< Terug

Een ontmoeting die ontroert

Vierde zondag van Advent (Micha 5:1-4a(6) en Lucas 1:39-45)

Op deze laatste Adventszondag vertoont de aankondiging van een geboorte door de profeet Micha onmiskenbaar een messiaans karakter. Het gaat logischerwijs om een koninklijke geboorte, gezien de verwijzing naar koning David (vermelding van Betlehem) en de verwijzing naar Psalmen 72 (vgl. Micha 5:3b met Psalmen 72:8b). Met de geboorte van dit kind breekt er volgens deze heilsprofetie een nieuwe, betere tijd aan.

Dit kind van mensen zal het volk ‘als een herder weiden’ door de kracht van de Heer, en Hij zal vrede bewerken (Psalmen 72). Volgens Elisabet heeft Maria als de vrouw die zwanger is en een kind zal baren, erop vertrouwd dat déze woorden van de Heer eenmaal in vervulling zouden gaan. Dat gebeurt op de dag van hun bijzondere ontmoeting. Elisabet zal wel gezegd hebben: Vandáág is het schriftwoord dat je vernomen hebt in vervulling gegaan (vgl. Lucas 4:21).

Feest van herkenning

Het verhaal van Maria en Elisabet en hun ontroerende ontmoeting staat terecht centraal op de vierde Adventszondag. In de kunstgeschiedenis staat het bekend als ‘De visitatie’. Videokunstenaar Bill Viola heeft dit verhaal op bijzondere wijze verbeeld in zijn werk The Greeting uit 1995 (Museum De Pont, Tilburg). Onderwerp, aankleding en enscenering doen vermoeden dat Viola zich voor zijn schepping heeft laten inspireren door een zestiende-eeuws schilderij van de Italiaanse schilder Jacopo da Pontormo bij het thema van de visitatie.[1] Een inspirerende ontmoeting brengt bij alle betrokkenen veel teweeg. Er is bij deze gelegenheid veel herkenning over en weer bij beide vrouwen. Beiden verkeren in gezegende omstandigheden omdat ze zwanger zijn, en beiden zijn betrokken in Gods heilsplan. Wat een feest van herkenning moet het zijn als je zo letterlijk aan den lijve ervaart hoe God bezig is in jouw leven…

Paasgeloof

Elisabet geeft stem aan dat gevoel als zij in een opwelling uitroept dat het kind in haar schoot opsprong bij het horen van Maria’s groet. Is het verwonderlijk? Elisabet noemt Maria hier met zoveel woorden ‘de moeder van mijn Heer’ (Lucas 1:43). Maar ‘zij die zwanger is’ heeft haar kind nog niet gebaard en is feitelijk nog geen moeder! In de woorden van Elisabet herkennen wij evenwel het paasgeloof van de vroegchristelijke gemeente die Jezus als haar Heer belijdt. Reeds vóór de geboorte in de stad van David is Elisabet er al van doordrongen dat Maria in verwachting is van een bijzonder kind. Lucas laat Elisabet hier al op Pasen vooruitlopen met de belijdenis van Jezus als Heer! En zo herkent zij in dit verhaal als een van de eersten de bijzondere positie van Maria in Gods plan. Trouwens, van Maria zelf wordt in het eerste vers van de lezing létterlijk gezegd dat zij ‘opstond’ om naar Judea te reizen. Hier staat het Griekse woord anastasa dat later in het evangelie zo prominent terugkeert bij Jezus’ opstanding. Aan het paasgeloof van Elisabet gaat dus een opstandingsverhaal van Maria vooraf. Hoe subtiel anticipeert Lucas hier op de kern van de christelijke belijdenis!

Dansend in de moederschoot

Bij het horen van de groet van Maria sprong het kind op in de schoot van Elisabet (Lucas 1:41). Nee, het is helemaal niet verwonderlijk voor wie wil zien en horen wat hier verteld wordt. Maria, als de moeder van de Heer, is de draagster van het Woord. Dat werd haar in de voorafgaande passage in dit evangelie duidelijk gemaakt door de engel Gabriël bij de aankondiging van de geboorte. En nu reist Maria dan met grote spoed naar ‘een stad in Judea’ (Lucas 1:39). Is dat misschien naar Jeruzalem, naar de stad van David? Dezelfde stad waar ooit dezelfde David de ark met de stenen tafelen van het verbond, het Woord van God, binnengebracht had. Het staat te lezen in 2 Samuel 6. Bij die gelegenheid werd er volop feestgevierd, er werd gedanst en gezongen en gejuicht. Nu draagt Maria het Woord dat mens zal worden Jeruzalem binnen. En opnieuw wordt er gedanst, door Johannes in de schoot van zijn moeder Elisabet; opnieuw wordt er gezongen, door Maria zelf als zij haar lofzang aanheft. En er wordt gejuicht – door Elisabet die het werkelijk uitschrééuwt van vreugde, een vreugdekreet pur sang (Lucas 1:42)!

Waar wil Lucas ons nu eigenlijk van doordringen? Het Woord dat mens zal worden is reeds in aantocht, het nadert nu al de plaats waar het later in het evangelie, in de Stille Week, ten volle uitgesproken zal worden, Jeruzalem, waar de Mensenzoon overgeleverd zal worden in de handen van de mensen. Zó verwijst ook hier het begin naar het einde, de Advent naar de Stille Week en Pasen.

Dienend aanwezig

Nog iets anders kan ons opvallen bij dit evangeliegedeelte. De beleving van de zielsverwantschap tussen Maria en haar nicht Elisabet resulteert niet in een roze wolk van pril geluk die steeds verder uitdijt. Je zou bij dit evangelie kunnen zeggen: de zo door God begenadigde Maria gaat als hulp in de huishouding aan de slag bij haar nicht Elisabet (Lucas 1:56). Dit is het aloude bijbelse en christelijke thema: de oudste zal de jongste dienen, de eerste wordt de laatste, de voornaamste wast de voeten van de minderen en neemt de laagste plaats aan tafel. Verbondenheid leidt tot beschikbaarheid en sympathie voert tot actiebereidheid. Niet wegdromen bij een romantisch vergezicht, niet wegzwijmelen bij de vertedering van het moment. Maria móet het geweten, of eerder nog, gevóeld hebben en heeft niet onnodig lang in roze wolken willen vertoeven. Bij Elisabet, die toch reeds op gevorderde leeftijd was, kon zij als gezegende onder de vrouwen wel een helpende hand toesteken…

Deze exegese is opgesteld door Harry Tacken.

Noot

[1] Voor de video-installatie The Greeting van Bill Viola, klik hier ; voor het schilderij ‘De Visitatie’ van Jacopo da Pontormo, zie Google afbeeldingen of Wikipedia.

< Terug