen: “Welke wolf zal winnen?” De oude man glimlachte. “De wolf die jij voedt.”’ Een beeld dat Bregman meer dan eens gebruikt is dat van twee benen. ‘De mens heeft twee benen, een goed en een slecht been. De vraag is welk been we trainen.’ (in een interview met het Reformatorisch Dagblad).

De mens heeft twee benen, een goed en een slecht been – welk been trainen we?

Wat je verwacht is wat je krijgt

Welk been er wordt getraind en welke wolf er wordt gevoed, wordt voor een belangrijk deel bepaald door wat er van iemand wordt verwacht: iets goeds of iets slechts. Dit loopt als een rode draad door het boek van Bregman heen. Is de verwachting jegens iemand positief gekleurd dan bepaalt dit de uitkomst ten goede (zoals bij een placebo). Is de verwachting jegens iemand echter negatief gekleurd dan bepaalt dit de uitkomst ten kwade (een ‘nocebo’). Wat je verwacht is wat je krijgt.

De ‘Homo puppy’ in een complexe samenleving

Voor Bregman is het essentieel dat ‘vriendelijkheid’ wezenlijk is voor de homo sapiens. Die wordt daarom ook wel ‘Homo puppy’ genoemd. Deze mensensoort heeft in oer oude tijden de overhand gekregen boven andere menssoorten. Dat kwam door dat vriendelijke, met daarbij de wil tot samenwerken. De ‘survival of the friendliest’. Daarover bestaat, aldus Bregman, in brede wetenschappelijke kring consensus. Maar vanaf ongeveer het 10e millennium v.Chr. verandert de samenleving fundamenteel. Het kleinschalig bestaan van nomadische jagers gaat over in een leven in een sedentair verband, in dorpen en steden. De samenleving wordt gecompliceerd. Er komen rangen en standen. Grond moet verdedigd worden. Legers doen hun intrede. Om de samenleving, die onoverzichtelijk is geworden, bij elkaar te houden is er een overkoepelend verhaal nodig. Een mythe, een religie, een almachtige god die bestaande maatschappelijke verhoudingen dekt. Op dat alles is de ‘homo puppy’ met zijn vriendelijkheid op kleine schaal niet berekend. Bregman spreekt over een ‘mismatch’.

Daarbij komt dat de mens behalve vriendelijkheid, van kleins af ook de neiging heeft tot afkeer van het onbekende, het vreemde. ‘We worden geboren met een tribale knop in ons hoofd. Er hoeft alleen maar op gedrukt te worden.’ (blz.264).

Elkaar in de ogen kunnen kijken

Hoe kunnen verwachtingen die ten onrechte negatief zijn gekleurd, worden gecorrigeerd? Hoe ontdek je dat de ander een mens is, net als jij? Daarvoor is bovenal nabijheid nodig, contact, waarbij mensen elkaar in de ogen kunnen kijken. Bregman wijst er op dat soldaten in een oorlog bij een directe confrontatie zeer terughoudend blijken te zijn om te schieten. In de Tweede Wereldoorlog vielen verreweg de meeste doden niet door kogels, maar door bommen, granaten en landmijnen. Frappant is ook wat Bregman aan het eind van zijn boek vertelt over de kerstbestanden in de loopgraven t.t.v. de Eerste Wereldoorlog. Soldaten over en weer ontdekten dat hun tegenstanders mensen waren als zijzelf.

Macht vervreemdt mensen van elkaar en maakt dat je je afsluit van anderen

Maar wie macht bezit kijkt de ander niet meer in de ogen. Macht vervreemdt mensen van elkaar en maakt dat je je afsluit van anderen. Op anderen wordt neergekeken en er ontstaat een negatief gekleurde verwachting met alle gevolg van dien. Want wat je verwacht dat krijg je. Het reeds genoemde ‘nocebo’ effect.

Verdachte vriendelijkheid

De ‘vriendelijkheid’ van de homo puppy kan echter ook een negatieve uitwerking hebben. Zoals aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. Waarom vochten de Duitse soldaten zo lang door, terwijl al lang duidelijk was dat ze voor een verloren zaak vochten? Niet uit overtuiging, maar vanwege hun loyaliteit, hun trouw, hun kameraadschap. Soortgelijk gold voor Syriëgangers, voor wie vriendschap en familieverbondenheid een belangrijke rol speelden.

Wat schuilt er in ons?

Na de Tweede Wereldoorlog is veel onderzoek gedaan naar het menselijk gedrag. Wie is de mens? Schuilt er in een ieder van ons een nazi? Bregman loopt uitvoerig een aantal spraakmakende onderzoeken langs, zoals het Stanford Prison Experiment. Naar zijn mening zijn die onderzoeken grotendeels op drijfzand gebaseerd. Al in het begin van zijn boek heeft Bregman zijn pijlen gericht op het bij velen bekende boek Lord of the Flies (1954). Het is het verhaal over jongens op een onbewoond eiland. Het kent een ronduit slechte afloop, ‘een smeulende ravage’. Het slechtste in mensen kwam hierbij naar boven. Fictie, maar tegen de achtergrond van de Tweede Wereldoorlog voor velen heel herkenbaar. Daartegenover vertelt Bregman een wel echt gebeurd verhaal, over jongens op de ruwe eilandrots Ata. Dat kent een tegengestelde afloop, maar kreeg i.t.t. het fictieve The Lord of the flies nauwelijks aandacht.

… uitgaan van een nieuw realisme dat inspeelt op de goedaardigheid van de meeste mensen

Uiteraard gaat Bregman in op de vraag hoe zijn stelling dat de meeste mensen deugen zich verhoudt tot ‘Auschwitz’. ‘…als je hard genoeg aan mensen trekt, als je hen bewerkt en boetseert, verleidt en manipuleert, dan zijn velen van ons tot kwaad in staat. (…) Maar het kwaad ligt niet aan de oppervlakte; het moet met veel moeite omhoog worden gepompt.’ (blz.213). De Homo puppy ‘geïndoctrineerd, gehersenspoeld en gemanipuleerd’. (blz.216). Vaak gaat het hierbij stapje voor stapje steeds verder en speelt ook het benadrukken van ‘het goede doel’ een heel belangrijke rol. Als dan de vriendelijkheid van de mens hem belemmert om in verzet te komen…

Een ‘nieuw realisme’

Hoe kan de zonet genoemde ‘mismatch’ worden goedgemaakt? Door uit te gaan van een nieuw realisme dat inspeelt op de goedaardigheid van de meeste mensen. Dat gebeurt al heel vaak in het gewone samenleven van mensen. Onze samenleving is zonder vertrouwen in anderen ondenkbaar. Maar tegelijkertijd ontbreekt die positieve verwachting op vele gebieden.

Bregman loopt een aantal voorbeelden langs en geeft aan hoe belangrijk een andere, realistischer insteek kan zijn. Zo beschrijft hij het werk van Jos de Blok met zijn Stichting Buurtzorg. Daar is de managerslaag verdwenen en worden de werkers aan de basis aangesproken op eigen inzicht en verantwoordelijkheid. Hij gaat ook uitgebreid in op wat zijn realistische insteek kan betekenen voor het onderwijs en voor een democratische samenleving.

‘De andere wang’

Om daarna nog een stap verder te gaan onder de uitdagende titel ‘De andere wang’. Die woorden ontleent hij aan de Bergrede, waar Jezus zegt: ‘…ik zeg jullie je niet te verzet ten tegen wie kwaad doet, maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren…’ (Mat. 5:39). Volgens Bregman is waar Jezus op doelt een beschrijving van wat psychologen ‘niet complementair gedrag’ noemen. Van complementair gedrag is sprake als mensen elkaar spiegelen. Iemand slaat jou, jij slaat terug. Niet-complementair wil dan zeggen dat je in je reactie het gedrag van de ander juist niét spiegelt. Bregman noemt in dit verband de namen van Gandhi en Martin Luther King.

Contact leidt tot vertrouwen, meer saamhorigheid en meer hulp over en weer

Maar werkt niet-complementair gedrag op grote schaal? Bregman beschrijft een scala aan voorbeelden. Het gevangeniswezen in Noorwegen met het spraakmakende eiland Halden. Een andere houding, niet-complementair, jegens terroristen. Het belang van ‘de andere wang’ in Zuid-Afrika. In de sociale wetenschap is overstelpend bewijs te vinden dat contact werkt. ‘Contact leidt tot vertrouwen, meer saamhorigheid en meer hulp over en weer. Het helpt om de wereld te zien door de ogen van een ander…’ Tot slot noemt hij de reeds genoemde ontmoeting van soldaten aan het front bij het Kerstbestand van 1914. ‘Een glimp van een andere wereld.’

Bij wijze van epiloog geeft Bregman nog 10 leefregels waarin hij zijn positieve grondhouding uitwerkt.

Tot slot

Ik heb het boek met veel plezier gelezen. Bregman schrijft boeiend en zet aan tot nadenken. Het inspireert mij om me in te blijven zetten voor een andere wereld. De vele voorbeelden die hij daarbij geeft zijn hoopgevend. Hij doorbreekt de m.i. valse tegenstelling tussen realisme en idealisme en attendeert tegelijkertijd op valkuilen.

Ongetwijfeld zijn er vragen te stellen bij wat hij schrijft en ook bij de vaak wat eigenwijze toon die hij daarbij aanslaat. Maar waar het hem ten diepste om gaat, verdient gehoord te worden.

< Terug