< Terug

Een wolk bedekte Hem

Hemelvaartsdag (2 Koningen 2:1-15, Handelingen 1:1-11 en Lucas 24:46-53)

Het Lucasevangelie geeft een sober bericht van Jezus’ hemelvaart: ‘Hij leidde hen naar buiten tot bij Betanië en Hij hief de handen omhoog en zegende hen. En het geschiedde, terwijl Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde. En zij keerden terug naar Jeruzalem met grote blijdschap, en zij waren voortdurend in de tempel, lovende God’ (24:50-53).

Volgens Marcus (16:7) had een jongeman de discipelen eerder gezegd dat ze Jezus na zijn dood en opstanding weer zouden zien en Hij hun zou voorgaan naar Galilea. Galilea is bij de evangelisten de streek waar Jezus zich openbaarde, waar zijn tekenen plaatsvonden en waar geloof, maar ook ongeloof was. Daar heeft Hij zich aan de ‘Galilese mannen’ (Hand. 1:11) geopenbaard. Maar daarna zullen er andere plaatsen in het zicht komen, Damascus, Antiochië, Athene, Korinte en Rome, plaatsen waar later leerlingen zullen zijn die willen volgen en dienen. De plaats waar jij, lezer, hoorder, staat, is de plaats waar je je opdracht te vervullen hebt.

De wolk boven de Sinai

Het bericht over Jezus’ hemelvaart in Handelingen 1:9-10 lijkt ‘barokker’ – of beter, is meer naar de Schriften: ‘Hij werd opgenomen terwijl zij het zagen en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.’ Het is de wolk die de weg wijst, die de band legt met de Tora, de psalmen en de profeten. Dat heeft het hemelvaartsverhaal van Handelingen gemeen met het verhaal van de verheerlijking op de berg (Lucas 9:34). Willem Barnard noemt dat laatste verhaal ‘een soort generale repetitie voor Hemelvaart’. De transfiguratie wordt bewaarheid in de Paastijd, en de wolk die Jezus toen buitensloot, sluit Hem nu in. Het is dezelfde wolk die Mozes veertig dagen aan het gezicht onttrok toen God hem de Tora gaf op de Sinai (Exodus 24:18). Nu, veertig dagen na Pasen, is Psalmen 97:2 van toepassing: ‘Rondom Hem zijn wolken en donkerheid.’ Jezus’ intrede in de wolk betekent dus ook zijn aantreden ‘ter rechterhand van God de Vader’. De wolk is de ringmuur van Gods residentie.

Elia’s hemelvaart

Elia, ook aanwezig bij de verheerlijking op de berg, is ten hemel gevaren met ‘een vurige wagen en vurige paarden’ en ‘in een storm’ (2 Koningen 2:11). Elia’s hemelvaart is eclatanter; bij hem valt meer de vlam van het weerlicht op dan de schaduw van de wolk. Bij Jezus’ hemelvaart wordt het hemelvuur opgespaard tot het, tien dagen later, als een gekanaliseerde apocalyps, een ingetoomde voleinding, op de hoofden van de Messiaanse mensen komt dansen.

De wolken sluiten zich

In Handelingen 1 is er sprake van een zekere beslotenheid. De wolken boven de hoofden van de apostelen sluiten zich (1:9). Jezus gaat in in de verborgenheid van de Vader. In tegenstelling tot het witte licht in het verhaal van Jezus’ transfiguratie, is de lucht van Hemelvaart bedekt. Jezus gaat naar de Vader, Hij hoort bij Hem en in Hem is de Vader geopenbaard. ‘Zie hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, dat wij kinderen Gods genoemd zouden worden.’ Dat hebben we te danken aan Jezus die van ons afscheid neemt. Het is ‘nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen; (maar) wij weten, dat, als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is’ (1 Johannes 3:1-2).

Hij zal wederkomen

‘Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen,’ zeggen de mannen in de witte kleren tot de leerlingen (Handelingen 1:11). ‘Het koningschap is nu nog verborgen,’ antwoordt Jezus op de vraag van zijn leerlingen, of Hij voor Israël ‘in deze tijd’ het koningschap herstellen zal. Het is verborgen, omdat de Vader zich de macht, de vrijheid (Gr.: exousia) daarover heeft voorbehouden (1:7). Het nu ter plaatse te herstellen, vrijmachtig optreden, zou van de zoon van David een Absalom hebben gemaakt en van de zoon van God een Lucifer. Hij die het ware licht is, wiens kleren straalden als het licht, draagt dat licht de wolk binnen. Er blijft voor zijn trouwe woestijntrekkers opnieuw niets over dan verwachting en gebed. Ja, ze zullen ‘kracht’ (Gr.: dunamis) krijgen (1:8) en die is heel wat beperkter dan de ‘macht’ die daarboven, binnen in de wolk geldt.

In het verborgene

Omdat het koningschap, de kracht en de heerlijkheid in het verborgene zijn, voegen wij zo nadrukkelijk aan het Gebed des Heren toe: ‘Onze Vader (…) van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid’ (Matteüs 6:9-13). Een geloofsbelijdenis vol blijde verwachting. Het is het gebed aller gebeden tot onze Vader in het verborgene. In Matteüs 6:6 wordt van de Vader in de hemel gezegd: ‘uw Vader in het verborgene; en uw Vader die in het verborgene ziet.’ ‘De hemel’ en ‘het verborgene’ worden dus afwisselend gebruikt. Dat is de hemel van Gods privacy. Maar er is ook sprake van onze verborgenheid. In dat verborgene moeten wij vasten, aalmoezen geven, bidden (6:4.6.18). De dingen die met God te maken hebben, delen in zijn afkeer van het opzichtige. Wij die in de binnenkamer bidden, zouden de hemel ‘Gods binnenkamer’ kunnen noemen. Wij weten op Hemelvaart van die binnenkamer, namelijk dat de Paas-man daar is binnengegaan. Het ‘Kanaän daarboven’ opent zich, daar heerst de exousia, de volledige en onbelemmerde vrijheid. Maar het is God, de koning van Kanaän, die erover beschikt. Geduld wordt gevraagd.

Helaas, het is met ons gegaan als met de kinderen van Israël aan de voet van de berg toen het zo lang duurde. De gouden kalveren staan opgericht. Wij moeten het doen met zoiets onzichtbaars en onooglijks als de Geest. Hemelvaart is een ‘apocrief’ feest; een feest in het verborgene.

Deze exegese is opgesteld door Hein Jan van Ogtrop.

< Terug