< Terug

Een dak boven je hoofd: universeel recht van de mens

Een goed geklede man van middelbare leeftijd loopt even na vijven op de gang van een daken thuislozenopvang in een middelgrote stad. Hij opent een deur van een kamer waar je precies een eenpersoonsbed, een stoel en een kastje kwijt kunt. Douchen moet in een gemeenschappelijke ruimte op de gang, net als het toiletbezoek. Hij kijkt verschrikt op als de vraag klinkt waarom hij hier is. Hij wil wel praten. Hij is gescheiden, zijn vrouw en kinderen zijn in het echtelijk huis blijven wonen, hij betaalt alimentatie en hij werkt. Met dat werk kan hij zijn verplichtingen nakomen, maar een eigen dak boven zijn hoofd zit er niet meer in. Hij verdient te veel voor een sociale huurwoning, maar te weinig om op de particuliere markt te kopen of te huren.

Een jonge vrouw van 27 komt met een kinderwagen aanlopen, ze vouwt de wagen ineen en zet hem in de gang van een portiekwoning. Haar kleine kind neemt ze op de arm een trap op mee naar boven, naar de woning van haar ouders in een grote stad. Ze werkt 32 uur in de week, haar vriend, de vader van haar kind, is net als zij goed opgeleid, werkt ook, maar niet in Nederland. Woonruimte rond of onder de 750 euro in de maand kunnen ze niet vinden. Noodgedwongen woont zij bij haar ouders. Noodgedwongen kunnen deze jonge mensen geen normaal gezinsleven leiden.

Mensen in Nederland die van oppashuis naar kraakpand en weer terug gaan, die logeerbedden gebruiken of inderdaad de daken thuislozenopvang. Mensen in Londen wier flat is uitgebrand, opgekocht door investeerders en na negen maanden nog steeds geen woonruimte hebben. Barcelona, New York, Toronto, Berlijn, noem maar op, overal is er een tekort aan betaalbare woningen. Maar ook in steden op het zuidelijk halfrond is de woningcrisis enorm. Al was het maar omdat de woonkosten de loonopbrengsten ver overstijgen, of omdat veel mensen naar de steden trekken voor werk.

Het probleem daar is echter dat de economische groei minimaal is of achterblijft, waardoor mensen goede huisvesting niet kunnen betalen.

Wonen, vanzelfsprekend!?

Het lijkt zo vanzelfsprekend voor sommige mensen in sommige delen van de wereld.

Voor sommige mensen in sommige andere delen is het dat zeker niet: wonen! Toch hebben de 193 landen die lid zijn van de Verenigde Naties stuk voor stuk hun handtekening gezet onder dat recht in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM). In de Nederlandse Grondwet is dat recht ook vastgelegd, meteen in het eerste hoofdstuk. In artikel 21 gaat het over de inspanningen die de overheid zich moet getroosten om het land bewoonbaar te laten zijn en over de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Onder lid 2 van artikel 22 staat vervolgens letterlijk:

‘Bevordering van voldoende woongelegenheid is voorwerp van zorg der overheid.’

Dat het daadwerkelijk een onderwerp is dat de mensheid bezighoudt, met name de waarborg van dat universele recht, blijkt ook wel uit de overlevering in geschriften als de Bijbel en de Koran.

In de Bijbel is al snel te lezen dat de Heer de zorg voor wonen die in de universele rechten verankerd zit, via de doorgegeven wetten aan Mozes op zich nam.

In Deuteronomium 15 staat dat in het Beloofde Land iedere zeven jaar in het zogeheten jubeljaar alle schulden moeten worden kwijtgescholden.

In Leviticus 25, een Mozesboek eerder, worden de algemene lijnen van de wetten van de jubeljaren geschetst. Na zeven jubeljaren, dus zeven keer zeven jaar, moet eenieder in het Beloofde Land terugkeren naar waar hij of zij vandaan komt, naar zijn eigen bezit. Omdat de verdeling van middelen altijd ongelijk is, zo redeneert God in de wetten die Mozes optekende, is dat vijftigste jaar een jaar van: terug naar af, alle huisjesmelkers staan hun huizen weer af, schulden worden kwijtgescholden, niemand is bezig met productie want je eet van wat het braakliggende land je brengt.

Alles begint opnieuw, iedere ‘generatie’ krijgt dezelfde start.

In Marcus 12:40 zegt Jezus over sommige Schriftgeleerden: ‘Ze verslinden de huizen van de weduwen en zeggen voor de schijn lange gebeden. Over hen zal strenger geoordeeld worden dan over anderen.’

In de islam is de relatie ‘universele rechten van de mens’, zoals wonen, en de Schrift op zijn zachtst geschreven wat moeilijker te ontrafelen. De Koran gaat vooral over de verhouding tussen de gelovige mens en God. Mensenrechten regelen meer de relatie tussen mensen onderling, inclusief dus de door mensen vormgegeven overheid.

De islam gaat uit van de basisgedachte dat alles God toebehoort. De mens krijgt alles slechts in bruikleen en moet er vanzelfsprekend goed op passen. God voorziet vanuit die gedachte: ‘En er is geen dier op aarde of God zorgt voor zijn levensonderhoud en Hij kent zijn verblijfplaats en zijn bewaarplaats’ (Koran 11:6). In het algemeen vinden de meeste geleerden dat islam en de mensenrechten, vooral door de sharia (de rechtspraak) zich niet tot elkaar verhouden. Maar dat is een andere discussie dan waar het hier om gaat.

Ook in Koran en Soenna zijn aanduidingen te vinden die gaan over eigendom, over het delen van rijkdom en daarmee over de rechten die ieder mens en dier heeft. Uit de Koran valt ook te halen dat de staat verantwoordelijk is voor het bevorderen van het welzijn van de mens. Een pionierende grondige en leesbare studie die naar het thema wonen en eigenaarschap van land is gedaan is van de hand van Siraj Sait and Hilary Lim, Land, Law and Islam, Property and Human Rights in the Muslim World, een uitgave in de context van UN-Habitat.

Hoe actueel het recht op wonen is, in de huidige wooncrisis waar de mensheid zich niet alleen in Nederland maar voortdurend ook wereldwijd bevindt, was terug te horen bij de inauguratie van president Biden in de Verenigde Staten. Spoken-word-artist Amanda Gorman sprak in januari 2021 in ‘The Hill we climb’ deze woorden uit:

…Everyone will sit under their own vine and under their own fig tree, and no one will make them afraid…

Het is een rechtstreeks citaat van de profeet Micha (4:4):

Iedereen zal zitten onder zijn wijnrank en onder zijn vijgenboom, door niemand opgeschrikt.

VN: universeel recht

Bij de Verenigde Naties is het recht op wonen sinds 2000 een ‘speciale rapporteur’ waardig. Toen werd het mandaat voor deze ‘speciale rapporteur voor het recht op huisvesting en op het recht van non-discriminatie in deze context’ door de commissie mensenrechten vastgesteld. Recent in 2020 werd het door de mensenrechtenraad van de VN nog eens vernieuwd. In dat mandaat gaat het recht op adequate huisvesting veel verder dan een dak boven het hoofd. Het gaat over het recht op leven in veiligheid en waardigheid in een fatsoenlijk huis.

Wereldwijd leven meer dan een miljard mensen in ondermaatse of illegale nederzettingen. Ieder jaar verliezen een paar miljoen mensen hun huis als gevolg van projectontwikkeling, oorlog, natuurrampen of de klimaatcrisis. Velen van hen worden gedwongen uitgezet. Een derde van de sterfgevallen wereldwijd is te wijten aan armoede en slechte huisvesting.

Het doel van dit mandaat is drieërlei: het bevorderen van de realisatie van adequate huisvesting als component van het recht op een adequate levensstandaard, uiteraard het zoeken naar en delen van praktische oplossingen en nieuwe ideeën, met een speciale nadruk op genderspecifieke elementen relatie tot het recht op adequate huisvesting en op land(bezit).

Bovendien kennen de Verenigde Naties een op steden gericht UN-Habitat. Dat is een VN-poot die zich speciaal richt op de leefbaarheid in steden. Zoals al eerder genoemd, is juist ook verstedelijking een enorme uitdaging wereldwijd. De vraag hoe een stad een goede woonplek kan zijn is, ook in relatie tot adequate huisvesting, een urgente. UN-Habitat heeft een meer praktische invulling van het fundamentele recht op wonen, in aanvulling op het mensenrecht waar de speciale rapporteur zich mee bezighoudt.

Investering versus mensenrecht

Huisvesting is in toenemende mate een mogelijkheid tot investeren, in plaats van een sociaal goed en een fundamenteel recht van de mens. Tot die conclusie kwam ook Leilani Farha, speciale rapporteur van 2014 tot 2020.

Ze vervult de hoofdrol in documentaire Push van de Zweedse filmmaker Fredrik Gertten die het bekijken meer dan waard is.

‘Het recht op huisvesting betekent niet dat iedereen meteen recht heeft op een door de overheid beschikbaar gesteld huis. Het betekent dat overheden moeten garanderen dat iedereen, vooral de meest achtergestelde groepen, toegang tot adequate huisvesting moet hebben.’

De wereldwijde woningcrisis begon eigenlijk met gentrificatie, het opwaarderen van buurten. Maar het gaat veel verder dan dat. Het gaat in huisvesting niet meer over huisvesting, het gaat over bezit. De partijen die dit bezit hebben, spelen ermee. Farha:

‘En staten zijn daarvoor verantwoordelijk. Zij hebben de UVRM, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens ondertekend, zij kunnen verantwoordelijk worden gehouden door de Verenigde Naties. Het is niet zo dat kapitalisme slecht is, maar ongebreideld kapitalisme in relatie tot wonen wel. En dat komt omdat huisvesting een recht is en goud niet.’

Dat het recht op adequate huisvesting al veel langer dan vandaag onder druk stond, blijkt wel uit het mandaat van 2020 dat de speciale rapporteur van de VN in het leven riep. De enorme scheefgroei heeft echter een enorme opkikker gekregen in de financiële crisis die begon in 2007/2008. Het wereldwijde vastgoedbezit vertegenwoordigt bijna zestig procent van de waarde van al het bezit. In geldwaarde is dat ongeveer 220 biljoen US-dollar, waarvan 163 biljoen USdollar waarde van vastgoed voor particulieren. Dat is meer dan twee keer het bruto binnenlands-product van alle landen op de wereld samen.

Een van de grootste investeerders in vastgoed wereldwijd is Blackstone (in Nederland goed voor ruim achthonderd panden).

Zij hadden niet groot kunnen worden zonder de financiële crisis. Met het plan om winstgevend te zijn door het bezit van ‘sociale woningen’, kocht deze investeerder wereldwijd vooral eengezinswoningen op.

Volgens een strak schema van gemiddeld 25.000 dollar per huis om het op te knappen, worden de huizen voor een aanzienlijk hogere huur weer op de markt gebracht.

Kleinere investeerders spelen ook hun partijtje mee, de voorbeelden in Nederland zijn gevoeglijk bekend.

Ook pensioenfondsen zijn beste spelers.

Blackstone bijvoorbeeld investeert veel met geld van pensioenfondsen. Het is de vraag of de gepensioneerden en zij die ooit met pensioen willen, eigenlijk wel weten wat er met hun geld gebeurt.

In de documentaire Push zegt Ada Colau, burgemeester van Barcelona, over de investeerders: ‘Het is alsof ze als een gier boven de stad hangen.’

Alain Verheij, theoloog en schrijver, stelde in dagblad Trouw in april 2021 in een commentaar op de woningcrisis in Nederland eveneens dat wonen een mensenrecht is.

‘En dan een basaal mensenrecht. Daarom is het zo fout dat het uitbesteed is als investeringsonderwerp. Starters die een woning willen kopen om in te wonen moeten opboksen tegen Chinese, Amerikaanse en Britse investeerders, die de woningen kopen om voor hoge prijzen te verhuren of door te verkopen. Dat is niet goed te praten, zeker als je ziet waartoe het zal leiden. Bovendien, als je tweehonderd woningen opkoopt, dan heb je de basale waardigheid van mensen in je handen, dan ben je te machtig, dan speel je als het ware voor God.’

Binnenkort bezoekt de huidige speciale rapporteur voor huisvesting van de Verenigde Naties, Balakrishnan Rajagopal, Nederland op uitnodiging van de Nederlandse regering. Het bezoek zou in juni 2022 plaatsvinden, maar is uitgesteld en een nieuwe datum wordt gezocht.

Aanleiding voor de uitnodiging is een brief van juni 2021 waarin verschillende VNgezanten ernstige zorgen hebben geuit over het woonbeleid van de gemeente Rotterdam. Voorafgaand aan dit bezoek hebben alle betrokkenen bij ‘wonen’ de mogelijkheid om input te geven.

Die input en het bezoek van Rajagopal zullen uitmonden in een gedetailleerd eindrapport voor de VN-Mensenrechtenraad in Genève.

Praxedis Bouwman is religiewetenschapper/ journalist en interim hoofdredacteur van TussenRuimte.

Enkele bronnen

< Terug