< Terug

Een nieuwe leer die bevrijdt

Bij Deuteronomium 18,15-20, Psalm 111, 1 Korintiërs 8,1b-13 en Marcus 1,14-20

Mozes ruas eens in het geheim aanruezig bij een discussie van rabbijnen, eeuruen nadat de Wet op de berg Sinaï ruas gegeven. Hij had zich verborgen achter in de zaal. Hij hoorde de discussie aan met groeiende verbazing en ergernis. ‘Waar hebben deze lieden het over,’ dacht hij bij zichzelf. Plotseling hoorde hij iemand zeggen: ‘zoals Mozes onze leraar leert’ en hij ruas blij verrast. ‘Dan zal het ruel goed zijn,’ dacht hij. Einde verhaal.

Mozes: leraar en profeet

Mozes wordt vaak leraar genoemd. In de eerste lezing van vandaag echter: ‘profeet’. Daar is volgens de joodse tradtie niet zo’n groot verschil tussen. Een goede leraar richt zijn leerlingen op de toekomst, brengt ze in beweging en zet hun bestaan in een profetisch perspectief op grond van het woord van de Eeuwige. Het leraarschap, van Mozes en van alle leraren die na hem komen, zal verbonden zijn met herderschap en profetie. Het is niet voorbehouden aan Mozes alleen. ‘Een profeet uit uw midden, uit uw broeders, zoals ik ben, zal de Heer uw God u verwekken’ (Deut. 18,15).

Een profeet heeft niets van doen met een waarzegger. Daar wordt in het achttiende hoofdstuk van Deuteronomium ook over gesproken (zie 18,9-14). Waarzeggerij, tovenarij, geestenoproeperij, dat alles vertroebelt de werkelijkheid. Het leidt ons af van het gezonde bewandelen van de weg van Gods Tora.

Jozua zijn opvolger

De joodse lezer denkt hierbij onmiddellijk aan Jozua. Hij wordt geheel in de lijn van Mozes beschreven. In Deuteronomium lezen we: ‘Wees sterk en moedig, vrees niet (…), want de Heer, uw God, zelf gaat met u mee. Hij zal u niet begeven en niet verlaten.’ (31,6). En als Mozes is gestorven zegt de Heer tot Jozua: ‘Zoals Ik met Mozes geweest ben, zal Ik met u zijn, Ik zal u niet begeven en u niet verlaten.’ (Joz. 1,5). Marcus presenteert ons Jezus – in het Hebreeuws: jeesjoea’ verwant aan: jehosjoea’ = Jozua – als een tweede Jozua die zijn volk enthousiast het nieuwe land van God binnenvoert.

Jezus: nieuwe leraar en profeet

Paulus leidt zijn gemeente in Korinte nieuwe wegen op. Oude tegenstellingen door strenge bepalingen in stand gehouden (kennis die tot eigenwaan leidt) worden niet weggevaagd, maar in perspectief gezet van de vernieuwing die Jezus tot stand brengt: de liefde die opbouwt (1 Kor. 8,1b). Het leraarschap in de profetische betekenis bouwt op en vernieuwt. Het was in alle tijden van Israëls geschiedenis levend. De onderdrukking door de Romeinen maakte het jodendom taai en weerbaar. Er was niet alleen een tempel in Jeruzalem, die door Herodes luisterrijk was gerestaureerd, maar toch een beetje op zijn retour. Er was ook een netwerk van synagogen ontstaan, waarin de plaatstelijke gemeenschappen zich verzamelden rond de woorden van de Tora. De tempel speelt bij Marcus een minder belangrijke rol dan bijvoorbeeld bij Lucas. Hij beschrijft ons Jezus liever als leraar en profeet in de synagoge temidden van de kring der leerlingen, die hij onmiddellijk was begonnen te verzamelen en de andere gewone mensen. Daar was hij kind aan huis, daar ging het om de dingen van de Vader. ‘Ze kwamen binnen in Kafarnaüm en terstond in de synagoge gegaan zijnde,’ (Mar. 1, 21; het Griekse euthus: ‘terstond’, is in de Willibrordvertaling en de NBV helaas wegvertaald). De nieuwe leraar en profeet zoekt leerlingen die plotseling volgen en hij gaat zelf plotseling dit leerhuis binnen om bij de dingen van de Vader te zijn.

De tegenkrachten

Helaas: de tegenkrachten zijn ook actief. Even plotseling als de leerlingen op Jezus’ appèl reageren, verschijnen in het Marcusevangelie de boze geesten. We zullen ze nog vaak tegenkomen. Merkwaardig is dat zij direct het ‘Messiasgeheim’ onthullen. Marcus legt een zekere huiver aan de dag om Jezus’ ware identiteit te onthullen. Inderdaad zal pas ná lezing van het hele evangelie duidelijk worden wie Jezus is en dan nog alleen voor de goede verstaander.

De boze geesten echter weten onmiddellijk wat er gaande is als de kracht van het goede zich manifesteert. Jezus van Nazaret wordt door hen onmiddellijk herkend: ‘Ik weet wie Gij zijt, de heilige Gods, U bent gekomen om ons in het verderf te storten.’ (Mar. 1,24). De boze geesten hebben aardig door wat er aan de hand is. Ze hebben een duidelijke functie. We mogen ze in zekere zin dankbaar zijn. De leerlingen zullen traag van begrip blijken, de lezer (u of ik) is nog argeloos bezig met zijn vrome lectuur. De boze echter heeft terstond door dat zijn hele rijk ten onder zal gaan als de boodschap van deze weerloze rechtvaardige verbreid zal worden over de aarde.

Een nieuwe leer met gezag

Een andere reactie is die van de omstanders. Ze zijn niet zo verontrust, maar blij verbaasd: ‘Wat is dit? Een nieuwe leer met gezag.’ (1,27). Een leer die gezag heeft, die om antwoord vraagt, is nieuw. Neen, niet de leer zelf was verouderd. Van de woorden van Mozes hoefde geen tittel of jota vervangen te worden. Dat moet gezegd worden: Schriftgeleerde zijn is geen schande. Graag goede Schriftgeleerden die uit hun voorraad oud en nieuw tevoorschijn halen. De mensen in Kafarnaüm hadden een goede Schriftgeleerde gehoord, een die een bevrijdend woord voor deze wereld verkondigde. Snel verspreidde zijn faam zich naar alle kanten, over heel de streek van Galilea.

Verkondiging die ver reiken wil, moet diep genoeg durven putten om klaar water uit te schenken. Dan blijft Gods verbond met de mensen spannend (Ps. 111,9). Ons kerkelijk leven kan alleen dan voor velen betekenis hebben.

< Terug