< Terug

Een parabel?

De Amerikaan Henry Clay Frick ontwikkelt zich begin vorige eeuw van boerenzoon tot steenrijke industrieel en kunstverzamelaar. Hij koopt werk van Vermeer en van Bellini tot Chinees porselein. Hij laat een prachtig huis in New York bouwen als onderkomen voor zijn kunstverzameling. Als hij in 1919 overlijdt zegt zijn testament dat – na de dood van zijn vrouw – iedereen mag komen kijken, maar er mag niets worden veranderd aan de opstelling van zijn kunst. Sterker: geen één kunstwerk mag het huis ooit verlaten. Dus De soldaat en het lachende meisje van Vermeer hangt voor eeuwig hoog boven de houten lambrisering. Zodat je het net niet goed kunt zien.

De historische setting wordt tijdloos gemaakt, vereeuwigd. Het mag alleen zo blijven als het was. Maar omdat de tijd verandert en de historie verder gaat, gebeurt er toch iets met die collectie. In het beste geval wordt het een museum. Maar de setting wordt ouderwets, oubollig, en tenslotte doods.

Die Henry Frick was dat overigens niet. Hij was uitvinder, zakenman met visie, weldoener en liefhebber van schoonheid.

Alleen voor wie in dat huis is blijven wonen is dat nog navoelbaar. Ik zie er in gedachten een achterkleindochter rondlopen en genieten van De soldaat en het lachende meisje. ‘Kijk, wat mooi!’ Voor haar is dat verleden heden. Maar ik zie haar als iemand die het contact met de tijd is kwijtgeraakt.

Tot honderd jaar later. Het pand moet nodig gerestaureerd en de kunst moet noodgedwongen tijdelijk verhuizen. Opeens hangt De soldaat en het lachende meisje op ooghoogte. Je kunt de gezichtsuitdrukking nu goed zien en constateren: ‘Dat kind is smoorverliefd op hem’.

Of dit een parabel over liturgie is, mag u zelf bepalen.

< Terug