Geduld in tijden van crisis

Vanuit mijn huis heb ik zicht op het atelier van kunstenaar Ronald A. Westerhuis. Normaal gesproken maakt deze kunstenaar grote kunstobjecten van staal, waaronder het monument voor de slachtoffers van de MH17-ramp. In de eerste week van de Corona-maatregelen maakte Westerhuis een heel ander werk. Op de gevel van zijn omvangrijke atelier verscheen op een eenvoudig wit doek een tekst van slechts twee woorden, in grote letters afgedrukt: ‘Heb lief’. Inmiddels is zijn tekst op veel plaatsen in Zwolle te zien en gaat hij de hele wereld over. De kunstenaar als profeet. Een woord gesproken op zijn tijd. Want wat hebben we in deze tijd meer nodig dan elkaar liefhebben?

Ondertussen voelt de ‘intelligente lockdown’ ook als een oefening in geduld. Onze normale bezigheden worden opgeschort of moeten op een andere manier worden vormgegeven. Dat vraagt om uithoudingsvermogen. De een verlangt ernaar om weer ongedwongen onder de mensen te kunnen zijn, de ander wil zo snel mogelijk het bedrijf weer voluit laten draaien. Naarmate de tijd verstrijkt, lijkt het verlangen groter te worden en komt het des te meer aan op geduld. De deugd van het geduld is immers de kunst om de tijd te verduren. Geduld is de kunst van het wachten: iets of iemand de tijd geven die nodig is.

Neem een voorbeeld aan het geduldige lijden van de profeten die in de naam van de Heer spraken. (Jak. 5,10)

Zo geformuleerd veronderstelt geduld een bepaalde beheersing, niet alleen van jezelf maar ook van de betreffende situatie. Daarin schuilt een klassiek Grieks ideaal: de deugd als aretè, voortreffelijkheid, of als virtus, (mannelijke) kracht. In termen van het aristotelische deugdbegrip zou je de deugd van het geduld dan kunnen omschrijven als een optimale houding die je in staat stelt om het juiste midden te houden tussen twee uitersten. Als je optimaal omgaat met de tijd, kun je het juiste midden vinden tussen te kort en te lang wachten, te veel of te weinig doen. Als je te kort wacht heb je geen geduld om iets de tijd te geven die het nodig heeft. Die houding noemen we ongeduld. Maar je kunt ook te lang wachten. Dat noemen we afwachten of gelatenheid. Geduld daarentegen is een voortreffelijke vorm van wachten: iets of iemand de tijd geven die nodig is. De voortreffelijke houding van het geduld is des te meer nodig in tijden dat het tegenzit en waarin de tijd je lang valt.

Ik denk dat we geduld over het algemeen ongeveer zo opvatten. In deze opvatting lijkt geduld vooral een vorm van actieve beheersing. Ik verhoud mij actief tot de tijd, ook als deze me zwaar valt, door een gepaste vorm van wachten. Daarmee beheers ik als het ware wat me in de tijd overkomt. Hoe waardevol dit ook mag zijn, in bijbel en christelijke traditie is geduld toch net iets anders opgevat. Ze is een deugd van de liefde en daarmee ook van het lijden. In Jakobus 5:10 wordt geduld direct verbonden aan lijden: ‘neem een voorbeeld aan het geduldige lijden van de profeten …’ Dit betekent niet simpelweg dat allerlei vormen van lijden maar geduldig moeten worden aanvaard. Dan zouden we geduld opnieuw opvatten in termen van beheersing. Veeleer kwalificeren ‘geduldig’ en ‘lijden’ elkaar. Geduld is dan zelf een vorm van lijden. Het dulden betekent dat de pijn van het lijden als pijn van het leven zelf wordt toegelaten en diep wordt gevoeld. Geduld heeft dus te maken met kwetsbaarheid. Dat lijkt me betekenisvol in deze tijden van crisis.

Wat we meemaken is immers meer dan een opschorting van onze normale bezigheden en een oefening in het verduren van de tijd. We worden ontdekt aan onze fundamentele kwetsbaarheid. Een hardnekkig virus blijkt niet alleen veel slachtoffers te maken, maar ook onze economische en sociale systemen lam te kunnen leggen. Daarmee wordt aangetast wat in de traumapsychologie de ‘illusie van onkwetsbaarheid’ heet. Deze illusie hebben we nodig om normaal te kunnen functioneren in het leven. We gaan de straat op en veronderstellen dat we het er levend afbrengen en niet onder een auto komen. We sluiten ons huis af en gaan er stilzwijgend vanuit dat we het bij thuiskomst in dezelfde toestand weer aantreffen. We eten voedsel van de supermarkt en nemen daarbij aan dat we daardoor niet zomaar ziek worden. Kortom, we doen onze dagelijkse dingen in de illusie van onkwetsbaarheid. Het is een illusie, omdat het wel degelijk mogelijk is dat we een verkeersongeluk krijgen, er ingebroken wordt in ons huis of dat we ziek worden door het voedsel dat we nuttigen. Die illusie hebben we echter nodig en houden we in stand. Ze is nodig om te leven en de gewone dingen van het leven te kunnen doen. Door schokkende gebeurtenissen wordt deze illusie aangetast. We blijken kwetsbare mensen te zijn.

In zulke situaties is meer nodig dan het actief verduren van de tijd, al is dat ook een levenswijsheid: de tijd heelt wonden. Maar het komt hier vooral aan op een andere vorm van geduld, het uithouden en doorstaan van lijden. Patientia als het vermogen om patiënt te zijn, om de pijn uit te houden (te ‘dulden’). Geduld is dus de deugd die in staat stelt om lijden uit te houden, in de erkenning van onze kwetsbaarheid. De bron daarvan ligt in de liefde. Met de liefde (passie) is ook het lijden (paschein) gegeven. Juist wie kan liefhebben kan ook lijden. En wie niet kan liefhebben kan ook niet lijden. Geduld is het liefdevolle vermogen om het lijden uit te houden, omwille van de liefde. Wees geduldig is niets anders dan: heb lief.

In het Nieuwe Testament komt geduld niet alleen voor in verband met het uithouden van lijden, onrecht en verdrukking maar ook in relatie tot het verwachten van het komende koninkrijk van God. In Jakobus 5:7-11 zijn deze beide aspecten met elkaar verbonden. Dat is de context van vers 10: geduld heeft niet alleen betrekking op het verduren van lijden, maar ook op de verwachting van het komen van de Heer. Dat is het profetische woord dat hier gesproken wordt. Zo komt met de deugd van het geduld een nieuwe kwaliteit mee die betekenisvol wordt te midden van het lijden: het komen van God. Geduld is dan niet alleen gekwalificeerd door de liefde, maar ook door de hoop. Het is uitzien naar herstel van wat stuk is en naar genezing van wie ziek is, in het besef dat dit heilzame niet allereerst schuilt in mijn beheersing van wat me overkomt, maar in wat ik van elders verwacht.

Tags:

Meer Ethiek & Geloofsverdieping