< Terug

Een pastorale of spirituele focus in supervisie

Welke aandacht wordt in de recente supervisie-literatuur gegeven aan de onderwerpen ‘pastoraal’ en/of ‘spiritueel’? Pastorale supervisie heeft een oudere traditie, dus daar beginnen we mee. In het tweede deel nemen we spiritualiteit in supervisie onder de loep.

We starten met (hand)boeken en proefschriften om vervolgens te kijken naar artikelen in tijdschriften. Bij onze zoekstrategie zochten en vonden we resultaten in ‘Web of Science’, ‘PsycINFO’, ‘Atla’ en ‘Google Scholar’1. Gezien de reikwijdte van deze bijdrage beperken we ons tot de meest relevante bijdragen. We sluiten onze bijdrage af met een concluderende terugblik.

Pastorale supervisie

Michael Paterson en Jessica Rose zijn de redacteuren van het inmiddels bekende handboek Enriching Ministry: Pastoral Supervision in Practice (2014). In hun eigen bijdrage leggen zij de nadruk op het feit dat pastorale supervisie weliswaar therapeutische wortels heeft, maar een eigen publiek-theologische insteek dient te ontwikkelen. Zelf geven ze aanzetten daartoe, waarbij Paterson de correlatie-methode van Tillich als uitgangspunt neemt. Met behulp van andere wetenschappen kan een goed inzicht in de mens en diens levensvragen verworven wor den, om vervolgens een theologisch antwoord op deze vragen proberen te formuleren.

Het eerste deel van het handboek werkt een aantal theologische en filosofische perspectieven uit, zoals liefde, presentie en taal. In het tweede deel volgen een aantal reflecties op het supervisorisch gesprek, de persoon van de supervisanten en het emancipatorisch karakter van supervisie. Het derde deel omvat bijdragen over verschillende contexten van pastorale supervisie zoals de opleiding van pastores, leiderschapstraining en geestelijke verzorging in de gezondheidszorg.

Het handboek eindigt met weer een bijdrage van Paterson, die een algemeen model voor pastorale supervisie presenteert. Het model omvat zes aspecten van een cyclus: ‘hosting and containing, eliciting and focusing, exploring and imagining, tracking and monitoring, bridging and enacting, reviewing and closing’. Deze zes aspecten kunnen in elke supervisie min of meer expliciet worden doorlopen. Dit handboek is een uitstekende basis voor de opleiding en nascholing van pastoraal supervisoren.

Pastorale supervisie blijft bij uitstek een benaderingswijze om reflectie op pastorale arbeid door pastores aan te gaan. Daarbij wordt onderstreept hoe belangrijk het is om daarbij de (inter)culturele context mee in blik te nemen, onder meer door Alexander (2016) in zijn bijdrage over de vluchtelingenproblematiek.

Voor pastores is authenticiteit in hun optreden meer dan eens een groot probleem. Van Beek (2018) beschrijft hoe een narratieve reconstructie van het eigen leven en pastoraal handelen in supervisie kan helpen om te gaan met deze uitdaging op het vlak van hun levensbeschouwing, toebehoren aan een gemeenschap en de persoonlijke identiteit. Vooral met het oog op het vaak bedreigde welbevinden van pastores – en geestelijk verzorgers – in de huidige context van kerk, zorg, justitie, defensie en de maatschappij in het algemeen, lijkt deze benaderingswijze veel mogelijkheden te bieden; vandaar het belang van dit artikel.

Een blik op de culturele context van de supervisant wordt op bijzondere wijze gestimuleerd in de methode van de ‘Supervised Theological Field Education’; in de bijdrage van Mallaby en Tan wordt ze toegepast in supervisie met ‘peer groups’ (Mallaby & Tan 2018).

Aandacht voor de psychologische processen van overdracht en tegenoverdracht in de supervisie is dan weer een object van studie door Franzen (2018). Supervisoren en pastorale counselors schrikken er vaak uit schaamte voor terug om zich hierin kwetsbaar te tonen op diep emotioneel niveau. Dit wegvluchten van onbewuste processen is vaak de drijvende kracht achter allerlei verdedigingsmechanismen.

Internationaal leidend inzake pastorale supervisie blijven de internationale en Europese netwerken inzake Klinische Pastorale Vorming (KPV), de International en de European Council for Pastoral Care and Counseling (ICPCC en ECPCC). In de Nederlandse KPV-centra hanteert men sinds enige tijd de criteria van de Amerikaanse Association for Clinical Pastoral Education (ACPE).

In 2017 verscheen er een dissertatie over de elementen van excelleren als KPV-trainer. Op basis van interviews met supervisoren werd een gefundeerde theorie ontwikkeld waarin ‘evolving wisdom’ als kern-categorie naar voren komt. ‘Evolving wisdom’ is een wederkerig proces tussen supervisor en supervisant (Ragsdale 2017). Ragsdale pleit er ook voor om in het kijken naar de effecten van KPV-trainingen ook de resultaten te betrekken van wetenschappelijk onderzoek naar de religieuze en spirituele behoeften en praktijken van patiënten. Want op die manier krijgt men zicht op coping, zingeving, ethische keuzes en gezondheidsparameters van de patiënten over wie trainees casuïstiek in de KPV-training inbrengen (Ragdsdale 2018). Eerder had Ragsdale met enkele collega’s kwalitatief onderzoek gedaan onder kandidaat-supervisoren om kenmerken van supervisorisch handelen te identificeren; deze gedragskenmerken werden op vier niveaus onderscheiden: conceptueel, supervisorisch, collegiaal en integratief (Ragsdale e.a. 2016).

Sommige artikelen houden zich bezig met het gebruik van bepaalde methoden in de KPV, zoals de toepassing van rapmuziek als relationele en educatieve bron (Gilmore 2018). Woggon bepleit een positieve aanpak van het thema schaamte in de KPV via bevestiging en transformatieve interventies, denk aan empathische afstemming en humor; op die manier kan men bijdragen tot de zelfexploratie van het zogenaamde narcistisch dilemma (Woggon 2014).

Wijzelf ontwikkelden een methode om ethiek in de KPV te superviseren, langs twee invalshoeken. Enerzijds is er de cliëntgerichte benadering waarin allerlei ethische thema’s geëxploreerd kunnen worden. Anderzijds is er de professionele benadering, waarin een narratieve exploratie van de eigen professionele biografie toegepast kan worden (Smeets 2017).

Natuurlijk is pastorale supervisie ook een onderdeel van de opleiding tot pastor, geestelijk verzorger of verwante beroepen. LaSure-Bryant (2015) schreef een hoofdstuk over de supervisie van pastorale counselors in het recente handboek van Maynard & Snodgrass over pastorale counseling. Zij benadrukt het belang van een goede opleiding van supervisoren inzake deze dimensie, in het bijzonder binnen de context van de geestelijke gezondheidszorg. Peoples (2014) deed onderzoek onder psychologiestudenten over de mate waarin spirituele thema’s tijdens hun supervisie aan de orde komen en in hoeverre dat hun spirituele competentie bevordert. Deze competentie wordt bevorderd door openheid voor spirituele thema’s in het opleidingsprogramma, in de supervisie en in het leven in het algemeen.

Net zoals in Nederland aandacht besteed wordt aan de relatie tussen supervisie en geestelijke begeleiding, gebeurt dat ook elders, getuige de bijdrage van Harborne (2015) over spirituele begeleiding (‘spiritual accompaniment’) en counseling. Zij pleit ervoor om supervisie min of meer verplicht te stellen voor hen die geestelijke begeleiding geven.

Spiritualiteit in supervisie

In 2017 promoveerden Hans Borst en Jan Oosting op een proefschrift, getiteld Modern boeddhisme bij supervisoren en coaches?. In het theoretische deel verkent Hans Borst het ontstaan van supervisie en coaching en meer specifiek ook het fenomeen van boeddhistische supervisie en coaching. Dit wordt geplaatst tegen de achtergrond van de recente belangstelling voor het boeddhisme in het Westen – met aandacht voor epistemologische, morele en psychologische elementen.

In het empirisch gedeelte doet Jan Oosting verslag van twaalf interviews en een enquête onder meer dan vijfhonderd supervisoren en coaches in het Nederlandse taalgebied naar de invloed van het boeddhisme in hun praktijk. Supervisoren en coaches bestempelen respect, liefde en vrede als boeddhistische elementen in hun professionele attitude. Deze zijn natuurlijk niet typisch boeddhistisch, net zo min als de competenties die aan bod komen zoals gewaarworden, empathie en compassie, waardering voor de ander en zichzelf, verbinding zoeken en voelen. Typisch West-Europees modern boeddhistisch is het verzet tegen het lijden van mensen (Borst & Oosting 2017; Oosting 2018).

Voor supervisoren en ook voor counselors in het algemeen is het thema spiritualiteit erg belangrijk, zo blijkt uit meerdere studies.

Garner, Webb, Chaffin & Byars (2017) richtten zich daarbij op het besef van levensdoelen, dat bij supervisanten bevorderd wordt door spirituele gesprekken met de supervisor én met aandacht voor de cliënt-issues in de begeleiding. Garner (2014) ontwikkelde een instrument, de ‘Spiritual Issues in Supervision Scale (SISS)’ om te meten in welke mate spirituele thema’s aan bod komen tijdens de supervisie. Komend vanuit de school van de logotherapie is de verwachting dat logotherapeutisch geschoolde supervisoren meer dan anderen aandacht aan deze thema’s zouden geven.

Het artikel van Garner, Webb, Chaffin & Byars is extra relevant, omdat hun onderzoek een grote groep counseling-studenten en supervisoren betrof – waardoor statistische analyses goed mogelijk waren – en gebruik werd gemaakt van valide meetinstrumenten: naast de SISS ook nog de ‘Purpose in Life test’ en de ‘Supervisory Working Alliance Inventory’. De resultaten van deze studie onderbouwen het pleidooi om spiritualiteit beter te integreren in de opleiding van counselors en andere begeleidings-beroepen.

Zelf schreven we een artikel over de relatie tussen supervisie en spirituele ontwikkeling, op basis van een cursus levensbeschouwelijke biografie in de opleiding tot geestelijk verzorger. Aandacht voor de spirituele ontwikkeling van supervisanten kan een belangrijke impuls geven aan de supervisie, waarbij men gebruik kan maken van verschillende daartoe ontwikkelde methoden (Smeets 2015).

Kelcourse richt de aandacht op de spiritualiteit van de integriteit in de supervisie; die kan volgens haar bijdragen tot welbevinden op het vlak van lichaam, psyche en ziel. Daartoe is het belangrijk om ook het onbewuste op persoonlijk en cultureel vlak mee te nemen (Kelcourse 2013).

Zijdelings interessant voor ons is de grote aandacht in de opleiding van artsen aan de integratie van christelijk spirituele deugden; voor deze integratie wordt supervisie van belang geacht (Watson 2018).

In de bijdrage van Dungan (2016) wordt een relatie gelegd tussen supervisie, geestelijke verzorging en persoonsgerichte zorg. Supervisie wordt opgevat als een interdisciplinaire discipline die ondersteuning, educatie en ‘empowerment’ kan bieden. Daartoe zouden partnerschappen gecreëerd moeten worden tussen supervisoren, spiritueel zorgverleners en andere professionals in de zorg.

De aandacht voor spiritualiteit in therapie kan zover gaan dat men spreekt van spirituele therapie; supervisie krijgt in deze vorm van therapie een eigen rol, namelijk om het zelfbewustzijn van zowel de cliënt als de supervisor te bevorderen. Moore (2016) doet hiernaar onderzoek in Australië, gemotiveerd door het veelvuldig voorkomen van traumatische stress bij behandelaren.

In een boeiende case study verhelderde Grace (2013) eerder al hoe supervisie in spirituele psychotherapie kan bijdragen tot heelheid, via het stimuleren van de bewustwording van psychodynamische polariteiten en van de relatie tot zichzelf, de ander en het goddelijke.

Voor de komende jaren verwachten we een grote impact, in het bijzonder voor de opleiding, van een zeer recente Amerikaanse dissertatie over de aandacht voor spiritualiteit in supervisie. In een grote groep studenten en afgestudeerde supervisoren onderzocht Brittany Shannon (2019) het empirisch verband tussen de ervaren competentie inzake spiritualiteit en het voorkomen van spirituele thema’s in de supervisiepraktijk. Shannon presenteert ook een model om de spirituele competentie van supervisoren (in opleiding) te stimuleren.

Conclusie

Over pastorale supervisie wordt in Nederland en Vlaanderen minder en minder gepubliceerd. Deze trend was al gaande en zet zich door. Weliswaar is er nog een vrij uitgebreide praktijkbeoefening door pastorale supervisoren, is de KPV-training een stevige traditie in Nederland en wordt er zowel in Vlaanderen en Nederland een opleiding verzorgd. Maar schriftelijke reflectie op deze praktijk vindt steeds minder plaats. Vandaar dat het recente themanummer van Handelingen over multiculturaliteit in de KPV-training en het religieus leren in het algemeen in een lacune voorziet (Van Leeuwen 2018).

In het buitenland daarentegen wordt nog veelvuldig over pastorale supervisie gepubliceerd. Universiteiten met hun opleidingen en internationale organisaties op het terrein van pastorale supervisie en Clinical Pastoral Education bieden daartoe een stimulerend kader.

Over spiritualiteit in supervisie wordt meer en meer gepubliceerd. Boeiend daarbij is om vast te stellen dat internationaal de referentie naar de christelijke traditie daarin vrij vanzelfsprekend regelmatig terugkeert. In Nederland daarentegen wordt de reflectie op spiritualiteit in begeleiding van leerprocessen ingebed in een veelkleurig palet aan levensbeschouwelijke tradities. Zelden wordt een relatie gelegd met pastorale supervisie en soms lijkt het alsof auteurs deze traditie helemaal niet kennen. Een gedachtewisseling tussen beide invalshoeken zou mijn inziens verrijkend kunnen zijn voor de reflectie op zowel pastorale supervisie als spiritualiteit in supervisie.

Noot

1 De trefwoorden waarop we – telkens voor de laatste vijf jaar – zochten waren: “(pastor* OR spiritual) NEAR/3 (supervision OR supervisor*)” in ‘Web of Science’; “((pastor* OR spiritual) ADJ3 (supervision OR supervisor*)).ti,ab.” in PsycINFO; “TI ((pastor* OR spiritual) N3 (supervision OR supervisor*)) OR AB ((pastor* OR spiritual) N3 (supervision OR supervisor*))” in ‘ATLA’;en ten slotte “allintitle: “spiritual supervision” OR “pastoral supervision” in ‘Google Scholar’. Na ontdubbeling en verwijdering van niet-relevante hits bleven 24 resultaten over.

Literatuur

Alexander, D. (2016). Pastoral Supervision and Refugee Care. Maintaining Complexity in a Causal-Reductive Environment. Reflective Practice. Formation and Supervision in Ministry, 36, 127-133.

Beek, A.M. van (2018). The Pastor and Fiction. The Integrity of the Pastoral Narrative and the Implications for Pastoral Supervision and Education. Pastoral Psychology, 67, 99-112.

Borst, H. & Oosting, J. (2017). Modern boeddhisme bij supervisoren en coaches? (dissertatie). Nijmegen: Radboud Universiteit.

Dungan, L. (2016). Supervision, Spiritual Care and People-Centred Healthcare. Proposing Interdisciplinary Partnerships to Support Holistic Care. Practical Theology, 9, 4, 1-12.

Franzen, D.M. (2018). Transference and Countertransference in Pastoral Care, Counseling and Supervision. Reflective Practice. Formation and Supervision in Ministry, 38, 179-199.

Garner, C.M. (2014). Overview of the Spiritual Is sues in Supervision Scale. International Forum for Logotherapy, 37, 2, 82-84.

Garner, C.M., Webb, L.K., Chaffin, C. & Byars, A. (2017). The soul of supervision. Counselor spirituality. Counseling and Values, 62, 1, 24-36.

Gilmore, J. (2018). Chance Encounters. Rap Music as Relational and Pedagogical Resource in Clinical Pastoral Education. Journal of Pastoral Care & Counseling, 72, 1, 32-36.

Grace, M.M. (2013). The Metaphor of Wholeness in the Practice and Supervision of Spiritually Integrated Psychotherapy. A Case Study. Reflective Practice. Formation and Supervision in Ministry, 33, 182-193.

Harborne, L. (2015). The importance of supervision. In: Gubi, P.M. (Ed.), Spiritual accompaniment and counselling. Journeying with psyche and soul (pp.125-144). London: Jessica Kingsley Publishers.

Kelcourse, F. (2013). Supervision as Soul Care. A spirituality of Integrity. Reflective Practice. Formation and Supervision in Ministry, 33, 154-168.

LaSure-Bryant, D. (2015). Shepherding the flock. Supervising pastoral counsellors in training. In: Maynard, E.A. & Snodgrass, J.L. (Eds), Understanding pastoral counselling (pp. 373-384). New York: Springer.

Leeuwen, T. van (2018). Veelkleurig leren. Leren in diversiteit in Klinische Pastorale Vorming (themanummer). Handelingen. Tijdschrift voor praktische theologie en religiewetenschap, 45, 4, 3-5.

Mallaby, A. & Tan, J. (2018). Supervised Theological Field Education (STFE) as Intercultural Conversation: Learning from Peer Reflection in Melbourne. Practical Theology, 11, 4, 287-299.

Moore, E. (2018). Reflection and Role of Supervision in Spiritual Psychotherapy (RANZCP Abstracts). Australian & New Zealand Journal of Psychiatry, 52 (S1), 19-20.

Oosting, J. (2018). Modern boeddhisme bij supervisoren en coaches. Tijdschrift voor begeleidingskunde, 7, 4, 12-19.

Paterson, M. & Rose, J. (Eds) (2014). Enriching Ministry. Pastoral Supervision in Practice. London: Hymns Ancient & Modern Ltd.

Peoples, B.S. (2014). Program and personal factors as predictors of spiritual competence (dissertation). Kansas City: University of Missouri Kansas City.

Ragsdale, J.R., Orme-Rogers, C., Bush, J.C., Stowman, S.L. & Seeger, R.W. (2016). Behavioral Outcomes of Supervisory Education in the Association for Clinical Pastoral Education. A Qualitative Research Study. Journal of Pastoral Care & Counseling, 70, 1, 5-15.

Ragsdale, J.R. (2017). Educating clinical pastoral education supervisors. A grounded theory study of supervisory wisdom (dissertation). Yellow Springs: Antioch University.

Ragsdale, J.R. (2018). Transforming Chaplaincy Requires Transforming Clinical Pastoral Education. Journal of Pastoral Care & counseling, 72 (1), 58-62.

Shannon, B.J. (2019). Perceived Clinician Competence to Work with Spiritual Issues in Supervision (dissertation). Morgantown: West Virginia University.

Smeets, W. (2015). Supervisie en spirituele ontwikkeling. Psyche & Geloof, 26, 4, 247-261.

Smeets, W. (2017). Ethiek en supervisie. Cliëntgerichte en professioneel-biografische invalshoeken. Tijdschrift voor begeleidingskunde, 6, 3, 2-11.

Watson, T.S. (2018). Developing clinicians of character. A Christian integrative approach in clinical supervision. Downers Grove: InterVarsity Press.

Woggon, F. (2014). “Look at Me, But Don’t”. Revisiting the Narcissistic Dilemma in Clinical Pastoral Education. Journal of Pastoral Care & Counseling, 68, 2, 1-10.

Wim (dr. W.) Smeets is leersupervisor en KPV-opleider in het KPV-Expertisecentrum Geestelijke Verzorging en Pastoraat van het Radboudumc Nijmegen.

< Terug