< Terug

Een lofzang op het maken

In het dorp waar ik woon, voel ik me nogal eens dom. En dat terwijl ik best ‘hoog’ ben opgeleid. Maar hier wonen mensen die dingen kunnen die ik niet kan. Ze kunnen een huis bouwen, een verwarmingsinstallatie maken, een bedrijf met honderd of meer koeien leiden, mijn kapotte auto maken.

Ik weet één ding: het onderscheid ‘hoog’ of ‘laag’ opgeleid is verkeerd. Iemand is theoretisch of praktisch opgeleid. En ik weet nog iets: we gaan in de naaste toekomst praktisch opgeleide mensen steeds harder nodig hebben. Mensen met goede handen aan hun lijf, handen die iets kunnen maken. Karen Armstrong geeft de lezers van haar boek Compassie de opdracht eens door hun huis te lopen. Ze vraagt even stil te staan bij de mensen die het huis hebben gebouwd: de timmerlieden, de metselaars, de makers van de bakstenen, de loodgieters, de elektriciens. Maar ook de mensen die het linnengoed in de linnenkast hebben geweven, de katoenplukkers die zorgden voor de grondstof van veel van onze kleding. En mocht u een kopje koffie zetten: wie hebben die koffie geoogst, vermalen, vervoerd? En wie bakte het brood voor uw ontbijt? Wie plaveide de weg waar u overheen gaat naar uw werk? Wie waren de ingenieurs die uw auto bedachten, de trein, de vliegtuigen en al die andere dingen waar wij mensen op vertrouwen? Wie dat bedenkt, wordt bescheidener. En dankbaarder voor al die handen die de voorwaarden voor ons dagelijks leven hebben gemaakt.

TIMMEREN AAN EEN MOOIERE WERELD

Dit lijkt een lofzang op het maken te worden. Dat is het ook. Niet vreemd in een christelijk blad. Jezus de timmerman maakte naar alle waarschijnlijkheid van alles: tafels, deuren, banken. Hij timmerde ook nog aan de weg naar een mooiere wereld, met meer barmhartigheid, menselijkheid en ruimte voor God. Met aandacht en liefde. Zoals ook in veel kloosters met aandacht en liefde de ambachtelijkheid nog hoog wordt gehouden. De zusters van het Egmondse Liobaklooster maken met grote vakkundigheid prachtige liturgische gewaden. De kaarsen van de broeders van de Adelbertusabdij, in hetzelfde dorp, zijn ook van hoge kwaliteit. En graag noem ik, als liefhebber, de hoge kwaliteit van de vele abdijbieren.

SLOPEN EN FALEN

Een lofzang op al dat maken, op die vakkundigheid… Maar de lofzang kan soms in een klaagzang verkeren. We maken wel veel, maar we maken ook veel kapot. ‘Onze sloopdrang is een waarheid over onszelf die net zo fundamenteel is als ons vermogen om lief te hebben’, zei de Britse journalist Francis Spufford. Hij schreef over zichzelf: over hoe hij zijn huwelijk kapot maakte. Hij wist van de stommiteiten en leugens waar we ons allemaal weleens schuldig aan maken. Weer dat maken… Ergens tussen het maken van mooie dingen en het maken van fouten zit de ruimte van het onvermogen, van het falen. Dat ik bijvoorbeeld iets moois wil maken, maar het lukt niet. Of dat ik iets moois gemaakt heb, maar het schiet tekort.

We maken veel, maar we maken ook veel kapot

NIET ALLES IS MAAKBAAR

In Nederland wonen we achter sterke dijken. Dit land hebben we met elkaar gemaakt. Toch kwam in 1953 de watersnoodramp. De dijken braken en grote delen van Zeeland en het zuiden van Zuid-Holland kwamen onder water te staan. Er waren theologen die dat de straf van God noemden. Maar een nuchtere predikant, Jan Sperna Weiland, merkte op dat zoiets kan gebeuren als je de euvele moed hebt om op de bodem van de zee te willen wonen. Maakbaarheid heeft haar grenzen. De kunstenaar die een mooi kunstwerk in gedachten heeft, slaagt er bepaald niet altijd in dat ook werkelijk te maken. Voor wat de gedachten maken, schieten de handen nogal eens te kort. Wetenschappers die geneesmiddelen willen maken tegen ziektes, hebben soms succes. Als het een beetje meezit, krijg je zelfs een Nobelprijs. Maar hoeveel onderzoekers hebben na jarenlang ploeteren geen enkel resultaat gevonden?

Niet alles is maakbaar.

Toch blijven we het proberen. Ieder mens is nu eenmaal een maker die graag iets ‘fabriekt’, een homo faber zoals ze het vroeger noemden. Het zit in onze aard. En als iets lukt, dan mag u best een beetje trots zijn. Maar u mag ook dankbaar aannemen wat een ander gemaakt heeft.

Stephan de Jong is predikant van de Protestantse Gemeente Oudemirdum-Nijemirdum-Sondel en redactielid van Open Deur.

< Terug